
Eigenlijk was ik van plan vandaag iets te doen van Ninth Wave Records, een label dat hedendaagse jarentachtigmuziek uitbrengt. Maar toen ik het intikte, stuitte ik op The Ventures, een in 1958 geformeerde kloon van The Shadows. De band blijkt nog op te treden. Ziehier een paar ouwe knakkers eerder dit jaar ‘The ninth wave’ spelen, “from our surfing album”:

Allerlei kritiek had ik zien aankomen tijdens het debat over Watt/Waterfront gisteren in de gemeenteraad, maar deze niet. Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam wilde dat de besturen van What’s Live en Waterfront wegens slechte prestaties terzijde geschoven zouden worden, en dat de nieuwe stichting Watt een open sollicitatieprocedure zou starten voor bestuurders.
Nu draait What’s Live als een tierelier, maar in deze stichting heeft hij zich vermoedelijk niet eens verdiept (hij verwart haar met de ongerelateerde bv van Watt, die wel op de rand van faillissement staat). Waterfront draait ook goed, maar torst nog een last uit het verleden met zich mee. Hier bedoelde Molenaar waarschijnlijk: “Het college onder leiding van mijn partij heeft jullie een miljoenenbezuiniging opgelegd, vervolgens de door jullie aangedragen oplossing geblokkeerd en desondanks hebben jullie hardnekkig geweigerd failliet te gaan. Zo’n obstructie van ons beleid verdient straf. Bovendien zitten er linkse types in het bestuur en die proberen we sowieso altijd te wippen.”

Vandaag beslist de gemeenteraad of ze brood ziet in het samengaan van What’s Live en Waterfront. Het onderliggende stuk gaat vooral over geld, niet over de inhoudelijke gevolgen voor de popcultuur in Rotterdam. Toch is dat laatste de overweging geweest voor beide stichtingen om samenwerking te zoeken.
Rotterdam verdient namelijk een sterke poporganisatie die gaat bouwen aan een grootstedelijk poppodium. Dat laatste is iets wat iedereen wil, maar er was geen organisatie in de stad die dat kon trekken. Die komt er nu wel. Het betekent een verbreding van het muzikale aanbod in het oude Nighttown aan de Kruiskade, dat ook veel commerciële dance programmeerde om rond te komen.

Leonard Cohen heeft wel eens gezegd dat hij zijn albums beschouwt als een catalogus waaruit betere zangers en zangeressen hun repertoire kunnen kiezen. Dus waarom zou je zijn liedjes dan niet in het Fries vertolken? ‘Cohen in het Fries’ is een aardige cd, met nogal brave arrangementen. Een uitschieter is de vertolking van ‘Dance me to the end of love’ door Elske de Wall, hier in een live versie:

Vanochtend gaf het AD/RD al een voorproefje, maar pas sinds vanmiddag is het officieel. Waterfront en stichting What’s Live worden de nieuwe exploitanten van poppodium Watt, dat al sinds de opening in september in zwaar weer verkeerde wegens ondermeer tegenvallende verbouwingskosten.
Als voorzitter van Waterfront ben ik natuurlijk blij met de deal, want een gloednieuw verbouwd pand betrek je niet iedere dag. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk zorgen. Er moet nog veel aan Watt gebeuren, met name het gebouw geluiddicht maken. Ook het overnemen van de bestaande horeca-bv heeft de nodige voeten in de aarde. Er zal de komende weken nog flink onderhandeld worden over details van het nu bereikte akkoord.

Over Calexico valt niet zo heel veel te zeggen. Gewoon een sympathieke band uit Tucson, Arizona, die prettige luisterliedjes maakt, een beetje in de traditie van Crowded House, maar dan met een nadrukkelijk TexMex sausje, in dit geval met zang van Marianne Dissard.

Na het vorige postje is het natuurlijk verleidelijk om ‘Music for airports’ van Brian Eno in de weekendclip te zetten, maar ik wil niet dat mijn lezers in slaap vallen, dus ik kies voor iets met wat meer vaart, ‘Airport’ van The Motors, zo’n liedje waarvan je denkt: wacht eens, dat ken ik wel degelijk.

Girl Power uit Tajikistan: Shabnami Soraya is een gescheiden en hertrouwde zangeres die flink aan de weg timmert in eigen land en Afghanistan. Muzikaal nogal mainstream voor de regio – denk Yulduz Usmanova – maar het clipje straalt net iets meer lef uit:

Van Vogelaar via knettergek naar Yello – zulke grote stappen zijn het niet. De Zwitserse band maakte de jaren tachtig onveilig met samples, een stevige elektronische ritmesecties en rare clipjes vol besnorde heren. Zoals deze:

Onofficiële lowbudget videoclipjes zijn doorgaans alleen te pruimen vanwege het enthousiasme waarmee ze gemaakt zijn. Het clipje bij ‘Do you know Squarepusher’, echter, ziet kans daadwerkelijk te intrigeren. De muziek van Squarepusher begint wat ontoegankelijk, maar ontaardt uiteindelijk in aanstekelijke drum ‘n bass.