Tot over de helft van Avatar kun je als argeloze bioscoopbezoeker niet anders dan zwaar geïmponeerd zitten kijken naar het epos dat regisseur James Cameron opdient. De planeet Pandora, waar het verhaal zich afspeelt, is met zijn geografie, flora en fauna meer dan indrukwekkend – alleen al daarom moet iedereen de film gaan zien.
Ook het verhaal begint goed. Een van de aarde afkomstig mijnbouwbedrijf wil een stam lokale Na’vi verplaatsen, omdat zich onder hun eeuwenoude stamboom een rijke laag mineralen bevindt. Aan marinier Jake Sully, als ‘bestuurder’ van een kunstmatig Na’vi lijf, is het om de stam tot verhuizing aan te zetten en al doende informatie in te winnen hoe de boom kwaadschiks vernietigd kan worden. Naar mate hij meer in de Na’vi cultuur wordt ondergedompeld, verschuift echter zijn loyaliteit.
In de apotheose gaat het echter fout. Sully wordt de leider der Na’vi en zet hen aan tot een oorlogsstrategie op Amerikaanse leest, hetgeen tot een gewelddadige shoot-out leidt met veel explosies en wapengekletter. De ultieme oplossing komt echter van moeder natuur, daartoe opgeroepen door Sully – alsof de Na’vi dat niet zelf hadden kunnen verzinnen. De boodschap van het verhaal is zo toch dat de nobele wilden in al hun harmonie met de natuur niet voor zichzelf kunnen zorgen en de hulp van een Amerikaan nodig hebben om het kwaad te bestrijden.
Uiteindelijk ontroert Avatar daarom niet, noch komt de milieu-boodschap echt over. Het is een actiefilm met bordkartonnen personages. Maar het bombardement van oogsnoep maakt dat meer dan goed.

De recensie had me gewaarschuwd dat de Amerikaanse remake van de Deense film Brødre van een happy end voorzien was. Nou zal ik dat einde niet verklappen, maar om het nou happy te noemen… Veel meer dan het vooruitzicht op nog een leven lang ellende en schuldgevoelens kan ik er niet van maken.
De film gaat over de Amerikaanse militair Sam, die in Afghanistan omkomt. Zijn broer Tommy ontfermt zich over weduwe en kinderen. Sam is echter niet omgekomen, maar gegijzeld door de taliban. Zwaar getraumatiseerd keert hij terug in een gezin dat hem eigenlijk al achter zich gelaten had. Ja, daar kun je een draak van een sentimentele film van maken.
Dat Brothers niettemin indruk maakt, komt door het strakke acteerwerk van Jake Gyllenhaal, Tobey Maguire, Natalie Portman en de rest van de cast. Er worden de nodige tranen geplengd, maar het spel is verder kaal en ingehouden genoeg om de kijker op zichzelf terug te werpen.
Een paar keer tijdens Terribly Happy, de Deense thriller over een politieagent uit Kopenhagen die naar de provincie wordt overgeplaatst, heb je het gevoel in een droomsequentie van hoofdpersoon Robert beland te zijn. Hij is tenslotte gestopt met het slikken van zijn pillen. Steeds weer blijkt het de werkelijkheid te zijn die een bizarre wending heeft genomen.
Het plot mag nauwelijks naam hebben. Robert moet zich als buitenstaander een plek verwerven in de gesloten gemeenschap, waar iedereen zijn geheimen lijkt te hebben. Het bouwwerk van onbenullige intriges begint zich te ontrafelen als de mishandelde vrouw van krachtpatser Jørgen dekking zoekt achter Roberts rug. Althans, dat lijkt zo, want eigenlijk wordt Robert zelf ook een man met geheimen.
Regisseur Henrik Ruben Genz weet de spanning goed op te bouwen. Vaardig balanceert hij op het randje van de absurditeit, waar humor en grimmige onvoorspelbaarheid elkaar ontmoeten. Voeg daar uitstekend acteerwerk bij en Terribly Happy is een meer dan geslaagde film te noemen.
Gisteren 9 gezien, de animatiefilm waarin jute poppen het opnemen tegen de machine die de menselijke beschaving vernietigd heeft. Het verhaal stelt niet zoveel voor, maar het was wel een prachtig gemaakt, fantasievol beeldenbombardement.

Het eerste kwartier van Public Enemies, de biopic van Michael ‘Miami Vice’ Mann over gangster John Dillinger, stuitert de camera in hoog tempo van de ene extreme close-up naar de andere, zodat je bij tijd en wijle de draad volledig kwijt bent. Dit alles met heerlijk stuwende blues van Otis Taylor, ‘Ten million slaves’.
Daarna neemt Mann gas terug, zelfs zozeer zelfs dat je tegen het einde denkt: schiet eens op, man. Op een gegeven moment weet je het namelijk wel met die eindeloos ratelende tommyguns en auto-achtervolgingen. Aan karakterontwikkeling doet Mann niet, tenzij je quasi-diepzinnige blikken en emotionele one-liners meetelt.
Johnny Depp krijgt als Dillinger nauwelijks de kans zijn talent te tonen, behalve in de ene scène waarin hij in vermomming het politiebureau binnenwandelt. De immer uitdrukkingsloze Christian Bale is beter op zijn plaats als dommige maar vastberaden fbi-agent. Alle andere acteurs zijn volstrekt inwisselbaar. Al met al een vakkundige actiefilm, maar als je buiten staat ben je hem vergeten.

‘Disgrace’ van J.M. Coetzee is een grimmig boek, dus toen ik naar de gelijknamige film ging, verwachtte ik geen feel good movie. Integendeel, Disgrace hakt erin, met zijn kale cinematografie, die de lotgevallen volgt van David Lurie, een arrogante literatuurprofessor die in ongenade valt op zijn faculteit na een onverkwikkelijke affaire met een studente.
Hij trekt zich terug op de kleine boerderij van zijn dochter Lucy, waar hij geconfronteerd wordt met de rauwe realiteit van het nieuwe Zuid-Afrika. De zwarte knecht Petrus heeft er de feitelijke macht, en als Lurie zich daartegen verzet, worden hij en zijn dochter hardhandig op hun plaats gezet. De professor moet diep door het stof voor hij weer een bestemming vindt in zijn leven.
Met een film die zo trouw blijft aan een briljante, verontrustende roman kan sowieso al weinig mis gaan. Maar de prestatie van John Malkovich als professor is zo sterk dat hij echt onder de huid gaat zitten. Ook de rest van de cast zet overigens een topprestatie neer. Aan Jessica Haines zie je niet af dat Lucy haar eerste filmrol is. Kudo’s dus ook voor regisseur Steve Jacobs, die de film groot maakte door het acteerwerk klein te houden.

Als film laat Sunshine Cleaning, over twee zussen, Rose en Norah, die een schoonmaakbedrijf voor misdaadlocaties beginnen, zich het best vergelijken met Juno, over een ongewenst zwangere tiener. Beide films zweven tussen humor en drama in, zonder dat het ongemakkelijk tegen elkaar aan gaat wrijven. Dat is een prestatie op zich.
Dat Sunshine Cleaning het tegen Juno aflegt, komt vooral door de veelheid aan overbodige verhaallijnen, met name over de garnalenhandel van de vader en de schoolproblemen van Rose’s zoontje. Zo blijft er minder ruimte over voor de karakterontwikkeling van de hoofdrolspeelsters. Al met al een sympathieke maar weinig memorabele film.

Anderhalf uur duurt ‘De laatste dagen van Emma Blank’, de nieuwste film van Alex van Warmerdam, maar het lijkt veel langer. Daarmee is meteen het grootste euvel van de film genoemd, die verder bevolkt wordt door de gebruikelijke Van Warmerdam personages: ongebreidelde egoïsten die niets leuker vinden dan elkaar kwetsen.
In dit geval gaat hem om de stervende Emma Blank, die haar familie een vernederend toneelstukje laat opvoeren als haar bedienden, met het vooruitzicht van een grote erfenis. Onredelijke eisen en verwijten (“Ik wil nu een paling. (…) “Wie geeft er nou een paling aan een zieke vrouw?”) volgen elkaar op in een kneuterig huis aan de duinen. Het gewelddadige einde laat zich voorspellen.
Toch overtuigt ‘Emma Blank’ minder dan Van Warmerdams eerdere werk. Het is uiterlijk goed verzorgd, maar traag, en de personages missen in hun botheid de spontaniteit van ‘Abel’ en ‘Kleine Teun’. Misschien ligt het niet aan Van Warmerdam en is de Nederlandse filmfinanciering minder ingesteld op improvisaties dan vroeger, maar jammer is het wel.

Welke gedaante ze ook aannemen, vampierfilms blijven iets potsierlijks houden. Let the right one in is in zijn kern een romantische tienerfilm in de traditie van Fucking Åm:ål, met als draai dat de kalverliefde hier ontluikt tussen het bleke, gepeste jongetje Oskar en de bloeddorstige doch kwestbare vampirette Eli, die al heel erg lang twaalf jaar oud is.
Het plot zal ik niet navertellen, behalve dat het veel om de praktische kanten van het vampierschap gaat, zoals het wegmoffelen van lijken en de eenzaamheid van een leven in duisternis. De tradities worden niet geheel nageleefd. Zo is het algemeen bekend dat vampiers schaduw noch spiegelbeeld hebben, maar Eli heeft beide.
Kortom, een onconventionele vampierfilm, die het horrorgenre op een nieuw spoor kan zetten, maar in breder perspectief niet zo heel bijzonder.

‘De voorlezer’ van Bernhard Schlink is zo’n gehypt boek waarvan je na enige tijd nog wel weet dat je het gelezen hebt, maar geen flauw idee meer hebt waar het over ging. Ik kon dus onbevangen naar de film gaan. Gaandeweg kwam weer in me boven hoe ongerijmd het verhaal is.
Centraal staat SS-kampbeul Hanna Schmitz, die analfabeet is en het morele inzicht van een zak hooi heeft, maar zich niettemin graag laat voorlezen uit de wereldliteratuur. Na de oorlog begint ze een relatie met de twintig jaar jongere Michael Beck, die pas later haar verleden achterhaalt maar zijn hele leven van haar blijft houden, ook als ze wegens oorlogsmisdaden een levenslange straf uitzit.
In de film wordt heel veel getormenteerd gekeken, onder meer op magistrale wijze door Kate Winslet als Hanna (die er een Oscar mee won). Na het trage begin komt er ook vaart in het verhaal, maar het blijft uiteindelijk ook deze keer allemaal te afstandelijk en te bedacht om te beklijven.