
El secreto de sus ojos gaat over een gepensioneerde officier van justitie, die besluit een boek te schrijven over de geruchtmakende zaak van een verkracht en vermoord meisje ten tijde van de Argentijnse dictatuur. Een fraaie setting voor een psychologische thriller.
De film schakelt soepel heen en weer tussen heden en verleden, zodat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon indertijd al geobsedeerd was door de zaak, die hij zelf opgelost heeft. De spanning zit dan ook niet in de zoektocht naar de dader, maar in een ander geheim, dat zich langzamerhand ontvouwt.
Er wordt goed geacteerd, zelfs zo goed dat enkele uiterst komische scènes volkomen natuurlijk opgaan in de serieuze toon van de film en ook de romantische verhaallijn tussen de officier en zijn baas geloofwaardig blijft. Dat is ook een beetje het probleem: El secreto de sus ojos is zo vaardig gemaakt dat het allemaal wat gladjes wordt. Goede film, maar niet eentje die bijblijft.

Toen bij een drugsscène White Rabbit klonk, wist ik het zeker: Brooklyn’s Finest van regisseur Antoine Fuqua hangt aan elkaar van de clichés. De film volgt drie agenten die allen toegeven aan de verleiding om zich niet te gedragen zoals een agent siert.
Eentje vermoordt drugsdealers omdat zijn vrouw astma krijgt van de vermolmde lucht in zijn huis en hij dus wil verhuizen. De tweede is undercover en gaat wel erg in zijn dekmantel op, terwijl de derde onverschillig voor de gebeurtenissen om hem heen op zijn pensioen afkoerst (gespeeld door Richard Gere, de enige die een beetje fatsoenlijk acteert). Een en ander gaat gepaard met heel veel geknal.
Want dat is Brooklyn’s Finest: een twee uur lange adrenalinestoot. Daardoor valt het rammelende scenario pas op als je weer buiten staat en je afvraagt waar het eigenlijk over ging. Maar goed, in zijn categorie zeker niet de slechtste.
Net als in The Matrix, dat voor een aanzienlijk deel als voorbeeld van Inception mag gelden, is aan het begin van de film een meester-leerling scène nodig om de context van het verhaal uit te leggen en en passant enkele filmische hoogstandjes te tonen.
In dit geval laat meester-dromendief Cobb (Leonardo di Caprio) aan nieuweling Ariadne (Ellen Page, bekend als hoofdrolspeelster van Juno) zien hoe mensen in een collectieve droom kunnen belanden en daar elkaars onderbewuste manipuleren. De klus waar ze samen voor staan is de erfgenaam van een groot energieconcern de gedachte ingeven om het bedrijf op te splitsen.
De film speelt zich af in een vliegtuig, waar de erfgenaam een slaapmiddel in zijn drankje krijgt en elektronisch in een collectieve droom gebracht wordt. In die droom wordt hij ontvoerd, maar omdat hij een training tegen dromendiefstal heeft ondergaan, proberen agenten hem neer te schieten. Wie sterft in een droom, ontwaakt daar namelijk uit. In de droom wordt de erfgenaam opnieuw in een droom gebracht, waar hij in een vriendelijker omgeving belandt. Daar overreed Cobb hem in een aan James Bond ontleende derde droomlaag te stappen, waarin hij een kluis van zijn vader moet openen. Alsof dat niet ingewikkeld genoeg is, interfereert ook nog eens een persoonlijk trauma van Cobb alle dromen.
Het is de verdienste van regisseur Christopher Nolan dat hij dit complexe verhaal toch inzichtelijk weet te houden door tussen de verschillende droomlagen heen en weer te schakelen. Pas helemaal aan het eind zaait hij welbewust verwarring met een aantal dubbelzinnige scènes. Een seconde voor een draaiend tolletje uitsluitsel zou moeten geven, is de film afgelopen. Briljant.

Mr. Nobody is een filmische uitwerking van de natuurkundige begrippen entropie en multiversum. Nemo Nobody wordt als negenjarige voor een onmogelijke opgave gesteld: blijft hij bij zijn vader of gaat hij mee met zijn moeder? Hij besluit het allebei te doen.
Vanaf dat moment leidt hij meerdere parallelle levens, die ook later nog splitsen afhankelijk van de keuzes die hij maakt. Leidend zijn de drie liefdes van zijn leven. De film vertelt alles door elkaar heen, niet eens in chronologische volgorde – en dan ook nog eens vanuit het perspectief van de 117-jarige Nemo, die de laatste sterfelijke mens op aarde is geworden en zich al die parallelle levens lijkt te herinneren.
Ja, dat is ingewikkeld. Waarschijnlijk moet je hem meerdere keren zien om alle eindjes aan elkaar te knopen, ook al omdat regisseur Jaco Van Dormael er enorm de vaart in houdt en een waaier aan stijlmiddelen hanteert. De film is al met al meer een intellectuele dan een emotionele ervaring. Hij duurt ook wat te lang: op een gegeven moment ben je als kijker sufgebeukt met surreële wendingen.
Hoewel Mr. Nobody veelvuldig refereert aan The Matrix en 2001 a Space Odissey moest ik vooral aan Eternal Sunshine of the Spotless Mind denken (al is die beter), waarschijnlijk vanwege de stortvloed van verbeeldingskracht. Ook Mulholland Drive kwam in me op, net als de roman Cloud Atlas van David Mitchell. Films als puzzels, ik houd er wel van, zeker als ze visueel overweldigend zijn zoals deze.

Air Doll is een Japanse film naar een manga over een sexpop die tot leven komt en de wereld gaat verkennen. Moeizaam spreekt ze haar eerste woordje (‘mooi…’), maar even later heeft ze ondanks gebrek aan kennis over films al een baantje in een videotheek die zo te zien geen personeelsgebrek heeft. Natuurlijk wordt ze verliefd, slaat ze lek op een scherp randje en laat ze zich gebruiken waarvoor ze bedoeld is.
Actrice Bae Doona, met de grote ogen van Audrey Tautou, zet een sterke prestatie neer. Regisseur Hirokazu Koreeda brengt alles stijlvast in beeld. Mooie details, fraaie scénes, subtiele symboliek over de leegte van het leven – alles klopt. Alleen is het gegeven, bij gebrek aan een serieus plot, te mager voor een film van bijna twee uur. Jammer.

Ghost Writer gaat over een schrijver (Ewan McGregor) die in de huid van een gewezen Britse premier (Pierce Brosnan) moet kruipen om diens biografie te schrijven en daarbij te maken krijgt met twee vrouwen, namelijk de echtgenote (Olivia Williams) en de assistente/minnares (Kim Cattrall). Zijn voorganger lijkt te zijn vermoord en er is van alles niet pluis in het afgelegen en streng bewaakte huis waar de entourage verblijft.
Met Roman Polanski aan het roer verwacht je dan een bloedstollende thriller. McGregor en Williams acteren inderdaad met de koele intensiteit die dat genre verlangt, maar Brosnan schmiert er zoals altijd op los en Cattrall blijft toch vooral Samantha uit Sex and the City. De sfeer in de film hinkt daarom voortdurend op twee gedachten. Het op het oog intelligente plot zakt bij de ontknoping zelfs in elkaar.
Maar dan heb je wel twee uur vakkundig vermaak achter de rug. De dialogen zijn erg sterk, iets wat je bij thrillers niet vaak overkomt (doorgaans te uitleggerig). Cameravoering en montage zijn dik in orde. Geen must-see, maar zeker geen straf om te zien.

Vincere gaat over Ida Dalser, de minnares van Benito Mussolini, wier hysterische toewijding een risico wordt voor de Duce in wording, zodat hij haar laat opsluiten in een psychiatrische inrichting. Hun zoon brengt hij bij de nonnen onder. Daar kun je een mooie film van maken.
Dat is regisseur Marco Belocchio niet gelukt. Er wil maar geen lijn komen in de losse scènes, die doorsneden zijn met historische beelden. Naar mate hoofdrolspeelster Giovanna Mezzogiorno gekwelder in de camera kijkt, krijg je steeds meer sympathie voor Mussolini’s besluit haar te lozen. En dan moet je ook nog naar ellenlange, schaduwrijke seksscènes turen.
Kortom, Vincere is veel geschreeuw en weinig wol. Ik verliet de bioscoop vooral verbijsterd om de historische opnames van Mussolini’s toespraken, die alleen maar als potsierlijk te kenschetsen zijn. De hysterie had indertijd niet alleen Ida Dalser in de greep, maar het halve Italiaanse volk.

Meer nog dan Cormac McCarthy’s roman grijpt de film van The Road je naar de strot. De vader en zoon die proberen te overleven in een apocalyptisch landschap, waar mensenvlees het best voorradige voedsel is, strijden niet alleen om het behoud van hun leven, maar ook van hun waardigheid.
De beelden maken dat verhaal des te indringender, zodanig zelfs dat (her)lezen van de roman weinig toegevoegde waarde meer heeft. McCarthy’s boek is stilistisch briljant, maar zit minder op de huid van de personages, omdat de emoties eruit gefilterd zijn. De film heeft diezelfde constaterende toon, maar in de gezichten van de vader en zoon (overtuigend gespeeld door Viggo Mortensen en Kodi Smit-McPhee) valt meer te lezen dan in de letters van het boek.
Kortom, een indrukwekkende film, maar plan hem niet als onderdeel van een gezellig avondje uit. Je zult namelijk een grote neiging krijgen naar huis te gaan om in bed wakker te liggen.

Eigenlijk is Bad Blake, de verlopen countryzanger over wie Crazy Heart gaat, een ongelukkige versie van The Dude, de rol die Jeff Bridges de rest van zijn leven zal aankleven. Waar The Dude ontspoord maar ontspannen in het leven stond, worstelt Bad Blake met zijn carrière, de liefde en de jonge muzikant, ooit zijn leerling, die hem van de troon gestoten heeft.
De vergelijking dringt zich ook op met Randy the Ram uit The Wrestler, ook een oude professional die zich steeds meer moet oppeppen voor het kunstje dat hij al jaren verricht, in de wetenschap dat hij oud is, en zo goed als afgeschreven. Crazy Heart is echter minder cynisch. Het gaat niet goed met Bad Blake, maar je hebt voortdurend het gevoel dat het nog goed zou kunnen komen.
Dat gevoel is de verdienste van Jeff Bridges, die de zanger precies op het randje neerzet: een geloofwaardig personage waarmee het tot ver in de film alle kanten uit kan. Ook Maggie Gylenhaal als love interest weet precies de sfeer te vinden die aarzelt tussen hoop en treurnis. Voeg daaraan het prachtig desolate landschap van New Mexico en Texas toe, en je hebt een aangename film over mensen die het veel tegenzit, maar toch het beste van hun leven proberen te maken.

De originele Bad Lieutenant is een inktzwart drama over een drugs- en gokverslaafde politieman die, als hij de zaak moet onderzoeken van een bruut verkrachte non die de daders vergeven heeft, op zoek gaat naar verlossing en die op een weinig opwekkende manier vindt. Het is een hechte, vrij trage film, met maar een paar subplots en een constante, troosteloze sfeer.
Ik was dus totaal op het verkeerde been gezet, toen ik naar de bioscoop ging voor de nieuwe Bad Lieutenant, met Nicholas Cage in de hoofdrol, en een film te zien kreeg die bij vlagen op een Tarrantino-achtige wijze humor en geweld mengt. Er zijn nogal wat (onwaarschijnlijke) subplots en de toon is veel minder wanhopig. Cage acteert perfect binnen de sfeer van de film, maar bereikt niet de diepten waar Harvey Keitel als de eerste inspecteur naar zonk.
De inspecteur van Cage toont zich regelmatig van zijn goede kant, en heeft mensen die om hem geven, terwijl die van Keitel volstrekt eenzaam en gewetenloos is in zijn handelen. Zijn inspecteur is weliswaar miserabeler, maar mede daardoor ook consequenter. Voor mij blijft Keitel dan ook de echte bad lieutenant.