
Ik heb hier al vaker mijn liefde voor het werk van de Italiaan Hugo Pratt uitgesproken. Zijn uitgever is bezig met een heruitgave van de Corto Maltese verhalen rond de Maltezer zeeman, die altijd pas op het laatste moment de kant van het goede lijkt te kiezen. Albums die al jaren niet meer leverbaar worden, komen in een fraaie band beschikbaar.
Zo ook De ballade van de zilte zee, een van de eerste verhalen. Het tekenwerk oogt minder zeker dan in latere albums, maar de karakteristieke combinatie van dikke penseel- en dunne penlijnen is er al. Ook in karakterstudies toont Pratt zich al vroeg een meester. Iedereen leert in de loop van het verhaal zijn noodlot aanvaarden, in het spoor van Corto, die doelloos over de wereld zwerft.
Vijfentwintig jaar geleden ben ik ooit eens begonnen aan De Avonden van Gerard Reve. Na een paar pagina’s gaf ik het op. Niet om door te komen zo saai. Ik besloot het nogmaals te wagen, nu in de getekende versie van Dick Matena, met de complete tekst van de volksschrijver.
Het viel opnieuw niet mee, al haalde ik het einde nu wel. Een hoofdpersoon hoeft van mij niet sympathiek te zijn, maar slampampers als Frits van Egters (of Anna Karenina) werken ontzettend op mijn zenuwen. Er gebeurt in het hele boek niets en de humor is van het zuigende soort. Alsof je 350 pagina’s lang een slechte Jiskefet sketch zit te lezen.
Dick Matena’s donkere tekenwerk sluit goed aan bij de sfeer van het boek. Natuurlijk sluipt her en der de routine erin, de zoveelste kop van Frits is voor een tekenaar niet echt inspirerend. Met name de buitenscènes voegen echter werkelijk iets aan het verhaal toe. Ik durf de stelling dus wel aan dat de stripversie van De Avonden heel veel beter is dan het origineel.

In Op weg naar Zoar schetst striptekenares Sela een zondag uit haar leven als streng gereformeerd meisje. Opstaan, naar de kerk, koffie drinken, nog een keer naar de kerk – allemaal weinig spannend, ware het niet dat Sela een vreemde droom gehad heeft.
Heel gereformeerd Nederland doet afstand van zijn wereldse bezittingen en gaat op weg naar Zoar (dat is in de bijbel de stad die anders dan Sodom en Gomorra gespaard blijft). Sela twijfelt, omdat ze haar oudere broer, die van het geloof is afgevallen, zal moeten achterlaten.
Sela tekent het verhaal in sobere zwarte tinten en met weinig woorden. De kunst van het weglaten drijft ze zo ver door dat veel mensen geen hoofden hebben, omdat ze aan hun pak ook wel als mens te herkennen zijn. De jonge Sela heeft vaak een paar krassen als hoofd, om haar verwarring uit te beelden. Al met al een mooi verhaal, met veel symbolische middelen uitgebeeld. Bijbelkennis is een pre.
… om alle nummers van het tijdschrift te bestellen, natuurlijk, maar ook de onder eigen vlag uitgebracht boeken (drie nieuwe!) en andere kwaliteitsstrips.

Josef Kavalier is een joodse ontsnappingskunstenaar die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Praag ontvlucht. Hij belandt in New York, bij zijn neef Sam Clay. Samen verzinnen ze The Escapist, een superheld die het opneemt tegen de nazi’s.
Zo begint The amazing adventures of Kavalier en Clay van Michael Chabon, die ik eerder al had leren kennen als een heerlijke verhalenverteller. Het is zo’n boek dat je liefst in een ruk zou uitlezen, ware het niet dat het 650 bladzijden telt. Joe en Sam worden succesvol, verliezen hun geld weer, zijn (on)gelukkig in de liefde – twee verbonden levens trekken voorbij. En dan zijn ze aan het eind van het boek nog geen veertig. Er zijn zoveel open eindjes dat er rustig een vervolg zou kunnen verschijnen.
Een psychologische roman is het niet, en ondanks Joe’s angsten over zijn achtergebleven familie in Praag, gaat het ook niet over de oorlog. Het heeft alle trekken van een avonturenroman – zeker het nogal uit de toon vallende hoofdstuk over Joe’s tijd als soldaat op Antarctica – maar dat klinkt dan weer te oppervlakkig. Ook dit tweede boek dat ik van Chabon lees, kruipt weer briljant tussen de genres door. Dat op zich is al een verbluffende prestatie. Op naar nummer drie.

Weer is een reeds lang uitverkocht deel van Corto Maltese verschenen in een fraaie nieuwe uitgave. Mu is het vervolg op Caraïbische Suites. Aan het eind daarvan ging Corto met een heel gezelschap op zoek naar het verloren continent Mu.
“Ha, jeugdsentiment”, sprak mijn stripdetaillist, toen ik me met een stapel albums van Isabelle Avondrood bij de balie meldde. Hij had natuurlijk gelijk. De eerste verhalen dateren van de late jaren zeventig, maar twee jaar geleden had tekenaar Tardi de draad weer opgepakt.
Als kind kon ik bij tijd en wijle geen touw vastknopen aan de avonturen van de chagrijnige schrijfster, die zeer tegen haar zin bij allerlei verwikkelingen betrokken raakt. Dertig jaar later is dat nog steeds zo. Tardi fantaseert er lustig op los, maar kop of staart hebben de meeste verhalen niet. Het gaat vooral om de sfeertekening van Parijs rond de eerste wereldoorlog.
In april verschijnt Isabelle op het witte doek, onder regie van Luc Besson, die twee albums tot een coherent verhaal heeft geprobeerd te smeden, met in elk geval een pterodactylus erin. Het heeft er alle schijn van dat Isabelle een zoetere verschijning gaat worden dan op papier, zonder drankneus en eeuwige sigaret. Dat is dan wel weer jammer. De wereld van Isabelle zoals ik die ken, is te wreed voor Amélie.

Toen ik 25 jaar geleden nog vastbesloten was om een bekende striptekenaar te worden, was Henk Kuijpers mijn grote voorbeeld. Met name de ambachtelijkheid waarmee hij decors tekende wilde ik me ook eigen maken, met als gevolg dat ik maanden bezig was met de openingsplaat van een lang verhaal dat nooit verder zou komen dan anderhalve pagina. Ik gaf de hoop nog eens een goede tekenaar te worden op, en concentreerde me op het schrijven, maar bleef wel altijd een fan van Kuijpers werk.
Deze week werd Franka, Kuijpers hoofdfiguur, door de lezers van het nostalgische stripblad Eppo uitgeroepen tot grootste stripheld van Nederland. Dat heeft ze ongetwijfeld mede te danken aan het feit dat Kuijpers haar steeds meer uit de kleren laat gaan. Zelf heb ik al eerder geconstateerd dat hij zelf vooral nog in decors geïnteresseerd is. Zoals ik ooit, blijkens deze opgegraven tekeningen:
Voor liefhebbers van het magisch realisme behoort het werk van Hugo Pratt tot het aantrekkelijkste dat op stripgebied verschenen is. Pratt is in 1995 oververleden, maar zijn oeuvre wacht nog altijd op een definitieve uitgave. Het meeste is wel verkrijgbaar, maar in diverse formaten. Het lijkt alsof uitgeverij Casterman eerst zijn oude voorraden wil opmaken.
Onlangs verscheen ‘Caraïbische suites’ in een fraaie band met een ’3′ op de rug, die doet vermoeden dat er een verzameld werk in de lucht hangt. Het boek bevat drie opeenvolgende verhalen uit 1970, die al lang uitverkocht waren, met de zeeman Corto Maltese in de hoofdrol.
Het verhaal begint in Paramaribo aan het begin van de twintigste eeuw. Corto maakt kennis met de Tsjechische hoogleraar en zuipschuit Jeremiah Steiner en de jonge Britse erfgenaam Tristan Bantam. Gedrieën gaan ze op zoek naar het geheimzinnige land Mu, daarbij tegengewerkt door boeven van allerlei pluimage, maar ze vinden alleen Tristans Braziliaanse zuster Morgana en een criminele kolonel die er diep in de jungle een enorme plantage en een kanonneerboot op nahoudt.
‘Caraïbische suites’ is zoals alle verhalen van Corto Maltese in de eerste plaats avontuur. Maar wel het soort intelligente en goed gedocumenteerde avontuur dat veertig jaar later nog beklijft.
Zone 5300 bestaat vijftien jaar en dat moet natuurlijk gevierd worden. Op de stripdagen aanstaand weekend in Houten wordt een jubileumnummer ten doop gehouden. Bovendien gaat Zone 5300 zich manifesteren als uitgever van stripboeken. De eerste uitgave is een album van Cowboy John, die zijn avonturen te fiets beleeft op de Rotterdamse asfaltprairie.