U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Cultuur

I am the laugh of a kookaburra. I am a currawong. I am a galah. I am a lyre because I am a lyrebird. I am a performer and I am superb.

Puur op die ene zin kocht ik de verhalenbundel Second Hand Rain van de Welshe schrijfster Georgia Carys Williams. Het zinnetje duidde op een kleurrijk personage. Maar het hoofdkarakter bleek daadwerkelijk een liervogel te zijn, een performer van jewelste, die in de dierentuin van Adelaide belandt nadat haar bos aan de kettingzaag ten prooi gevallen is.

Vogels, kinderen, een zeemeermin – geen van de karakters in Williams’ verhalen zijn standaard. De gebeurtenissen zijn niet uitzonderlijk, maar je krijgt ze wel vanuit een onverwachte invalshoek beschreven. Zo’n perspectief is knap, maar een verhaal gaat er niet van meeleven. Af en toe smokkelt Williams ook, kruipt ze bijvoorbeeld even in de rol van alwetend verteller om iets duidelijk te maken dat het kind niet zou opmerken.

Eén verhaal springt eruit, My sister the conductor. Over een jonge vrouw die haar dove zus, die ze altijd gehaat heeft, in huis neemt na de dood van hun moeder. Ze ontdekt dat ze intiem met haar kan communiceren door de trillingen die haar orgel produceert. Het zal geen toeval zijn dat dit het meest conventionele verhaal in de bundel is. Je voelt de kracht van Williams als schrijfster, maar ook dat die nog tot wasdom moet komen.

Precies tien jaar geleden publiceerde ik voor het laatst fictie, het korte verhaal Sitting Bull in Bunker Hill, het inmiddels opgeheven literaire tijdschrift van de Bezige Bij. Het heeft de tand des tijds goed doorstaan, al zeg ik het zelf.

Pioneer Hotel

De tandeloze vrouw die het Pioneer Hotel beheert, neemt David op met een mengsel van wantrouwen en desinteresse. Het is een uur ’s nachts in Cheyenne, Wyoming. Er ligt zwaar tapijt op de vloer. De wanden hangen vol spiegels en schilderijen. Het is donker, niet alleen omdat het nacht is, maar ook omdat dat hoort bij vergane glorie. Veel zeggen doet de vrouw niet. Ze noemt alleen de prijs. Hij betaalt twintig dollar voor een kamer. Geen ontbijt. David knikt.

Hij loopt de trap op. Heeft alleen een kleine tas bij zich. Het is een houten trap. De eerste verdieping ziet er net zo cowboyachtig uit als de lobby. Er is een zithoek met zware, donkere meubelen. De zittingen zijn van pluche. Hij blijft even staan bij een groot schilderij. De scene toont de bizonjacht. Dit is het land van Buffalo Bill Cody. Hij sluipt door naar zijn kamer. Alle andere gasten slapen al. Hotels als deze hebben veel vaste bewoners, vaak oudere mensen. Die wil hij niet storen. Echt oude mensen weten misschien nog hoe chique het hotel was in zijn gloriedagen.

Lees meerSitting Bull, een kort verhaal uit Bunker Hill

Het is al een kleurrijk gezelschap dat de naamloze notaris/verteller bijeen heeft op zijn kantoor aan Wall Street. Twee klerken die om beurten humeurig zijn en een loopjongen wiens voornaaste taak is bitterkoekjes te kopen voor de andere twee. Dan neemt hij Bartleby aan. Het begint goed, maar daarna stapelen de eigenaardigheden zich op.

Bartleby doet zijn kopieerwerk trouw, maar weigert mee te doen aan controlesessies. Gaandeweg doet hij steeds minder en uiteindelijk helemaal niets meer. Hij neemt zijn intrek in het kantoor en leeft van wat spaargeld. Op smeekbeden om zijn biezen te pakken reageert hij met zijn standaardzin: ‘Liever niet’. Uiteindelijk trekken de anderen uit het kantoor, maar daarmee zijn ze nog niet van hem af.

Lees meerHerman Melville &?8211; Bartleby de klerk

Over een paar weken komt de tweede roman van Arundhati Roy uit. Twintig jaar geleden verkocht ze zes miljoen exemplaren van haar eerste, The God of Small Things. Daarna verlegde ze haar aandacht naar links activisme. Tegen het kapitalisme en de vernietiging van het milieu. Vóór rechten van minderheden. En straks is er dus The Ministry of Utmost Happiness (vertaald als Het ministerie van Opperst Geluk).

Omdat ik het interview met Roy bij Boek & Meester (vrijdagavond 16 juni in De Doelen te Rotterdam, koop kaartjes!) moet voorbereiden heb ik hem alvast in huis. Geheim, natuurlijk, niet verder vertellen, maar hier is alvast een tipje van de sluier.

Lees meerDe nieuwe Arundhati Roy &?8211; ik heb &?8216;m al

Bram Fischer is een van de grote helden van de apartheidsstrijd, een Afrikaner advocaat die een luxe bestaan op het spel zette als clandestiene leider van de communistische partij en die zichzelf ook nog eens in de kijker speelde als verdediger van Nelson Mandela in het Rivonia Proces. Na diens veroordeling ging Fischer ondergronds, werd uiteindelijk gearresteerd en veroordeeld. Toen hij stervende was aan onbehandelde kanker, werd hij nog snel even vrijgelaten. Zijn as werd na de crematie in beslag genomen en is nooit meer gelocaliseerd.

De film die zijn naam draagt is vooral een rechtbankdrama rond het Rivonia Proces. Je weet natuurlijk hoe het gaat aflopen en toch is het spannend of Mandela en de zijnen de doodstraf gaan krijgen of niet. Dat is te danken aan de empathische regie van Jean van de Velde, die geen bijzondere trucs uithaalt maar zich helemaal dienstbaar maakt aan het verhaal. Meer is niet nodig om onder de indruk de bioscoop te verlaten, met op je netvlies het (verzonnen) schokkende beeld van wat er met Fischers as gebeurd is.

Seynabou, de vertelster in Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten van Dimitri Verhulst, is een hoertje zonder gezondheidsverklaring in een niet bij naam genoemde Senegalese stad. Dus mag ze niet mee naar het sjieke hotel van de blanke man die ze in nachtclub Le Loft gestrikt heeft. Ze moeten genoegen nemen met een vuil kot. Van sex komt het niet. De man is nukkig en ziek. Seynabou ruimt nog een keer zijn kots op en gaat ervandoor met de inhoud van zijn portemonnee, geld dat ze gewoon verdiend heeft. De volgende dag blijkt de man dood, en bovendien een beroemde wielerbelg. Seynabou heeft iets uit te leggen.

Dimitri Verhulst weet zijn personage aanvankelijk precies de juiste mate van treurigheid en psychologisch inzicht mee te geven. Dat hij een woord als ‘hineininterpretierungen’ in haar mond legt, vooruit. Maar op het moment dat het woord ‘Shakespeare’ valt, begint het verhaal aan geloofwaardigheid in te boeten. Steeds minder spreekt een Senegalees hoertje, steeds meer een Vlaamse schrijver die niet goed in haar vel past. Jammer, want Seynabou had haar eigen stem verdiend.

Stripblad Eppo heeft de laatste maanden regelmatig door anderen getekende verhalen van ’s lands populairste geheim agent, Hendrik “327” IJzerbroot. Tekenaar/scenarist Martin Lodewijk is alive and kicking, maar stiekem hoop je toch dat 327 hem gaat overleven. In een eerdere aflevering kandideerde Gerben Valkena zich nadrukkelijk als tekenaar. Deze week schrijft Wilfred Ottenheim een mooi gelaagd Agent 327 scenario, dat leuk is voor kinderen én belezen volwassenen.

Er wordt een neo-existentialistisch complot ontdekt om de zinloosheid van het bestaan te propageren. Dat is een aanslag op onze manier van leven, dus worden Agent 327 en zijn vaste sidekick Olga Lawina vermomd in coltrui naar een doorrookt café in Parijs gestuurd om de wereld te redden van het grote Niets. Volgt de strook hierboven. Hoe het afloopt kunt u in Eppo van deze week lezen.

‘Toen ik in 1975 voor het eerst van mijn leven in Leningrad verbleef, was het nog maar negen jaar geleden dat Anna Achmatova de laatste adem had uitgeblazen’, begint Jan Brokken zijn reisverslag De gloed van Sint-Petersburg. Fragmenten uit de zinnen erop: ‘Haar invloed was nog altijd merkbaar … Echt verboden was haar werk niet langer … toch riep haar naam nog altijd … Anna Achmatova zat nog half in het verdomhoekje.’

Na die eerste alinea vermoed je als lezer drie dingen:

  • Het zou wel eens heel veel over Anna Achmatova kunnen gaan
  • De auteur gaat koketteren met herinneringen
  • De auteur is geen begenadigd stilist

De gloed van Sint-Petersburg heeft de gedaante van een serie wandelingen door de Russische stad, waarbij Jan Brokken dan (toevallig) moet denken aan een grootheid uit de Russische kunst, over wie hij vervolgens een of twee pagina’s uitwijdt op een vrij oppervlakkige, Wikipedia-achtige wijze. Hij bezoekt musea, spreekt eens een voorbijganger. Laat merken dat hij welzeker een belezen en bereisd mens is.

Enfin, wanneer je weinig tot niets weet van de Russische kunstscene onder de Sovjets, dan steek je er het nodige van op, maar over Sint-Petersburg als stad kom je niks te weten. Al met al geen beroerd boek (en beter geschreven dan de eerste alinea doet vermoeden), maar het verwaait voor je er erg in hebt.

Twintig jaar geleden schreef Arundhati Roy De god van de kleine dingen, een enorme internationale sensatie. Maar in plaats van te werken aan een volgende roman, ontpopte ze zich als activiste. Op de bres voor het milieu, tegen de oorlog in Afghanistan en de nucleaire wapenwedloop, voor de rechten van etnische en religieuze minderheden in haar eigen India. De royalties van haar boek stak ze in een burgergroepering tegen de Narmada-dammen, die vele mensen van hun land zouden verdrijven en het ecosysteem in de rivier vernietigen. In 2014 noemde Time haar “een van de honderd meest invloedrijke personen ter wereld”.

Het is haar niet in de koude kleren gaan zitten. Opmerkingen over Kashmir kwamen Arundhati Roy op een rechtszaak te staan, die uiteindelijk werd ingetrokken. Haar huis in Delhi werd aangevallen door fanatieke hindoes (zelf is ze afkomstig uit de christelijke minderheid van haar thuisstaat Kerala). Wie even het internet opgaat, vindt talloze, gruwelijk gedetailleerde doodsverwensingen. In haar vasthoudende radicaliteit heeft ze wel wat weg van Noam Chomsky, een andere compromisloze denker aan linkerkant van het politieke spectrum.

En ze komt naar Rotterdam, op vrijdag 16 juni, ’s avonds in De Doelen. Ernest van der Kwast spreek met haar over schrijven, politiek activisme en over haar tweede roman, die er uiteindelijk toch nog gekomen is. Er is uitgebreid de gelegenheid om haar zelf vragen te stellen en na afloop signeert ze. Kaartjes voor een tientje bij Boek & Meester.

Tot 2002 kregen alle Chileense jongeren een eindexamen dat bestond uit negentig multiple choice vragen. Alejandro Zambra, een van de rijzende sterren van de Spaanstalige literatuur, nam dat examen als uitgangspunt voor zijn roman Facsímil, in het Nederlands vertaald als Begrijpend Lezen. Het is een van de origineelste romans (of in elk geval een poging daartoe) die ik in jaren gelezen heb.

In de eerste sectie krijgt de lezer vijf woorden en moet hij bedenken welke niet in het rijtje thuishoort. Bijvoorbeeld:

Opgave 22: Stilte
a) verstromming
b) sprakeloosheid
c) geheimhouding
d) lafheid
e) verzwijgen

Lees meerAlejandro Zambra &?8211; Begrijpend lezen



×