
De PvdA krabbelt terug op het voornemen de AOW te fiscaliseren, dat wil zeggen rijke ouderen mee te laten betalen aan de AOW, omdat de gespaarde premies onvoldoende blijken om de kosten van de vergrijzing te dragen. Dat viel te verwachten. Ook logisch dat het ANP vervolgens enkele concurrenten van Wouter Bos belt om triomfantelijke commentaren te noteren.
Maar kijk eens hoe dat stukje op verschillende websites belandt. De Volkskrant gunt het eerste woord aan Mark Rutte. Het Algemeen Dagblad haalt Rutte uit het stuk, schuift Femke Halsema naar voren en plaatst er ook nog een foto van haar bij. Ook de Telegraaf vindt alleen Halsema interessant, maar slechts voor een paar regeltjes. De NRC vindt het commentaar van Rutte en Halsema net belangwekkend genoeg om in twee zinnen in een ander artikel te proppen. Trouw vindt het hele AOW-gebeuren kennelijk minder relevant, want de site zwijgt vandaag in alle talen over de draai van de PvdA..

Tot de meer stoutmoedige voortbrengselen van het menselijke vernuft behoort ongetwijfeld de Braziliaanse douchekop. Ik moet onmiddellijk toegeven niet zeker te weten of wij deze vondst daadwerkelijk aan een samba-ingenieur te danken hebben, maar de exemplaren die ik heb mogen meemaken en die een merk hadden, zeiden allemaal ‘made in Brasil’.
De Braziliaanse douchekop onderscheidt zich van de normale douchekop door zijn formaat van al gauw enkele vuisten groot, maar vooral doordat er twee draadjes uitkomen. Die draadjes leiden naar het peertje in het plafond of naar een andere bron van elektriciteit binnen dan wel buiten de badkamer. Als je mazzel hebt, zit er op de douchekop ook een functionerende aan/uitknop.

De huidige generatie studenten is veel leuker dan die van vijf jaar geleden, vertrouwde een bevriende hoogleraar me onlangs toe. Rond het jaar 2000 waren de informatici in spe die hij voorbij zag trekken, slechts in één ding geïnteresseerd: geld verdienen. Behoefte aan verdieping: nul. Hoe anders is dat nu. De twintigjaren van vandaag kijken met een open blik hun omgeving in, tonen belangstelling voor sociale en ethische kanten van hun vak. Daar valt voor een hoogleraar veel meer eer aan te behalen.
Zo heeft hij nu studenten die liever geen paper schreven om hun vak te halen, maar met een camera een bedrijf in willen trekken om daar aan werknemers hun mening over outsourcing te vragen. Anderen denken aan de ontwikkeling van een game. Dat is misschien een minder academische activiteit, maar daarom niet minder leerzaam. De studenten die met een camera op pad willen, kostten hem wel meer tijd dan degenen die braaf hun paper schrijven.

Onze nationale sinterklaaspartij, de VVD, heeft een verkiezingsprogramma van vier kantjes gepresenteerd met veel cadeautjes. Meer geld voor hardwerkende landgenoten, minder voor luie donders. Is eerlijk. En hoe bepaal je hoe hard iemand werkt? Inderdaad, door te kijken naar zijn inkomen. Verdien je veel, werk je kennelijk hard, heb je recht op meer.
Onze eigenste kamerfractie ver(ont)waardigde zich een persbericht te doen uitgaan om tegen dit vermeende onrecht te protesteren. Benieuwd of de VVD ook in de hoogste boom gaat klimmen als GroenLinks op 4 september zijn concept verkiezingsprogramma bekend maakt.
Ondertussen heeft de VVD echter wel een fundamentele keuze gemaakt, namelijk voor het liberalisme. De populistische behoeftes worden weer ouderwets botgevierd met economische afdromerijen in plaats van aanvallen op de multiculturele samenleving. Zo kennen we de VVD weer.

Zo, ik ben weer boven water, na een rondje door de Kaukasusrepublieken Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Alledrie hebben ze hun eigen karakter, hoewel de sovjetsaus er nog heel dik bovenop ligt, zeker in de architectuur van de hoofdsteden Jerevan, Baku en Tbilisi. De laatste heeft nog het meeste eigen karakter, simpelweg omdat er vrij veel van voor het communisme overeind staat. Georgië, de enige werkelijke democratie van de drie, straalt ook het meeste zelfvertrouwen uit. En heeft prachtige, onbedorven wandelgebieden in het hooggebergte van de Kaukasus.
Azerbeidzjan is een olieland, in allerlei opzichten. Het spul wordt in pijpleidingen gestopt en verkocht, maar in de omgeving van Baku vind je het ook in sloten terug. Veel beeldender dan rond Baku kan een milieuramp niet worden. Het arme Armenië zit aan alle kanten klem. Met Azerbeidzjan heeft het oorlog, met Turkije is het geen vriendjes. De kleine grens met Iran is onhandig, dus alles moet via Georgië aangevoerd worden. Niettemin leeft het nationalisme volop en zitten de talloze cafés van Jerevan avond aan avond vol.
Interessant om eens in een vergeten hoekje van Europa mijn licht op te steken. Paar plaatjes hier (onder Europa).

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur heeft vandaag een rapport uitgebracht over de staat van de Rotterdamse popsector. Daar staat in wat we al wisten: de poppodia kampen met chronisch geldtekort en blijven bovendien inhoudelijk achter bij clubs als Off_Corso. Nighttown is onderuit, Waterfront balanceert op het randje, Baroeg is kopje onder geweest en weer min of meer boven.
Hopelijk komt er nu politieke actie om de hele sector weer wat overeind te helpen, want potentie is er genoeg, constateert ook de RRKC. Alleen is wel een krachtige herstructurering nodig en dat zal niet gratis zijn. Dat wordt de eerste echt grote uitdaging voor Orhan Kaya, de nieuwe GroenLinkse wethouder van cultuur.
PS: Ik ga de komende weken ertussenuit. Voorlopig geen nieuwe posts.

Het is 2026. Nike Hatzfield is de man met het fenomenaalste geheugen ter wereld. Steeds verder terug graaft hij, ten koste van niet aflatende hoofdpijn, tot hij is aangeland bij het moment waarop hij met Leyla en Amir omhoog keek door een gat in het dak van een ziekenhuis in Sarajevo, 1993. De wereld van 2026 wordt gedomineerd door de kunstenaar Optus Warhole, die de artistieke kanten van massamoord verkent. Maar zijn naam geeft al aan dat hij net zo goed de herinnering kan zijn aan het licht dat door het oorlogsgat viel.
In zijn cyclus ‘De slaap van het monster’ verwerkt de Bosnisch-Franse striptekenaar en filmregisseur Enki Bilal de Bosnische oorlog in de vorm van een onnavolgbaar science-fiction verhaal. De speurtocht van Leyla, Amir en Nike naar elkaar, door vele dimensies die hangen tussen werkelijkheid, droom en vervormd geheugen, is de leidraad, ook in het net verschenen derde deel, ‘Afspraak in Parijs’. Enki Bilal is bij vlagen net zo obscuur als James Joyce, maar zuigt niettemin onvermijdelijk aan je belangstellingsorganen.

Met dit weer heb je bij Cinerama al gauw een zaaltje voor jezelf alleen. Dus kon ik in alle rust kijken naar United93, over het vierde vliegtuig van 11 september 2001, dat zijn bestemming niet haalde, maar crashte in een veldje in Pennsylvania. Over het lef en de implicaties om dit onderwerp ter hand te nemen, is al genoeg geschreven. Mijn aandacht ging uit naar iets anders, de verhaalstructuur.
Het bijzondere van United 93 is dat je exact weet wat er allemaal gaat gebeuren, en dat het toch vanaf de eerste seconde spannend is en blijft. Bij een normale thriller heb je structuur nodig, meestal in de vorm van een hoofdpersoon rond wie alles samenkomt, om het verhaal te volgen. De vraag of die hoofdpersoon bepaalde dingen wel of niet gaat redden, drijft de spanning op. In zijn meest kale vorm is die techniek te zien in bijvoorbeeld Speed.
United 93 heeft geen hoofdpersoon nodig, want de kijker heeft de structuur toch al in zijn hoofd. De opeenvolging van scenes is chaotisch, net als de werkelijkheid indertijd. Regisseur Paul Greengrass zoekt de spanning niet in het plot, maar in de details. Hij gaat met de camera dicht op de mensen zit en dwingt de kijker spanning op met kleine vragen. Wanneer ziet de verkeersleiding dat vlucht UA93 gekaapt is? Lukt het die ene passagier ongemerkt een telefoontje te plegen? Wanneer staan de kapers op en gaan ze naar de cockpit. Nu niet. Nu niet. Dan toch. Een verteltechnisch hoogstandje.

Nog eventjes terugkomend op gisteren: nu ik dus de deadline gemist heb om mij glansrijk kandidaat te stellen voor het parlement, kan ik me natuurlijk een mening aanmatigen over hoe de lijst eruit moet zien. Welnu, ik hoop dat de lijst een minder intellectueel aanzien krijgt dan de vorige keer. Iets meer street credibility, graag. Niks ten nadele van de mensen in de huidige ploeg, hoor, maar als geheel klopt het gewoon niet. Hoe zal ik het zeggen. Te veel rode wijn, te weinig bier. Te veel Amsterdam, te weinig Rotterdam. Te veel boeken, te weinig klei. Daar moet toch iets aan te doen zijn.
Ik wil maar zeggen, waar komt toch dat rare idee vandaan dat aspirant politici deskundig moeten zijn op hun terrein? Als je eenmaal in de Kamer zit, heb je alle tijd om deskundigen te raadplegen, zodat je er zelf ook een wordt. Veel lastiger is het om dan nog eens een brede visie op de maatschappij te ontwikkelen, of een natuurlijke antenne voor wat leeft op straat. De portefeuille lonkt immers, commissies vergaderen, stukken stapelen zich op, enzovoort. Steeds dieper word je je specialisatie ingetrokken. Terwijl dat je taak helemaal niet is. Je taak is het volk te vertegenwoordigen, te toetsen of datgene wat de specialisten bedacht hebben op steun zal kunnen rekenen van degenen die je gekozen hebben. Het heeft helemaal geen zin om te proberen vanuit een kamerfractie meer inzicht te hebben dan een hele batterij ambtenaren op een ministerie.
Wat je moet uitstralen is niet deskundigheid, maar betrouwbaarheid. Eerst en vooral moet je het beleid dat je steunt of afkeurt op een fatsoenlijke manier kunnen uitleggen aan jan met de pet. Uiteraard is deskundigheid een pre, maar het is niet de essentie van de politiek. En o ja, deskundig is iets anders dan verstandig. Je kunt best verstandig zijn zonder deskundigheid te bezitten. Dus graag kamerleden die de taal van de samenleving op een verstandige manier kunnen vertalen naar de taal van het beleid. Einde preek.