Heel veel mooie landschappen passeren in The Way Back, de film over een groep gevangenen die in de Stalintijd uit een Siberisch kamp ontsnappen, door de ijzige bossen trekken, de Gobi woestijn, de Tibetaanse hoogvlakte en tenslotte de Himalaya naar India, waar de vrijheid hun wacht. Die landschappen zijn ook de belangrijkste attractie van de film, die nogal uitleggerig is en een tenenkrommend slot kent.
Hoezeer de acteurs ook hun best doen om af te zien tijdens de vele ontberingen, ze slagen er niet in hun tocht boven het niveau van een stevig schoolreisje uit te tillen. De meedogenloze natuur tekent zich simpelweg niet in hun gezichten, zoals in films als Atanarjuat en Himalaya, met lokale hoofdrolspelers die echt weten hoe het voelt als je jaren achter elkaar extreme omstandigheden moet doorstaan.
Niettemin is The Way Back goed te genieten. De landschappen inspireren en als je een beetje door het plot heenkijkt, kan het gegeven van de vlucht behoorlijk met je verbeeldingskracht aan de haal gaan.

De camera staat bijna nooit stil in Fair Game, de film over de affaire Plame, waarbij de eerste regering Bush een onwelgevallige diplomaat strafte voor een kritisch artikel over de Tweede Golfoorlog door de identiteit van zijn vrouw als CIA-agent te lekken.
De film kiest onomwonden voor het perspectief van Joe Wilson en zijn vrouw Valerie Plame. Zij hebben officieel onderzoek gedaan naar massavernietigingswapens in Irak en zijn tot de conclusie gekomen dat die er niet zijn. Dat is informatie die de regering slecht uitkomt, want de oorlog moet er komen. Dus wordt alles in het werk gesteld om het echtpaar in een kwaad daglicht te stellen. De eenling tegen de macht – het is een bekend succesgegeven in Hollywood-thrillers.
En daar zit ook een beetje het manco van de film: het wil maar geen thriller worden, ondanks de snelle camerawisselingen en opzwepende muziek. Aan het gegeven ligt dat niet. De makers hebben simpelweg teveel in één film willen proppen, zodat er geen ruimte is om naar hoogtepunten toe te werken. Het resultaat is een aardige, maar vrij vlakke film, gedragen door uitstekend acteerwerk van Naomi Watts en Sean Penn, die er wel goed in slaagt verontwaardiging op te roepen over deze kwalijke episode in de Amerikaanse geschiedenis.

Amerikanen voelden zich massaal bekocht na het zien van The American, een kruising tussen een thriller en een neuzelfilm over het platteland met George Clooney in de hoofdrol (die daarin een seksscène zou spelen, maar daar is in de film weinig van te merken). Dat komt omdat ze lekker gemaakt waren met de paar scènes die aan een echte thriller doen denken.
In werkelijkheid is het een vrij slome film over een huurmoordernaar die onderduikt in een Italiaans dorpje en probeert daar geen vrienden te maken, hetgeen mislukt. Hij hecht zich aan een priester en een hoertje. Ondertussen werkt hij aan een precisiegeweer voor een mysterieuze opdrachtgeefster.
Hoewel het plot hinkt op twee onverenigbare gedachten en er beroerd geacteerd wordt, ook door George Clooney, die nu eenmaal moeite heeft met humorloze rollen, is The American een onderhoudende film. Maar dan moet je er niet met hooggespannen verwachtingen voor gaan zitten.

Gordon Gekko is vooral bekend om deze speech uit de eerste Wall Street film, die dateert uit 1987. Nu is er een vervolg, geïnspireerd door de bankencrisis van 2008. Regisseur is opnieuw Oliver Stone, een garantie dat er van dik hout planken gezaagd gaat worden.
Het verhaal draait om een jonge bankier, die iets heeft met Gekko’s dochter. Het getrut van die twee, beroerd geacteerd door twee jongelingen die we snel weer zullen vergeten, vult een onaangenaam groot deel van de film, die pas opleeft op het moment dat Michael Douglas als Gordon Gekko in beeld komt.
Nog meer dan in de eerste film straalt Douglas spelplezier uit. Gekko is het type man waarvan je denkt: jij deugt niet, maar ik mag jou wel – een charmante boef. Ook Josh Brolin als schurk, Susan Sarandon als moeder en Eli Wallach als oude bankier zijn een genot om naar te kijken – en maken de film de moeite waard om te gaan zien.

El secreto de sus ojos gaat over een gepensioneerde officier van justitie, die besluit een boek te schrijven over de geruchtmakende zaak van een verkracht en vermoord meisje ten tijde van de Argentijnse dictatuur. Een fraaie setting voor een psychologische thriller.
De film schakelt soepel heen en weer tussen heden en verleden, zodat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon indertijd al geobsedeerd was door de zaak, die hij zelf opgelost heeft. De spanning zit dan ook niet in de zoektocht naar de dader, maar in een ander geheim, dat zich langzamerhand ontvouwt.
Er wordt goed geacteerd, zelfs zo goed dat enkele uiterst komische scènes volkomen natuurlijk opgaan in de serieuze toon van de film en ook de romantische verhaallijn tussen de officier en zijn baas geloofwaardig blijft. Dat is ook een beetje het probleem: El secreto de sus ojos is zo vaardig gemaakt dat het allemaal wat gladjes wordt. Goede film, maar niet eentje die bijblijft.

Toen bij een drugsscène White Rabbit klonk, wist ik het zeker: Brooklyn’s Finest van regisseur Antoine Fuqua hangt aan elkaar van de clichés. De film volgt drie agenten die allen toegeven aan de verleiding om zich niet te gedragen zoals een agent siert.
Eentje vermoordt drugsdealers omdat zijn vrouw astma krijgt van de vermolmde lucht in zijn huis en hij dus wil verhuizen. De tweede is undercover en gaat wel erg in zijn dekmantel op, terwijl de derde onverschillig voor de gebeurtenissen om hem heen op zijn pensioen afkoerst (gespeeld door Richard Gere, de enige die een beetje fatsoenlijk acteert). Een en ander gaat gepaard met heel veel geknal.
Want dat is Brooklyn’s Finest: een twee uur lange adrenalinestoot. Daardoor valt het rammelende scenario pas op als je weer buiten staat en je afvraagt waar het eigenlijk over ging. Maar goed, in zijn categorie zeker niet de slechtste.
Net als in The Matrix, dat voor een aanzienlijk deel als voorbeeld van Inception mag gelden, is aan het begin van de film een meester-leerling scène nodig om de context van het verhaal uit te leggen en en passant enkele filmische hoogstandjes te tonen.
In dit geval laat meester-dromendief Cobb (Leonardo di Caprio) aan nieuweling Ariadne (Ellen Page, bekend als hoofdrolspeelster van Juno) zien hoe mensen in een collectieve droom kunnen belanden en daar elkaars onderbewuste manipuleren. De klus waar ze samen voor staan is de erfgenaam van een groot energieconcern de gedachte ingeven om het bedrijf op te splitsen.
De film speelt zich af in een vliegtuig, waar de erfgenaam een slaapmiddel in zijn drankje krijgt en elektronisch in een collectieve droom gebracht wordt. In die droom wordt hij ontvoerd, maar omdat hij een training tegen dromendiefstal heeft ondergaan, proberen agenten hem neer te schieten. Wie sterft in een droom, ontwaakt daar namelijk uit. In de droom wordt de erfgenaam opnieuw in een droom gebracht, waar hij in een vriendelijker omgeving belandt. Daar overreedt Cobb hem in een aan James Bond ontleende derde droomlaag te stappen, waarin hij een kluis van zijn vader moet openen. Alsof dat niet ingewikkeld genoeg is, interfereert ook nog eens een persoonlijk trauma van Cobb alle dromen.
Het is de verdienste van regisseur Christopher Nolan dat hij dit complexe verhaal toch inzichtelijk weet te houden door tussen de verschillende droomlagen heen en weer te schakelen. Pas helemaal aan het eind zaait hij welbewust verwarring met een aantal dubbelzinnige scènes. Een seconde voor een draaiend tolletje uitsluitsel zou moeten geven, is de film afgelopen. Briljant.

Mr. Nobody is een filmische uitwerking van de natuurkundige begrippen entropie en multiversum. Nemo Nobody wordt als negenjarige voor een onmogelijke opgave gesteld: blijft hij bij zijn vader of gaat hij mee met zijn moeder? Hij besluit het allebei te doen.
Vanaf dat moment leidt hij meerdere parallelle levens, die ook later nog splitsen afhankelijk van de keuzes die hij maakt. Leidend zijn de drie liefdes van zijn leven. De film vertelt alles door elkaar heen, niet eens in chronologische volgorde – en dan ook nog eens vanuit het perspectief van de 117-jarige Nemo, die de laatste sterfelijke mens op aarde is geworden en zich al die parallelle levens lijkt te herinneren.
Ja, dat is ingewikkeld. Waarschijnlijk moet je hem meerdere keren zien om alle eindjes aan elkaar te knopen, ook al omdat regisseur Jaco Van Dormael er enorm de vaart in houdt en een waaier aan stijlmiddelen hanteert. De film is al met al meer een intellectuele dan een emotionele ervaring. Hij duurt ook wat te lang: op een gegeven moment ben je als kijker sufgebeukt met surreële wendingen.
Hoewel Mr. Nobody veelvuldig refereert aan The Matrix en 2001 a Space Odissey moest ik vooral aan Eternal Sunshine of the Spotless Mind denken (al is die beter), waarschijnlijk vanwege de stortvloed van verbeeldingskracht. Ook Mulholland Drive kwam in me op, net als de roman Cloud Atlas van David Mitchell. Films als puzzels, ik houd er wel van, zeker als ze visueel overweldigend zijn zoals deze.

Air Doll is een Japanse film naar een manga over een sexpop die tot leven komt en de wereld gaat verkennen. Moeizaam spreekt ze haar eerste woordje (‘mooi…’), maar even later heeft ze ondanks gebrek aan kennis over films al een baantje in een videotheek die zo te zien geen personeelsgebrek heeft. Natuurlijk wordt ze verliefd, slaat ze lek op een scherp randje en laat ze zich gebruiken waarvoor ze bedoeld is.
Actrice Bae Doona, met de grote ogen van Audrey Tautou, zet een sterke prestatie neer. Regisseur Hirokazu Koreeda brengt alles stijlvast in beeld. Mooie details, fraaie scénes, subtiele symboliek over de leegte van het leven – alles klopt. Alleen is het gegeven, bij gebrek aan een serieus plot, te mager voor een film van bijna twee uur. Jammer.

Ghost Writer gaat over een schrijver (Ewan McGregor) die in de huid van een gewezen Britse premier (Pierce Brosnan) moet kruipen om diens biografie te schrijven en daarbij te maken krijgt met twee vrouwen, namelijk de echtgenote (Olivia Williams) en de assistente/minnares (Kim Cattrall). Zijn voorganger lijkt te zijn vermoord en er is van alles niet pluis in het afgelegen en streng bewaakte huis waar de entourage verblijft.
Met Roman Polanski aan het roer verwacht je dan een bloedstollende thriller. McGregor en Williams acteren inderdaad met de koele intensiteit die dat genre verlangt, maar Brosnan schmiert er zoals altijd op los en Cattrall blijft toch vooral Samantha uit Sex and the City. De sfeer in de film hinkt daarom voortdurend op twee gedachten. Het op het oog intelligente plot zakt bij de ontknoping zelfs in elkaar.
Maar dan heb je wel twee uur vakkundig vermaak achter de rug. De dialogen zijn erg sterk, iets wat je bij thrillers niet vaak overkomt (doorgaans te uitleggerig). Cameravoering en montage zijn dik in orde. Geen must-see, maar zeker geen straf om te zien.