
De landelijke bijeenkomst over Kunduz vorige week begint langzaam door te sijpelen naar de media. Met dank aan de column van journalist Kustaw Bessems, die noteerde dat Mariko Peters zich stekelige opmerkingen permitteerde over de meer exotische doelen van de missie.
Zoals bekend heeft GroenLinks zichzelf die missie ingerommeld en is ook zelf verantwoordelijk voor het optuigen van een onhaalbare kerstboom aan randvoorwaarden. De afgelopen maanden begon ik een beetje te vrezen dat de fractie zelf geloofde in de volle missie. Het inkijkje bij Mariko stelt me gerust: de fractie bezit voldoende realiteitszin om te weten dat er nogal wat hopeloze aspecten aan de zaak zitten.
Vervelend is wel dat de partij hier de komende jaren nog periodiek mee getreiterd gaat worden. Allicht dat Mariko’s opmerkingen de aanzet kunnen zijn tot een ook publiekelijk wat reëler standpunt. Dat hoeft niet intrekken van de steun te zijn, maar de beleden verwachtingen mogen wel wat omlaag geschroefd worden.

God is dood en wordt nog steeds node gemist. Bondiger kan ik Dick Pels’ artikel ‘Naar een vrijzinnig paternalisme‘ niet samenvatten. Omdat die referentie aan Friedrich Nietzsche vaak verkeerd begrepen wordt, geeft ik nog even het volledige citaat uit De Vrolijke Wetenschap: ‘God is dood en blijft dood, en wij hebben hem vermoord! Hoe kunnen wij ons troosten, moordenaars aller moordenaars?!’ Uit Nietzsches aforisme spreekt eerder wanhoop dan bevrijding. Fjodor Dostojevski zette de intellectuele punt op de i in De gebroeders Karamazov: ‘Als God dood is, is alles geoorloofd.’ Ook de Rus zag geen bevrijding.
Sinds Nietzsche en Dostojevski hebben seculiere politici van allerlei (liberale of rode) snit geprobeerd God ook politiek dood te verklaren, daarin effectief tegengewerkt door hun conservatief-christelijke collega’s. Paternalisten heten de laatsten, omdat zij een moraal voorstaan die zonder inspraak van onderop tot stand komt – wat in het protestants-christelijke Nederland overigens nogal een karikaturale voorstelling van zaken is, omdat gelovigen hier te lande al in de zeventiende eeuw een stevig emancipatieproces doorlopen hebben.

GroenLinkser Farid Darkaoui heeft de Horstingprijs gewonnen, die iedere twee jaar wordt uitgereikt door het Historisch Gezelschap Roterodamum. Hij krijgt de prijs op 16 november uit handen van Ahmed Aboutaleb voor zijn talloze verdiensten op maatschappelijk vlak.
Er word in Rotterdamse GroenLinkskringen wel eens gegrapt over alle initiatieven die ik van de grond help tillen, maar dan kennen ze Farid nog niet. Die heeft niet alleen een bloeiend bedrijf met allerlei dochterondernemingen opgezet, maar ook de eerste multicultiscouting van Nederland en een martial arts vereniging (uiteraard is hij ook zelf een goede hopman en taekwondoka). En zo nog het een en ander.
Dus ere wie ere toekomt.

Prinsjesdag in crisistijd, een mooi moment om je druk te maken over een afbeelding op een dik honderd jaar oude koets. Daarop te zien: een jonge koningin Wilhelmina aanvaardt geschenken van haar Surinaamse en Indonesische onderdanen. Inzet van de discussie: hoe we ons het beste schuldig kunnen voelen over die periode, door de afbeelding weg te moffelen of door er juist nadrukkelijk naar te kijken.
Pramoedya Ananta Toer, guerillastrijder tegen de Nederlanders, later politiek gevangene onder het regime van Suharto en Indonesiës belangrijkste schrijver en intellectueel van de twintigste eeuw, zou er vermoedelijk wat genuanceerder tegenaan kijken. In zijn romancyclus rond de jonge nationalist Minke laat hij zijn hoofdpersoon verliefd zijn op de jonge koningin. Een mooi ambivalent beeld. Uiteraard veroordeelt Toer het kolonialisme, maar de eigen machtsstructuren van de Javanen (waar de Nederlanders dankbaar gebruik van maakten) waren ook niet fraai. Zijn eindoordeel is dat de Nederlandse koloniale overheersing veel slechts, maar ook veel goeds gebracht heeft voor Indonesië.

Voor de Nederlandse militaire missie in Kunduz creërde premier Rutte een papieren werkelijkheid om Jolande Sap over de streep te trekken. Dat was nodig omdat de PvdA, normaal gesproken een steunpilaar voor Atlantische realpolitik, het liet afweten. GroenLinks nam een fors risico om het Nederlandse imago bij de Amerikanen te redden (daar kun je van alles van vinden, maar het is een feit dat goede relaties met de Amerikanen handig zijn in de internationale politiek).
Zowel Rutte als Sap wist natuurlijk wat er komen zou: een stroom van berichten dat het daar in Kunduz minder pluis is dan gehoopt en dat de opgeleide politieagenten toch tegen de taliban gaan vechten. Dat is voor VVD en GroenLinks het sein om te vechten voor de instandhouding van de papieren werkelijkheid. Het kabinet ontkent dat er gevochten wordt en GroenLinks stelt kamervragen om het geloof nog eens goed te onderstrepen.
Dit is natuurlijk een poppenkast. De missie in Kunduz wordt gedoogd, niet alleen door GroenLinks, ook door de VVD (lees vooral de laatste zin van hun standpunt over Kunduz). We zijn ooit aan Afghanistan begonnen omdat we boos waren over 9/11 en nu zitten we er nog steeds, omdat we de boel een beetje netjes willen achterlaten en om onze eenzame Amerikaanse vrienden het gevoel te geven dat ze er niet alleen voor staan. Dat is wel een valide reden, maar niet eentje die je verkoopt aan de Nederlandse burgers. Dan maar een papieren werkelijkheid en de andere kant uitkijken als de realiteit toeslaat. De gedoognatie bij uitstek is er een meester in. (gc)

Een dikke maand was journaliste Lise Witteman bezig met het uitdiepen van een echtscheidingsvete tussen de partner van Mariko Peters en diens ex, waarbij ze en passant ook nog stuitte op een nogal marginale onzuiverheid in een subsidieprocedure. Anderhalve dag voor het blad naar de drukker zou gaan besloot Witteman ook nog even GroenLinks om commentaar te vragen.
Iedereen die wat van journalistieke planning weet, ziet onmiddellijk de luizenstreek die hier geleverd wordt. Anderhalve dag voor een weekblad naar de drukker gaat, is de eindredactie goeddeels voltooid en liggen teksten plus foto’s bij de vormgeving. Als onderwerp van een kritisch artikel kun je dan nog een paar regels krijgen om te ontkennen, maar het leeuwendeel van het verhaal staat vast. De boodschap wordt niet meer veranderd. Ook al heb je bergen feitenmateriaal om jouw versie te staven, daar is geen ruimte meer voor.
Kortom, HP was van plan om een vernietigend verhaal over Mariko te publiceren en wilde niet het risico lopen dat Mariko nog met materiaal zou komen dat een maand research onderuit schoffelde. Dus werd tot het allerlaatste moment gewacht met een plichtmatig wederhoortje. Voor deze manier van werken bestaat in de journalistiek een term: je moet een goed verhaal niet doodchecken.
Logisch dat Witteman een boze GroenLinks woordvoerder aan de lijn kreeg. Ze had zelfs de eer een boze Jolande Sap zelf aan de lijn te krijgen. En die zou haar geïntimideerd hebben. Aggut. Sap ontkent nu druk uitgeoefend te hebben, maar ik mag toch hopen dat ze wel degelijk het volledige register heeft opengetrokken tegen Witteman om de belangen van GroenLinks te verdedigen.
Journalisten zijn een politieke machtsfactor. Dat weten ze en daar maken ze gebruik van. Journalisten dealen met politici en andersom. Wederzijds druk uitoefenen om een primeur te scoren of je eigen boodschap zo gunstig mogelijk in de krant te krijgen, hoort bij het spel. Kortom, Lise Witteman, if you can’t stand the heat, stay away from the fire. (gc)

Ruim tien jaar geleden, toen ik nog niet zo lang in de stad woonde, werd Machteld Cairo voorzitter van GroenLinks Rotterdam. De sfeer van de ledenvergaderingen werd op slag totaal anders. Chaotischer, maar ook gezelliger en overvloedig voorzien van door Machteld gebakken koekjes.
Machteld was niet zo lang voorzitter, maar maakte gewoon door zichzelf te zijn een einde aan de wat krampachtige sfeer van de alv’s. Anderen na haar konden daarop bouwen aan een afdeling die zowel levendig als effectief was. Machteld zelf concentreerde zich op de politiek in de deelgemeente noord, waar ze als een koningin over moederde. Tien jaar was ze raadslid, waarvan ongeveer de helft fractievoorzitter.
Haar ziekte hield ze stil, zodat haar overlijden vorige week voor velen als een schok kwam. Vandaag kan iedereen afscheid van haar nemen. Morgen is de begrafenis.

De Ab Harrewijn Prijs 2011 is gewonnen door Ine Spuls van de Villa (St. Eigen Bedreivigheid) in Doetinchem. De Villa gebruikt geen zorgconcept, maar een werkfilosofie voor de opvang van dak- en thuislozen. De uitreiking vond plaats op 13 mei in De Boskant te Den Haag.

Mooi verhaal in De Linker Wang van maart over het confessionele college in Zeeland, bestaand uit CDA, SGP, CU en GroenLinks: hoe het geloof de bindende factor kon zijn in een pragmatisch groen bestuur. Het blijkt wel een zwanenzang: alle vier de partijen verloren woensdag zetels.

Kijk, dat geeft nou eens een gevoel van invloed: de elektronen van mijn vorige blogje waren nauwelijks droog of de kamerfractie hakte de knoop door: GroenLinks steunt de missie naar Afghanistan. Hoewel ik zelf geen voorstander ben, begrijp ik de afwegingen van de fractie wel.
Nu komt er uiteraard een protestcircus op gang binnen de partij, met een tumultueus congres volgende week zaterdag, dat eigenlijk over de senaatslijst zou moeten gaan. Ik kondig nu alvast aan dat ik, net als bij de eerste Afghanistandiscussie, niet meedoe aan moties die de fractie tot de orde roepen. Het was een moeilijke beslissing, ik ben het er niet mee eens (maar ben ook onvoldoende op de hoogte), maar ze is verdedigbaar binnen het mandaat dat de fractie van de partij gekregen heeft.
Afrekenen komt op zijn vroegst als de missie in Kunduz een totaal ander karakter krijgt dan Jolande Sap en de fractie minus Ineke van Gent voorzien. Dan kun je hen een verkeerd inschattingsvermogen verwijten en dat is een vorm van politiek falen. Nu rollende koppen willen zien is een vorm van arrogantie waar ik niet zoveel mee heb.