Adan Diss wacht al dertig jaar aan de oevers van het eiland La Galeta op het verschijnen van het spookeiland San Borondón aan de horizon. Daar wil hij zijn dagen slijten. Als anderen lucht krijgen van zijn zonderlinge gedrag, wordt het steeds drukker op het strand en kan een catastrofe haast niet uitblijven.
Marc Legendre, bekend van de kinderstrip Biebel, levert met Wachten op een eiland een sfeervol beelverhaal af voor het oudere publiek. Het Beckettiaanse plot bevat elementen van satire, maar gaat toch vooral over zinloos wachten. Dat hij dit ruim honderd bladzijden lang spannend weet te houden, tekent de concentratie waarmee Legendre te werk is gegaan. Alleen de twee pagina’s tellende epiloog over bootvluchtelingen is overbodig.
Het tekenwerk is vergeleken met Legendres vorige werk, ‘Verder’, strakker geworden. Dikke zwarte lijnen omkaderen gewassen waterfverf. De tinten zijn gedekt, veel beelden zijn bijna monochroom – precies de toonzetting die past bij een verhaal waarin weinig lijkt te gebeuren.

De Bosnisch/Franse stripmaker Enki Bilal weet als geen ander apocalyptische wereldbeelden neer te zetten, bevolkt door bizarre machinerie, fantastische dieren en wanhopige mensen. In zijn recente boek Animal’z brengt hij zijn tekentechniek terug tot de essentie: zwart en wit krijt op grijs papier, met hier en daar wat blauwe en rode tinten.
Die grafische toonzetting past perfect bij het verhaal. Ergens in de toekomst heeft een klimaatcatastrofe bijna al het leven op aarde onmogelijk gemaakt. De hemel is permanent verduisterd. Kleine groepjes mensen proberen te overleven en zich een weg te banen naar een van de afgelegen plekken waar de ramp niet heeft toegeslagen.
Het verhaal volgt enkele van hen, wier wegen elkaar kruisen: een avonturier, een gewezen huurmoordenaar, een jonge vrouw en een echtpaar met hun aangenomen dochter, die met ijsberen kan praten. En dan zijn er nog twee ‘nihilistische duellisten’, die elkaar Schopenhauer en Dostojevski citerend op de hielen zitten.

De Canadese striptekenaar Guy Delisle verbleef in 2002 voor een animatiestudio enige tijd in Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Hij tekende er een boek over, dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. Het is geen (politieke) reportage, maar een persoonlijk verslag van de dagelijkse beslommeringen van een expat in een extreem gesloten land.
Delisle heeft ervoor gekozen zich vooral te verbazen over en te ergeren aan de kleine dingen des levens. Over de gegraveerde naam van Kim Il Sung die een fraaie rotswand ontsiert. Over het hotelcasino, waar alleen Chinezen mogen werken. Over liedjes die zonder uitzondering de grote leider prijzen. Over de metro, waar buitenlanders maar twee haltes van mogen zien. Over flesjes water waar het label uitgesneden is, om de herkomst (Zuid-Korea) te verdoezelen. Mooie aanvulling op de krantenberichten.

Vanochtend in de bus: de nieuwe Zone 5300, waarvan ik blijf volhouden dat iedereen er een abonnement op moet nemen. Met deze keer het schetsboek van Typex, maar vooral veel buitenlandse kwaliteitsstrips, en vier pagina’s avonturen van Uier, het losgeslagen koelichaamsdeel dat deze keer, nou ja lees zelf maar.

Heel lang geleden, toen striptekenaar nog bovenaan mijn lijst van carrière-ambities stond, was de komst van de Eppo mijn wekelijkse hoogtepunt. Dus toen het blad vorig jaar zijn terugkeer aankondigde, was ik er als de kippen bij om een abonnement te nemen. Vlak voor het weekend was het zover. Het viel een beetje tegen.
Aan nostalgische strips (Agent 327, Franka, Partners, Storm) geen gebrek, maar de onbevangenheid van vroeger ontbrak. Bij het tijdschrift of bij mij, daar ben ik nog niet uit.

Sandra de Haan is redacteur van Zone 5300. En ze heeft een vernieuwde eigen website waar ze haar werk (strips en illustraties) toont en verkoopt. Leuke boekjes voor vijf euro. Koop ze nu voor het dure collector’s items zijn.

Voor alle niet-Volkskrantlezers heb ik onderstaand stripje gejat van Peter de Wit (koop zijn albums!), de auteur van Stampede, de Familie Fortuin en natuurlijk Sigmund, zodat iedereen op de planeet er even om kan glimlachen.


Zone 5300 schuwt het experiment sowieso al niet, maar de outsiderspecial van dit kwartaal zet er nog een tandje bij. Striptekenaar Serge Baeken werkte samen met de negentienjarige Kathleen Bosman, die aan een zware vorm van autisme lijdt. Het levert een bizar beeldverhaal met een girafmens in de hoofdrol.
Iets minder chaotisch, maar ook in een mix van stijlen is de stripreportage van Jeroen Janssen uit Rwanda, waar hij voor de genocide van 1994 als tekenleraar werkzaam was. Vaste tekenaar Wasco vult zijn pagina met 1000 kleine tuitels – ook daar zit je een poosje naar te kijken voor je vaststelt dat het misschien gewoon duizend poppetjes zijn zonder diepere bedoeling.
Ik zou nog veel meer kunnen zeggen, bijvoorbeeld dat ik nooit geweten heb dat Egyptische strips uit de jaren zestig me zeker vijf minuten zouden kunnen boeien, maar Zone5300 is gewoon te koop of te bestellen. Allemaal doen.

Mijn bijdrage aan de stripweek: een top vijf van de beste graphic novels van dit jaar (in willekeurige volgorde). Aflevering vijf: ‘Birma’ van Guy Delisle, op wiens site een mooie preview te zien is. Dit is overigens niet een striproman, maar een collectie korte verhalen over leven in Burma.
‘Birma’ is het eerste in het Nederlands vertaalde album van Delisle, die zijn vrouw over de wereld volgt. Zij werkt voor Artsen zonder Grenzen. Eerder deed hij al stripverslag uit Noord-Korea en China. Toch is Delisle geen politiek tekenaar, zoals Joe Sacco, van wiens Palestijnse stripreportages de woede afspatte. Hij tekent observaties uit het alledaagse leven, in de stijl van Maaike Hartjes en Barbara Stok, en daar maakt de onderdrukking in Burma nu eenmaal deel van uit.
Waar gaat het dan over? Nou, over het vinden van een huis in Yangon, het alledaagse cynisme van de autochtonen, waarom de borstzakken op officiersuniformen lager zitten dan op gewone uniformen, een bezoek aan een malariagebied in het binnenland, de censuur, elektriciteitsuitval. Het blijft natuurlijk de blik van een expat, maar het geeft wel een staalkaart van alle kleine dingen die het leven in een dictatuur onaangenaam maken.

Mijn bijdrage aan de stripweek: een top vijf van de beste graphic novels van dit jaar (in willekeurige volgorde). Aflevering vier: ‘Drie schimmen’ van Cyril Pedrosa, fraai in harde kaft uitgevoerd door uitgeverij Silvester. Preview bij de Amerikaanse uitgever. Laaiende recensies alom.
De kleine Joachim woont met zijn vader en moeder op een afgelegen boerderij. Op een avond verschijnen er drie schimmen op de heuvel bij hun huis en Joachims moeder weet het zeker: ze komen haar zoontje van haar afnemen. Om het leven van Joachim te redden gaat zijn vader met hem op de vlucht, over de grote rivier, maar de vraag is of dat voldoet om aan de schimmen te ontkomen.
Net als ‘Kampong Boy’ is ‘Drie schimmen’ consequent op de ooghoogte van een kleuter getekend – maar dit boek is niet geschikt voor jonge kinderen. Pedrosa weet 268 pagina’s lang een ijzige spanning erin te houden in deze magisch-realistische horrorvertelling. Soms raakt hij de grenzen van het melodrama, maar meestal weet hij maat te houden.
In een zwierige tekenstijl krijgt het allegorische verhaal gestalte, dat draait om de onvoorwaardelijke liefde van een vader voor zijn zoon. Pedrosa’s vakmanschap is zo groot dat je al lezende het onvermijdelijke einde aan ziet komen en toch, net als de vader, tegen beter weten in blijft hopen dat het goed komt – wat in zekere zin toch nog gebeurt. Vijf sterren.