U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Cultuur

In de week dat Kazuo Ishiguro de Nobelprijs voor de literatuur won, ging ik naar de bioscoop voor Blade Runner 2049, het vervolg op de klassieke jarentachtigfilm. Die twee zaken hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Blade Runner is op het eerste gezicht een dystopische thriller. Om het zware werk op te knappen kweekt een bedrijf biologische androïden, ‘replicanten’, die na een bepaalde tijd “met pensioen gestuurd” worden. De eerste film draaide om een groepje tegendraadse replicanten, die helemaal niet op de vastgestelde datum doodgemaakt wilden worden. Blade runners zijn de premiejagers die hen opsporen en uitschakelen. In deze tweede film is er een gehoorzamer model. K is er zo een. Hij is zelf een blade runner, die oude modellen moet afmaken.

Lees meerKazuo Ishiguro en Blade Runner 2049

Zuivering, de nieuwe roman van Tom Lanoye, gaat over een misatrope stotteraar die een Syrische vluchteling in huis neemt. De twee mannen zijn collega’s, ze werken bij een bedrijf dat huizen schoonmaakt na branden, zelfmoorden en andere narigheid. Ook de poëzie bindt hen. Het gaat allemaal min of meer goed, totdat de vluchteling het tijd vindt om zijn gezin te laten overkomen en ook bij zijn vriend te laten intrekken.

Op dat moment … ik weet wat er dan gebeurt, want ik heb Zuivering al gelezen ter voorbereiding op Boek & Meester, aanstaande woensdag om 8 uur in het Bibliotheektheater. In elk geval toont Lanoye zich een geëngageerd schrijver, die zich in de vluchtelingencrisis verdiept heeft en zijn gehoor niet spaart. Solidariteit is mooi, maar heeft zijn onaangename kanten.

Hoe dan ook, we hebben Lanoye zo gek gekregen dat hij de Nederlandse presentatie van zijn jongste roman exclusief in Rotterdam doet. Kaartjes kosten een tientje, maar stuur me een berichtje en ik regel korting voor je.

Saai zijn ze nooit, de films van Darren Aronofsky, al sinds zijn eerste, Pi, twintig jaar geleden. Je weet werkelijk nooit wat er precies aan de hand is. Dat geldt ook voor zijn jongste, Mother!, die helaas niet goed kan kiezen tussen horrorsprookje en bijbelse allegorie.

De horror is zo op het oog dik in orde. Niet al te snuggere, naamloze vrouw (Jennifer Lawrence) trekt in een verlaten huis met een eveneens naamloze getormenteerde schrijver (Javier Bardem) op wie ze ontzettend verliefd is, van wie je als bioscoopganger onmiddellijk weet: foute boel. Er komen ongenode gasten, er druipt bloed langs de muur. En het gaat van kwaad tot erger. Aronofsky houdt de camera dichtbij de fantastische acterende Lawrence, om haar ongemak en angst in het gezicht van de kijker te duwen.

Lees meerMother! hinkt op teveel gedachten

Een besmettelijke ziekte, overgebracht door muggen, heerst in de stad. Iedereen blijft binnen. De naamloze held heeft zich eindelijk het bed van de buurvrouw in gekletst als zijn telefoon gaat. De baas van een criminele clan aan de lijn. Hij moet een klus doen. De Mexicaanse auteur Yuri Herrera slaagt er in The transmigration of bodies opnieuw in om binnen een paar pagina’s een onwerkelijke sfeer te scheppen, net als in Signs preceding the end of the world.

Het plot, dat tegen het eind een beetje rammelt, is eigenlijk niet zo belangrijk. Het gaat om de vanzelfsprekendheid waarmee iedereen berust in een maatschappij waarin geweld de norm is. Toeval, onhandigheid, misverstanden – het zijn de belangrijkste oorzaken van de strijd tussen de twee clans. De held heeft de gave om ze met woorden uit elkaars haren te houden. Terwijl hij dus zo snel mogelijk weer met de buurvrouw de koffer in wil duiken.

The transmigration of bodies is een hard-boiled detective in de barrio. Verlaten straten, personages die wel bijnamen hebben maar geen echte, handelingen die alleen maar fatalisme uitstralen. Alles door Herrera in eenvoudige zinnen geschetst. Je vraagt je af hoe hij dat in ’s hemelsnaam voor elkaar krijgt, je met zo weinig middelen meesleuren in zijn wereld.

Tom Cruise in een vliegtuig, dat is natuurlijk eerder vertoond. Maar in American Made speelt hij een gast die volstrekt niet deugt, heel heel losjes gebaseerd op het levensverhaal van Barry Seal. In werkelijkheid was Seal een drugssmokkelaar die gepakt werd en om aan zijn straf te ontkomen informant werd voor de DEA. In de filmversie wordt hij in een eerder stadium gerecruteerd door de CIA om spionagevluchten te maken en later de contra’s in Nicaragua van wapens te voorzien. Vervolgens bezorgt Seal de wapens bij de Colombiaanse drugsmaffia en neemt hij op de terugweg cocaïne mee.

Enfin, het is allemaal een goede aanleiding voor stunts met vliegtuigen en absurde maar niet onlogische plotwendingen die Seal steeds verder in het nauw drijven. Tom Cruise schmiert er heerlijk op los. Echt memorabele scenes kent de film niet, maar het is twee uur fijn vermaak. Zodra je buiten staat ben je de helft alweer vergeten.

Een groepje Britse soldaten banjert door de straten van Duinkerken. Ineens wordt er geschoten. Een voor een gaan ze neer. Eentje weet te ontsnappen. Vanaf dat moment, ongeveer een minuut na het begin van Dunkirk, laat regisseur Christopher Nolan de adrenalinepomp aanstaan. Net als Gravity heeft Dunkirk eigenlijk geen plot: er is één dwingende omstandigheid die alle actie drijft. Er staan 400.000 mannen op het strand en die moeten daar weg voor de Duitsers ze allemaal doden.

Om het behapbaar te maken volgt Dunkirk drie groepjes mensen: de ontsnapte soldaat en een paar even wanhopige maten, de bemanning van een scheepje in de vloot die naar Frankrijk vaart voor de evacuatie en een squadron spitfires dat de bombardementen op schepen en het strand probeert tegen te houden. Typisch Nolan is dat die drie verhaallijnen asynchroon lopen, waardoor het verhaal terug springt in de tijd als het perspectief wisselt van de ene naar de andere groep. Uiteindelijk komt alles uiteraard netjes bij elkaar.

Ook het camerawerk van Hoyte van Hoytema is weer fantastisch. Je zit als kijker bovenop de huid van de hoofdpersonen en krijgt de angst voordurend in je gezicht geduwd. In vele opzichten een sterke film dus, maar geen hoogtepunt in Nolans oeuvre, dat met Memento, The Dark Knight en Inception films kent met doordachtere plots en personages.

Vier Hongaarse militairen zitten in een cel, ergens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opgesloten door hun eigen regering vanwege hun aandeel in een moordpartij dat het leger in januari 1942 heeft aangericht in de stad Újvidék (Novi Sad, in het noorden van Servië, waar een groot deel van de bevolking etnisch Hongaars is omdat het gebied tot 1918 bij Hongarije hoorde). Zo begint de novelle Cold Days van Tibor Cseres, die als soldaat de stad bezocht in de maanden na de ‘zuiveringen’, die bijna 4000 mensen het leven kostten. Pas twintig jaar later durfde hij erover te publiceren. Hij kreeg er veel kritiek om te verstouwen.

Wat precies de verhoudingen zijn tussen de vier wordt pas in de loop van het verhaal duidelijk, als ze stukje bij beetje vertellen waarom ze gedaan hebben wat ze deden. De officieren onder hen waren bezig met het vinden van comfortabel onderkomen en het regelen van amoureuze zaken. De recruut had honger en leed onder de kou. De bevolking, in elk geval de Joden en Serviërs onder hen, was vijandig. Er waren doden gevallen, als er geen maatregelen genomen werden, zou dat een vrijbrief voor een opstand zijn. De orders waren niet expliciet, maar duidelijk was dat er bloed moest vloeien om een voorbeeld te stellen.

Lees meerTibor Cseres: Cold Days

In een stad die we niet Aleppo of Damascus mogen noemen ontmoet een vrijgevochten jonge vrouw een behoedzame jongeman. Hij vindt haar spannend, zij krijgt van hem ruimte. De twee krijgen iets met elkaar, terwijl een enkele aanslag uitgroeit tot een burgeroorlog en daarna onderworpenheid aan een onberekenbaar, kwaadaardig regime. Dan doet het gerucht de ronde dat in de stad deuren bestaan waardoor je naar het westen kunt stappen – en begint het verhaal van Mohsin Hamid in Exit West pas echt.

De deuren zijn uiteraard een metafoor voor mensensmokkelaars. Je betaalt hen en stapt een onbekende schaduwwereld in waarin je niks meer te zeggen hebt en maar moet zien waar je belandt. In het geval van Nadia en Saeed is dat een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Mykonos, vervolgens een door vluchtelingen gedomineerde wijk in Londen en tot slot Californië. Maar anders dan bij Rodaan al Galidi is het vluchtelingencircus niet het onderwerp van Exit West. Het gaat om de relatie tussen de twee geliefden die verandert onder de omstandigheden.

Lees meerMohsin Hamid: Exit West

Ontdekt op vakantie in Oostenrijk: het werk van Michael Köhlmeier. Gevierd in eigen land, met ruim dertig werken op zijn naam, maar in Nederland niet bekend. Eén vertaling heb ik kunnen vinden. Ik las Sunrise en Der Unfisch. Met name de laatste is een fraaie parabel over liefde en hebzucht.

Het begint zo. Op weg naar een bergdorp overlijdt de artiest Roberto. Hij laat een opgezette walvis na, die tijdelijk op het dorpsplein geparkeerd wordt. Bijna een jaar later arriveert Sophie in het dorp om het graf van haar oom te zien en haar erfenis te claimen. Ze neemt haar intrek in de walvis. Wanneer ze de liefde bedrijft met de treurende Carl, verschijnt plotseling diens verloofde Maria op de stoep, die hem bij het altaar had laten staan. Een vrijpartij met Sophie blijkt wensen in vervulling te laten gaan. Zodra het dorp daar achter komt, zijn de rapen gaar.

Lees meerMichael Köhlmeier: Der Unfisch &?038; Sunrise

Als het niet met zoveel gevoel voor humor geschreven zou zijn, was Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi een schrijnend boek geweest. En eigenlijk is het dat nog steeds, als je bedenkt dat het de weerslag is van negen jaar wachten in een AZC. Nog altijd beter dan in een Iraakse cel, natuurlijk, maar dezelfde uitzichtloosheid: zal ik ooit weer een vrij mens zijn?

De verteller van de roman is Semmier. Geen alter ego van hemzelf, bezweert Al Galidi, maar een alter ego van vele asielzoekers die er wat van proberen te maken. Een bonte stoet aan karakters trekt voorbij. Fettah die voor alle Nederlanders bang is, Sikri die iedereen bespioneert, Kristi die van Semmier een vader voor haar zoontje probeert te maken, Abdoelwahid die probeert een verblijfsvergunning te bemachtigen door zich als christen voor te doen, Jelena van wie iedereen zich afvraagt waarom ze nog niet door een pooier geronseld is. En er zijn de Nederlandse medewerkers van het AZC, bijna allemaal van goede wil, maar net zozeer gevangen in de regels van de bureaucratie als de mensen die ze moeten bewaken.

Lees meerRodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg



×