U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Cultuur

Een man zet zijn koptelefoon op, weer af, weer op. Veel meer gebeurt er niet in Den Skyldige, een (alweer) ijzersterke Deense thriller. Oké, politieman Asger Holm slaag uit pure frustratie nog een toetsenbord aan diggelen. Maar de camera komt de twee ruimtes op de meldcentrale niet uit. De actie is buiten. Asger wil er iets aan doen. Maar hij kan niet van zijn plek.

Het begint als hij een melding krijgt van een vrouw. Ze doet alsof ze met haar dochtertje belt, maar wil alarm slaan omdat ze wordt ontvoerd. Via haar telefoonnummer achterhaalt Asger al snel wie ze is en wie de man is die haar voor het oog van haar kinderen heeft weggesleurd. Maar verder moet hij het overlaten aan de politiemensen in het veld. Die kunnen de auto niet vinden. De vrouw belt terug. Je voelt dat dit niet lang meer goed gaat (als u zich afvraagt waarom de kidnapper haar toestaat te bellen: wacht maar af).

Als kijker word je deelgenoot van Asgers frustratie. Net als hij beland je op het puntje van de stoel, je bewust van de dreigende situatie en even machteloos. Fantastisch acteerwerk ook van Jakob Cerdergren, die continu in beeld is en de film dus in zijn eentje moet dragen. Vet compliment ook voor het script van Emil Nygaard Albertsen en Gustav Möller. De laatste regisseerde ook de film, zijn eerste, die in dertien dagen werd opgenomen.

Dr Pereira is, in de naar hem vernoemde roman van Antonio Tabucchi, redacteur van de cultuurpagina van een rechtse krant in het Portugal van de jaren dertig. Een gezapig baantje dat hem in staat stelt zich volop zorgen te maken over zijn gezondheid. En zich vooral niet met politiek te bemoeien. De fascistische dictatuur in zijn land neemt steeds naargeestiger vormen aan. Zo lang hij brave stukjes over vaderlandslievende schrijvers pent, is er niks aan de hand.

Dan komt een jongeman op zijn pad die een inkomen nodig heeft. Pereira geeft hem een column. Maar de jongeman schrijft allemaal stukken over linkse schrijvers. Pereira plaatst ze niet, maar betaalt ze wel. De jongeman gaat een medestander zien in Pereira, die zo langzaam maar zeker in een hoek gedreven wordt en uiteindelijk besluit een statement te maken.

Lees meerAntonio Tabucchi: Pereira maintains

Magda Goebbels, de vrouw van de nazi-propagandachef, is vooral bekend om het feit dat ze haar eigen kinderen ombracht in de nadagen van het Derde Rijk, omdat ze geloofde dat er voor hen toch geen toekomst zou zijn. Ze wordt ook nergens sympathiek in de novelle die Meike Ziervogel over haar schreef.

Ziervogel slaagt er wel in om haar tot leven te wekken, de treurige kindertijd, de erkenning als geliefde van Joseph Goebbels (met wie ze het aanlegt omdat Adlof Hitler zelf onbereikbaar blijft), het fanatisme dat omslaat in defaitisme. Hoewel ze dicht bij de bronnen blijft, is het natuurlijk fictie, wat Ziervogel extra benadrukt door de verschillende stijlfiguren die ze in de loop van de novelle hanteert.

De jeugd wordt deels verteld vanuit het perspectief van de moeder. Door Magda’s ogen zien we hoe ze verliefd wordt op Hitler, maar genoegen neemt met Goebbels. De dagen in de bunker zijn geschreven als fragmenten uit het dagboek van de oudste dochter Helga. Het meest indrukwekkend is de passage waarin Magda droomt wat haar te wachten staat als de Sovjets Berlijn innemen: levend in een vergane tent, met nauwelijks te eten voor de kinderen, zijzelf in voortdurende pijn bij gebrek aan morfine, Helga die geld verdient door zich te prostitueren. Je snapt bijna waarom de kinderen beter dood konden zijn. Bijna.

De markt bestaat uit vijf gebouwen van meerdere verdiepingen in een verlopen wijk van Seoul. Kleine winkels met goedkope spullen en reparatiezaakjes voor de Zuid-Koreanen die het niet breed hebben, net als de winkeliers zelf. Mujae en Eungyo zijn assistenten van een winkelier – veel lager kun je op de carrièreladder niet belanden. Langzaam groeien ze naar elkaar toe in One hundred shadows, de enige in het Engels vertaalde roman van de in eigen land bekende schrijfster Hwang Jung-Eun.

Zoals wel vaker bij Koreaanse romans (en films) heb je als westerse lezer voortdurend het gevoel dat je dingen ontgaan, dat je geen goede antenne hebt voor de melancholie die wordt uitgedrukt. Je ziet haar wel, maar je kunt er niet goed bij. Of misschien is dat een illusie en is juist die onbereikbaarheid het gevoel dat de schrijfster wil overbrengen. Wat zijn bijvoorbeeld die schaduwen die over mensen heen hangen ten teken dat het niet goed met hen gaat? Of hoeven we dat helemaal niet te weten?

Hoe dan ook, Hwang schreef ee klein juweeltje, waarin plotmatig niet veel gebeurt, maar de kleine gebaren ertoe doen. Mujae en Eungyo draaien om elkaar heen, komen steeds dichter bij elkaar, maar raken elkaar nooit. De schaduwen blijven hangen.

Becks laatste zomer is de debuutroman van de Duitse schrijver Benedict Wells, die onlangs in het Nederlands vertaald werd na het grote succes van Het einde van de eenzaamheid. Je kunt het lezen als vrolijke, licht melancholische roman over volwassenwording, maar onder het oppervlak smeult een complexe vertelling over herinneringen en dromen. Beck komt op 12 juli naar Rotterdam om erover te vertellen (kaartjes).

Robert Beck is een gewezen rockmuzikant, die leraar is geworden op een middelbare school in München. Een van zijn leerlingen is de Litouwse Rauli, een muzikaal genie in de dop. Beck neemt hem onder zijn hoede, deels omdat hij oprecht wil dat de jongen slaagt, deels omdat hij hoopt via Rauli zijn eigen muziekcarrière weer een boost te geven. Rauli staat er ook dubbel in: hij is dankbaar dat Beck zijn leermeester wil zijn, maar beseft ook dat die hem niet zal brengen waar hij naartoe wil. Beck is een maatje te klein voor Rauli.

Lees meerBenedict Wells vertelt in Rotterdam over Becks laatste zomer

Bij toeval las ik direct achter elkaar twee novellen waarin vrouwen een gedaanteverandering ondergaan. In Lady into Fox van David Garnett verandert een vrouw plotseling in een vos, terwijl Andrew Kaufmans The tiny wife gaat over een vrouw die begint te krimpen. Er zit bijna een eeuw tussen de publicatie van beide boeken, maar ze laten zich goed vergelijken.

In David Garnetts novelle is de transformatie zelf een gegeven. Het gebeurt direct in het begin van het verhaal, zonder verklaring. Daarna gaat het over de worsteling van haar echtgenoot om van haar te blijven houden, terwijl zij steeds meer haar menselijke trekken verliest. Ze verscheurt haar kleren, verliest haar tafelmanieren, houdt niet meer van lezen, neemt een vogel te grazen en probeert te ontsnappen. Dat laatste lukt uiteindelijk, waarop haar man ook aan het zwerven slaat, nog altijd in de hoop zijn geliefde terug te winnen. In feite begint het verhaal met één absurditeit, waarvan de consequenties vervolgens worden uitgewerkt.

Lees meerTwee novellen over muterende vrouwen

Je zou kunnen klagen dat het een beetje eentonig is, 400 pagina’s met plaatjes van vooral een man die vastgetekend zit aan een radiator. Af en toe mag hij even los, om te eten of te plassen. Een heel enkele keer om zich te wassen. Maar in de monotonie brengt Guy Delisle wel nauwkeurig over hoe Christophe André de tijd doorkwam tijdens de maanden dat hij als NGO-medewerker gegijzeld was in Tsjetsjenië.

Meer kom je ook niet te weten, niet over Christophe, niet over het motief van zijn ontvoerders, niet over Tsjetsjenië. Alleen maar de eenzaamheid en het lichamelijke ongemak, pagina na pagina na pagina.

Guy Delisle is een begenadigd stripverteller, die met Gegijzeld weer een prachtwerk aflevert. De tekenstijl is iets minder cartoonesk dan in eerdere graphic novels, waarin hij onder andere zijn avonturen in Birma, Noord-Korea en Shenzhen uit de doeken deed. Er valt dan ook beduidend minder te lachen. Zeer aanbevolen.

De burgemeester heeft een oogje op de vrouw van de molenaar. Dus laat hij op een avond de molenaar wegroepen door de politiecommissaris, maar vlakbij de molen valt hij lelijk in het water. De vrouw van de molenaar, die de truc doorheeft, strijkt de hand over het hart en stopt de burgemeester in bed, terwijl ze zelf de dokter gaat halen. De molenaar, ondertussen, ontsnapt aan de politie en keert huiswaarts, waar hij de burgemeester in zijn bed aantreft. Woedend trekt hij diens kleren aan en spoedt zich naar de stad om de burgemeestersvrouw te verleiden. En dan …

Enfin, veel diepzinnigheid komt niet te pas aan het plot van Pedro Antonio de Alarcóns novelle The three-cornered hat, gebaseerd op een Andalusisch volksverhaal. Maar de auteur dient het allemaal smakelijk op en het was bij verschijnen (1874) dan ook een groot succes. Later werden er nog een opera en een ballet van gemaakt. Prima boekje voor een avond licht vermaak.

Toegegeven, ik heb geaarzeld bij Death of Stalin, de satirische film over de machtsstrijd binnen de Sovjet-Unie na de dood van de wereldrecordhouder massamoord. Grappen en grollen tegen de achtergrond van de willekeurige moordpartijen, kan dat eigenlijk wel? Het bijkt te kunnen, vooral omdat de humor nergens de gruwelen bagatelliseert, maar juist de cynische machinaties erachter accentueert.

In de hoofdrol zien we Steve Buchemi, die als Nikita Chroestsjov hetzelfde karakter neerzet als altijd: ongeduldig, bozig, zich wanhopig en gelaten afvragend waarom hij omgeven is door incompetente sukkels als Vyacheslav Molotov (Michael Palin, altijd in vorm als verstrooide wijfelkont). De enige ander in het politbureau die iets voorstelt is Lavrenti Beria (met duivels genoegen gespeeld door de vrij onbekende Simon Russell Beale). In de film wordt mooi duidelijk dat de machtsstrijd niet alleen tussen Chroestsjov en Beria gaat, maar ook tussen het leger en de geheime dienst.

Er wordt gesold met het lijk van Stalin, sprintjes getrokken om het eerst bij zijn dochter in het gevlei te komen – af en toe is de film regelrechte slapstick. Maar telkens weer als je geneigd zou kunnen zijn het te vergeten, drukt regisseur Armando Iannucci je met de neus op de feiten. Dat sprintje van zwaarlijvige mannen lijkt kinderachtig, maar het is een kwestie van leven of dood. De kleinste steek laten vallen en je hebt ineens een kogel in je hoofd, zoals Beria aan het eind ondervindt. Ja, er mag gelachen worden, maar niet zonder alles uiterst serieus te nemen.

Schuur nummer twaalf kijkt neer op nummer 13 en 14. De laatste bevatten namelijk vaten zuurkool, terwijl hij de trotse bewaker is van een stel mooie fietsen. Dan slaat het noodlot toe: schuur nummer twaalf wordt verkocht. De fietsen gaan weg, er komt een vat ingelegde komkommerlijken voor in de plaats. Vat en schuur mogen elkaar niet. Dat kan alleen maar verkeerd aflopen – en dat doet het dan ook in de verhalenbundel The blue lantern van de Russische auteur Victor Pelevin.

Schuur nummer twaalf is niet de enige, laten we zeggen, minder gebruikelijke hoofdpersoon in de verhalen. Er zijn bijvoorbeeld ook twee kuikens die proberen te ontsnappen aan de slacht, twee cocaïne snuivende soldaten die communisten in Sint Petersburg moeten tegenhouden tijdens de revolutie van 1917, en een vrouw die een handeltje heeft in het tot leven wekken van omgekomen Duitse soldaten, om ze te laten trouwen met Russinnen die zo een visum voor het westen proberen te bemachtigen.

Knettergek is de beste omschrijving voor Pelevins verhalen, maar ze boeien niettemin. Want knettergek was ook de tijd (begin jaren negentig) waarin Pelevin de verhalen schreef. Het verhaal van de kuikens, bijvoorbeeld, valt goed te lezen als een parabel over twee dissidenten die liever voor het grote onbekende kiezen dan dat ze bij de groep blijven. Knettergek, zeker, maar minstens zo fantasievol en intrigerend.



×