
Gisteravond in de Remonstrantse Kerk: presentatie van het boek Antiscene, over de Rotterdamse punk/kraakscene van de jaren tachtig en negentig. Toch een beetje een rare omgeving voor een optreden van de Stink Sisters, maar anderzijds: de raddraaiers van toen zijn er niet jonger op geworden. De sfeer was er meer een van sentiment dan van woede.
Eigenlijk had deze avond in Waterfront moeten plaatsvinden, want dat is via een heleboel tussenstations uit deze antiscene voortgekomen. Een enkeling werkt er na al die jaren nog, maar ik kan me best voorstellen dat velen zich er na de hardhandige verjongingskuur van de afgelopen anderhalf jaar niet helemaal meer thuis voelen. En toch, for old time’s sake, zou het een mooie avond geweest zijn voor het vernieuwde Waterfront cafe.

‘Me gustas tu’, de grootste hit van Manu Chao, is voor mij de soundtrack van Chili. Het was een grote hit in de zomer van 2001, toen ik door het land reisde. Tijdens een busrit van 24 uur tussen San Pedro de Atacama en Santiago heeft het stuiterende melodietje zich in mijn hoofd vastgezet, omdat het eindeloos op de radio voorbij kwam, terwijl ik manhaftig probeerde recht overeind te blijven zitten.
Manu Chao, muzikant en wereldverbeteraar, heeft de gewoonte om een heel album vol te zetten met relatief korte nummers waarin dezelfde melodielijnen regelmatig terugkeren. Dat werkte verbazingwekkend goed op ‘Proxima estacion Esperanza’, waar ‘Me gustas tu’ op stond. De nummers zijn allemaal verschillend in karakter, maar vormen toch een sterke eenheid.
Zijn nieuwste plaat, ‘Radiolina’, is op dezelfde manier opgebouwd, een vrolijke mix van reggae, latin, een vleugje hiphop en maatschappijkritiek, vervat in 21 nummers met veel gedeelde elementen. Alleen blijkt dit keer de kwetsbare kant van die aanpak: als de gemene deler niet aanslaat, wordt de plaat langdradig. Nog steeds een aardige, springerige plaat, maar Manu moet wel op zoek naar een nieuw trucje.

Een jaar of tien geleden was de Uzbeekse zangeres Yulduz Usmanova zo populair in West-Europa dat ze haar naam afkortte tot Yulduz. Dat kan ik ook, moet haar collega Sevara Nazarkhan gedacht hebben, toen ze alleen ‘Sevara’ op haar jongste album ‘Sen’ zette.
Het is een sfeervolle plaat, die veel overeenkomsten toont met het werk van Yulduz: melancholiek getoonzette liedjes begeleid op de doutar (een soort luit) in een bed van elektronische klanken. Aangename, maar niet bijster opvallende herfstmuziek.

Het was zo rond middernacht, toen de garderobe vol was en er nog steeds een rij mensen stond die Waterfront binnen wilde. Dat zag ik als voorzitter natuurlijk met genoegen gebeuren, want de financiële situatie bij mijn club is nog altijd niet florissant.
Met de Grand Opening gaan we een nieuwe fase in. Niet één maar twee volwaardige en grotere zalen, dus meer bezoekers per avond om de vaste lasten te dekken. Dat lukte dus uitstekend gisteravond. Een beetje rondhangend bij de ingang om bobo’s op te vangen, zag ik eigenlijk maar één echt nadeel: ik voelde me tussen al die tieners en twintigers nogal een ouwe lul.

Als man zijnde kan ik natuurlijk moeilijk beweren volstrekt ongevoelig te zijn voor de manier waarop Saba Anglana geportretteerd is op de hoes van haar debuut-cd ‘Jidka’. Maar goed, dat effect beklijft niet echt en de zangeres van gemengd Italiaans en Ethiopisch bloed moet het toch echt van haar stem op de koptelefoon hebben.
‘Jidka’ is een wel heel erg glad geproduceerd staaltje etnopop, met een paar uitschieters. Saba’s stem is helder, vast en een tikje breekbaar, precies wat je nodig hebt om verschrikkelijk politiek correcte liedjes over het vluchtelingenbestaan te zingen. Relaxte luistermuziek, absoluut met kwaliteit, maar legt het zwaar af tegen Tinariwen.

Hmmm, denkt u natuurlijk allemaal, die jongen had het voor de zomer toch voortdurend over die Rotterdamse poptempel, hoe heet-ie ook al weer, o ja, Waterfront, waar-t-ie voorzitter van was? Zou er soms iets fout zijn, dat het daar nooit meer over gaat op zijn weblog?
Nou, het gaat prima, dank u. We waren er bijvoorbeeld tijdig bij toen Pete Philly & Perquisite doorbraken met hun jazzy hiphop en hebben volgende week een extra concert moeten inlassen, omdat het eerste zo snel uitverkocht. En, nadat we in het voorjaar door de gemeenteraad van het faillissement gered waren, gaf niemand een cent voor ons plan om meteen maar even allebei de zalen te vergroten, maar gelukt is het wel.
Kortom, ik zat redelijk relaxed op de publieke tribune toen de raad afgelopen donderdag de popvisie van wethouder Kaya besprak. Voor ons zit er voorlopig geen extra geld in, maar we gaan hartstikke lekker op eigen kracht. De sfeer op de bedrijfsbarbeque vanmiddag zal stukken relaxter zijn dan vorig jaar.

Misschien eens per jaar gooi ik een nieuw cd’tje in de speler dat al binnen tien seconden heftig begint te stuiteren. Dan weet ik: hier ga ik nog veel plezier aan beleven. Vandaag was zo’n moment. Tinariwen, funky rock ‘n roll door touaregs uit Mali.
Soms zou je zweren de Red Hot Chili Peppers te horen spelen, dan weer een oude deltablues legende – maar meteen zetten de Afrikaanse klanken je weer op je plek. De Britse platenmaatschappij heeft inderhaast een enorme sticker op het nieuwe album ‘Aman Iman’ laten plakken, zoveel kranten, van Sun tot Independent, gaven er vijf sterren aan. Mijn dag kan niet meer stuk.

Het Rotterdamse poppodium Baroeg gaat voor tenminste drie maanden dicht, nadat bij een vechtpartij een dode was gevallen. De vraag is of de noodlijdende club, een van Nederlands prominentste op het gebied van metal en gothic, dit ooit nog te boven gaat komen. Dat betekent dat er nu nog drie live-podia van enig formaat open zijn in Rotterdam: Waterfront, Worm en Rotown.
De wel/niet open soap rond Nighttown houdt ondertussen aan. Of misschien moet ik zeggen MyTown, want die naam hebben de beoogde nieuwe exploitanten laten registreren. Dat lijkt vooral een actie om Heineken, die de naam uit het faillissement overnam, onder druk te zetten.

Bij alle gedoe rond de statenfractie zou ik bijna vergeten dat de hoofdmoot op de ledenvergadering morgenavond een discussie tussen cultuurwethouder Orhan Kaya en mij is over de Rotterdamse popmuziek. Aanleiding genoeg.
Uitgaansgeweld is er daar onvermijdelijk een van. Afgelopen weekend viel een dode in Baroeg en eerder dit jaar bij de Maassilo. Mijn eigen Waterfront is tot nu toe gevrijwaard gebleven van dodelijke slachtoffers, maar ik besef ter dege dat wat Baroeg overkwam, net zo goed bij ons had kunnen gebeuren.
Toch mag ik hopen dat dit niet de hoofdmoot wordt. De hoorzitting die de gemeenteraad vorige week hield, liet zien hoe zieltogend de sector is. Binnen twee jaar is de volledige popmuziek in elkaar geklapt. Ze raakt ook etnisch gesegregeerd. Allemaal geen fijne vooruitzichten als je bedenkt dat Rotterdam in 2009 de jongerenhoofdstad van Europa moet zijn.

Ook de Ondernemers Federatie Rotterdam City spreekt zijn zorg uit over de toestand in de stedelijke popsector, middels een vandaag gepubliceerde open brief. Enkele passages:
“In het afgelopen jaar is de situatie in de Rotterdamse muzieksector, met name in de popsector, verslechterd. We noemen: het faillissement van Nighttown, het vertrek van Now & Wow uit de Graansilo, het faillissement van Prachtig, de financiële krapte bij WaterFront, de berichten dat het met Hal4, Baroeg, en met Locus010 op het gebied van huisvesting niet goed gaat, de financiële problematiek van Metropolis, het faillissement van Mplex, de sluiting van Calypso en HyperHyper.”