
Onlangs belandde een dun boekje op mijn bureau, ‘The tragedy of Edward Teller’. Het is een toneelstuk in twee bedrijven over de Joods-Hongaars-Amerikaanse natuurkundige die te boek staat als de vader van de waterstofbom en als een lastige ijdeltuit. Teller – even snel voor degenen die hem niet kennen – was een natuurkundige in de beste Duitse traditie, een leerling van Werner Heisenberg, die voor de nazi’s naar Amerika vluchtte en daar een rol kreeg in het Manhattan project om de atoombom te ontwerpen.
Veel van zijn collega’s kregen na de bommen op Hiroshima en Nagasaki pacifistische trekjes. Teller niet. Hij vond communisten net zo erg als nazi’s. Daar maakte hij geen vrienden mee, zeker niet toen hij tijdens de communistenjacht voor de Amerikaanse senaat getuigde tegen de leider van het Manhattan-project, Robert Oppenheimer. Ondertussen werd Teller een van de leidende breinen achter de ontwikkeling van de waterstofbom. Hét brein, vond hij zelf, hoewel velen in zijn omgeving daar anders over dachten. Volgens sommigen stond hij model voor Stanley Kubrick’s dr. Strangelove.

Zelden doe ik lang over een boek, omdat bijna ieder hoofdstuk even tijd nodig heeft om te bezinken. Meer dan twee maanden ben ik bezig geweest met ‘The time of our singing’ van Richard Powers. Dat was geen tijdgebrek. Het was absorptie.
De roman, waarvan in Nederland net een goedkope editie is verschenen, gaat over de kinderen van een joodse fysicus en een zwarte zangeres. Niet wit, niet joods, niet zwart, vallen ze door alle definities heen. De roman gaat over ras, maar meer nog over muziek, het weefsel dat de familie bij elkaar houdt.
Powers heeft een weergaloze stijl, vol van soepele beeldspraak, een vanzelfsprekend maar toch verrassend plot en personages die tegelijk raadselachtig en levensecht zijn. Briljant. Waarvan akte.

Er kwam een brief van de stichting DBNL binnen. Nee, daar had ik ook nog nooit van gehoord. De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren heeft zich tot doel gesteld de Nederlandse literatuur via internet te ontsluiten. Ze zijn al een eindje op weg. Je kunt alle edities van roemruchte tijdschriften als Forum (1932-1935) compleet online lezen, maar ook talloze middeleeuwse boeken en het complete werk van onder meer Bredero, Busken Huet en Vondel. Een schatkamer.
Enfin, toen ze met Vondel klaar waren, dachten ze kennelijk: die Jongeneel heeft in Passionate ook een paar alleraardigste verhaaltjes neergepend. Die gaan we eens een brief schrijven of we ze ook in onze database mogen stoppen. Ik zou niet durven weigeren.

Primo Levi is de schrijver van ‘Is dit een mens?’, een aangrijpend onderzoek in romanvorm naar de betekenis van Auschwitz, waarvan hij een overlevende was. Onlangs stuitte ik op een tweedehands bundeltje met autobiografische verhalen, ‘Liefde en Meccano’.
In het titelverhaal probeert de elfjarige Primo zijn liefde voor Lidia duidelijk te maken, eerst door haar aan te zetten een postzegelverzameling te beginnen, zodat hij haar zegels uit zijn eigen verzameling cadeau kan doen, later door een ingewikkeld bouwwerk van Meccano voor haar te maken. Voor dat laatste roept hij de hulp in van de rouwdouwerige Carlo, die over een grote doos Meccano beschikt. Groot is zijn teleurstelling als Lidia weinig aandacht heeft voor de intellectuele prestatie die hij voor haar geleverd heeft. Carlo steelt de show met een paar postzegels in een cellofaantje.
Vanochtend zette ik het bundeltje op zijn plek in de boekenkast. Ineens drong een politieke metafoor tot me door, van een partij vol intellectuele hoogvliegers die moet ervaren dat het geliefde volk haar niet begrijpt. Ik schoof het boekje naast ‘Is dit een mens?’ Er waren zoveel belangrijker dingen om me druk over te maken.

De eerste stadsdichter van Rotterdam is een duo, dat ook nog eens voor de helft uit Amsterdam komt: de Woorddansers. Morgen exclusief in het AD, maar Jeroen en Arie verklapten het vanavond al tijdens een door henzelf georganiseerde poetry slam in Arminius.
Ze krijgen 65.000 euro per jaar te besteden en hebben al beloofd daar leuke dingen voor de stad van te gaan doen. Het stadsdichterschap was een cadeautje van de gemeenteraad voor dichter Manuel Kneepkens, die jarenlang in de raad zat voor de Stadspartij en bij de afgelopen verkiezingen afzwaaide, waarop zijn partij ook prompt uit de raad verdween.
De poetry slam van vanavond werd overigens gewonnen door Sven Ariaans, de nationaal kampioen van 2004. De tweede plek was voor de kampioen van 2006, Krijn-Peter Hesselink, die sommigen zich ook uit GroenLinkse/Dwarse context zullen herinneren.
Update 20 november: de Woorddansers komen compleet uit Rotterdam. Hoe deze fout zich in mijn geheugen genesteld heeft, is mij een raadsel. Excuses. En ze bestaan naast dichters Jeroen en Arie ook nog uit gitarist Ruud en dj Dennis.

Vanavond in Kriterion, de oude bioscoop aan het Stationsplein in Rotterdam, de veertiende aflevering van Nur Literatur, met optredens van Abdelkader Benali, Mark Boog, Saskia de Coster, Herman Koch, Ilja Leonard Pfeijffer, Robbert Welagen en Christiaan Weijts. Dat betekent een auteur, een katheder en een microfoon. Anders niets. En toch altijd weer boeiend genoeg om een volle zaal te garanderen.
Voor de liefhebbers van wat meer lawaai is vandaag de laatste dag van het Rotterdam Electronic Music Festival op diverse locaties in de stad. Zelden zal een eerste editie van een festival zoveel publiciteit gehaald hebben, het gevolg van uiterst professionele marketing door de twee initiatiefnemers dj Joachim Marijnen en voormalig Off_Corso voorman Michel Smit. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Oskar, de negenjarige hoofdpersoon uit ‘Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’, de jongste roman van Jonathan Safran Foer, heeft veel gemeen met zijn vierjarige naamgenoot uit ‘De blikken trommel’ van Günther Grass. De eerste Oskar speelt tamboerijn, de tweede trommelt. Allebei proberen ze ordening aan te brengen in het geweld van de volwassen wereld. Grass’ roman gaat voor een belangrijk deel over het nazisme, Foers roman over de aanslag op het WTC.
De vader van Foers Oskar is bij de terroristische aanslag om het leven gekomen. Oskar vindt een sleutel die zijn bezit was, en gaat in New York op zoek naar een zekere Black die hem zou kunnen helpen bij het vinden van het bijbehorende slot. Die zoektocht en de naam Black zijn ook literaire verwijzingen, om precies te zijn naar de New York trilogie van Paul Auster (een persoonlijke vriend van Foer). De hoofdmotieven van Foers roman zijn dus ontleend aan het werk van andere meestervertellers.
Dat had nog goed kunnen aflopen, als Foer niet ook nog eens de zoektocht van Oskar had doorsneden met een vrij hermetisch verhaal over hoe diens grootouders het bombardement van Dresden overleefden, en aan vormexperimenten. Het resultaat is geen slecht boek, maar wel een dat veel beter had gekund.

Krakatau, een van de leukste poëzietijdschriften van Nederland, is in een nieuw jasje gestoken. Het nieuwe vormgevingsduo, Meinhard en Nicole, heeft zo’n beetje de complete erfenis van het vorige duo om zeep geholpen. Ander formaat, ander papier, andere kleurstelling, nietje in plaats van gebonden. Het fraaie resultaat is zo compleet anders dat vergelijken zinloos is. Vanavond te koop tijdens het Krakatau-podium in Zaal de Unie, en in de betere boekhandel.
Ander nieuws van mijn ‘kindje’ Rotown Magic: morgenmiddag om twee uur vindt in de Rotterdamse bibliotheek de prijsuitreiking plaats van de eerste Comix Battle, de striptekenwedstrijd van Zone 5300. Juryvoorzitter Martin Lodewijk (bekend van Agent 327) wijst de gelukkige aan die ervandoor gaat met een pakket tekenmaterialen, een masterclass en een stapel strips.

In de zomer van 2005 voer ik met een vrachtboot van Haifa naar Athene. Aan boord viel werkelijk helemaal niks te beleven; ik mocht ook maar op een paar plekken komen. Gelukkig had ik ‘Sneeuw’ van Orhan Pamuk. Het boek hield me stevig in de greep, van het naturalistische begin tot het absurde eind. Terrorisme, hoofddoekjes, fel nationalisme, alle explosieve onderwerpen van het hedendaagse Turkije passeerden de revu. En daartussendoor speelde ook nog eens een tragische liefdesgeschiedenis. Het was zo absorberend dat ik weinig oog had voor de passerende Griekse eilanden.
‘Sneeuw’ is Pamuks meest toegankelijke roman. De andere zijn taaier leesvoer. Het leest langzaam, want Pamuk vergt veel concentratie van zijn lezers, maar als je de laatste bladzijde omslaat, heb je wel iets substantieels achter de kiezen. Mijn favoriet is ‘Het nieuwe leven’, ook een liefdesgeschiedenis, maar tegelijkertijd een verwarrende zoektocht naar identiteit. Als lezer raak je de logische draad al snel kwijt en toch blijft het fascineren.
Ongetwijfeld zal het gedoe om zijn persoon hebben meegespeeld bij de toekenning van de Nobelprijs vandaag, maar laat niemand vergeten dat hij ook een echt groot schrijver is.

Gisteravond en vandaag de tiende editie van het festival Geen Daden Maar Woorden in de Rotterdamse Schouwburg. De sfeer wordt meer en meer bepaald door de muziek, niet door de literatuur, maar dat betekent niet dat er geen interessante literaire dingen meer gebeuren.
Zo weet Sander Alt ieder jaar weer te boeien met een korte animatie naar aanleiding van een gedicht. En de zeventienjarige Vicky Francken las gedichten voor alsof ze al jaren op het podium staat. Het festival is misschien wat minder avontuurlijk dan in de beginjaren van GDMW, maar het is inmiddels wel uitgegroeid tot een evenement waar je als literair geïnteresseerde Rotterdammer geweest moet zijn.