
Hoewel twaalf procent van alle websites porno aanbiedt, websites die samen meer omzet genereren dan Microsoft, Apple, Google, eBay, Yahoo! en Amazon bij elkaar, bestond er tot voor kort geen serieuze studie naar de technische en economische impact van porno op internet. Nu wel.

Onderzoeker Mark Gasson van de Universiteit van Reading loopt al een jaar rond met een rfid-chip in zijn hand geïmplanteerd. Hij besloot te kijken of hij de chip met een virus kon infecteren. Dat bleek het geval. Voor de chip geen ramp, maar met een pacemaker kan het misschien ook.

In duurdere auto’s communiceert de gebruiker nauwelijks meer direct met de mechanische onderdelen van zijn wagen, zoals stuur, koppeling en remmen. Elektronica zit ertussen. Handig voor de rijder, en voor hackers, die de auto helemaal blijken te kunnen overnemen.

In Kenia kunnen mensen al jaren via het mobieltje geld naar elkaar sturen. Mobiel bankieren is voor veel mensen de enige vorm van bankieren. Het is een innovatie waarin Afrika en Latijns Amerika voorliggen op de rest van de wereld.

Zestig pagina’s noten en registers zijn de belangrijkste aanwijzing dat ‘Newton and the counterfeiter’ geen roman is maar een populair wetenschappelijk boek. De schrijfstijl van Thomas Levenson, in het dagelijks leven hoogleraar wetenschapsjournalistiek aan MIT, leunt namelijk zo zwaar op literaire technieken dat de lezers nauwelijks doorheeft dat hij een doorwrochte studie in handen heeft over een minder bekende verdiensten van natuurkundereus Isaac Newton: zijn jaren aan het hoofd van de Britse Munt.
Levenson begint het verhaal met de jonge Newton, die als student uit de middenklasse aan Cambridge de kost verdient in de kantine en de restjes van zijn studiegenoten eet. Ambitie en werklust, uiteraard in combinatie met een excellent stel hersenen, wijzen hem de weg naar de wetenschappelijke top. Een aangenaam mens is hij niet, maar zijn brille begint wel op te vallen in Londen.
William Chaloner was van nog nederiger komaf dan Newton. Universiteit zat er voor hem niet in, maar leergierig was hij evengoed. Hij begon zijn carrière als spijkermaker, zwaar handwerk. Zo leerde hij een en ander over metalen. Hij werd niet onthaald in Londen, maar kroop omhoog, als verkoper van seksspeeltjes, kwakzalver en allround sjacheraar. Toen ontmoette hij een man die gespecialiseerd was in het verkoopbaar maken van oud leer door er een laagje kleurstof op aan te brengen. Vergulden, zeg maar.

Het bedienen van een mobieltje of mp3-speler staat garant voor priegelen met kleine knopjes of een stylus op een gevoelig scherm. Een alternatief daarvoor is bedacht door Chris Harrison, promovendus aan het Human-Computer Interaction Institute van Carnegie Mellon University.

Het Californische bedrijf Invisage heeft een nieuw type lichtgevoelige elementen ontwikkeld, waarmee digitale camera’s tot vier keer meer licht kunnen absorberen, met betere beelden tot gevolg. Invisage noemt het materiaal kwantumfilm.

Onderzoekers van MIT hebben een manier gevonden om geheugenmetaal eenvoudig en goedkoop in te zetten als actuator: een kleine spier die bijvoorbeeld gebruikt zou kunnen worden in chirurgische instrumenten, zoals een endoscoop.

Tilburg, een zonnige dag in maart. Ik was uitgenodigd door een groep studenten van de Hogeschool Journalistiek voor een televisieprogramma over techniekangst. Het was niet voor het echie, natuurlijk, want ze waren nog aan het leren hoe je een talkshow maakt, maar de studiosetting was realistisch genoeg. Professionele camera’s, microfoon, autocue, regiekamer – alleen de schmink ontbrak, en daar was ik niet rouwig om.
Het programma begon met een terugblik op de millenniumbug van tien jaar geleden. Heel confronterend, want het was zonneklaar dat dit voor de studenten verre historie was, iets dat gebeurde voor zij bewust met nieuws bezig waren. Op zo’n moment kun je je even heel oud voelen. Was het niet een beetje overdreven al die paniek indertijd, gegeven dat er uiteindelijk niks gebeurd was? En had ik persoonlijk nog bugangst gehad?

Wie thuis twittert via zijn pda, stuurt informatie via het mobiele telefoonnetwerk naar de Twitter-server. Bij gebruik van een laptop met wifi gaat het helemaal via internet. Dat is natuurlijk niet efficiënt, twee grotendeels gescheiden netwerken die hetzelfde bereiken.
Ziedaar de ratio van de femtocel, een antenne met een klein bereik die signalen van alle lokale mobiele en draadloze apparaten oppikt en via internet naar hun bestemming leidt.