
Het is een warme dag, dus prof.dr. Peter-Paul Verbeek loopt in een fleurig overhemd door het doolhof van het Cubicus gebouw op de UT-campus. In voorkomende gevallen trekt hij daar een min of meer passend colbertje bij aan – het uniform van een generatie die zich aantoonbaar niet wil laten leiden door oude conventies. Een visitatiecommissie die enige tijd geleden de door hem geleide opleiding kwam beoordelen, bevestigde dat beeld. Ze oordeelde dat er weliswaar niets mis was, maar constateerde ook dat de Twentse benadering van de filosofie zich, tegen de traditie in, wel heel erg liet leiden door de praktijk in plaats van de theoretische beschouwing. De opleiding droeg als het ware onvoldoende stropdas.
Verbeek, begeesterd: ‘Maar dat is toch juist het prachtige van de techniekfilosofie! Filosofen hebben de neiging om eerst een abstracte theorie op te stellen en die dan toe te passen op de werkelijkheid. In het geval van technologie dringt de werkelijkheid zich op aan de filosofie. Technologie stuurt het debat. Wij passen vaak geen bestaande filosofie toe op techniek, maar ontwikkelen nieuwe kaders omdat de oude kaders niet altijd voldoen voor nieuwe technologieën. Techniekfilosofie is per definitie pionierswerk, omdat je steeds voor nieuwe uitdagingen gesteld wordt.’
‘De kritiek luidt dan vaak: de ethiek hobbelt achter de techniek aan. Als ethici zich zo opstellen, komen ze inderdaad terecht in de rol van Waldorf en Statler, de oude mannetjes uit de Muppets, die steeds achteraf mopperen dat het niet deugt. Ik vind dat de ethiek naast de techniek moet lopen, niet erachteraan. Ethici moeten medeontwerper zijn van technische systemen. Ja, dan maak je vuile handen, maar dat is nou juist het mooiste van mijn werk. Het is niet alleen interessant of een stuk technologie ethisch verantwoord is of niet. Het gaat erom helder te maken wat die technologie betekent in het leven van mensen en om op grond daarvan besluiten te kunnen nemen over de toepassing.’

De afgelopen tien jaar zijn poppodia ineens statussymbolen geworden voor met name middelgrote steden. Opvallende nieuwe gebouwen verrezen: Breda kreeg Mezz, Haarlem het Patronaat, Tilburg 013, Eindhoven de Effenaar, Zwolle Hedon, Almere Muzinq, en daarmee is de lijst verre van compleet. Dat was wel even wat anders dan in het verleden, toen popmuziek het moest doen met afdankertjes. Paradiso in Amsterdam, een in onbruik geraakte kerk, was een blauwdruk van het gemiddelde poppodium: spartaans en in menig opzicht onhandig ingericht.

Nanobuisjes zijn op verschillende manieren te maken, bijvoorbeeld door methaangas bij hoge temperatuur over metaaldruppeltjes te leiden, maar de meeste komen op hetzelfde neer: zorg dat je onder extreme omstandigheden losse koolstofatomen krijgt. Die atomen groeperen zich vervolgens als vanzelf in het kippengaasraster van het nanobuisje. Van de zeshoeken van koolstofatomen – een benzeenring – was al bekend dat elektronen zich er soepeltjes door bewegen, terwijl de ring zelf uiterst stevig is. Vervat in een buisje geeft dat een aantal bijzondere eigenschappen. Er bestaan overigens ook meerwandige nanobuisjes, de equivalent van een rol kippengaas.

Sinds kort is hij deeltijdhoogleraar in Delft, waar hij de ruimte krijgt voor zijn nieuwste fascinatie: chips met echte hartspiercellen erop. De combinatie van stamcellen en elektronica lijkt een vreemde, maar vloeit rechtstreeks voort uit eerder onderzoek.

Het eerste waar bezoekers van Infosecurity London, een van de grootste computerveiligheidsbeurzen van Europa, vorige week bij binnenkomst op stuitten was de stand van Google. Het bedrijf stond er niet om haar anti-malware oplossingen aan te prijzen, zoals alle andere exposanten, maar om duidelijk te maken dat haar producten veilig zijn. De zeer interactieve webapplicaties van web 2.0 bieden namelijk ook ongekende nieuwe mogelijkheden voor hackers.

Bijna alle bedrijven hebben tegenwoordig scanners tegen virussen, spyware en spam. Backups worden trouw gemaakt en het draadloze netwerk is versleuteld. Dat was het goede nieuws dat accountantsbureau PriceWaterhouseCoopers (PWC) eind april bekend maakte tijdens de Infosec London, de grootste computerveiligheidsbeurs van Europa. Het aantal incidenten daalt, zodat bedrijven in het algemeen hun investering in beveiliging dubbel en dwars terugverdienen.



Wanneer Wolf Crnojevitsj, de held uit A. den Doolaards ‘Het land achter Gods rug’ zijn visie op het leven geeft, constateert de verteller dat dit behoorlijk diepzinnig is, ja welhaast mystiek, ‘voor een ingenieur’. Even flikkert daar het beeld op van de ingenieur als weinig gecultiveerde doener – een clichématig beeld dat in de literatuur vaker opgeld doet.
Waarom Den Doolaard (pseudoniem van Cornelis Spoelstra) dit cliché te berde brengt, is onduidelijk, want als er één Nederlandse auteur is die ingenieurs een volwaardige rol geeft in zijn werk, dan is hij het wel. Den Doolaards bekendste werk, ‘De herberg met het hoefijzer’, heeft een geoloog in de hoofdrol, in ‘Kleine mensen in de grote wereld’ is het een chemisch ingenieur.

Op 21 juni 2006 stuurde het Rathenau Instituut een brief naar de Tweede Kamer. Of de dames en heren politici bij het opstellen van een visie op nanotechnologie ook rekening wilden houden met ‘de mogelijke risico’s van synthetische nanodeeltjes voor gezondheid en milieu’.
Sindsdien kwamen verschillende rapporten los die aandacht vroegen voor deze risico’s. In 2007 bracht het RIVM een rapport uit over nanodeeltjes in het drinkwater. Dat leverde geen verontrustende feiten op, tenzij een groot gebrek aan kennis verontrustend genoemd moet worden. Er zijn eigenlijk geen goede methoden om in te schatten welke nanodeeltjes in het milieu terechtkomen en in welke hoeveelheden. De vermoedelijk belangrijkste bronnen zijn momenteel zonnebrandcrême, toevoegingen aan brandstof en toepassingen in de waterzuivering.