
Ab Klink doet niet meer mee. In een brief aan partijbestuur en fractie analyseert hij rechtlijnig dat Geert Wilders geen betrouwbare partner is. Dit is de cruciale passage uit de brief:
“Hij [Wilders] stelde bij de komende presentatie van het akkoord met een volstrekt en totaal(!) ander verhaal te komen dan de VVD en het CDA. Hij raadde de collega’s aan om op dat moment maar een andere kant op te kijken en voorspelde dat de hoofden van de coalitiepartners rood zouden kleuren. Een samenbindende visie zou echt niemand hoeven te verwachten.”
Anders gezegd: Wilders zal weliswaar zijn fractie op het juiste moment ‘voor’ laten stemmen, maar zich verder voortdurend publiekelijk distantiëren van het kabinet, dat ondertussen bij de eigen achterban minder populaire anti-moslimmaatregelen moet doorvoeren. Kortom, Wilders stelde een rattenstreek in het vooruitzicht.
Machtspoliticus Verhagen heeft dit ongetwijfeld als een machtsspel willen uitvechten. De streng gereformeerde Klink is meer van de principes, al legt hij zijn bommetje onder de formatie ook, omdat hij denkt dat het kabinet praktisch niet werkbaar zal zijn. Klink legt tevens een bommetje onder het CDA door als volgt uit de school te klappen:

Nederland koerst nog altijd af op een gedoogkabinet. Het rommelt weliswaar in het CDA, maar Maxime Verhagen is woordkunstenaar genoeg om met een akkoord naar buiten te komen waarin op het eerste gezicht geen onvertogen woord staat. Daarmee overtuigt hij zijn fractie en het CDA-congres: “Geert zegt misschien minder frisse dingen (en daar zal ik hem stevig op aanspreken), maar het daadwerkelijk te voeren beleid is CDA-beleid.” Het zou nog waar zijn ook.
Maar dan moet er geregeerd worden. Opiniemakers houden het erop dat Wilders het kabinet zal gijzelen, maar is dat ook zo? Er is reden genoeg om aan te nemen dat precies het omgekeerde het geval zal zijn: het CDA neemt Wilders in de tang en Job Cohen kijkt lachend toe.
Het begint er al mee dat Wilders in zijn drang om te regeren veel meer bezuinigingen zal moeten slikken dan hij en zijn achterban willen. Als compensatie eist hij extra harde anti-immigratiemaatregelen. Die krijgt hij, met steun van de VVD. Het CDA protesteert, er wordt wat water bij de wijn gedaan en ten slotte sneuvelt het voorstel in de Eerste Kamer, waar het kabinet geen meerderheid heeft, als er al niet een paar CDA-dissidenten in de Tweede Kamer volhouden dat ze het kabinet steunen, maar dit te ver vinden gaan. Simpel gezegd: het CDA heeft een hele cascade aan machtsmiddelen om Wilders’ voorstellen de nek om te draaien, als ze er echt geen trek in heeft. De breed uitgemeten onrust in de partij brengt die middelen in stelling.
En wat moet Wilders dan? Hij kan natuurlijk de stekker uit het kabinet trekken. Maar dat ultieme machtsmiddel, waarmee hij het kabinet in gijzeling zou houden, is zo bot als wat. Niet iedereen die breekt betaalt, maar in Wilders’ geval wordt het wel heel lastig betogen dat de gedoogsteun een succes was, zowel bij zijn achterban (getroffen door de bezuinigingen) als bij zijn coalitiepartners (zie je wel, niet betrouwbaar). Zodra Geert Wilders zijn handtekening onder het gedoogakkoord zet, heeft Maxime Verhagen hem klem. (gc)

De inwoners van de Salomonseilanden, een archipel ten oosten van Papua Nieuw Guinea, gaan vandaag naar de stembus. De vorige keer dat ze dit deden, in 2006, leidde dit tot grootschalige rellen, waarbij de Chinese minderheid het moest ontgelden. Er was op dat moment al een vredesmacht onder Australische leiding op de eilanden, omdat die verkiezingen een eind moesten maken aan een burgeroorlog tussen autochtone etnische groepen.
Die vredesmacht is er nu nog, en is zelfs versterkt met het oog op de verkiezingen. Alcohol is sinds maandag verboden en er is speciale inkt uit India ingevlogen om te zorgen dat mensen na het stemmen niet hun vinger kunnen schoonmaken en opnieuw stemmen, zoals vorige keer gebeurde. De campagne is op een paar incidenten na rustig verlopen. Er zijn 500 kandidaten (op 500.000 inwoners), die in een districtenstelsel strijden om 50 zetels in het parlement. De uitslag wordt in het weekend verwacht.

Deze zondag zijn er nationale verkiezingen in het twee-eilandenstaatje São Tomé e Príncipe, dat nu rondkomt van cacao en hulpgelden, maar hoopt in de nabije toekomst erg rijk te worden van de olie. Voor de verkiezingen moet het land altijd de hand ophouden in het buitenland, want zelf is het niet in staat ze deugdelijk te organiseren. Voordeel daarvan is dat het knoeien met de stemming en de uitslag lastiger maakt.
Als voorproefje waren er afgelopen weekend lokale verkiezingen in de zeven districten. Vier significante partijen deden mee. Die van de premier won, die van de president verloor, en de oppositie deed het ook goed. De verliezers beschuldigden de winnaars van het kopen van stemmen. De winnaars ontkenden niet, maar stelden dat iedereen het zo deed. Premier Rafael Branco verwacht dan ook na de nationale verkiezingen te kunnen aanblijven (link in het portugees, in het engels wordt er weinig over geschreven).
De nieuwe premier en de nieuwe president die volgend jaar gekozen wordt, zullen verzekerd zijn van warme internationale belangstelling. De olie lonkt steeds nadrukkelijker. Het olieveld wordt in samenwerking met Nigeria ontwikkeld, maar de nationale oliemaatschappij van Angola, dat Nigeria naar de kroon steekt als Afrika’s grootste olieproducent, heeft er ook belangen. Landen als Brazilië en India zijn gul met leningen om zich een positie bij de politici te verwerven.
Traditioneel is Nederland de belangrijkste handelspartner van São Tomé e Principe. Meer dan de helft van de export (lees: cacao) wordt naar Amsterdam gestuurd. Maar als de olie komt, zullen de kiezers wel meer in het handje willen hebben dan de opbrengst van wat repen chocola. (gc)

Waar in de rest van Nederland juist een ruk naar rechts werd waargenomen hebben de landelijke verkiezingen in Rotterdam ten opzichte van die voor de gemeenteraad eerder dit jaar een verschuiving naar links laten zien.
Leefbaar Rotterdam en de PVV zijn natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar, maar het beeld is wel dat het rechterblok een klein beetje slinkt. Opmerkelijk is dat binnen rechts de stemming naar het midden schuift, terwijl in het linkse blok juist de flanken winnen. Al met al vind ik het significant genoeg om van een trend te spreken. Hier is de tabel:


Door alle perikelen rond Watt ben ik aan serieus nadenken over de verkiezingen niet toegekomen. Zoals ik op GeenCommentaar bekend heb ben ik een lui en loyaal GroenLinks lid, dus ik ga zometeen netjes mijn rode kruisje zetten ergens onderaan op lijst 6.

Californië gaat het mes zetten in de uitgaven om een begrotingstekort van negentien miljard dollar weg te werken. De staat kampt al langer met grote tekorten en een politieke patstelling om die op te lossen. Reden genoeg om de staat te vergelijken met Griekenland. Die vergelijking loopt mank. De Californische economie is veel groter dan die van Griekenland en het tekort veel kleiner. Er zijn echter wel interessante parallellen tussen de crises, die iets zeggen over de toekomst van de eurozone.
Ten eerste: Griekenland is op Europese schaal beter te vergelijken met Rhode Island in de VS, ook een staat met een fors begrotingstekort. Columnisten ter plekke trekken de parallel al. Zelfs al zou Rhode Island het financieel niet meer kunnen bolwerken, dan is er niet zoveel aan de hand, want het meeste geld in de staat komt uit Washington, dat de federale belastingen int. Dat is een bij de oprichting van de Verenigde Staten duur bevochten solidariteit: de federale staat is verantwoordelijk voor de schulden van haar leden. Effectief besloot de EU deze week hetzelfde te doen om de euro te kunnen redden. De crisis noopte de EU tot federalisme.

Voor de verandering weer eens een linktip: mooi verhaal in de Binnenlands Bestuur van deze week over de Venlose GroenLinks-wethouder Peter Frey, die het roer volledig omgooide en besloot schaapherder te worden (even naar beneden scrollen).

De Ab Harrewijn Prijs 2010 is gewonnen door Marcia Kroes van stichting Zelfbeschadiging te Utrecht. Zij zet zich als ervaringsdeskundige in om aandacht en begrip te vragen voor vrouwen die zichzelf beschadigen. Juryvoorzitter Paul Rosenmöller reikte de prijs gisteren uit in Den Haag.

De Dance Parade verlaat Rotterdam, na een slepend conflict met de gemeente over de beveiliging rond het evenement. Van een tocht door de stad was het al terug gebracht tot een Hoek-van-Holland-achtig evenement op een afgesloten terrein, maar de organisator heeft de ongetwijfeld commerciële afweging gemaakt dat dit niet werkte. Andere steden zullen het graag willen overnemen.
Nou vind ik op zich dat evenementen, of het nou culturele of sportmanifestaties zijn, zelf moeten opdraaien voor het organiseren van hun beveiliging. Toch zit hier een luchtje aan. Het is namelijk helemaal niet duidelijk of de gemeentelijke veiligheidseisen proportioneel zijn. De dance parade is immers een nogal suf evenement dat weinig overlast veroorzaakt (behalve naar verluidt bij de ziekenhuizen, die een piek in alcohol- en pillenvergiftigingen te verwerken krijgen).
Het heeft er toch een beetje de schijn van dat burgemeester Aboutaleb een persoonlijk trauma verwerkt in hard beleid, ongeveer zoals jeugdwethouder Leonard Geluk enkele jaren geleden zijn indrukken van de moord op het Maasmeisje vertaalde in een rigide jeugdbeleid. Geluks harde lijn, geworteld in een persoonlijke overtuiging, bracht hem in conflict met zijn collega’s in de randgemeenten en ultiem ook met zijn eigen fractie.
Het valt te hopen dat Aboutaleb snel zijn flexibiliteit herwint. Achter de schermen woedt momenteel een harde strijd tussen de burgemeester en de verschillende evenementenorganisaties. Er is zelfs sprake van een verplichting om één beveiliger in te schakelen per 100 à 400 bezoekers, ongeacht de aard van het evenement. Dat zou heel veel initiatieven de nek om kunnen draaien – en daar wordt Rotterdam misschien veiliger van maar niet aangenamer.