
Morgen gaan de inwoners van de welvarende eilandstaat Mauritius naar de stembus. Ze kunnen kiezen tussen twee blokken, allebei van nominaal socialistische snit. Aan de macht zijn momenteel de liberale socialisten, terwijl de wat meer orthodoxe socialisten in de oppositie zitten. Beide blokken beloven hetzelfde: doorgaan met de economische liberalisering, maar wel zorgen dat de welvaart alle lagen van de bevolking bereikt.
Business is namelijk booming op het eiland, dat het gelukt is zich te positioneren als een groot zakenknooppunt tussen China, India en Afrika. Voorheen steunde het vooral op toeristen en suikerriet. De economie groeide in 2009 door, ondanks de wereldwijde crisis. Het doel is nog meer investeerders lokken, zonder teveel in de gaten te lopen als belastingparadijs. Kortom, het gaat lekker op Mauritius en de oppositie heeft weinig te winnen door te claimen dat ze het totaal anders gaat doen dan de zittende regering.
Is er dan helemaal geen gedoe? Jawel, oppositieleider Paul Bérenger, die vijf jaar geleden nog premier was, klaagt over partijdige reportages op de staatstelevisie. Interessanter is een relletje binnen het regerende blok. Minister van financiën Ramakrishna Sithanen staat niet op de kieslijst van de grootste partij in het blok, vermoedelijk omdat de leider van een kleinere partij zijn baan wil hebben. Als het geld binnen blijft rollen, is dat immers een leuke plek in de schijnwerper. (gc)

Griekenland krijgt een pakket van 110 miljard euro van de broeders in Europa om de economie te redden. In ruil daarvoor moeten de Grieken op ongekende wijze de broekriem aanhalen. Terecht, want ze hebben op veel te grote voet geleefd. Onduidelijk blijft echter nog steeds wat de crediteuren van Griekenland gaan doen om zichzelf aan banden te leggen.
Er zit namelijk ook een andere kant aan het Griekse verhaal. Ja, de Grieken zijn absoluut onverantwoorde leningen aangegaan, maar er waren ook volop banken in cash-rijke economieën die bereid waren het te lenen, tegen steeds hogere rentes, die alleen maar de voorbode konden zijn van een crash. Vergelijk het met de praktijken van Dirk Scheringa’s Bank. Je kunt zijn klanten absoluut verwijten op te grote voet te willen hebben leven, maar het werd ze ook wel erg makkelijk gemaakt. Het ultieme gevolg van al die mensen met uitgerekte portemonnee was voor DSB het faillissement: meegezogen door de eigen klanten.
Dit kon ook met Griekenland gebeuren: een failliete klant die zijn crediteuren dreigde mee te sleuren. Alleen al de Duitse en Franse banken hebben 119 miljard euro uitstaan in Griekenland en nog eens 900 miljard bij Ierland, Portugal en Spanje. De Nederlandse banken staan voor dik drie miljard op de Griekse rol en achttien miljard bij de andere drie. Als je dat voor vijf miljard kunt redden, moet je het doen.
Het noodkrediet voor Griekenland is dus een rationele beslissing: het verlies bij niks doen is groter. Niemand wil de oude DSB-leningen overnemen, en hetzelfde zou gelden voor Griekse staatsobligaties. We mogen boos zijn op de Grieken, maar we mogen ook boos zijn op onszelf dat we het zo ver hebben laten komen. (gc)

Rotterdam heeft een nieuw college, met bijbehorend coalitieprogramma. Het programma biedt veel continuïteit, niet zo gek aangezien drie van de vier partijen ook in het vorige college zaten en het inwisselen van GroenLinks voor D66 ook niet tot een ruk aan het stuur leidt.
Het Rotterdam Climate Initiative, waar GroenLinks hard aan getrokken heeft, blijft behouden, zij het op iets bescheidener niveau. Waar GroenLinks een lichte verhoging van de ozb voorstond, wordt die juist licht verlaagd, ongetwijfeld een geste naar de VVD. De coalitie is terughoudend met nieuw beleid, omdat dit geld kost, maar ook omdat je niet kunt bezuinigen op het ambtenarenapparaat, wanneer je tegelijkertijd verwacht dat er allerlei nieuwe initiatieven ontplooid worden.
Cultuur – ja, dat heeft mijn warme belangstelling – komt goed weg. De tien miljoen euro die GroenLinks er twee jaar geleden bij pingelde om te voorkomen dat de toen net aangetreden nieuwe wethouder Rik Grashoff meteen lastige keuzes moest maken, gaan er weer af. Maar verder bezuinigd wordt er niet. Natuurlijk zullen de lastige keuzes alsnog komen, maar per saldo krijgt cultuur vanaf 2012 evenveel geld als in de hoogconjunctuur van vier jaar geleden.

Gerrit Zalm, de naar verhouding karig betaalde topman van ABN-Amro, krijgt een vier van zijn personeel. In een eerste reflex ben je geneigd te denken: dat is beroerd. Tot je gaat kijken waar de werknemers over klagen: in de cao-onderhandelingen dreigen behaalde resultaten uit het verleden niet gegarandeerd te zijn. De werknemers willen het beste uit de cao’s van ABN Amro en Fortis omsmeden tot een nieuwe cao. Zalm wil dat niet.
De goudomrande tijden van de bankiers zijn namelijk voorbij. Zelfs in 2008 kregen de bankiers nog een cao met prima loonsverhoging en verhoogde bonus. In 2009 kwam er weer 3,5 procent bij (.pdf, pagina 34), iets onder het gemiddelde – maar wel bij een veel hoger startniveau. Kortom, objectief gesproken hebben de bankiers onder Zalm geen reden tot klagen.
Dat ze dat toch doen is vooral een teken dat Zalm serieus de bezem door het bedrijf aan het halen is. Het kostenniveau moet omlaag. Pas als er niet geklaagd werd, had de Nederlandse belastingbetaler reden om zich zorgen te maken.

Het blijft natuurlijk linke soep, jezelf voor een hoge plek kandideren op de GroenLinkse lijst. Al heb je nog zo’n dikke aanbeveling van de kandidatencommissie, als je presentatie een beetje hapert, zoals bij Bert van Boggelen en Jaap Dirkmaat gisteren, ben je zo weg. Het congres heeft namelijk maar een beperkte boodschap aan het werk van de commissie. Het oordeelt voor een belangrijk deel op basis van een babbeltje van twee minuten.
Toen het congres de lijst door de gehaktmolen begon te halen, deed Marijke Vos nog een wanhopige poging om haar advies te redden, maar ze werd op boegeroep onthaald. Begrijpelijk: een ontketend congres wenst niet tot de orde geroepen te worden. Met de resulterende lijst is niet zoveel mis, maar het zal in de toekomst wel lastiger worden om prominenten voor een topplek te interesseren, gezien het vergrote afbreukrisico.
In de gelederen der officials zal nu wel weer nagedacht worden over veranderen van de procedures. Dat is niet nodig. Met een betere invulling van de huidige kun je ook al een heel eind komen.

Na de parlementsverkiezingen vorig jaar hebben de nationalisten op Noord-Cyprus nu ook het presidentschap veroverd, in de persoon van de huidige premier Dervis Eroglu. Dit ondanks schijnbare druk uit Turkije vooral op de gematigde kandidaat te stemmen, de zittende president Mehmet Ali Talat. De vraag is nu natuurlijk wat voor gevolgen dit heeft voor Cyprus zelf én voor de Turkse aspiraties op het EU-lidmaatschap.
Zo op het eerste gezicht is het natuurlijk niet gunstig. De nieuwe president heeft zich in het verleden weinig verzoenlijk opgesteld. Anderzijds hebben gesprekken onder Talat ook niet zoveel opgeleverd. Eroglu houdt bij hoog en bij laag vol dat hij de gesprekken met de Grieks-Cyprioten wil doorzetten. Die reageerden in eerste instantie negatief op de verkiezing. De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan beweert dat hij nog dit jaar een deal wil zien.
Dat is wat onwaarschijnlijk, maar het zou ook wel eens de enige kans kunnen zijn. Ook deze verkiezingen laten weer zien dat de Turks Cyprioten ongeveer half om half verdeeld zijn. Hetzelfde geldt voor de Grieks Cyprioten. In feite betekent dit dat een duurzame vrede alleen haalbaar is als de hardliners aan beide kanten ermee instemmen, want anders zal het draagvlak tekort schieten.
Buitenlandse druk is daarvoor noodzakelijk, maar het is wat al te makkelijk de sleutel in handen van Turkije te geven. De EU kan immers zowel op haar eigen lidstaat Grieks-Cyprus als op Turkije beslissende invloed uitoefenen. Als de unie nog eens iets wil voorstellen in de internationale diplomatie is Cyprus een mooie case om iets van daadkracht te tonen. (gc)

Nou loop ik al heel wat jaartjes mee in GroenLinks, maar ik heb geloof ik nog niet eerder meegemaakt dat het congres alle beschikbare zittende kamerleden in een kluitje bovenaan de lijst zette. Al was het maar om het imago van vernieuwingszucht hoog te houden, was het toch usance tenminste één volstrekt onbekende nieuweling op drie of zo te zetten.
Ook programmatisch sloeg enig conservatisme toe, en wel in de staatsvernieuwing. Tweede Kamer kleiner? Nee zeg. Eerste Kamer afschaffen? Nou, met hangen en wurgen, vooruit dan maar. Referendum? Op het nippertje: nee, laat maar. Aan het gezicht van Dick Pels, die namens de programmacommissie de verdediging op zich moest nemen, viel af te lezen dat hij nauwelijks kon geloven dat lieden amendementen met behoudende strekking überhaupt zouden inleveren. Gelukkig zegt het programma nu helemaal niks over het referendum, zodat dit bedrijfsongelukje Femke Halsema’s initiatiefwet niet hoeft te torpederen.
Nog meer verandering die het congres niet wil: De Helling, het blad van het wetenschappelijk bureau van de partij, omvormen van een kwalitatief hoogstaand en taai papieren blad tot een discussieplatform op internet.
Hoe dan ook, het congres jaste er in een lange dag wel dik 400 amendementen en een lange kandidatenlijst (daar wil ik morgen nog wel wat over bloggen) doorheen. Femke ontroerde met afscheidsspeeches voor Kees Vendrik en Naima Azough. Sara Kroos gooide er een lekker slotlied tegenaan en de borrel duurde tot ver na negenen. Gezellig! Moeten we snel weer eens doen.

In de berichten over het vandaag verschenen advies van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) domineert het plan voor laagdrempelige zorgcentra. Daar moeten mensen ook binnen kunnen lopen als ze niks markeren, maar graag willen weten wat te doen om dat zo te houden. Die nadruk op preventie valt te prijzen. De vraag is of daar zo’n ingrijpende reorganisatie voor nodig is of dat hervorming van huisartsenposten volstaat.
Een tweede deel van het advies pleit voor een versterking van de patiëntenorganisaties. De consumentenbond dient als voorbeeld: zo houd je druk op de producenten van zorg. De RVZ droomt van kwaliteitskeurstempels voor artsen en vergelijkend warenonderzoek van verzekeraars. Ze ziet het persoonsgebonden budget (pgb) als een mooie eerste stap van zorgvragers die zelf het heft in handen nemen en eisen gaan stellen aan hun leveranciers.
Van een afstandje ziet dat er fraai uit, die zelfbeschikking van de zieke burger, maar in de praktijk vallen zij niet zelden ten prooi aan malafide zorgbureaus, die het pgb aanvragen, er een fikse premie van aftrekken en dan wat zorg doorspelen aan de patiënt. Natuurlijk heeft de RVZ gelijk dat burgers tegenwoordig mondiger zijn dan vroeger. Maar dat is een gemiddelde. Er blijft een grote groep mensen die onder het vaandel van zelfbeschikking simpelweg in de kou belanden.
Daar komt nog eens bij dat de RVZ overheidssteun aan de patiëntenorganisaties wil afbouwen. Ze moeten hun geld van leden krijgen en van derden (de RVZ noemt nota bene de farmaceutische industrie). Her en der mag het neoliberalisme dan al doodverklaard zijn, bij de RVZ is het nog springlevend. (gc)

Van de drie Rotterdammers op de concept kandidatenlijst van GroenLinks is Ahmed Harika landelijk het minst bekend. Hij is ook de enige die geen reclame voor zichzelf maakt door een stukje te schrijven waarin hij zich voorstelt. Ahmed is namelijk een oprecht bescheiden mens.
Daar mag best verandering in komen, meent ook de kandidatencommissie in haar advies. Ahmed kan namelijk wel wat. Waar GroenLinks in Rotterdam als geheel ver achterblijft bij de PvdA, kwam de partij onder aanvoering van Ahmed in de deelgemeente Noord bijna langszij. Alleen in Amsterdam-Centrum haalde GroenLinks percentueel meer stemmen. Ahmed is nu de nestor in een bestuur met PvdA en D66.
Verder sluit ik me graag aan bij de kandidatencommissie: “Met zijn persoonlijkheid, expertise en met name zijn zorgvuldige stijl van opereren, kan Ahmed veel verschillende partijen aan zich binden, zowel in de politieke arena, als in de samenleving.” Gelukkig wil hij voorlopig in Rotterdam blijven, maar hij hoort uiteraard wel op de hoogste plek in het blok opvolgers.

Vlammend betoog van Gerd Leers gisteren in de Volkskrant voor een kiesdrempel. Met minder kleine partijen in parlement en gemeenteraden wordt het land weer regeerbaar. Bovendien krijg je minder profileringsdrang op flauwekulonderwerpen, die er nu voor zorgen dat burgers politici wantrouwen als zwetsers dan wel prutsers.
Het klinkt mooi, maar werkt het ook? Duitsland blijft er lekker overzichtelijk bij. Turkije gebruikt hem om de Koerden uit het parlement te weren. België voerde de kiesdrempel in 2003 in, om de redenen die Leers aandraagt, maar niet iedereen is daar blij mee. Want het mag dan werken in de zin dat je kleine partijen buiten de deur houdt en het land allicht bestuurbaarder maakt, maar het parlement wordt wel minder een afspiegeling van de wil van het volk.
Om een kiesdrempel in te voeren is een kongsi van grote partijen voldoende. Die kunnen zo de kleine concurrentie de mond snoeren. Echt zuiver is dat niet. Het meest logisch zou het dan ook zijn om een kiesdrempel te onderwerpen aan een andere electorale vernieuwing waar het maar niet van komen wil: het referendum. Dan kunnen de burgers zich direct uitspreken of ze hun volksvertegenwoordiging zo pluriform mogelijk willen houden of liever wat fusies zien om sneller coalities te kunnen smeden na verkiezingen. (gc)