
Ha, lekker, Bluegrass! Dan denk je aan stampende Dukes of Hazard muziek, maar er is ook een melancholiekere variant, zoals die hier beoefend wordt door Old Crow Medicine Show. Verder niks aan toe te voegen.

Afgelopen week kwam een boxset uit van Yazoo, de elektropopband die anderhalf jaar bestond in de jaren tachtig, maar met ‘Don’t go’ en ‘Situation’ twee hits afscheidde die uiterste houdbaarheidsdatum nog altijd niet bereikt hebben. Vince Clarke en Alison Moyet, inmiddels tegen de vijftig, zijn zelfs weer aan het toeren geslagen en ter promotie van een en ander traden ze op bij de BBC:

De Australische singer-songwriter Anne McCue heeft een titel op zak van Sydney University of Technology, maar vertrok ooit berooid naar Melbourne met een koffer, een oude gitaar en het plan een roman te schrijven.

Mail uit Istanbul: of ik niet mogelijkheden zie om Gevende in Nederland te laten optreden, met al die culturele connecties van mij, liefst in gezelschap van een koor. Tsja, lastig, maar die muziek, dat lijkt welhaast Turkse Klezmer. Intrigerende muziek voor de vrijdagmiddag:

‘The box’ van Orbital is een ambient meesterstuk van een half uur, grotendeels woordloos, over de debilisering van de televisiesamenleving. Een excerpt eruit is voorzien van een even vervreemdend clipje. De actrice is Tilda Swinton, bekend van haar glansrol in de film Michael Clayton.

‘Sluiting van popzalen dreigt’ knalt het Rotterdams Dagblad vandaag op de voorpagina (iets genuanceerder op de site). Ik kon er niet bij zijn, maar Elbert Kelholt nam gisteren afscheid van het popoverleg dat hij zelf in zijn periode als GroenLinks-raadslid had helpen oprichten. Ter gelegenheid daarvan hadden de verzamelde poppodia een persbericht doen uitgaan.
Het advies van de RRKC, dat voor de muziek is opgesteld door Wim de Gelder, GroenLinks-burgemeester te Bloemendaal en eigenaar van een bedrijf in geluidstechniek te Rotterdam, maakt het de popsector niet eenvoudig. Waterfront, waar ik dan weer voorzitter van ben, komt er behoorlijk goed van af: bijna twee ton extra, na verlies van vijf ton aan loonsubsidies – tel uit je winst. Watt (voorheen Nighttown) dreigt het helemaal niet te halen en Worm krijgt het verlies aan loonsubsidies nauwelijks gecompenseerd.
Cultuurwethouder Orhan Kaya, ook GroenLinks, maant tot geduld. Eind mei gaat het college delibereren of er extra geld komt voor de cultuursector. Het overleg van cultuurdirecteuren heeft becijferd dat er acht miljoen per jaar bij moet om de zaak overeind te houden, en nog eens acht als er werk gemaakt moet worden van de nieuwe prioriteiten die B&W bedacht hebben.
Eigenlijk is het merkwaardig, bedacht ik dit alles overziend, dat maar liefst vier GroenLinksers zo’n prominente rol spelen in een kleine niche van de Rotterdamse cultuur. Maar misschien nog wel merkwaardiger is dat we elkaar eigenlijk zelden spreken en nog nooit met elkaar in een achterkamertje hebben gezeten. Als het iemand anders zou opvallen, zou die er zeker een complottheorie op loslaten, maar de praktijk is prozaïscher. We hebben met z’n vieren geen tijd voor een samenzwering.

Toen Ofra Haza in february 2000 overleed, brak in Israel een periode van nationale rouw aan. Buiten haar eigen land was ze geen ikoon, maar ze behaalde wel een stevig Europees succes met Im Nin’alu, al zullen veel mensen alleen de beginvocalen daarvan vooral herkennen uit de talloze nummers waarin die gesampled werden (voor de retrofans: pump up the volume!). Een van mijn favorieten is het licht aanstellerige Daw Da Hiya, dat ze samen met Iggy Pop opnam:

Ik ga een lang weekend weg, dus doe ik de inmiddels traditionele vrijdagmiddagclip alvast op donderdagochtend. En omdat de bestemming Parijs is, ligt een Frans muziekie voor de hand. Franse ska om precies te zijn, van Zebda, de band rond zanger Magyd Cherfi.
‘Tomber la chemise’ is indertijd nog een hitje geweest in Nederland. Vrolijk clipje erbij, met een gastrol van Jamel Debbouze, hier te lande vooral bekend van zijn rol in Amélie. Wie vier minute ska niet trekt, kan de subtielere kant van Zebda leren kennen via ‘Oualalaradime‘.

Roos Rebergen heeft een van de meest karakteristieke stemmen onder de Nederlandse singer/songwriters. En daar schrijft ze dan tekstueel uiterst originele teksten bij. Volle magen klagen, slimme hoofden vragen, jonge meisjes treuren, ouderdom gaat sleuren … luister maar.

Qua foute Russische house zijn we in het westen niet veel verder gekomen dan Tatu. Maar er is uiteraard veel meer. Een van de aardigste is Gosti iz Budushego (Bezoekers uit de Toekomst). Het blijft confectiemuziek natuurlijk, maar in zijn soort goed gemaakt en van een consequent niveau. Wie het niet fout genoeg kan wezen, mag klikken op Daikiri.