
Michail Lermontov heeft in zijn korte leven één roman geschreven, De held van onze tijd. Hoofdpersoon Petsjorin is een officier die in zijn oprechtheid mensen kwetst en ook zonder gene toegeeft dat hij manipuleert voor zijn plezier. Ook voor een moord schrikt hij niet terug.
De ‘roman’ bestaat in feite uit een aantal losse verhalen, waarvan het langste een satire is op het leven van welgestelde Russen in een kuuroord in de Kaukasus. Petsjorin maakt er de jonge Mary het hof, om een vriend dwars te zitten, en om in de buurt te komen van een getrouwde vrouw waar hij een affaire mee (gehad) heeft. Petsjorin is cynisch, maar bij vlagen ook een romanticus.
De roman is een mooi portret van een man vol tegenstrijdigheden, dat krap twee eeuwen later nog fris aandoet. Maar het is nou ook weer niet een meesterwerk dat zich kan meten met die van Dostojevski, Gogolj of Tolstoj.

Bedachtzamer dan ooit klinkt de nieuwe cd van Leonard Cohen, Old Ideas. De oude man bromt teksten over liefde en dood, als altijd ingekaderd door spaarzame instrumenten en vrouwenstemmen. Meer dan ooit zijn de liedjes muzikaal tot hun essentie teruggebracht.
Dat dit ergens wel jammer is, blijkt tijdens die ene uitzondering, The Darkness, dat hij speelt met de voltallige begeleidingsband van zijn fenomenale tournee. Dat nummer staat als een huis, ook voor luisteraars die de rest wat te ingetogen vinden. Hoe dan ook, een prachtige plaat, zij het niet zo geschikt als introductie in Cohens werk (daarvoor beveel ik I’m your man aan).
En dan te bedenken dat we dit allemaal – tournee en nieuw album – gemist zouden hebben als Cohens vermogen niet gejat was door zijn voormalige manager, die we dus enige dank verschuldigd zijn.

De rechter heeft gesproken: de curator van Watt krijgt geen gelijk bij zijn vordering dat de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de aangerichte schaden en dus moet betalen aan de schuldeisers. Grosso modo geeft de rechtbank twee argumenten.
Juridisch technisch is het argument dat enkele schuldeisers vanaf het begin goed op de hoogte waren van de situatie bij Watt, zodat hun vorderingen niet terecht zijn. Omdat de curator namens alle schuldeisers optreedt en dus enkele daarvan geen schuldeiser zijn, sneuvelt de vordering namens alle schuldeisers. De rechtbank laat expliciet open of er andere schuldeisers zijn, die wel de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.
De tweede gaat over de reikwijdte van de door de gemeente afgegeven garantie. De tekst van de garantie geeft geen beperking in tijd, maar de rechter lijkt mee te gaan in de interpretatie van de gemeente dat de garantie ophield zodra WaterFront aan het roer stond bij Watt. De interpretatie van WaterFront is altijd geweest dat de garantie zich ook uitstrekte tot lijken die nadien nog uit de kast vielen (zeker toen bleek dat de gemeente zelf een enorm lijk verstopt had, waarschijnlijk uit vrees dat WaterFront zou afhaken als we ervan wisten).
Of en zo ja hoe er nog een vervolg komt, is niet duidelijk. We gaan eerst met z’n allen de uitspraak eens goed bestuderen. Wat er ook gebeurt, een groot poppodium krijgt Rotterdam voorlopig niet.

Twee uur lang op het puntje van je stoel zitten bij een spionagethriller met een verwaarloosbaar aantal actiescènes – dat is Tinker Tailor Soldier Spy. Het verhaal start eenvoudig: de gepensioneerde Britse spion Smiley krijgt de opdracht een mol te zoeken in de top van de geheime dienst.
Wat volgt is een ingewikkeld schaakspel waarin velen wat te verbergen hebben, niet alleen geheime contacten met de Russen, maar ook persoonlijke ambities en trauma’s. Smiley worstelt zich door logboeken om snippertjes informatie te verzamelen die hem uiteindelijk brengen bij een dood gewaande collega, die zonder het te weten de sleutel in handen heeft.
Lezen, gesprekken voeren, rondsnuffelen, het heeft allemaal een laag James Bond gehalte, maar er gaat bijna geen minuut voorbij zonder dat je als kijker een nieuwe kluif krijgt toegeworpen. Het hoeven niet altijd explosies te zijn.
De onverstoorbare Smiley wordt prachtig neergezet door Gary Oldman. Regisseur Tomas Alfredson doorsnijdt zijn chronologische vertelling met flashbacks, die vooral bedoeld zijn als sfeerbeelden en om de verhoudingen tussen personages te schetsen. Zelden een thriller met zoveel geslaagde lagen gezien.

Tilda Swinton heeft al grote hoeveelheden lof toegezwaaid gekregen voor haar rol in We need to talk about Kevin, waarin ze de moeder van een onmogelijke zoon speelt. Dat is terecht. Het is een rol waarin veel wezenloos gekeken moet worden en daar is Swinton een meester in.
De film zelf is traag, en ondanks het gegeven (je weet dat de jongen een slachting gaat aanrichten op zijn school) nogal saai. Telkens weer dezelfde scènes met een steeds oudere Kevin: moeder dwingt zichzelf om aardig te zijn voor haar kind, kind toont onwil en misdraagt zich, maar wordt subiet een engeltje als vader in de buurt komt, waarna confrontatie volgt tussen vader en moeder, zodat moeder zich toch weer dwingt om aardig te zijn, enzovoort.
Slechts een paar keer zie je een glimp van karakterontwikkeling, bijvoorbeeld als Kevin ziek is en ineens heil zoekt bij zijn moeder in plaats van vader. Telkens hoop je op een verdieping van de karakters, maar dan keert het refrein in zijn volle, trage glorie terug. ‘We need to talk about Kevin’ is zeker geen slechte film, maar te monotoon om de aandacht bijna twee uur vast te houden.

Margin Call is een thriller zonder de minste dreiging van geweld. Een jonge analist bij een bank komt erachter dat de complexe financiële producten die zijn bank koopt en verkoopt, de risico’s bij de bank zo hebben opgestapeld dat een bankroet nabij is.
Hij meldt het bij zijn baas, en dan gaat een hele keten van machtsspelletjes lopen tot aan de top van het bedrijf toe. Iedereen wist wel dat de risico’s groot waren, maar nu moet iemand de schuld krijgen. En de giftige beleggingen moeten gedumpt worden bij andere banken, zonder dat die het doorhebben.
Margin Call is het best te genieten als je enige kennis van het bankwezen hebt, want overdreven uitleggerig is de film gelukkig niet. Sterk acteerwerk van onder andere Jeremy Irons, Kevin Spacey, Stanley Tucci en Demi Moore maakt het ook aantrekkelijk. Het mooiste is echter dat Margin Call de kredietcrisis een menselijke maat weet te geven.

Ook het Algemeen Dagblad wijdt een artikel aan de zitting over Watt van gisteren. Grappig om te zien dat waar de Telegraaf via de curator redeneert, het AD dat langs de lijn van de gemeente doet. De gemeente vindt het niet eerlijk dat ze nog meer geld kwijt zou zijn aan schuldeisers die al eerder van overheidsgeld geprofiteerd hebben. Begrijpelijk dat je dat vindt als gemeente, maar dat had je moeten bedenken voordat je je garantie afgaf.

Aldus een knipsel uit de Telegraaf vanochtend. Die laatste zinnen behoeven misschien wat uitleg. Volgens de oude eigenaren van Watt had de gemeente beloofd dat er geen ander groot poppodium in Rotterdam zou komen. Toen het Urban Culture Podium werd aangekondigd, vonden die eigenaren dit een schending van de afspraak. De gemeente ontkende. Maar de vraag is dus of de gemeente, als Watt indertijd meteen failliet was gegaan, niet een forse schadeclaim tegemoet had kunnen zien. De gemeenteraad is vertrouwelijk over die correspondentie ingelicht.

Zoals eerder aangekondigd daagt de curator van Watt de gemeente voor de rechter. Na inleidende schermutselingen op papier was vandaag de eerste zitting bij de rechtbank in Rotterdam. Heel erg spannend was het niet.
De curator houdt vol dat de gemeente de architect is van de overname van Watt door WaterFront en What’s Live, dat de gemeente voor de te verwachten financiële ellende een garantie heeft afgegeven en dat de gemeente zich daar niet aan kan onttrekken nu die ellende zo groot bleek te zijn dat Watt eraan failliet ging. De gemeente ontkent alles en werpt een aantal procedurele bezwaren op tegen de precieze manier waarop de curator zijn zaak heeft opgebouwd.
Vaak kun je aan de hand van de vragen die de rechtbank stelt, een beetje afleiden welke richting ze uitdenkt. Daar was vandaag geen sprake van. Na twee langdurige pleitrondes volgden nog een paar feitelijke vragen. Toen was het afgelopen. Vonnis in de tweede helft van januari. Het zou mij niet verbazen als dat een tussenvonnis wordt, waarbij de rechtbank een of beide partijen opdracht met additionele bewijsvoering te komen. Zoals eerder gezegd: dit gaat nog wel even duren.

Eigenlijk kun je Wide Sargasso Sea alleen lezen, als je Jane Eyre kent. De roman van Jean Rhys is daar namelijk een reactie op. Maar ik houd nu eenmaal niet zo van melodrama in de Engelse middenklasse, terwijl de exotische setting van Wide Sargasso Sea me wel trekt. Bovendien schrijft Rhys, die met dit boek op 76-jarige leeftijd doorbrak, veel bondiger.
Wide Sargasso Sea beschrijft de lotgevallen van een jonge Antoinette Cosway in de Caraiben aan het begin van de negentiende eeuw. De slavernij is net afgeschaft en dat heeft de verhoudingen in het gebied overhoop gegooid. De oude (min of meer) blanke slavenhouders, waartoe Antoinette’s familie behoort, zijn hun trots kwijt. De bevrijde zwarte bevolking telt nog steeds niet mee. Een nieuwe golf blanke gelukzoekers voert de boventoon. Als Antoinette trouwt met een man uit de nieuwe elite, voelt ze zich onbegrepen en vervalt ze langzaam tot waanzin.
Het plot van Wide Sargasso Sea is eigenlijk niet zo belangrijk. Het korte, laatste deel van het boek, dat zich afspeelt in Engeland, is zelfs overbodig. Het gaat om de sfeertekening in de eerste twee delen: Antoinette als kind op de oude plantage, en als jonge vrouw op huwelijksreis in een buitenhuis van de familie op een ander eiland.
Het verval, de vijandigheid van de omgeving, bezwerende rituelen en de lusteloosheid vermengen tot een dreigende atmosfeer waarvan je je goed kunt voorstellen dat je er gek van wordt. Dat is het knappe van Wide Sargasso Sea: het slaagt erin zonder te psychologiseren, maar uitsluitend door de veranderende omstandigheden te schetsen, een scherp portret van Antoinette neer te zetten.