
Onder GroenLinks en D66 stijgen de lokale lasten het meest, kopte de Volkskrant vanochtend. Het onderzoekje zal ongetwijfeld kloppen. Maar een nuance haalde het internet niet, maar wel de binnenkant van de papieren krant.
GroenLinks eindigt zo hoog vanwege riool- en reinigingsheffingen. Milieubelastingen dus. Bij de ozb eindigt GroenLinks naast de VVD onderin. Bovendien kijkt dit soort onderzoeken niet naar lasten die anders indirect bij de burger neergelegd worden, in de vorm van bijvoorbeeld een hogere prijs voor het bibliotheek-abonnement of een afgeknepen bijzondere bijstand. Kortom, niets om je voor te schamen, eerder om trots op te zijn.

Voor de verandering publiceer ik eens een bijdrage van iemand anders, namelijk van Nourdin el Ouali, de nummer twee op de kandidatenlijst van GroenLinks in Rotterdam. Nourdin is schoolloopbaanbegeleider op drie middelbare scholen in Rotterdam.
Jij moet je aanpassen!
De goede allochtoon is de geassimileerde allochtoon. Iemand die zijn cultuur, zijn taal en religie heeft afgeworpen of hiertoe bereid is. Dit is wat een aantal politieke partijen bepleiten. Als je in deze tijden aangeeft dat je voor een multiculturele samenleving bent, dan is de kans groot dat je hierop wordt aangevallen. Het is alsof je vloekt in de kerk. Natuurlijk is het van belang om de taal te spreken en op de hoogte te zijn van het reilen en zeilen in het nieuwe vaderland.
Maar ik heb nooit iemand ontmoet die het tegendeel beweert. Geen enkel persoon emigreert, om welke reden dan ook, naar een land en heeft als principe “wat er ook gebeurt ik weiger de taal te leren”. Sommige politici doen dit wel zo overkomen. En als het gaat om Nederlandse staatsburgers met diverse achtergronden, die hier vaak geboren en getogen zijn, dan mag men wat mij betreft het woord integratie niet eens in de mond nemen. Deze groep mensen spreekt de taal, doet mee aan het maatschappelijke leven, de meesten studeren, werken en zijn op diverse niveaus in onze samenleving actief.
Het staat op Rijnmond, dus dan is een gimmick van je hyves een publieke campagne-uiting geworden. Lies Roest staat op zes bij GroenLinks Rotterdam en wil in de raad, dus dan zijn onorthodoxe methoden geboden. Heel veel smaakvoller overigens dan die kandidaat in Leeuwarden. En nu maar afwachten of het werkt. Foto door Froukje Klop.

Altijd weer spannend, die stemwijzer, zeker nu ik me minder dan ooit tegen het Rotterdamse verkiezingsprogramma aan bemoeid heb. Een hele opluchting dus dat mijn eigen partij netjes bovenaan het lijstje eindigde – mijn intuïeve mening komt overeen met de doorwrochte visie van de partij.
Nadere beschouwing leert dat ik maar op drie punten een andere mening ben toegedaan. Ten eerste ben ik tegen referenda bij belangrijke beslissingen. Ook ben ik tegen verzelfstandiging van de bibliotheek (iets merkwaardigs om te willen, als je tegelijkertijd de verzelfstandiging van het havenbedrijf wilt terugdraaien). En als laatste vind ik dat ouderen gewoon moeten betalen voor openbaar vervoer, omdat niet leeftijd maar inkomenspositie volgens mij maatgevend dient te zijn (en gratis maken van iets dat het milieu belast vind ik sowieso onwenselijk).

Zo, de kogel is door de kerk. Femke Halsema wil graag nog vier jaar partijleider van GroenLinks blijven. Ze geeft drie persoonlijke redenen waarom ze dat wil, redenen die vooral niet verward moeten met waarom het zou moeten. Die redenen zullen anderen moeten verzinnen.
De partijregels geven haar alle ruimte. Die vragen namelijk van de leden een motivatie om een vierde termijn te gunnen, niet van de kandidaat om te willen. Kortom, aan Femkes fans is nu de taak om een goede motivatie in elkaar te timmeren. Die zal toch net wat sterker moeten zijn dan ‘ze doet het zo goed’.
Zelf weet ik het nog niet. Een partijleider kiezen is een kwestie van alternatieven tegen elkaar afwegen, en die ontbreken vooralsnog. Ik hoop vooral dat anderen zich door Femkes kandidatuur niet laten afschrikken (en als ze dat doen, is dat hun eigen schuld, niet die van Femke). Ook voor Femkes mandaat zou het slecht zijn als ze geen serieuze tegenstand ontmoette.

In Rotterdam is GroenLinks altijd de sterkste tegenstander van het elektronisch in de gaten houden van burgers met bijvoorbeeld camera’s. Privacy, u weet wel. De VVD is (met andere partijen) vanouds een groot voorstander: veiligheid rechtvaardigt een inbreuk.
Maar wat lees ik nu in GroenLinks Magazine: in Heerhugowaard is het net omgekeerd (artikel staat helaas niet online). Hier pleit GroenLinks voor het aanbrengen van chips in vuilcontainers om burgers te kunnen betrappen op een milieudelict, terwijl de VVD juist voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer staat.
Waaruit je, met de nodige voorbehouden, zou mogen afleiden dat het niet om het principe van de privacy gaat, maar het doel van de schending. GroenLinks vindt veiligheid op straat geen goede reden, maar milieu wel. Bij de VVD is dat omgekeerd.

Nou dacht ik dat we in Rotterdam al goed in de jongelui zaten, met de negentienjarige lijsttrekker Emil Cammeraat in het centrum, maar GroenLinks Waalre gaat er nog even fors onder zitten. Edwin Lamboo staat met zijn veertien jaar op plek vijf.
Ik kan hem niet anders dan veel sterkte wensen. De meute van GeenStijl heeft hij al over zich heen gekregen en het kan er in de campagne nog hard aan toe gaan. Zo te zien heeft hij nog geen hyve of twitter account. Dat zou ik maar even zo houden.

Kijk, zo voeren we nou politiek in Rotterdam. GroenLinks lijsttrekker Arno Bonte deed vanaf een trapje een standbeeld een das om, om aandacht te vragen voor het isoleren van woningen. Het onlangs teruggetreden VVD-raadslid Kees de Gruijter stond er schreeuwend en tierend bij. Zo ontstond een stemming waarbij een ‘omstander’ het nodig vond een ei (dat hij waarschijnlijk ‘toevallig’ bij zich had) naar Bonte te gooien.
Uiteraard bood de VVD haar excuses aan voor deze misdragingen. Of wacht, nee, dat deed de VVD niet. Ze vroeg een raadsdebat aan om mogelijke beschadiging van het beeld door Bonte aan de kaak te stellen. Enfin, dat niveau dus. En dan moet de campagne nog serieus op gang komen.

Al zeven keer heeft de Ab Harrewijn Prijs een mooi initiatief voor de onderkant van de samenleving voor het voetlicht mogen brengen. Om de naam van Ab Harrewijn in herinnering te houden, maar ook een initiatief te steunen, materieel en publicitair. Vorig jaar ging de prijs naar Tonnie Verschoor van Ons Wereld Huuske in Klazienaveen, een plek waar mensen zonder betaald werk elkaar kunnen ontmoeten, maar ook de handen uit de mouwen steken om tweedehands goederen te repareren. Zij kunnen er bovendien terecht met problemen, bijvoorbeeld het invullen van formulieren.
Zeker nu de economische crisis zich laat voelen, verdient de onderkant van de samenleving extra aandacht. Alle reden voor de jury om in 2010 de achtste prijs te organiseren. Iedereen is van harte uitgenodigd om de uitreiking bij te wonen, die plaats zal vinden op donderdag dag 13 mei (Hemelvaartsdag), om 15.00 uur in De Boskant, Fluwelen Burgwal 45 Den Haag.
Voor een succesvolle uitreiking zijn uiteraard genomineerden nodig. De jury is wederom op zoek naar initiatiefrijke mensen die op originele wijze schijnbare tegenstellingen overbruggen en mensen bijeenbrengen ten dienste van de onderkant van de samenleving. Iedereen die een mooi initiatief kent, wordt opgeroepen de jury daarop te attenderen, liefst vergezeld van zo uitgebreid mogelijke informatie, zoals een website of jaarverslag. Ook een krantenknipsel of een persoonlijk getuigenis kan de jury echter een goed beeld geven van een initiatief. De uiterste datum is 13 februari 2010. Vijf genomineerden worden beloond met 1500 euro, terwijl de uiteindelijke winnaar 5000 euro krijgt.