
Gerard Kemkers was een groot schaatser. Na zijn actieve carrière werd hij coach. Ook daarin was hij succesvol: hij loodste menige sporter naar de top, onder wie Sven Kramer, die goud won op de vijf kilometer tijdens de afgelopen winterspelen. Maar één black out tijdens Svens tien kilometer heeft zijn reputatie zwaar geschaad.
Gerrit Zalm was een succesvol minister van financiën. Ook hij maakte daarna een grote inschattingsfout, namelijk dat hij Dirk Scheringa zou kunnen beteugelen wanneer hij orde op zake ging stellen bij DSB. Hij kwam best een eind, maar DSB viel toch om. Dat wordt hem nagedragen, begrijpelijk en terecht.

In oktober deed ik een voorspelling hoe de uitslag van de verkiezingen in Rotterdam zou uitvallen. Omdat ik geen wijzigingen meer verwachtte, heb ik het aanbod om te gaan fispren laten lopen. Maar ik heb mijn eigen voorspelling wel nog even naast de werkelijkheid van woensdag gelegd:
Natuurlijk zat ik er her en der wat naast, maar ik ben niet ontevreden. Het rechtse blok (LR+VVD) is precies zo groot als ik had ingeschat. De PvdA is minder hard gedaald dan ik dacht, maar daar staat een iets mindere opmars van D66 en GroenLinks tegenover. Bij die vier zetels van GL zat wat wishful thinking, erkende ik toen al, maar dik drie zetels komt een eind in de buurt.
Het meest verbaasd ben ik over het zetelverlies van de solide SP, terwijl het in Rotterdam wankele CDA zich wel op drie zetels weet te handhaven. Dat de CU-SGP op één zetel blijft staan is geen loon naar werken voor het afgezwaaide raadslid Remco Oosterhof.

In de landelijke peiling die de raadsverkiezingen vergezelden, leek de PVV spekkoper: van 9 naar 24 (+15). Dezelfde peilingen lieten echter ook iets anders zien. De grootste bestrijders van Wilders, D66 en GroenLinks, gingen samen van 10 naar 27 (+17). Logisch dat Wilders dit laatste liever negeert en de peiling als een opstap naar een machtsgreep in juni ziet. Maar zijn meest waarschijnlijke coalitiepartners, CDA en VVD, verliezen 12 zetels. Per saldo neemt de waarschijnlijkheid van een rechts kabinet niet significant toe.
De vraag is nu of Wilders zijn niveau weet vast te houden. De trend is namelijk neerwaarts. Rond de Europese Verkiezingen vorig jaar stond hij nog boven de dertig. De ogen zullen gericht zijn op zijn loopjongens in Almere. Daar is de PVV de grootste en zal ze dus het voortouw moeten nemen om een coalitie te vormen. Lukt dat niet, dan zal de partij dat voor de voeten geworpen krijgen tijdens de campagne: u krijgt niet eens een coalitie in Almere rond, hoe denkt u dat te gaan doen als u de grootste in het land wordt? Lukt het wel, dan moet de PVV een of meer wethouders leveren. Worden die gevonden, dan wordt het ook link voor Wilders, want wethouders doen sneller iets fout dan raadsleden.

Leefbaar Rotterdam ging tijdens de verkiezingen gisteren op jacht naar misstanden in stemlokalen. Die vonden ze. Op een plek was het zelfs zo erg dat de complete bezetting vervangen moest worden. Goed werk van de Leefbaren.
Of wacht, er zit toch een luchtje aan. LR was namelijk specifiek op jacht gegaan naar stemlokalen waar veel allochtonen komen. De vervolgactie is dat de partij probeert de stemmen in twee lokalen ongeldig verklaard te krijgen. Ongetwijfeld is de PvdA daar meer de dupe van dan LR zelf (maar bij LR zien ze dat anders: het gaat erom ongeldige stemmen op de PvdA eruit te filteren).
Dat kan een leuke trend worden: partijen die gaan proberen stemmen op hun rivalen ongeldig verklaard te krijgen. Over vier jaar voorspel ik een regen van proces verbalen over en weer, als de vrede dan nog niet getekend is.

GroenLinks haalde 7,3 procent van de stemmen in Rotterdam, goed voor drie zetels. Dat is bijna zoveel als in 1998, toen 7,7 procent goed was voor vier zetels. Wie even naar de historie kijkt, ziet dat de partij ongeveer op de maximale lijn zit die ze sinds de jaren zeventig kent:
De potentie van GroenLinks en haar voorgangers varieert van twee tot vier zetels. Als je er dik drie haalt, heb je het behoorlijk goed gedaan. In de tabel valt overigens ook goed de versnippering van de Rotterdamse politiek waar te nemen, maar dat is een ander verhaal.

De kiezer heeft gesproken. Beide sociaal-democratische partijen, Leefbaar Rotterdam en PvdA, zijn gelijk geëindigd. Samen hebben ze met 28 zetels een dikke meerderheid. Beleidsmatig liggen ze bovendien zo dicht bij elkaar dat coalitievorming een eitje zou moeten zijn.
Ware het niet dat er een onwaarschijnlijke hoeveelheid onderlinge kinnesinne is. Bij TV Rijnmond zaten gisteren twee coolheads uit beide kampen naast elkaar, Wim van Sluis en Metin Çelik, die betoogden dat ze altijd al voor onderlinge samenwerking gepleit hadden. De informateurs zitten klaar, dacht ik. Toch vrees ik dat wat het beste zou zijn voor de stad niet gaat gebeuren.
Dus zal de aandacht zich richten op de snippers in de marge: VVD en D66 met 4, CDA en GroenLinks met 3, SP met 2 en CU met 1 zetel. Voor een beetje stabiele meerderheid zijn vier van de kleintjes nodig. Die zullen allemaal aandacht en een wethouder willen hebben. Het zal mij benieuwen.

Nog even en de stembussen in Overschie gaan open. Tijd voor een positieve vibe. Check deze peiling onder jongeren door Your World. GroenLinks wordt met vijf zetels de derde partij van Rotterdam, na PvdA (14) en D66 (7). Alleen nog even het juiste hokje rood maken.

Afgelopen weekend heb ik in het Oude Westen duizend foldertjes huis aan huis in brievenbussen gestopt. Daarbij heb ik keurig de nee/nee-brievenbussen overgeslagen. Ik heb daar ook niet aangebeld, want in de tijd die je dan kwijt bent, kun je ongeveer vijftig folders bezorgen.
Er is er echter wel eens eentje tussendoor geglipt, gewoon omdat ik even afgeleid was en op de automatische piloot langs de deuren ging. Daarin ben ik niet de enige, want GroenLinks schijnt een serieel dader te zijn op dit vlak, net als andere linkse partijen. Ik vermoed dat dit komt omdat linkse partijen veel vrijwilligers hebben die langs de deuren gaan.
Hoe dan ook, Femke tweet “elke GL’er die een folder in een nee/nee-brievenbus stopt is ‘een beetje dom’ (zacht gezegd)”. Dat vind ik nou ook weer een beetje overdreven (zacht gezegd). Hetgeen mij er niet van weerhoudt om nu op de fiets te stappen om haar te gaan toejuichen in Your Space.

Onder GroenLinks en D66 stijgen de lokale lasten het meest, kopte de Volkskrant vanochtend. Het onderzoekje zal ongetwijfeld kloppen. Maar een nuance haalde het internet niet, maar wel de binnenkant van de papieren krant.
GroenLinks eindigt zo hoog vanwege riool- en reinigingsheffingen. Milieubelastingen dus. Bij de ozb eindigt GroenLinks naast de VVD onderin. Bovendien kijkt dit soort onderzoeken niet naar lasten die anders indirect bij de burger neergelegd worden, in de vorm van bijvoorbeeld een hogere prijs voor het bibliotheek-abonnement of een afgeknepen bijzondere bijstand. Kortom, niets om je voor te schamen, eerder om trots op te zijn.

Voor de verandering publiceer ik eens een bijdrage van iemand anders, namelijk van Nourdin el Ouali, de nummer twee op de kandidatenlijst van GroenLinks in Rotterdam. Nourdin is schoolloopbaanbegeleider op drie middelbare scholen in Rotterdam.
Jij moet je aanpassen!
De goede allochtoon is de geassimileerde allochtoon. Iemand die zijn cultuur, zijn taal en religie heeft afgeworpen of hiertoe bereid is. Dit is wat een aantal politieke partijen bepleiten. Als je in deze tijden aangeeft dat je voor een multiculturele samenleving bent, dan is de kans groot dat je hierop wordt aangevallen. Het is alsof je vloekt in de kerk. Natuurlijk is het van belang om de taal te spreken en op de hoogte te zijn van het reilen en zeilen in het nieuwe vaderland.
Maar ik heb nooit iemand ontmoet die het tegendeel beweert. Geen enkel persoon emigreert, om welke reden dan ook, naar een land en heeft als principe “wat er ook gebeurt ik weiger de taal te leren”. Sommige politici doen dit wel zo overkomen. En als het gaat om Nederlandse staatsburgers met diverse achtergronden, die hier vaak geboren en getogen zijn, dan mag men wat mij betreft het woord integratie niet eens in de mond nemen. Deze groep mensen spreekt de taal, doet mee aan het maatschappelijke leven, de meesten studeren, werken en zijn op diverse niveaus in onze samenleving actief.