
Josef Kavalier is een joodse ontsnappingskunstenaar die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Praag ontvlucht. Hij belandt in New York, bij zijn neef Sam Clay. Samen verzinnen ze The Escapist, een superheld die het opneemt tegen de nazi’s.
Zo begint The amazing adventures of Kavalier en Clay van Michael Chabon, die ik eerder al had leren kennen als een heerlijke verhalenverteller. Het is zo’n boek dat je liefst in een ruk zou uitlezen, ware het niet dat het 650 bladzijden telt. Joe en Sam worden succesvol, verliezen hun geld weer, zijn (on)gelukkig in de liefde – twee verbonden levens trekken voorbij. En dan zijn ze aan het eind van het boek nog geen veertig. Er zijn zoveel open eindjes dat er rustig een vervolg zou kunnen verschijnen.
Een psychologische roman is het niet, en ondanks Joe’s angsten over zijn achtergebleven familie in Praag, gaat het ook niet over de oorlog. Het heeft alle trekken van een avonturenroman – zeker het nogal uit de toon vallende hoofdstuk over Joe’s tijd als soldaat op Antarctica – maar dat klinkt dan weer te oppervlakkig. Ook dit tweede boek dat ik van Chabon lees, kruipt weer briljant tussen de genres door. Dat op zich is al een verbluffende prestatie. Op naar nummer drie.

Weer is een reeds lang uitverkocht deel van Corto Maltese verschenen in een fraaie nieuwe uitgave. Mu is het vervolg op Caraïbische Suites. Aan het eind daarvan ging Corto met een heel gezelschap op zoek naar het verloren continent Mu.
“Ha, jeugdsentiment”, sprak mijn stripdetaillist, toen ik me met een stapel albums van Isabelle Avondrood bij de balie meldde. Hij had natuurlijk gelijk. De eerste verhalen dateren van de late jaren zeventig, maar twee jaar geleden had tekenaar Tardi de draad weer opgepakt.
Als kind kon ik bij tijd en wijle geen touw vastknopen aan de avonturen van de chagrijnige schrijfster, die zeer tegen haar zin bij allerlei verwikkelingen betrokken raakt. Dertig jaar later is dat nog steeds zo. Tardi fantaseert er lustig op los, maar kop of staart hebben de meeste verhalen niet. Het gaat vooral om de sfeertekening van Parijs rond de eerste wereldoorlog.
In april verschijnt Isabelle op het witte doek, onder regie van Luc Besson, die twee albums tot een coherent verhaal heeft geprobeerd te smeden, met in elk geval een pterodactylus erin. Het heeft er alle schijn van dat Isabelle een zoetere verschijning gaat worden dan op papier, zonder drankneus en eeuwige sigaret. Dat is dan wel weer jammer. De wereld van Isabelle zoals ik die ken, is te wreed voor Amélie.

Toen ik 25 jaar geleden nog vastbesloten was om een bekende striptekenaar te worden, was Henk Kuijpers mijn grote voorbeeld. Met name de ambachtelijkheid waarmee hij decors tekende wilde ik me ook eigen maken, met als gevolg dat ik maanden bezig was met de openingsplaat van een lang verhaal dat nooit verder zou komen dan anderhalve pagina. Ik gaf de hoop nog eens een goede tekenaar te worden op, en concentreerde me op het schrijven, maar bleef wel altijd een fan van Kuijpers werk.
Deze week werd Franka, Kuijpers hoofdfiguur, door de lezers van het nostalgische stripblad Eppo uitgeroepen tot grootste stripheld van Nederland. Dat heeft ze ongetwijfeld mede te danken aan het feit dat Kuijpers haar steeds meer uit de kleren laat gaan. Zelf heb ik al eerder geconstateerd dat hij zelf vooral nog in decors geïnteresseerd is. Zoals ik ooit, blijkens deze opgegraven tekeningen:
Voor liefhebbers van het magisch realisme behoort het werk van Hugo Pratt tot het aantrekkelijkste dat op stripgebied verschenen is. Pratt is in 1995 oververleden, maar zijn oeuvre wacht nog altijd op een definitieve uitgave. Het meeste is wel verkrijgbaar, maar in diverse formaten. Het lijkt alsof uitgeverij Casterman eerst zijn oude voorraden wil opmaken.
Onlangs verscheen ‘Caraïbische suites’ in een fraaie band met een ‘3′ op de rug, die doet vermoeden dat er een verzameld werk in de lucht hangt. Het boek bevat drie opeenvolgende verhalen uit 1970, die al lang uitverkocht waren, met de zeeman Corto Maltese in de hoofdrol.
Het verhaal begint in Paramaribo aan het begin van de twintigste eeuw. Corto maakt kennis met de Tsjechische hoogleraar en zuipschuit Jeremiah Steiner en de jonge Britse erfgenaam Tristan Bantam. Gedrieën gaan ze op zoek naar het geheimzinnige land Mu, daarbij tegengewerkt door boeven van allerlei pluimage, maar ze vinden alleen Tristans Braziliaanse zuster Morgana en een criminele kolonel die er diep in de jungle een enorme plantage en een kanonneerboot op nahoudt.
‘Caraïbische suites’ is zoals alle verhalen van Corto Maltese in de eerste plaats avontuur. Maar wel het soort intelligente en goed gedocumenteerde avontuur dat veertig jaar later nog beklijft.
Zone 5300 bestaat vijftien jaar en dat moet natuurlijk gevierd worden. Op de stripdagen aanstaand weekend in Houten wordt een jubileumnummer ten doop gehouden. Bovendien gaat Zone 5300 zich manifesteren als uitgever van stripboeken. De eerste uitgave is een album van Cowboy John, die zijn avonturen te fiets beleeft op de Rotterdamse asfaltprairie.
Adan Diss wacht al dertig jaar aan de oevers van het eiland La Galeta op het verschijnen van het spookeiland San Borondón aan de horizon. Daar wil hij zijn dagen slijten. Als anderen lucht krijgen van zijn zonderlinge gedrag, wordt het steeds drukker op het strand en kan een catastrofe haast niet uitblijven.
Marc Legendre, bekend van de kinderstrip Biebel, levert met Wachten op een eiland een sfeervol beelverhaal af voor het oudere publiek. Het Beckettiaanse plot bevat elementen van satire, maar gaat toch vooral over zinloos wachten. Dat hij dit ruim honderd bladzijden lang spannend weet te houden, tekent de concentratie waarmee Legendre te werk is gegaan. Alleen de twee pagina’s tellende epiloog over bootvluchtelingen is overbodig.
Het tekenwerk is vergeleken met Legendres vorige werk, ‘Verder’, strakker geworden. Dikke zwarte lijnen omkaderen gewassen waterfverf. De tinten zijn gedekt, veel beelden zijn bijna monochroom – precies de toonzetting die past bij een verhaal waarin weinig lijkt te gebeuren.

De Bosnisch/Franse stripmaker Enki Bilal weet als geen ander apocalyptische wereldbeelden neer te zetten, bevolkt door bizarre machinerie, fantastische dieren en wanhopige mensen. In zijn recente boek Animal’z brengt hij zijn tekentechniek terug tot de essentie: zwart en wit krijt op grijs papier, met hier en daar wat blauwe en rode tinten.
Die grafische toonzetting past perfect bij het verhaal. Ergens in de toekomst heeft een klimaatcatastrofe bijna al het leven op aarde onmogelijk gemaakt. De hemel is permanent verduisterd. Kleine groepjes mensen proberen te overleven en zich een weg te banen naar een van de afgelegen plekken waar de ramp niet heeft toegeslagen.
Het verhaal volgt enkele van hen, wier wegen elkaar kruisen: een avonturier, een gewezen huurmoordenaar, een jonge vrouw en een echtpaar met hun aangenomen dochter, die met ijsberen kan praten. En dan zijn er nog twee ‘nihilistische duellisten’, die elkaar Schopenhauer en Dostojevski citerend op de hielen zitten.

De Canadese striptekenaar Guy Delisle verbleef in 2002 voor een animatiestudio enige tijd in Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Hij tekende er een boek over, dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. Het is geen (politieke) reportage, maar een persoonlijk verslag van de dagelijkse beslommeringen van een expat in een extreem gesloten land.
Delisle heeft ervoor gekozen zich vooral te verbazen over en te ergeren aan de kleine dingen des levens. Over de gegraveerde naam van Kim Il Sung die een fraaie rotswand ontsiert. Over het hotelcasino, waar alleen Chinezen mogen werken. Over liedjes die zonder uitzondering de grote leider prijzen. Over de metro, waar buitenlanders maar twee haltes van mogen zien. Over flesjes water waar het label uitgesneden is, om de herkomst (Zuid-Korea) te verdoezelen. Mooie aanvulling op de krantenberichten.

Vanochtend in de bus: de nieuwe Zone 5300, waarvan ik blijf volhouden dat iedereen er een abonnement op moet nemen. Met deze keer het schetsboek van Typex, maar vooral veel buitenlandse kwaliteitsstrips, en vier pagina’s avonturen van Uier, het losgeslagen koelichaamsdeel dat deze keer, nou ja lees zelf maar.