
Laatste nieuws: ook een topambtenaar van premier Jan-Peter Balkenende (CDA) heeft geprobeerd de Amerikanen aan te zetten om druk uit te oefenen op Wouter Bos (PvdA) inzake Afghanistan. Eerder had WikiLeaks al een vergelijkbare actie onthuld van een topambtenaar van Maxime Verhagen (CDA). Hun bazen slaagden er niet in de vice-premier van gedachten te doen veranderen.
Bos zal in die tijd nog wel eens teruggedacht hebben aan zijn confrontatie met Balkenende tijdens de verkiezingscampagne van 2006, toen de laatste scoorde met de beschuldiging “u draait en u bent niet eerlijk“. Deze keer zou hij zich niet nogmaals in de luren laten leggen. Hij draaide niet en hij zei eerlijk wat hij ervan vond. De rechte rug van Wouter Bos krijgt nog meer glans nu blijkt hoe wanhopig de CDA-ers waren in hun poging hem om te krijgen.
Job Cohen heeft weinig keus: zijn PvdA kan het niet maken om toch te draaien over Afghanistan, al heeft de Kunduz-missie een andere verpakking dan die in Uruzgan. En dus richt de huidige premier Mark Rutte zich met dezelfde Verhagen op coalitiegenoot Geert Wilders. Benieuwd hoeveel topambtenaren en Amerikaanse ambassadeurs daaraan te pas komen. En Wilders zal ook nooit gedacht hebben dat hij nog eens een voorbeeld ging nemen aan Wouter Bos. (gc)

Voor het eerst in de geschiedenis heeft een Arabisch land een revolutie meegemaakt. Er waren wel coups die als revolutie werden voorgesteld, maar wat de afgelopen dagen in Tunesië gebeurde is uniek: een volksopstand die tot de verdrijving van een despoot leidt. Natuurlijk leidt dat tot nervositeit bij andere Arabische leiders, in het bijzonder bij de Libische leider Muammar al-Gadaffi.
Maar wat is nu precies de les die van het Tunesische voorbeeld uitgaat? Vanuit westerse ogen natuurlijk dat je een bevolking niet eeuwig onder de duim kunt houden. Hopelijk krijgt Tunesië nu een democratie, waarbij het volk de macht in eigen handen krijgt. Arabische leiders zien echter iets anders. Tunesië geldt als een van de meest liberale Arabische samenlevingen, met relatief veel rechten voor vrouwen en een hoog opgeleide bevolking. Het laten vieren van de teugels lijkt te worden beloond met verlies van macht.
In de komende dagen zal dan ook niet alleen de toekomst van Tunesië bepaald worden, maar ook de beleidsontwikkeling in andere Arabische landen. Westerse landen als Frankrijk, die de verdreven president Zine al-Abidine Ben Ali kort geleden nog prezen om de stabiliteit van zijn regime, laten nu hun ware gezicht zien: zijn familie is niet meer welkom en zijn bankrekeningen worden in de gaten gehouden. Als Tunesië een werkelijke stap vooruit zet, valt te hopen dat het geen negatieve gevolgen heeft voor de buurlanden. (gc)

De mogelijke nieuwe Afghanistan-missie is niet populair bij de Nederlandse bevolking. De GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer twijfelt nog, ook na de ledenbijeenkomst van gisteravond, waar een meerderheid tegen was. Tijd voor mijn duit in het zakje.
GroenLinks heeft ooit de eerste oorlog in Afghanistan gesteund, met name omdat Farah Karimi in het land geweest was en vond dat de bevolking zo leed onder de taliban, dat geweld gerechtvaardigd was voor een regime change. Dat initiële groen licht had als gevolg dat de partij steun verleende aan een oorlog die steeds intensiever werd, totdat ze niet meer verdedigbaar was en GroenLinks alsnog zijn steun introk. Dat is een belangrijke les: je zegt tegen meer ja dan je denkt.
De vraag is natuurlijk of dat ook voor de Kunduz-missie geldt. GroenLinks en D66 willen eigenlijk een hoorzitting om dat beter te kunnen inschatten, maar bij gebrek daaraan worden de risico’s van een foute inschatting groter. Persoonlijk ben ik onvoldoende op de hoogte om onderbouwd iets te zeggen over de risico’s dat de missie toch op vechten uitloopt of dat de geboden trainingen verspilde moeite blijken vanwege corruptie, incompetentie of algehele chaos.
Gezien de voorgestelde omvang van de missie kun je wel stellen dat ze vooral een symbolische waarde heeft: noch vechten noch effectief agenten trainen zal tot een significante verbetering of verslechtering van de Afghaanse situatie door Nederlands toedoen leiden. Die omvang kan natuurlijk gaan toenemen ‘omdat de situatie dit vereist’, net zoals het karakter van de missie kan veranderen naar mate Afghanistan (on)veiliger wordt.
Dit zijn fundamentele onzekerheden. Hoe de fractie het ook inschat en wat ze ook beslist, achteraf zal blijken dat de inschatting niet (helemaal) correct was. Dat betekent niet dat de beslissing arbitrair is. Voor Afghanistan maakt het weliswaar niet zoveel uit, voor de binnenlandse politiek en het draagvlak voor toekomstige missies wel.
Nu meedoen, terwijl de achterban in meerderheid tegen is, is niet goed voor de positie van de fractie en haar nieuwe voorzitter binnen de partij (en voor de partij als geheel bij de statenverkiezingen). De impopulariteit van de missie bij de bevolking als geheel, met name omdat tien jaar westerse inmenging in Afghanistan te weinig resultaat gehad heeft, legt bovendien een bom onder toekomstige missies, omdat de indruk ontstaat dat Nederland vooral de Amerikanen een plezier wil doen en niet een zelfstandige afweging maakt of de lokale bevolking bij buitenlandse militaire aanwezigheid gebaat is.
Kortom: het is allicht pijnlijk om een mogelijkheid te laten lopen de Afghaanse civiele samenleving een beetje op te bouwen, maar het grotere plaatje verzet zich tegen verdere Nederlandse aanwezigheid in het land. Bij twijfel niet oversteken.

Nieuwjaarsborrel van GroenLinks Rotterdam gisteravond. Opvallendste aanwezige: burgemeester Aboutaleb. Zijn voorganger was er nooit en ook de delegaties van andere partijen hadden vaak beleefdheidsproporties. Dit keer waren niet alleen PvdA en SP goed vertegenwoordigd, maar D66 was zelfs op volle kracht uitgerukt voor een charme-offensief.
En omdat in de politiek niets toevallig is, mag er volop gespeculeerd worden over wat dit betekent. Voorlopig houd ik het erop dat de nieuwe fractie zijn draai goed gevonden heeft en werk maakt van constructieve oppositie. Op naar een vruchtbaar jaar dus.

Bij het afscheid van Femke Halsema als fractievoorzitter van GroenLinks wordt nogal eens gememoreerd dat zij de partij weggeleid zou hebben van de geitenwollen sokken, linksdraaiende yoghurt en andere parafernalia van de naïeve wereldverbetering. Dat is natuurlijk onzin. Die ommezwaai is tot stand gekomen onder haar voorganger Paul Rosenmöller. Femkes verdienste is dat zij het socialisme opzij geschoven heeft.
Persoonlijk heb ik nooit zoveel opgehad met het socialisme in al zijn verschijningsvormen (van communisme tot sociaal-democratie), omdat het uitgaat van de goedheid van de mens en als gevolg daarvan sterk geneigd is te denken in termen van rechten voor individuen. Ik ben meer van ‘geneigd tot alle kwaad’ en denk in termen van plichten. Heel simpel: ik ben dus niet van ‘ik heb recht op iets, dus jij moet belasting betalen’, maar van ‘ik moet belasting betalen, zodat jij iets kunt krijgen’.
Zelf kijkt ze er ongetwijfeld anders tegenaan, maar ik heb de invulling van het vrijheidsbegrip, die centraal staat in Femkes politieke filosofie, altijd sterk verwant gevonden aan vrijzinnig christelijk plichtsbesef (in theologische termen: er bestaat een vrije wil, maar de mens heeft daarbij een verplichting meegekregen om in zijn vrijheid zelfbeheersing te tonen en God en zijn naaste te dienen). Niet dogmatisch, maar toch behoorlijk moralistisch.
Die insteek bleek bijvoorbeeld in ‘Vrijheid eerlijk delen’, waarin ze samen met Ineke van Gent de visie op sociaal-economische verhoudingen, die bij GroenLinks traditioneel op socialistische leest geschoeid waren, herdefinieerde in termen van vrijheid. Ook haar boek ‘Geluk’ ging over de spanning tussen vrijheid en zelfbeheersing. De gedachte dat het ongebreideld najagen van vrijheid niet vanzelfsprekend tot geluk leidt, leek voor mij wel heel erg op het brede en het smalle pad van de zondagsschool.
Femkes invulling van het vrijheidsbegrip past in de moderne samenleving, waarin culturele emancipatie belangrijker is dan materiële. Logisch gevolg is dat ze GroenLinks van de SP wegstuurde naar D66. Sommigen betreurden dat. Ik niet.

“Klaar voor de toekomst” staat er nog steeds op de twitterpagina van Femke Halsema, die zojuist haar vertrek aankondigde als fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer. Ik ben erg benieuwd voor welke toekomst Femke persoonlijk klaar is.
Jolande Sap volgt Femke op. Een econome komt dus in plaats voor een juriste. Dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de koers van de partij. Femke stuurde het profiel van de partij in liberale richting, met vrijheid als belangrijk thema. Allicht zullen onder Jolande de sociaal-economische onderwerpen weer meer gewicht krijgen. We zullen het meemaken. Eerst maar eens Femke waardig uitzwaaien.

De uitgever heeft het natuurlijk goed begrepen: het aantrekkelijke aan ‘Why we hate the oil companies’ is de naam van de auteur, John Hofmeister, voormalig topman van de Amerikaanse tak van Shell. En om meteen maar een mogelijk misverstand te ontzenuwen: Hofmeister heeft geen hekel aan zijn oude baas. Hij begrijpt waarom mensen een hekel hebben aan oliemaatschappijen, maar betoogt dat een eenzijdig boze focus op niet altijd even handig opererende bedrijven de aandacht afleidt van het werkelijke probleem. Hoe gaan we als maatschappij de energievoorziening voor de toekomst zekerstellen?

Dik tien jaar geleden was Eveline Herfkens (PvdA) minister van ontwikkelingssamenwerking. Zij besloot het aantal landen dat hulp ontving drastisch terug te brengen, tot een stuk of negentien. Nu is het een staatssecretaris die over het onderwerp gaat, Ben Knapen (CDA). Een van zijn belangrijkste voornemens: het aantal landen terugbrengen tot onder de 16. Het zijn er nu 36, terwijl Herfkens er 22 achterliet.
Een tweede oud refrein is dat de hulp meer ten dienste moet staan van het Nederlandse bedrijfsleven. Minder onderwijs en gezondheidszorg, meer infrastructuur en andere ‘harde’ investeringen. De multinationals zelf krijgen overigens steeds meer oog voor de softe kant in de arme landen waar ze opereren. De relatie met ontvangende landen moet minder eenzijdig, zegt Knapen, ongeveer het argument waarom ‘ontwikkelingshulp’ ooit omgedoopt werd in ‘ontwikkelingssamenwerking’, zonder dat er wezenlijk iets veranderde.
Kortom, in de afgelopen tien jaar heeft in elk geval het Nederlandse beleid op dit terrein weinig ontwikkeling doorgemaakt, en te vrezen valt dat dat ook de komende jaren niet het geval zal zijn. En dat terwijl de WRR eerder dit jaar nog een steekhoudend voorstel tot hervormingen deed, waarin meer nadruk ligt op het geven van eerlijke kansen aan arme landen op de wereldmarkt, bijvoorbeeld in de sfeer van handelsvoorwaarden en maatregelen tegen belastingontduiking en corruptie. (gc)

Je kijkt er nauwelijks meer van op: weer een kamerlid van de PVV in opspraak. Deze keer is het Eric Lucassen, die door buren beschuldigd wordt van intimidatie en bedreiging. Het is natuurlijk mogelijk de beschuldigingen meteen uit te leggen als onderdeel van een linkse hetze tegen de PVV (het staat tenslotte in de media), maar het patroon begint zich zo onderhand wel erg op te dringen.
Des te saillanter is het natuurlijk dat daags te voren Afshin Ellian, u kent hem wel, een vlammend stuk in de papieren NRC schreef waarin hij uitlegde dat de PVV niet fascistisch genoemd mocht worden, omdat Mussolini zich vanaf het begin gewelddadig opstelde, terwijl Geert Wilders nadrukkelijk alle geweld verwerpt. Daar heeft Ellian absoluut een punt. Ook nu met Lucassen belooft Wilders de zaak tot de bodem uit te zoeken. Aangezien de PVV geen democratische partij is en Wilders’ wil dus wet, mag je zijn woorden dus als norm nemen voor de ideologie van de partij (even aannemend dat hij er niet zijn eigen soort taqiyya op nahoudt als het om geweld gaat).
Toch zou Wilders zich eens kunnen afvragen waarom het juist zijn partij is die kennelijk agressieve lieden aantrekt. Het kan aan de zwakke partijstructuur liggen, waardoor meer rotte vissen door de mazen van het net glippen. Maar je kunt niet uitsluiten dat het Wilders’ ideologie is, die een grote aantrekkingskracht uitoefent op mensen die graag andere middelen dan argumenten inzetten bij het beslechten van onenigheid. Dan is de PVV misschien geen gewelddadige partij in origine, maar loopt ze wel het risico dat te worden als Wilders’ onderdanen meer voor het zeggen krijgen.
En dat werpt dan weer een ander licht op de door Wilders zo ongewenste democratisering van zijn partij, waar een van zijn kamerleden met losse handjes, Hero Brinkman, juist voorstander van is. Zonder de discipline die Wilders hen probeert op te leggen, loopt de PVV een reëel risico af te glijden in de richting die Ellian ontkent. (gc)

De Amerikaanse centrale bank gaat nog eens 600 miljard dollar aan staatsobligaties kopen (populair gezegd: ze zetten de geldpers aan). De injectie moet de economie een oppepper geven, maar oncontroversieel is de maatregel niet. Als er meer geld in omloop komt, wordt het minder waard, zo luidt immers een economische wet. Inflatie loert. Dikke kans dat de maatregel tot in Europa en China voelbaar is.
Voor de kredietcrisis toesloeg daalde de dollar gestaag tegenover de euro, vanwege het enorme Amerikaanse begrotingstekort. De yuan was chronisch ondergewaardeerd, maar daar viel weinig aan te doen, omdat China geen vrije economie heeft en de wisselkoers een politieke aangelegenheid is. De Chinezen zorgden zo dat ze hun producten voor westerse begrippen goedkoop konden maken. Het heeft zo zijn voordelen om een ongunstige wisselkoers te hebben.