
Flamenco en een accordeon, bij de gedachte aan de combinatie ben je geneigd het ergste te verwachten, maar de dames en heren van Les Négresses Verts (wiki), het Franse antwoord op The Pogues, maken er een lekker stampend, zij het tikje chaotisch nummer van.

Na al die cultureel correcte muziekjes van de afgelopen weken wordt het weer eens tijd voor een lekker fout deuntje. Mr. President wekt in onderstaand clipje de indruk uit een of ander lambadaland te komen, maar in werkelijkheid hebben we het hier over drie swingende Duitsers uit Bremen. Waarvan akte. Dames en heren: Coco Jamboo!

De Oezbeekse zangeres Yulduz Usmanova was in de tweede helft van de jaren negentig eventjes heel populair in West Europa. Ze trok van het ene multiculturele festival naar het andere met haar kruising tussen Turkse en Russische pop. Ook dit clipje hinkt op twee gedachten, maar het swingt wel lekker:

Een van de groten van de flamenco is Paco Peña, die opvalt door zijn grote liefde voor de traditie. Hij is niet bang voor de volkse kant van de muziek (maar evenmin voor technische hoogstandjes). Kortom, een gitaarvirtuoos van de bovenste plank. En hij is Rotterdammer.

In het kader van het Rotterdamse groenjaar kwam deze week een track van gelegenheidsformatie Go Green Gorillaz uit, geformeerd rond de stadsdichters. De clip is niet gemaakt door Habbekrats, maar ademt wel dezelfde sfeer uit als bijvoorbeeld de clip voor ‘Wie is ut’ van DuvelDuvel.

Dames en heren, rock ‘n roll! Meer dan 25 jaar geleden had Joan Jett haar enige monsterhit met ‘I love rock & roll’, maar de opvolger daarvan was eigenlijk beter (vandaar dat clipje). Haar solocarrière, na successen met de meidenband The Runaways, begon ze met de oprichting van een eigen recordlabel, Blackheart Records. Daar vernoemde ze later haar begeleidingsband naar. Joan Jett wordt in september vijftig en treedt nog steeds op.

Maandag stap ik op het vliegtuig voor een rondreis door Vietnam, Cambodja en Laos. Tijd om een beetje in de stemming te komen dus. Iedereen die wel eens in Zuid-Oost Azië geweest is, weet dat men daar muzikaal gesproken de jaren tachtig tot in de puntjes geperfectioneerd heeft. Blijkens ook het volgende meesterwerkje:

Op mijn cd-single van ‘Abort, retry, fail? – Your woman’ beklaagt Jyoti Mishra, die in zijn eentje White Town vormt, zich over een gecrashte harde schijf. Hij is er namelijk zo eentje die low budget op zijn kamertje plaatjes afmixt. Het leverde hem in het Verenigde Koninkrijk een knoeperd van een hit op, hoewel het toch een vrij gruizig liedje met een vlekkerig clipje erbij is – maar wel druipend van de melancholie en een vleugje maatschappijkritiek.

Vanmiddag moet ik Amsterdamse studenten jureren, dus daarom vanochtend al de clip van de week. Souad Massi is een Algerijnse singer-songwriter die, zoals zovelen, vooral in Frankrijk carrière maakt. Prachtig gitaarspel met een combinatie van arabische en flamenco-akkoorden.
De mooiste akoestische opnamen op Youtube mag je helaas niet op je eigen website zetten, maar klik voor ‘Hayati’ en ‘Khalouni’. Onderstaand clipje is een meedein-versie van Khalouni.

Waterfront heeft plannen om meer Aziatische pop te programmeren. Mijn eerste gedachten gaan dan onvermijdelijk uit naar Yellow Magic Orchestra, een van de pioniers van de elektronische muziek aan het eind van de jaren zeventig. Denk Kraftwerk, maar dan door drie Japanners. ‘Rydeen’ was een van hun grootste hits, met een voor 1980 behoorlijk spacy clipje.