
De inwoners van de Salomonseilanden, een archipel ten oosten van Papua Nieuw Guinea, gaan vandaag naar de stembus. De vorige keer dat ze dit deden, in 2006, leidde dit tot grootschalige rellen, waarbij de Chinese minderheid het moest ontgelden. Er was op dat moment al een vredesmacht onder Australische leiding op de eilanden, omdat die verkiezingen een eind moesten maken aan een burgeroorlog tussen autochtone etnische groepen.
Die vredesmacht is er nu nog, en is zelfs versterkt met het oog op de verkiezingen. Alcohol is sinds maandag verboden en er is speciale inkt uit India ingevlogen om te zorgen dat mensen na het stemmen niet hun vinger kunnen schoonmaken en opnieuw stemmen, zoals vorige keer gebeurde. De campagne is op een paar incidenten na rustig verlopen. Er zijn 500 kandidaten (op 500.000 inwoners), die in een districtenstelsel strijden om 50 zetels in het parlement. De uitslag wordt in het weekend verwacht.

Deze zondag zijn er nationale verkiezingen in het twee-eilandenstaatje São Tomé e Príncipe, dat nu rondkomt van cacao en hulpgelden, maar hoopt in de nabije toekomst erg rijk te worden van de olie. Voor de verkiezingen moet het land altijd de hand ophouden in het buitenland, want zelf is het niet in staat ze deugdelijk te organiseren. Voordeel daarvan is dat het knoeien met de stemming en de uitslag lastiger maakt.
Als voorproefje waren er afgelopen weekend lokale verkiezingen in de zeven districten. Vier significante partijen deden mee. Die van de premier won, die van de president verloor, en de oppositie deed het ook goed. De verliezers beschuldigden de winnaars van het kopen van stemmen. De winnaars ontkenden niet, maar stelden dat iedereen het zo deed. Premier Rafael Branco verwacht dan ook na de nationale verkiezingen te kunnen aanblijven (link in het portugees, in het engels wordt er weinig over geschreven).
De nieuwe premier en de nieuwe president die volgend jaar gekozen wordt, zullen verzekerd zijn van warme internationale belangstelling. De olie lonkt steeds nadrukkelijker. Het olieveld wordt in samenwerking met Nigeria ontwikkeld, maar de nationale oliemaatschappij van Angola, dat Nigeria naar de kroon steekt als Afrika’s grootste olieproducent, heeft er ook belangen. Landen als Brazilië en India zijn gul met leningen om zich een positie bij de politici te verwerven.
Traditioneel is Nederland de belangrijkste handelspartner van São Tomé e Principe. Meer dan de helft van de export (lees: cacao) wordt naar Amsterdam gestuurd. Maar als de olie komt, zullen de kiezers wel meer in het handje willen hebben dan de opbrengst van wat repen chocola. (gc)

Waar in de rest van Nederland juist een ruk naar rechts werd waargenomen hebben de landelijke verkiezingen in Rotterdam ten opzichte van die voor de gemeenteraad eerder dit jaar een verschuiving naar links laten zien.
Leefbaar Rotterdam en de PVV zijn natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar, maar het beeld is wel dat het rechterblok een klein beetje slinkt. Opmerkelijk is dat binnen rechts de stemming naar het midden schuift, terwijl in het linkse blok juist de flanken winnen. Al met al vind ik het significant genoeg om van een trend te spreken. Hier is de tabel:


Door alle perikelen rond Watt ben ik aan serieus nadenken over de verkiezingen niet toegekomen. Zoals ik op GeenCommentaar bekend heb ben ik een lui en loyaal GroenLinks lid, dus ik ga zometeen netjes mijn rode kruisje zetten ergens onderaan op lijst 6.

Californië gaat het mes zetten in de uitgaven om een begrotingstekort van negentien miljard dollar weg te werken. De staat kampt al langer met grote tekorten en een politieke patstelling om die op te lossen. Reden genoeg om de staat te vergelijken met Griekenland. Die vergelijking loopt mank. De Californische economie is veel groter dan die van Griekenland en het tekort veel kleiner. Er zijn echter wel interessante parallellen tussen de crises, die iets zeggen over de toekomst van de eurozone.
Ten eerste: Griekenland is op Europese schaal beter te vergelijken met Rhode Island in de VS, ook een staat met een fors begrotingstekort. Columnisten ter plekke trekken de parallel al. Zelfs al zou Rhode Island het financieel niet meer kunnen bolwerken, dan is er niet zoveel aan de hand, want het meeste geld in de staat komt uit Washington, dat de federale belastingen int. Dat is een bij de oprichting van de Verenigde Staten duur bevochten solidariteit: de federale staat is verantwoordelijk voor de schulden van haar leden. Effectief besloot de EU deze week hetzelfde te doen om de euro te kunnen redden. De crisis noopte de EU tot federalisme.

Voor de verandering weer eens een linktip: mooi verhaal in de Binnenlands Bestuur van deze week over de Venlose GroenLinks-wethouder Peter Frey, die het roer volledig omgooide en besloot schaapherder te worden (even naar beneden scrollen).

De Ab Harrewijn Prijs 2010 is gewonnen door Marcia Kroes van stichting Zelfbeschadiging te Utrecht. Zij zet zich als ervaringsdeskundige in om aandacht en begrip te vragen voor vrouwen die zichzelf beschadigen. Juryvoorzitter Paul Rosenmöller reikte de prijs gisteren uit in Den Haag.

De Dance Parade verlaat Rotterdam, na een slepend conflict met de gemeente over de beveiliging rond het evenement. Van een tocht door de stad was het al terug gebracht tot een Hoek-van-Holland-achtig evenement op een afgesloten terrein, maar de organisator heeft de ongetwijfeld commerciële afweging gemaakt dat dit niet werkte. Andere steden zullen het graag willen overnemen.
Nou vind ik op zich dat evenementen, of het nou culturele of sportmanifestaties zijn, zelf moeten opdraaien voor het organiseren van hun beveiliging. Toch zit hier een luchtje aan. Het is namelijk helemaal niet duidelijk of de gemeentelijke veiligheidseisen proportioneel zijn. De dance parade is immers een nogal suf evenement dat weinig overlast veroorzaakt (behalve naar verluidt bij de ziekenhuizen, die een piek in alcohol- en pillenvergiftigingen te verwerken krijgen).
Het heeft er toch een beetje de schijn van dat burgemeester Aboutaleb een persoonlijk trauma verwerkt in hard beleid, ongeveer zoals jeugdwethouder Leonard Geluk enkele jaren geleden zijn indrukken van de moord op het Maasmeisje vertaalde in een rigide jeugdbeleid. Geluks harde lijn, geworteld in een persoonlijke overtuiging, bracht hem in conflict met zijn collega’s in de randgemeenten en ultiem ook met zijn eigen fractie.
Het valt te hopen dat Aboutaleb snel zijn flexibiliteit herwint. Achter de schermen woedt momenteel een harde strijd tussen de burgemeester en de verschillende evenementenorganisaties. Er is zelfs sprake van een verplichting om één beveiliger in te schakelen per 100 à 400 bezoekers, ongeacht de aard van het evenement. Dat zou heel veel initiatieven de nek om kunnen draaien – en daar wordt Rotterdam misschien veiliger van maar niet aangenamer.

Morgen gaan de inwoners van de welvarende eilandstaat Mauritius naar de stembus. Ze kunnen kiezen tussen twee blokken, allebei van nominaal socialistische snit. Aan de macht zijn momenteel de liberale socialisten, terwijl de wat meer orthodoxe socialisten in de oppositie zitten. Beide blokken beloven hetzelfde: doorgaan met de economische liberalisering, maar wel zorgen dat de welvaart alle lagen van de bevolking bereikt.
Business is namelijk booming op het eiland, dat het gelukt is zich te positioneren als een groot zakenknooppunt tussen China, India en Afrika. Voorheen steunde het vooral op toeristen en suikerriet. De economie groeide in 2009 door, ondanks de wereldwijde crisis. Het doel is nog meer investeerders lokken, zonder teveel in de gaten te lopen als belastingparadijs. Kortom, het gaat lekker op Mauritius en de oppositie heeft weinig te winnen door te claimen dat ze het totaal anders gaat doen dan de zittende regering.
Is er dan helemaal geen gedoe? Jawel, oppositieleider Paul Bérenger, die vijf jaar geleden nog premier was, klaagt over partijdige reportages op de staatstelevisie. Interessanter is een relletje binnen het regerende blok. Minister van financiën Ramakrishna Sithanen staat niet op de kieslijst van de grootste partij in het blok, vermoedelijk omdat de leider van een kleinere partij zijn baan wil hebben. Als het geld binnen blijft rollen, is dat immers een leuke plek in de schijnwerper. (gc)

Griekenland krijgt een pakket van 110 miljard euro van de broeders in Europa om de economie te redden. In ruil daarvoor moeten de Grieken op ongekende wijze de broekriem aanhalen. Terecht, want ze hebben op veel te grote voet geleefd. Onduidelijk blijft echter nog steeds wat de crediteuren van Griekenland gaan doen om zichzelf aan banden te leggen.
Er zit namelijk ook een andere kant aan het Griekse verhaal. Ja, de Grieken zijn absoluut onverantwoorde leningen aangegaan, maar er waren ook volop banken in cash-rijke economieën die bereid waren het te lenen, tegen steeds hogere rentes, die alleen maar de voorbode konden zijn van een crash. Vergelijk het met de praktijken van Dirk Scheringa’s Bank. Je kunt zijn klanten absoluut verwijten op te grote voet te willen hebben leven, maar het werd ze ook wel erg makkelijk gemaakt. Het ultieme gevolg van al die mensen met uitgerekte portemonnee was voor DSB het faillissement: meegezogen door de eigen klanten.
Dit kon ook met Griekenland gebeuren: een failliete klant die zijn crediteuren dreigde mee te sleuren. Alleen al de Duitse en Franse banken hebben 119 miljard euro uitstaan in Griekenland en nog eens 900 miljard bij Ierland, Portugal en Spanje. De Nederlandse banken staan voor dik drie miljard op de Griekse rol en achttien miljard bij de andere drie. Als je dat voor vijf miljard kunt redden, moet je het doen.
Het noodkrediet voor Griekenland is dus een rationele beslissing: het verlies bij niks doen is groter. Niemand wil de oude DSB-leningen overnemen, en hetzelfde zou gelden voor Griekse staatsobligaties. We mogen boos zijn op de Grieken, maar we mogen ook boos zijn op onszelf dat we het zo ver hebben laten komen. (gc)