
Aan de acteurs lag het niet, gisteravond in de Rotterdamse Schouwburg. Ieder voor zich maakten zij namens het RO Theater het beste van hun rol in de Gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski. De mise en scène was treffend sober voor een zwaarmoedige voorstelling als deze. Maar geslaagd kon je de uitvoering niet noemen.
Daar was maar één oorzaak voor: het was niet gelukt een complexe en lijvige roman terug te brengen tot tweeënhalf uur toneel. De voorstelling was een collage van de hoogtepunten uit Dostojevski’s verhaal, maar het cement tussen de scènes ontbrak. Kenners van het boek lijmen de fragmenten wellicht aaneen, maar teveel van de fundamentele vragen die het boek opwerpt, werden slechts cursorisch aangestipt.
Ik heb me zitten afvragen hoe je het verhaal, dat die moeite meer dan waard is, wel coherent op toneel zou kunnen brengen. Misschien verdient ieder van de drie (of vier) broers zijn eigen voorstelling. Dan krijgen de karakters de ruimte voor verdieping en hoeft het publiek niet steeds te schakelen.

‘De koopman van Venetië’ is – dat wordt wel eens vergeten – een komedie over drie stellen die elkaar vinden in de liefde, met het nodige misverstand en wat travestie, zoals bij Shakespeare gebruikelijk. Al vanaf de eerste opvoering gaat de meeste aandacht echter uit naar de jood Shylock, die 3000 dukaten uitleent met een pond vlees van de koopman Antonio als onderpand. Als Antonio niet terugbetalen kan, eist hij zijn borg op.

Vorig seizoen zag ik ook al een volledig platgeslagen komedie van Shakespeare in de Rotterdamse Schouwburg, dus misschien had ik gewaarschuwd moeten zijn voor ‘Het temmen van de feeks’ door Toneelgroep Amsterdam. Maar ja, laaiende recensies en bekende hoofdrolspelers, dus je gaat toch. Het werd een koude douche.
‘Het temmen van de feeks’ is niet Shakespeares meest subtiele komedie, maar hij is wel degelijk naar een hoger plan te tillen. In de regie van Ivo van Hove is het een platte lach-of-ik-schiet excercitie, vol met clichés die in de jaren zeventig vast heel erg provocerend waren, maar nu vooral getuigen van een gebrek aan fantasie, zoals daar zijn: blote billen en borsten, dronken gelal, grappig bedoelde schunnigheden, een pornovideo die een poosje meedraaide op de achtergrond, allemaal ongetwijfeld bedoeld als aanklacht jegens het materialisme der burgerij, want zo stond het in het boekje, maar in werkelijkheid vooral een brevet van onvermogen vermomd als ‘heftig’ toneel. Enfin, ik zag veel grijze haren om me heen, dus misschien was het wel bedoeld als nostalgisch bejaardentheater.

Laat dit duidelijk zijn: Koning Lear van het Ro Theater is een prachtige voorstelling. Maar Jack Wouterse in de hoofdrol is zo dominant aanwezig en steekt zo met kop en schouders boven de rest uit dat de voorstelling schematische trekjes krijgt.
King Lear gaat over een de oude koning die langzaam in waanzin wegglijdt, naar mate hij beseft dat twee van zijn dochters, aan wie hij zijn koninkrijk heeft toevertrouwd, hem verachten, terwijl hij zijn oprechte derde dochter verbannen heeft. Twee trouwe dienaren blijven bij hem, zijn nar en de graaf van Kent, in vermomming, omdat ook hij wegens zijn eerlijkheid verbannen is.
In de versie van het Ro Theater zijn de nar (Lukas Smolders) en de hertog van Gloucester (Herman Gilis) de enigen die Wouterse kunnen bijhouden in zeggingskracht. Kent (Bart Slegers) is onder regie van Alize Zandwijk een irritante fladderaar geworden en ook de andere personages zijn meer typetjes dan karakters. Misschien bewust gedaan om alle aandacht op Lear te concentreren, maar het geeft de voorstelling iets onevenwichtigs.
Koning Lear geldt als Shakespeare’s grootste drama en is ieder seizoen wel in een andere versie te zien. Deze versie drijft wel heel erg op Wouterse en doet daarom niet helemaal recht aan het stuk.

Gatcho, de eerste voorstelling van dansgezelschap Gato Bizar, ging gisteravond in première in Lantaren/Venster. Net als de voorstellingen van Lieber Gorilla, waaruit Gato Bizar voortkomt, is Gatcho een mengeling van fysieke dans en slapstick – een sterke combinatie die zeldzaam is op de Nederlandse dansvloeren. Gato Bizar doet het dan ook goed bij jeugdvoorstellingen.
Gatcho draait rond drie dansers, een bad, veel pistolen en flessen drank. Het drietal bedreigt elkaar maar kan ook niet zonder elkaar. Ontroerend is de scene waarin twee van hen beginnen met de loop van een pistool in de mond van de ander, een pose die langzaam overgaat in een innige omhelzing. Begeleid door bandoneon en Rammstein golft de voorstelling heen en weer tussen kwestbaarheid en meligheid. Nu maar hopen dat theaterprogrammeurs in den lande toehappen.

De Parade is, zoals bekend, een braderie met toegangsprijs om te voorkomen dat het plebs binnenkomt. Geen worsten maar tempura voor Ons Soort Mensen. In de randprogrammering zitten echter vaak prachtige kleine voorstellingen die laveren tussen hilarisch en schrijnend.
Een van de juweeltjes van dit jaar is Visnijd. Twee zussen op een verlaten eiland, die elkaar de schuld geven van hun mislukte levens en hun frustraties botvieren op een jongeman die na een storm aangespoeld is. Af en toe net iets te ver over the top, maar verder een mooi spel met clichés en onverwachte wendingen.

Bij binnenkomst zijn de technici nog bezig. Ze sjouwen wat met lampen, rijden rond met een hoogwerker. Als laatste halen ze een beamer weg, en een scherm waarachter danseres Natalia Rodina schuil blijkt te gaan. In Exile Within, de nieuwe voorstelling van de Groningse choreograaf Itzik Galili, gaat de omgeving volkomen voorbij aan de hoofdpersoon. Althans, hoofdpersoon – het is moderne dans, dus het blijft abstract, de hoofdpersoon zweeft als het ware tussen de zes dansers door en daalt af en toe in een van hen neer.
Galili slaagt erin geluid, belichting, decor en dansers in een enkel ritme te vangen, nu eens met ingetogen solo’s, dan weer met energieke ensembles. Expressief gedanst en technisch bepaald niet gemakzuchtig. Op het laatst, als danser Edan Gorlicki nog wanhopig op zoek lijkt naar een uitweg uit zijn ballingschap, komen de technici weer op en beginnen het decor af te breken, de lampen van het plafond te demonteren, duct tape los te trekken. Een voice over vraagt iemand om het licht uit te doen. Waarna terecht een donderend applaus volgt.

Avondje ruw materiaal bekijken van Hotel Coko, de nieuwe voorstelling van Company Koorts, die pas in oktober in première gaat. In een nogal retro vormgegeven hotelkamer vermengen de levens van drie vrouwen zich met dat van de kruier. Alle drie leggen ze het op hun manier met hem aan, de verlamde vrouw zet haar karakter in, de wilde meid haar energie, de sportieve haar lichaam. De voorstelling is duidelijk nog wat zoekende, maar er zit toch al een sterke lijn in.
Na afloop wat napraten met choreograaf Jaakko Toivonen. Sommige solo’s zijn iets aan de lange kant, het trio aan het eind valt niet helemaal op zijn plek, het slot sleept net te lang – dat soort dingen. Vast staat niettemin dat het een mooie voorstelling gaat worden, dus gaat dat zien tijdens Cadance.

Morgenavond de première van Temtapsi Island, de nieuwe voorstelling van het Hans Hof Ensemble, in Lantaren-Venster. Vanavond de try out. En nu de eerste recensie. Twee vrouwen komen aan in een hotelkamer en beginnen elkaar subtiel het leven zuur te maken. Dan verschijnt een man ten tonele. Hij maakt een niet al te snuggere indruk, maar dat mag de prettige rivaliteit niet drukken. Een strijd die begint als Temptation Island eindigt in een cat fight a la Kill Bill.
Het is op een top een Hans Hof voorstelling. Dat wil zeggen dat de thematiek niet bijster bijzonder is. Ook rurrige Japanse karaoke en vingercamera’s zijn eerder vertoond. Maar de enscenering en uitvoering zijn tot in de puntjes verzorgd. Veel oog voor detail, in decors en kostuums, leuke kleine details. Voorstellingen van Hans Hof zijn nooit in elkaar geflanst. Maar Temtapsi Island mist de inhoudelijke zorgvuldigheid en eenheid die het ensemble in de voorstelling Bureau uit 2002 wel bereikte.

Deze avond de première van de leukste productie in tijden uit de werkplaats van Lantaren/Venster gekomen is. Theatermaakster Shertise Solano maakte een combinatie van toneel en dans waarin Barbara Mullin en Çigdem Teke elkaar het leven zuur maken. Naar een verhalenbundel van Toon Tellegen. Met absurde dialogen, hilarische situaties en een tirade in het Turks over een komkommer. Jammer dat de voorstelling maar een paar dagen op de planken staat.