
De landelijke bijeenkomst over Kunduz vorige week begint langzaam door te sijpelen naar de media. Met dank aan de column van journalist Kustaw Bessems, die noteerde dat Mariko Peters zich stekelige opmerkingen permitteerde over de meer exotische doelen van de missie.
Zoals bekend heeft GroenLinks zichzelf die missie ingerommeld en is ook zelf verantwoordelijk voor het optuigen van een onhaalbare kerstboom aan randvoorwaarden. De afgelopen maanden begon ik een beetje te vrezen dat de fractie zelf geloofde in de volle missie. Het inkijkje bij Mariko stelt me gerust: de fractie bezit voldoende realiteitszin om te weten dat er nogal wat hopeloze aspecten aan de zaak zitten.
Vervelend is wel dat de partij hier de komende jaren nog periodiek mee getreiterd gaat worden. Allicht dat Mariko’s opmerkingen de aanzet kunnen zijn tot een ook publiekelijk wat reëler standpunt. Dat hoeft niet intrekken van de steun te zijn, maar de beleden verwachtingen mogen wel wat omlaag geschroefd worden.

Briljant plan van wethouder Marco Pastors Florijn: Rotterdamse bijstandsgerechtigden moeten gaan werken voor hun geld, en wel in de Westlandse kassen, alwaar tuinders staan te springen om hun Polen en Roemenen in te ruilen voor ongemotiveerde Hollandse steuntrekkers.
Let wel, Marco gaat dit niet doen zoals bij alle vorige mislukte roeptoeterij. Hij gaat het helemaal anders aanpakken. Dit keer gaat het wel lukken. En het gaat Rotterdam geen geld kosten, maar opleveren, want Marco zit met een joekel van een gat in zijn begroting, dus die gaat echt geen geld uitgeven aan een kansloos plan. Uitzendbureau Rotjeknor gaat zeker weten aan de weg timmeren.

Het lijken mooie tijden voor technocraten momenteel. Waar het financiële stelsel kraakt, moeten zij de boel als oliemannetjes weer aan de gang helpen. Parlementen weten het niet meer en wenden zich tot kundige lieden, die normaalgesproken afstand bewaren tot de politieke smeer.
In het oude Rome deed men dat ook. Wanneer de situatie hopeloos leek, maakte de senaat de weg vrij voor een dictator, die tijdelijk een algehele volmacht kreeg om orde op zaken te stellen. Types als Lucius Quinctius Cincinnatus verjoegen dan de vijandige legers en keerden na gedane zaken terug naar hun boerderij. De senaat mocht dan weer op de winkel passen. De term ‘dictator’ is een beetje besmet geraakt sinds Julius Caesar zijn tijdelijke macht weigerde in te leveren, maar de gedachte is dezelfde gebleven: in opperste nood leg je je lot in handen van iemand die je vertrouwt om zijn competenties, en volg je ongezien zijn commando’s.
De technocraten die in Italië en Griekenland de euro moeten redden, zijn helemaal geen ingenieurs, maar bankiers, zij het van een ander type dat de crisis veroorzaakt heeft. Maar ‘bankier’ of ‘econoom’ klinkt niet vertrouwenwekkend genoeg om je portemonnee door te laten redden. ‘Technocraat’ heeft die lading kennelijk wel. Dat is curieus. Ik zie twee verklaringsgronden.

Tilda Swinton heeft al grote hoeveelheden lof toegezwaaid gekregen voor haar rol in We need to talk about Kevin, waarin ze de moeder van een onmogelijke zoon speelt. Dat is terecht. Het is een rol waarin veel wezenloos gekeken moet worden en daar is Swinton een meester in.
De film zelf is traag, en ondanks het gegeven (je weet dat de jongen een slachting gaat aanrichten op zijn school) nogal saai. Telkens weer dezelfde scènes met een steeds oudere Kevin: moeder dwingt zichzelf om aardig te zijn voor haar kind, kind toont onwil en misdraagt zich, maar wordt subiet een engeltje als vader in de buurt komt, waarna confrontatie volgt tussen vader en moeder, zodat moeder zich toch weer dwingt om aardig te zijn, enzovoort.
Slechts een paar keer zie je een glimp van karakterontwikkeling, bijvoorbeeld als Kevin ziek is en ineens heil zoekt bij zijn moeder in plaats van vader. Telkens hoop je op een verdieping van de karakters, maar dan keert het refrein in zijn volle, trage glorie terug. ‘We need to talk about Kevin’ is zeker geen slechte film, maar te monotoon om de aandacht bijna twee uur vast te houden.

Twee jaar geleden werden zzp’ers via een wetswijziging gedwongen zich bij de Kamer van Koophandel in te schrijven. Niet echt fijn, want ineens belandden mijn gegevens in een openbaar spamregister. Ik krijg nu een blaadje van de kvk en allerlei folders, die bij het oud papier belanden.
Dit alles is ook de gemeente Rotterdam niet ontgaan. Vandaag kreeg ik een brief: voortaan moet ik als zzp’er extra betalen voor het afvoeren van afval, een tientje per maand. Zo is een wetswijziging die de transparantie van het bedrijfsleven moest bevorderen omgezet in een grond voor belastingheffing. Niet zo gek dus dat op Facebook meteen een protestgroep ontstond. Of protest zinvol is, is echter nog maar de vraag.
Op zich is de gedachte achter de heffing (ieder bedrijf produceert afval en de afvoer daarvan moet kostendekkend zijn) niet slecht, maar het blijft een rare manoeuvre om een groep die niet tot nauwelijks afval produceert mee te laten betalen aan andermans vuilafvoer. Dat is toch het signaal dat uitgaat van het complete tarievenlijstje.
Sterker nog, ook de privé afvalstoffenheffing wordt met vijftig euro verhoogd, om die kostendekkend te maken. Anders gezegd: de stroom van huisvuil, waarin inbegrepen het vuil van mensen met bedrijf aan huis, is al kostendekkend. Alle burgers samen betalen dus voor het extra bedrijfsvuil van de zzp’ers, terwijl de zzp’ers meebetalen aan de vuilverwerking van bedrijven met een eigen pand.
Als het de gemeente werkelijk om een rechtvaardig afvalheffingsbeleid ging, zouden burgers een lagere aanslag ontvangen, zzp’ers een bescheiden opslag op hun privé heffing krijgen en bedrijven hun eigen broek ophouden. Nu is het een ordinaire belasting op ondernemerschap.
Update ‘s avonds: het lijkt alweer voorbij.

God is dood en wordt nog steeds node gemist. Bondiger kan ik Dick Pels’ artikel ‘Naar een vrijzinnig paternalisme‘ niet samenvatten. Omdat die referentie aan Friedrich Nietzsche vaak verkeerd begrepen wordt, geeft ik nog even het volledige citaat uit De Vrolijke Wetenschap: ‘God is dood en blijft dood, en wij hebben hem vermoord! Hoe kunnen wij ons troosten, moordenaars aller moordenaars?!’ Uit Nietzsches aforisme spreekt eerder wanhoop dan bevrijding. Fjodor Dostojevski zette de intellectuele punt op de i in De gebroeders Karamazov: ‘Als God dood is, is alles geoorloofd.’ Ook de Rus zag geen bevrijding.
Sinds Nietzsche en Dostojevski hebben seculiere politici van allerlei (liberale of rode) snit geprobeerd God ook politiek dood te verklaren, daarin effectief tegengewerkt door hun conservatief-christelijke collega’s. Paternalisten heten de laatsten, omdat zij een moraal voorstaan die zonder inspraak van onderop tot stand komt – wat in het protestants-christelijke Nederland overigens nogal een karikaturale voorstelling van zaken is, omdat gelovigen hier te lande al in de zeventiende eeuw een stevig emancipatieproces doorlopen hebben.

Margin Call is een thriller zonder de minste dreiging van geweld. Een jonge analist bij een bank komt erachter dat de complexe financiële producten die zijn bank koopt en verkoopt, de risico’s bij de bank zo hebben opgestapeld dat een bankroet nabij is.
Hij meldt het bij zijn baas, en dan gaat een hele keten van machtsspelletjes lopen tot aan de top van het bedrijf toe. Iedereen wist wel dat de risico’s groot waren, maar nu moet iemand de schuld krijgen. En de giftige beleggingen moeten gedumpt worden bij andere banken, zonder dat die het doorhebben.
Margin Call is het best te genieten als je enige kennis van het bankwezen hebt, want overdreven uitleggerig is de film gelukkig niet. Sterk acteerwerk van onder andere Jeremy Irons, Kevin Spacey, Stanley Tucci en Demi Moore maakt het ook aantrekkelijk. Het mooiste is echter dat Margin Call de kredietcrisis een menselijke maat weet te geven.

Ook het Algemeen Dagblad wijdt een artikel aan de zitting over Watt van gisteren. Grappig om te zien dat waar de Telegraaf via de curator redeneert, het AD dat langs de lijn van de gemeente doet. De gemeente vindt het niet eerlijk dat ze nog meer geld kwijt zou zijn aan schuldeisers die al eerder van overheidsgeld geprofiteerd hebben. Begrijpelijk dat je dat vindt als gemeente, maar dat had je moeten bedenken voordat je je garantie afgaf.

Aldus een knipsel uit de Telegraaf vanochtend. Die laatste zinnen behoeven misschien wat uitleg. Volgens de oude eigenaren van Watt had de gemeente beloofd dat er geen ander groot poppodium in Rotterdam zou komen. Toen het Urban Culture Podium werd aangekondigd, vonden die eigenaren dit een schending van de afspraak. De gemeente ontkende. Maar de vraag is dus of de gemeente, als Watt indertijd meteen failliet was gegaan, niet een forse schadeclaim tegemoet had kunnen zien. De gemeenteraad is vertrouwelijk over die correspondentie ingelicht.

Zoals eerder aangekondigd daagt de curator van Watt de gemeente voor de rechter. Na inleidende schermutselingen op papier was vandaag de eerste zitting bij de rechtbank in Rotterdam. Heel erg spannend was het niet.
De curator houdt vol dat de gemeente de architect is van de overname van Watt door WaterFront en What’s Live, dat de gemeente voor de te verwachten financiële ellende een garantie heeft afgegeven en dat de gemeente zich daar niet aan kan onttrekken nu die ellende zo groot bleek te zijn dat Watt eraan failliet ging. De gemeente ontkent alles en werpt een aantal procedurele bezwaren op tegen de precieze manier waarop de curator zijn zaak heeft opgebouwd.
Vaak kun je aan de hand van de vragen die de rechtbank stelt, een beetje afleiden welke richting ze uitdenkt. Daar was vandaag geen sprake van. Na twee langdurige pleitrondes volgden nog een paar feitelijke vragen. Toen was het afgelopen. Vonnis in de tweede helft van januari. Het zou mij niet verbazen als dat een tussenvonnis wordt, waarbij de rechtbank een of beide partijen opdracht met additionele bewijsvoering te komen. Zoals eerder gezegd: dit gaat nog wel even duren.