
Het Rotterdamse poppodium annex oefenruimte annex studio Waterfront zit nu definitief in heel zwaar weer. Waterfront lijdt al jaren onder het feit dat de organisatie te klein is voor het gebouw dat ze ooit door de gemeente opgedrongen heeft gekregen, tegen een te hoge huur bovendien. Gevolg: de bekende schuldencirkel: niet kunnen betalen, daarvoor een lening aangaan, nog meer moeten betalen, dat niet kunnen, weer een lening, etcetera.
Vanmiddag kwam Waterfront bij de gemeenteraad met een reddingsplan: alle schulden afbetalen, maar dan asjeblieft naar een goedkoper pand om op de kosten te kunnen besparen. Cultuurwethouder Stefan Hulman schoot het plan meteen af. Waterfront moet in het bestaande pand blijven en alle schulden betalen. En rap een beetje. Als dat niet kan, dan maar geen plek voor ontkiemend poptalent in Rotterdam.

Lopend over het Weena stuitte ik vanochtend zowaar op vier campagnemedewerkers van Nieuw Rechts. Ze stonden een beetje bangig op een kluitje, de ruggen naar het publiek gekeerd, zodat je duidelijk de partijnaam op hun oranje jasjes kon zien. Misschien hadden ze het koud, de jasjes zagen er dunnetjes uit.
Nieuw Rechts werd in 2003 opgericht door Michiel Smit, nadat die uit Leefbaar Rotterdam gegooid was, omdat hij steeds dingen zei die hij niet mocht zeggen (terechte actie van LR, die aangeeft dat ze daar wel degelijk grenzen kennen als het om ongebreidelde meningsuiting gaat). Sindsdien is Michiel er zowaar in geslaagd enige organisatorische competentie in extreem-rechts Nederland binnen te smokkelen. Al blijven de neo-nazi’s een makkelijke prooi voor anti-fascisten. Een vergaderplek geheim houden lukt ze nog steeds niet.
Enfin, toch maar weer eens die website van ze bezocht. Daar lees ik dat het Rotterdamse publiek ‘overwegend positief’ reageert op het folderen. Kennelijk hebben de bange mannen en vrouwen van Nieuw Rechts uiteindelijk toch hun angst voor de boze buitenwereld overwonnen en wat van hun benepen ideetjes uitgevent.

Kerstnacht in de Laurenskerk. De belangstelling is zo groot dat er in drie ploegen gewerkt wordt, om zeven, negen en elf uur. Dominee Bert Kuipers ziet zijn kans schoon de eensperjaargelovigen toe te spreken. Moslims weten precies in welke traditie zij staan, houdt hij de menigte voor, om vervolgens in zo eenvoudig mogelijke bewoordingen uit te leggen waar Kerstmis ook al weer voor staat: de geboorte van Jezus. Echt gebeurd, benadrukt hij, want je moet ze niet de kost geven die denken dat het een sprookje is.
Het zingen gaat deze menigte onwennig af. De mensen om mij heen zwijgen liever. Twee dames naast mij veren jolig op als het trombone-ensemble van Codarts bij wijze van toegift ‘Jingle bells’ speelt. Ha, een liedje dat ze kennen! Ik vind het maar niks. Voor je het weet zitten we volgend jaar met z’n allen ‘Last christmas’ te blèren.

Onze eerste campagne-actie: met zeven GroenLinksers een half dagje bij de voedselbank in Rotterdam. We hadden ons voorgenomen het niet bij wat lippendienst te houden en na wat praten, een rondleiding en een foto weer te vertrekken. Politici mogen ook best fysiek de handen uit de mouwen steken.
Dus laadden we eerst een vrachtwagen vol kerstbomen uit, om vervolgens aan de lopende band voedselpakketten in te pakken. Mijn taak werd het overscheppen van gedroogde cranberry’s uit grootverpakkingsdozen in kleine zakjes van ongeveer een pond. Dat is goed te doen, terwijl je ondertussen met je partijgenoten de politieke strategie doorneemt. In elk geval hield ik er een nuttiger gevoel aan over dan na menige vergadering.

Veel beeldverhaal in de meest recente Passionate Magazine. Naast een interview met de Amerikaan Mark Z. Danielewski, die onlangs een geïllustreerd horrorsprookje uitbracht, ook een recensie van Joe Sacco’s ‘Onder Palestijnen’ (de vermoedelijk eerste journalistieke strip) en een artikel van mijn hand over de opkomst van de literaire strip.

Deze middag de derde aflevering van Elephant Talk, een initiatief van GroenLinks en de SP. Tot aan de verkiezingen iedere derde zondagmiddag van de maand een debat in de White Elephant aan de West-Kruiskade. Thema was deze keer veiligheid. Of liever de schijnveiligheid die de afgelopen jaren gecreëerd is. Ofwel: demoniseer een stel moslims, maak de mensen op die manier bang, stel vast dat het wel meevalt en presenteer dat dan als een enorme overwinning. Als de verkiezingen naderen, maak je daar weer een hoop misbaar over, zodat de cyclus weer opnieuw kan beginnen. Hopelijk trappen de Rotterdammers er niet opnieuw in. Over olifanten gesproken.

Met de Religiespecial heeft poëzietijdschrift Krakatau zijn beste nummer tot nu toe afgeleverd. Dat zeg ik natuurlijk omdat er eindelijk eens iets van mezelf in staat. Althans bijna van mezelf. Het gaat om een aantal gedichten van de dertiende-eeuwse Turkse bard Yunus Emre, die ik alweer drie jaar geleden met een vriend uit het Ottomaanse Turks vertaald heb. Een fragment:
Watermolen waarom kreun je?
Lijden volgt mij, daarom kreun ik
Voor de Heer vatte ik liefde
Daarom kreun ik, daarom steun ik
Toen ik deze zomer in de Syrische stad Hama was, heb ik deze raderen gezien en vooral gehoord. Yunus blijkt met ‘kreunen’ het juiste woord gekozen te hebben. Pas daar, in Hama, begreep ik Yunus’ poëzie ten volste. Logisch dat het publiek waarvoor ik het gedicht deze avond in Arminius voorlas, afstand voelde.

Eindelijk eens een keer ontspannen praten over de multiculturele samenleving, vanavond in De Heuvel aan de Grote Markt. Network of Trust, een groep jonge Rotterdammers, organiseerde een bijeenkomst met film, sketches en debat voor een publiek dat voor de gelegenheid was ingedeeld in eerste- en tweederangs burgers (de eerste groep kreeg koekjes en koffie/thee in een kopje, de tweede mocht zichzelf iets inschenken in plastic bekertjes). Politiek incorrecte grappen toegestaan.
Wat allemaal niet wegnam dat het thema serieus genoeg was: “M’n eige stad en toch voel ik me hier niet thuis”. De sfeer in de stad is er de afgelopen jaren tenslotte niet op vooruitgegaan. Maar juist op zo’n avond vat een mens weer moed. Er zijn nog genoeg mensen die zich er niet bij neergelegd hebben en die ervan overtuigd zijn dat Rotterdam een wereldstad zal blijven, hoeveel angst die wereld sommige bewoners dezer dagen aanjaagt. Moedig voorwaarts!

Onlangs verschenen twee verhalenbundels bij de Rotterdamse uitgeverij Douane. ‘Sub Urban’, verschenen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Passionate, bundelt twaalf jonge auteurs uit de stal van dat tijdschrift. ‘Vier Rotterdamse wintervertellingen’ bevat verhalen van vier (sic) auteurs, van wie er twee ook in de eerste bundel staan. Dat geeft al een beetje aan dat de bundels aan elkaar verwant zijn. Het zijn allemaal zeer aardse vertellingen, al verschillen ze onderling sterk.
Juist de twee ‘dubbelaars’ laten de uitersten zien. Laurens Abbink Spaink voert troosteloos geweld op, terwijl Sanneke van Hassel haast dromerig schrijft. Toch blijft er na lezing van beide bundels iets steken. Prima verhalen allemaal, niks aan op te merken, maar ook nogal risicoloos, zowel stilistisch als inhoudelijk. Iets meer lef had geen kwaad gekund bij een jonge garde die toch geacht mag worden de hemel te willen bestormen.

Nur Literatur in Off_Corso. Bewonderenswaardig hoe een podium zonder enige opschmuck – gewoon een paar schrijvers die voordragen achter een katheder – nog altijd een zaal volkrijgt. Drankje erbij en luisteren maar. Mooie mix ook van fris (Tjitske Jansen!) tot oud en der dagen zat (Frans Pointl). Frans besloot, toen hij tegen elven voor de tweede keer aan de beurt was, het bij een paar gedichten te houden. ‘Dan kan ik naar huis.’
Maar een van de leuke dingen is nou juist in Off_Corso te blijven hangen en zien hoe het publiek naar de nacht toe langzaam verandert, jonger wordt, meer dansbaar. Nooit geweten dat het image van de Insane Clown Posse inmiddels een inspiratie is voor de Rotterdamse nightcrowd.