
Clint Eastwood is een oude man geworden, al ziet hij er bepaald niet uit alsof hij elk moment de geest kan geven. Verbeten moppert hij zich door Gran Torino heen, de zoveelste film op rij waarin hij zijn vakmanschap als acteur en regisseur bewijst.
Het gegeven is simpel: maak een koppige racist en een Aziatisch gezin buren en laat de karakters naar elkaar toe wrijven, onder invloed van een stel gangsters waar beiden last van hebben. Het verhaaltje heeft niet zo veel om het lijf. Je zou kunnen zeggen dat het van de clichés aan elkaar hangt. Het doet er niet toe, want het gaat er vooral om Eastwood een platform te geven om een karakter neer te zetten.
Hoewel je het vooraf niet zou zeggen, is Gran Torino vooral een erg grappige film. Het kunstje van de ontdooiende racist is natuurlijk vaker vertoond, maar Eastwood herhaalt het met verve, zonder te schmieren. De humoristische en dramatische scènes vloeien daardoor naadloos in elkaar over. Een aanrader om nog snel te gaan zien voor hij uit de bioscoop is.

Pas helemaal aan het eind van het tweede deel krijgt Che, de verfilming van Che Guevera’s junglejaren in Cuba en Bolivia, iets enerverends. De gevechtsscès worden spannend en de hoofdpersoon krijgt menselijke trekken. Dan heb je je als kijker echter al door bijna vier uur verschrikkelijk bloedeloze film heen geworsteld, die zonder hoofdrolspeler Benicio del Toro ondraaglijk geweest zouden zijn.
Degelijk is het tweeluik ongetwijfeld, precies geresearched, vakkundig geregisseerd en geacteerd, enzovoort. Het gegeven van het eerste deel, de verovering van Cuba door een zootje ongeregelde guerilla’s, zou garant moeten staan voor een enerverende film, maar het blijft steken in getrut in de jungle en afstandelijk gefilmde straatgevechten. Het tweede deel, over een volstrekt tot mislukken gedoemde guerilla in Bolivia, is even doelloos als de onderneming die ze beschrijft.
Ondertussen krijg je een portret voorgeschoteld van een eendimensionale man die er extreem rechtlijnige rechtvaardigheidsideeën op nahoudt en waar hij maar even de kans krijgt zijn dokterskoffer tevoorschijn haalt om medisch onderbedeelde boeren zijn edele karakter te kunnen tonen. Pas tegen het eind van de film manifesteren zich wanhopige trekjes, die hem een menselijk gezicht geven en tot een interessant karakter maken. Daarop is het wel heel lang wachten.

Een eindje over de helft van Tokyo Sonata verschijnt ineens de tekst ‘drie uur eerder’ in beeld. Het is het sein voor de totale ontsporing van de film, die tot dan toe een naturalistische vertelling is over een gezin waarin iedereen geheimen heeft. Vader is ontslagen, moeder heeft haar rijbewijs gehaald, de oudste zoon wil in het Amerikaanse leger en de jongste heeft pianolessen. De desintegratie van het gezin vraagt om een climax.
Die komt in de vorm van een overvaller, die moeder ontvoert. Het overdreven acteerwerk, het grijze filter over de camera en de epische symboliek die dan hun intrede doen, zijn vermoedelijk een hommage van regisseur Kiyoshi Kurosawa aan de beroemde samoeraifilms van zijn naamgenoot Akira, maar ze zijn volkomen misplaatst. Aan het eind herpakt de film zich, wanneer het gezin toch weer samen aan tafel belandt, maar dan is het te laat. Gevalletje overmoed.

Frozen River is een kleine Amerikaanse film, met onbekende acteurs, over een moeder die uit geldgebrek besluit mee te doen met mensensmokkel tussen Canada en de VS. Dat doet ze door met haar auto in een indianenreservaat, waar de politie beperkte jurisdictie heeft, de bevroren St Lawrence River over te rijden.
Wat je tijdens deze nogal trage film toch voortdurend op het puntje van je stoel doet zitten, is de wetenschap dat dit niet het soort verhaal is dat per se goed afloopt. De ene na de ander mogelijke ellendige wending doet zich voor. Als het dan toch mis gaat, ben je haast opgelucht omdat het veel erger had kunnen aflopen. Knap gedaan van debuterend regisseur Courtney Hunt.

Als je, in positieve of negatieve zin, niet zoveel hebt met homorechten, is Milk weinig meer dan een aardige biopic over Harvey Milk, de eerste openlijk homoseksuele politicus van de Verenigde Staten. De film lijdt een beetje aan proppen, maar dat krijg je nu eenmaal als je een heel leven in twee uur probeert samen te vatten. Ook de structuur van de film, die begint met de moord op Milk en dan in lange flashbacks diens leven vertelt, volgt de conventionele aanpak van dit soort films.
Dat Milk er niettemin bovenuit steekt, is te danken aan Sean Penn, die een geweldige Harvey Milk neerzet, nerveus, onzeker, vastberaden, wanhopig, verliefd, koppig, uitbundig – het hele scala aan emoties komt voorbij zonder dat het geforceerd overkomt. Erg knap.

Nooit gedacht nog eens iets te zullen opsteken van een film met Tom Cruise. Ik wist namelijk niet dat de aanslag door Claus von Stauffenberg op Adolf Hitler het begin was van een staatsgreep die een heel eind kwam – maar ook weer niet zo ver als de film Valkyrie wil doen geloven.
Al met al is Valkyrie een degelijke oorlogsfilm zonder grote hoogte- of dieptepunten. Cruise speelt zijn ijzige zelf en dat geldt eigenlijk voor alle acteurs. De speciale effecten vallen allemaal netjes op hun plek. Meer dan een avondje vermaak is het niet, de kleine geschiedenisles niet meegeteld.

Eigenlijk had ik nog een gloedvolle aanprijzing willen schrijven over Slumdog Millionaire, maar inmiddels heeft dit Bollywood-sprookje acht Oscars gewonnen, dus nodig is het niet echt meer. Normaalgesproken ben ik niet zo van het melodrama, maar het plot van deze film zit zo knap in elkaar dat het goed te pruimen is.
Het verhaal is op zich simpel: weesjongetje in de sloppenwijken van Mumbai wordt verliefd op weesmeisje, ze verliezen elkaar uit het oog en hij geeft zich op voor een landelijke quiz-show om het contact met haar te herstellen. Door een handig gebruik van stijlvormen – de film is een dubbele raamvertelling rond de opeenvolgende vragen van de quiz en het politieverhoor van de hoofdpersoon omdat hij van fraude verdacht wordt – weet regisseur Danny Boyle echter genoeg spanning en humor in het verhaal te brengen om twee uur lang te boeien.
Daar komt een opzwepend gebruik van muziek bij dat ook Boyle’s succesfilm Trainspotting kenmerkte, mooie tempowisselingen en authentieke overacting door de jeugdige acteurs. Dit had met gemak een draak van een film kunnen worden, zo blijkt uit de trailer. Dat Boyle er een cinematografisch hoogstandje van maakt is een verdienste een Oscar waardig. Jai ho!

‘The Wrestler’ is geen doorsnee sportfilm, waarin de held na de nodige moeilijkheden tegen alle verwachtingen in toch kampioen wordt. Randy the Ram is een verlopen kampioen – een rol waar Mickey Rourke waarschijnlijk een Oscar voor gaat krijgen – die financieel en emotioneel nauwelijks het hoofd boven water kan houden.
Buiten enkele onsmakelijke worstelscènes is ‘The Wrestler’ een ingetogen film, met heel veel gevoel voor detail. Zo heeft Randy aan het begin van de film nog geld om zijn haar te laten blonderen en onder de zonnebank te kruipen, maar moet hij later zijn toevlucht nemen tot tubetjes. De mooiste en tegelijk treurigste scène is het moment waarop Randy, met hygiënisch haarnetje, voor het eerst de vleeswarenafdeling betreedt van de supermarkt waar hij werkt.
Maar genoeg over de sterke prestatie van Rourke. In alle recensies onderbelicht blijft de mooie rol van Oscarwinnares Marisa Tomei als stripper op leeftijd Cassidy, bij wie Randy hulp zoekt om de verstoorde relatie met zijn dochter vlot te trekken. Als regisseur Darren Aronofsky de rol van Cassidy iets verder had uitgediept, had ‘The wrestler’ in de buurt van ‘Million dollar baby’ kunnen komen.

Tijdens het filmfestival had ik al een wrang-absurde film met Bouli Lanners gezien, en dat was goed bevallen, dus ging ik ook naar Eldorado, waarvan hij zowel hoofdrolspeler als regisseur is. Opnieuw is Wallonië de achtergrond van een troosteloze tragikomedie.
Het verhaal begint als Yvan, die zijn geld bij elkaar schraapt met het opknappen van oude auto’s, ‘s avond thuis komt en junk Elie onder zijn bed vindt. Elie is gewapend met een mes en weigert onder het bed vandaan te komen. Omdat Yvan de politie er niet bij wil halen – in de tussentijd zou Eli kunnen ontsnappen – ontstaat een patstelling die pas wordt opgelost als beiden het op een akkoordje gooien.
Wat daarna volgt is een bizarre tocht waarin Yvan besluit Elie naar zijn ouders te brengen. Ze krijgen autopech, komen rare types tegen – kortom alle ingrediënten van een goede roadmovie zitten erin. Gaandeweg zakt de humor echter weg uit de film en doet Lanners zelfs een poging enige diepgang aan zijn karakter te geven.
Dat had hij beter niet kunnen doen, want de psychologie van de koude grond over Yvans overleden broertje doet afbreuk aan het verhaal. Tot dan toe had de kijker genoeg aan de handeling en schurende dialogen, maar nu wordt hij ineens uitgenodigd de innerlijke Yvan te beschouwen. Er waren subtielere en evenwichtigere methoden geweest om het zwarte randje aan Yvans leven dikker aan te zetten.

Wegens drukte zitten er dit jaar niet meer dan drie films in tijdens het IFFR, vrees ik. Gisteren zag ik eerst ‘Left handed’, een impressionistische film in Japan over een puber die zich opsluit in zijn kamer en er anderhalf jaar lang niet uitkomt. Dat was een hele zit.
Normaalgesproken ga ik alle Indonesische films zien, maar dat zijn er dit jaar nogal wat, dus ik hield het bij ‘Takut‘ (Indonesisch voor ‘bang’), een verzamelfilm met zes horrorverhalen, die helaas voor het belangrijkste deel aftreksels zijn van westerse voorbeelden met vampiers, zombies en kettingszagen. Het beste deel ‘Incarnation of Naya’ blijft het dichtst bij de roots, door een modern meisje op te voeren dat niets moet hebben van de rituelen van voorouderverering in haar familie. Drie keer raden wie er een bezoekje krijgt.
De leukste van het stel was ‘Louise Michel’, over Louise die haar ontslagpremie en die van haar collega’s bij elkaar legt om would be huurmoordenaar Michel in te schakelen, die op zijn beurt kankerpatiënten inzet als zelfmoordcommando’s. Crue humor op Waalse leest, in de traditie van ‘C’est arrivé près de chez vous’, waarin Benoît Poelvoorde ook al schitterde.