
‘Bijna failliet’ klinkt natuurlijk beter dan ‘bijna gered’, dus de eerste variant komt in de media lekkerder door, maar bij mij is sinds gisteren juist een grote last van de schouders gevallen. Er is nog een kans dat het mis gaat, maar in principe is er een akkoord over het voortbestaan van Watt.
Toen we in januari 2009 begonnen, wisten we dat we een volledig nieuwe organisatie moesten opbouwen uit de puinhoop van de vorige eigenaren, die hun zaken zo slecht op orde hadden dat ze binnen een paar maanden na opening failliet dreigden te gaan. Dat ging veel geld kosten, wisten zowel wijzelf als de gemeente. Uiteindelijk werd het 1,8 miljoen: 1,3 verlies in de exploitatie (veel eenmalige opstartkosten, maar ook tegenvallende bezoekers vanwege de crisis) en 0,5 aan ingrepen in het gebouw, zoals de aanleg van een derde concertzaal.
Kortom, ik ben hartstikke trots op de medewerkers van Watt, die binnen een jaar een rendabel bedrijf uit de grond gestampt hebben (we maken nu winst), terwijl het podium gewoon doordraaide. Zij zouden het niet verdienen als de molensteen uit het verleden Watt alsnog de kop zou kosten.

Watt heeft 2009 afgesloten met een tekort dat zes ton groter is dan de zes ton die al was voorzien, maakte wethouder Rik Grashoff gisteren bekend tijdens een commissievergadering van de Rotterdamse raad. Wat iedereen natuurlijk wil weten is: hoe komt dat?
Tsja, daar zijn we nog over aan het steggelen. De problemen worden deels veroorzaakt doordat er meer lijken in de kast van de vorige eigenaars zaten dan verwacht. Daarvoor heeft de gemeente een garantie afgegeven. Anderzijds heeft Watt minder gepresteerd dan vooraf voorzien, wat deels dan weer komt door de economische crisis. Het businessplan van Watt is gebaseerd op de prestaties van vergelijkbare podia elders in het topjaar 2007. Er zal dus bezuinigd moeten worden.

Wie zal ik eens vragen voor mijn verhaal over de Rotterdamse dancesector? Nou, dacht NRC-correspondent Mark Hoogstad, blanke mannen van boven de veertig natuurlijk. En dus verscheen gisteren in de papieren krant een klaagzang van ouwe lullen die het niet kunnen hebben dat hun hoogtijdagen voorbij zijn.
Soit, zou je zeggen, ware het niet dat de politiek geneigd is ernaar te luisteren en het verhaal ook een sneer onder water bevat naar Watt, waar de twintigers en dertigers van WaterFront tegenwoordig de dienst uitmaken. En maar klagen dat de jonge generatie geen kans krijgt. Volstrekte onzin uiteraard, slechts bedoeld door de oude garde om haar eigen onmisbaarheid te propageren.

Een van de nevenredenen vorig jaar voor het toenmalige WaterFront om haast te maken met het voorstel om te fuseren met Watt, was vrijmaken van de WF-locatie voor het Urban Podium. De gemeente koos aanvankelijk voor de Maassilo, maar kreeg toch second thoughts en liet de zaak in de zomer opnieuw onderzoeken. Aanstaande woensdag spreekt de raadscommissie over een lijvig rapport dat beide locaties met elkaar vergelijkt.
De Maassilo komt nog steeds als beste uit de bus, maar Waterfront scoort nauwelijks slechter. De Maassilo is breder inzetbaar, maar vergt nog veel verbouwingen, terwijl WaterFront onmiddellijk beschikbaar is. De financiële verschillen zijn kleiner dan de onzekerheidsmarges van de berekeningen. Verschillende betrokken organisaties die om advies gevraagd werden, zijn verdeeld, maar hun wijzer slaat lichtjes uit in de richting van de Maassilo. Zo denkt de wethouder er ook over: liever Maassilo, maar WaterFront is niet verkeerd.
Het gevolg is dat de gemeenteraad een redelijk open beslissing kan nemen over de aard van het Urban Podium: een volwaardig nieuw (muziek)podium met landelijke uitstraling in de Maassilo, of een bescheidener opzet met de nadruk op homebase en talentontwikkeling in WaterFront. Ik ga woensdag zeker een kijkje nemen.

Gisteren liep ik voor het eerst in twee maanden weer eens door het pand van Watt. Daar is in de zomer veel gebeurd. Voor het publiek is een tweede garderobe gemaakt, zodat mensen in de winter niet meer buiten in een lange rij hoeven te wachten. Binnenkort worden nog de trappen naar de basement vernieuwd.
De cafézaal – nodig voor de oude Waterfront-programmering – is zo goed als af, inclusief een vast podium en een kleedkamer voor de muzikanten. Er zijn verschillende mogelijkheden om hem van het restaurant af te scheiden. Achter de schermen zijn de kantoren voor de medewerkers afgemaakt (we hebben nu wc’s!).
Voor de omwonenden is het geluid beter afgeschermd dan ooit, dankzij zware deuren en dito geluiddempers in de luchtkanalen. Pas als de programmering goed op gang komt, weten we echter of de maatregelen voldoen om de nachtrust van de buurtbewoners te garanderen.
Kortom, we hebben binnen een half jaar drie organisaties (Waterfront, What’s Live en MyTown Horeca) aaneen gesmeed tot een efficiënt geheel en een heleboel problemen met het gebouw opgelost, terwijl de deuren gewoon open bleven. Vanaf volgende week kunnen we werkelijk volle kracht vooruit.
Bovenaan de beroemde trappen van Odessa heeft iemand een gedenkplaatje voor Michael Jackson opgehangen. Ik zag twee jonge tienermeisjes met een viltstift er iets bijschrijven. Ze gingen weg, aarzelden, kwamen toch weer terug, schreven nog iets. Zeker een kwartier waren ze zo met hun idool bezig.

Eerst maar even iets citeren van het blog van Leefbaar cultuurwoordvoerder Anton Molenaar: “Op 14 mei is er een benefietconcert in Watt voor de Gazastrook. De opbrengst aan de deur (10 euro per kaartje) gaat naar de Free Gaza Movement. Verder sponsoort de gemeente Rotterdam deze politieke manifestatie door de zaal gratis te verhuren. (…) Het is een organisatie die zegt vanuit Cyprus alleen medicijnen en voedsel per boot te sturen naar de Gazastrook. Israel heeft dit aanvankelijk toegestaan, maar recentelijk is er ook door Israel opgetreden omdat het gezien wordt als een methode voor wapentransport naar Hamas.”
Zo, die klinkt behoorlijk fout. De waarheid is natuurlijk genuanceerder. Watt heeft zijn zaal verhuurd (dus niet gratis weggegeven) en verdient bovendien aan de horeca-omzet, dus er gaat geen cent subsidiegeld naar toe. Molenaar weet dat, maar die informatie paste natuurlijk niet zo goed in het stukje.
De Free Gaza Movement is bovendien een humanitaire organisatie, zij het eentje met een sterk pro-palestijns standpunt. Eind december kwam haar schip in aanvaring met de Israelische marine, die als reden niet vermoede wapensmokkel aangaf maar de veranderde situatie in Gaza. De boot is gezonken en sindsdien zijn er geen transporten geweest. De organisatie werft nu geld om in juni een groot transport te kunnen organiseren.

Gisteren vergaderde – in afwezigheid van de VVD-fractie – de gemeenteraadscommissie JOC over onder andere de voortgang van Watt en WaterFront. Ik was erbij en bedacht dat ik hier ook al een hele poos geen update heb gegeven. Bij deze dus.
Watt begint, na de onvermijdelijke organisatorische dip als je drie organisaties moet integreren, redelijk op stoom te komen. Er is echter een fors geluidsprobleem: de buurt heeft heel erg last van ons. Daardoor kunnen we lang niet zoveel programmeren als we zouden willen, met name weinig dancefeesten, omdat de bassen daarvan het hardst dreunen van allemaal. Dat betekent ook dat we een exploitatieprobleem hebben, want dance is de moneymaker van Watt, niet de concerten. Vanavond geef ik acte de présence op een buurtvergadering om nogmaals om begrip van de omwonenden te vragen.
Bij WaterFront draaien de oefenruimtes gewoon door. Voor de zaal is echter nog geen nieuwe bestemming gevonden. Een voornaam struikelblok is hetzelfde dat WaterFront gedurende zijn bestaan consequent in de rode cijfers heeft gehouden: een huur die veel hoger is dan de marktwaarde van het pand rechtvaardigt. Op termijn is dat ook een bedreiging voor de oefenruimtes, die zonder subsidie verder moeten.
Mijn zorgen leefden ook bij de raad en bij de wethouder, dus in die zin mag je spreken van eensgezindheid. Wat ik wel grappig vond was de vraag of het gerucht waar was dat Watt de facto was overgenomen door WaterFront. Een paar maanden geleden heette het nog dat WaterFront voor Watt opgeofferd was. Het kan verkeren in het roddelcircuit.
Hoe dan ook, ik heb nog wel het een en ander aan mijn hoofd. Bij Watt is het schipperen tussen geluid en geld, terwijl de toekomst van de oefenruimtes van WaterFront nog altijd niet veiliggesteld is. Maar het is goed om te weten dat het succes van Watt ieders zorg is.

Zeg Christian, jij was toch bezig met de fusie van Watt en Waterfront? Schiet dat nog een beetje op? Nou, daar kan ik geen mededelingen over doen, maar lees vooral het stuk in het AD/RD van vandaag, waarin de beide directeuren aan het woord komen.

“My list of needs is really quite brief, I need a man who can bring my relief from all the stress and strains of the day with just a tiny stroll thru Cartier. I need a man who can take me, then taunt me and make me buy the things that I so richly deserve, a man who knows what I require is the thing that I desire. Is there anyone out there who has the nerve?” Enfin, Eartha Kitt (1927-2008).