
Eigenlijk kun je Wide Sargasso Sea alleen lezen, als je Jane Eyre kent. De roman van Jean Rhys is daar namelijk een reactie op. Maar ik houd nu eenmaal niet zo van melodrama in de Engelse middenklasse, terwijl de exotische setting van Wide Sargasso Sea me wel trekt. Bovendien schrijft Rhys, die met dit boek op 76-jarige leeftijd doorbrak, veel bondiger.
Wide Sargasso Sea beschrijft de lotgevallen van een jonge Antoinette Cosway in de Caraiben aan het begin van de negentiende eeuw. De slavernij is net afgeschaft en dat heeft de verhoudingen in het gebied overhoop gegooid. De oude (min of meer) blanke slavenhouders, waartoe Antoinette’s familie behoort, zijn hun trots kwijt. De bevrijde zwarte bevolking telt nog steeds niet mee. Een nieuwe golf blanke gelukzoekers voert de boventoon. Als Antoinette trouwt met een man uit de nieuwe elite, voelt ze zich onbegrepen en vervalt ze langzaam tot waanzin.
Het plot van Wide Sargasso Sea is eigenlijk niet zo belangrijk. Het korte, laatste deel van het boek, dat zich afspeelt in Engeland, is zelfs overbodig. Het gaat om de sfeertekening in de eerste twee delen: Antoinette als kind op de oude plantage, en als jonge vrouw op huwelijksreis in een buitenhuis van de familie op een ander eiland.
Het verval, de vijandigheid van de omgeving, bezwerende rituelen en de lusteloosheid vermengen tot een dreigende atmosfeer waarvan je je goed kunt voorstellen dat je er gek van wordt. Dat is het knappe van Wide Sargasso Sea: het slaagt erin zonder te psychologiseren, maar uitsluitend door de veranderende omstandigheden te schetsen, een scherp portret van Antoinette neer te zetten.

Heibel weer eens om de baantjesstapelaars in de toezichthoudende sfeer. Een nieuwe wet gaat het stapelen onvoldoende tegen. Dat is niet zo gek, want die wet is gericht op symptoombestrijding: beperking van het aantal baantjes. Terwijl het echte probleem is dat toezichthoudende functies niet zwaar genoeg worden ingekleed. Was dat wel het geval, dan kostten ze aanzienlijk meer tijd en was het met stapelen vanzelf afgelopen.
De naam ‘Raad van toezicht’ (RvT) suggereert dat de leden ervan scherp toekijken wat de directie van hun instelling uitspookt. Een aantal recente affaires (COA, Codarts, diverse zorginstellingen) laat zien dat dit niet vanzelfsprekend zo is. De RvT’s zitten teveel op afstand om werkelijk toezicht te houden. Ze lijken het midden te houden tussen een raad van commissarissen en een comité van aanbeveling.
De weeffout in het model is fundamenteel en is niet op te lossen met een anti-stapelwet. Het begint ermee dat de RvT doorgaans zelf de directie aanstelt en die vervolgens moet controleren. Falen van de directie is daarmee ook een smet op het blazoen van de RvT, die daardoor van nature geneigd zal zijn de directie zo lang mogelijk te steunen. Dat ga je tegen met sterke persoonlijkheden in de RvT, liefst mensen die aan het eind van hun carriè zitten en zich niet meer hoeven te bewijzen. Eigenlijk zou na de aanstelling van een nieuwe directeur de helft van de RvT vervangen moeten worden (en dan niet door vriendjes van de directeur).

En als u dan toch bij de boekhandel bent voor de kunstkalender, neem dan meteen voor twee euro de Eksit Krant mee. Geen geld voor een mooi historisch document over het begin van de Rotterdamse pop scene op een moment dat Paradiso nog niks voorstelde. Van Gyz, dus goed.

Bijna drie kilo weeg de Grote Rotterdamse Kunstkalender, die afgelopen vrijdag ten doop werd gehouden in LPII na een geslaagde crowdfundingactie. Een prachtige staalkaart op groot formaat van de Rotterdamse beeldende kunst anno 2012. Snel naar de boekhandel!

ToneelGroep Amsterdam moet de komende jaren waarschijnlijk tien procent van zijn miljoenenbudget inleveren, als onderdeel van cultuurbezuinigingen in de hoofdstad. Gezien de economische omstandigheden zou je dan zeggen: handjes dichtknijpen en vriendelijk dankjewel mompelen. Zo niet artistiek leider Ivo van Hove van TGA vanochtend in de papieren Volkskrant: “Als dit zo doorgaat, belanden we op een historisch dieptepunt. Gehrels [wethouder te Amsterdam] rekent ons tot de top, maar we moeten wel flink inleveren.”
Dit is nou precies de mentaliteit waardoor een groot maatschappelijk draagvlak voor bezuinigingen op cultuur is ontstaan: teruggetrokken op het eigen artistieke gelijk, weinig oog voor omstandigheden, en vooral een gebrek aan creativiteit. Alsof subsidie een conditio sine qua non is voor kwaliteit. Het valt TGA niet kwalijk te nemen dat het een succesvolle, maar ook relatief kostbare formule heeft gevonden voor zijn voorstellingen, maar bij tien procent minder vergaat de wereld niet. Wanneer je dan de woorden ‘historisch dieptepunt’ uit de kast trekt, poseer je voor het grote publiek als een aansteller.

Njet, luidt het korte antwoord van de Nederlandse regering, nu ook DNB-president Klaas Knot nog maar eens de noodklok luidt dat de hypotheekrente-aftrek de kapitaalmarkt doet dichtslibben. Verdere argumentatie niet nodig. En dat terwijl iedereen met enig economisch verstand al heel lang weet dat het subsidiëren van de huizenmarkt een onverantwoorde bubbel aan het creëren is.
Of wacht, er is wel argumentatie. Als we stoppen met subsidiëren, zakt de huizenmarkt in. Ja, dat klopt, net zoals de subsidiekorting op de cultuur tot een sanering van die sector leidt. De enige reden om de hypotheekrente-aftrek niet te beknotten is van populistische aard: het biedt mensen een direct voordeel waar je als politicus lekker mee scoort, terwijl de grotere nadelen zich aan het zicht van het electoraat onttrekken.

GroenLinkser Farid Darkaoui heeft de Horstingprijs gewonnen, die iedere twee jaar wordt uitgereikt door het Historisch Gezelschap Roterodamum. Hij krijgt de prijs op 16 november uit handen van Ahmed Aboutaleb voor zijn talloze verdiensten op maatschappelijk vlak.
Er word in Rotterdamse GroenLinkskringen wel eens gegrapt over alle initiatieven die ik van de grond help tillen, maar dan kennen ze Farid nog niet. Die heeft niet alleen een bloeiend bedrijf met allerlei dochterondernemingen opgezet, maar ook de eerste multicultiscouting van Nederland en een martial arts vereniging (uiteraard is hij ook zelf een goede hopman en taekwondoka). En zo nog het een en ander.
Dus ere wie ere toekomt.

Auteurs met lef, die mag ik altijd graag lezen. Dus als Said el Haji een roman schrijft over de grootvader van de profeet Mohammed, dan ga ik naar de boekhandel om hem te kopen, ook als het een foeilelijke omslag heeft. De aankondiging blijkt een boeiend maar wat onevenwichtig boek.
Het verhaal is dik in orde. Mekka is een tolerante stad aan de rand van de invloedsfeer van de Byzantijnse en Perzische rijken. Daar groeit Moetalieb op als pleegzoon van een van de notabelen. Langzaam werkt hij zich via de handel op tot hij de onbetwiste leider van Mekka is. Tegelijkertijd voltooit hij een spirituele zoektocht uit onvrede met de stenen beelden in het heiligdom van Mekka. Het verhaal eindigt met een mythische gebeurtenis die Mekka reinigt en klaar maakt voor een nieuw tijdperk.
Kortom, een verhaal met een kop en een staart dat zich op verschillende niveaus laat lezen. Om het helemaal te kunnen volgen is enige kennis van de geschiedenis onontbeerlijk, want El Haji bezondigt zich niet aan uitleggerigheid. Als je niet weet wat een hanief is, dan zoek je het maar op, want Said vertelt het je niet expliciet.
Het zwakke punt van het boek zit naar mijn smaak in de stijl. Said heeft een neiging tot formeel taalgebruik en omslachtige zinsconstructies. Die wisselt hij af met juist heel vlot geschreven passages. Dat wringt en maakt De aankondiging minder levendig dan gekund had.

Ooit heb ik een Apple IIcx bezeten, de betaling in natura van een bevriende redactie, die een nieuwe had aangeschaft. Indertijd zat je aan Apple vast als je een tijdschrift wilde vormgeven. Ik gebruikte hem voor een vrijwilligersblaadje dat ik maakte. Het was een fijn ding, omdat er een heel groot beeldscherm bij zat, dat ik in mijn eentje nét kon tillen.
Net als mijn pc liep de Apple regelmatig vast. In plaats van een blauw scherm met onbegrijpelijke codes toonde het apparaat in dat geval een bommetje. Daaromheen kon je dan nog het werk zien dat je onherroepelijk kwijt was. Herstarten was de enige optie, en dan maar het beste ervan hopen. Anders dan bij Windows kon je bij Apple namelijk niet onder de motorkap kijken om te zien wat er mis was.
De meeste mensen willen helemaal niet onder de motorkap kijken. Dat was het briljante inzicht van de onlangs overleden Applevoorman Steve Jobs. Als het een beetje makkelijk werkt, vinden de meeste mensen het best. Apple bewaakt de motorkap van zijn apparaten dan ook als een leeuw. Iedereen mag apps voor de iPhone maken, maar Apple beslist of ze door de ballotage komen.

Aanstaande vrijdag opent Worm zijn deuren aan de Witte de Withstraat (of nou ja, een zijstraat ervan). Net als het vorige pand in Delfshaven is ook dit helemaal verbouwd met gerecyclede materialen. Dat begint al bij de entree: er is een groot gat in de zijmuur van het oude NRC-gebouw gezaagd en het verwijderde stuk is met ramen en al anderhalve meter verderop neergezet.
Ik ben zaterdag al even binnen geweest. Mij vielen vooral de zitjes op, gemaakt uit gerecyclede archiefkasten, die langs een geleidegeul kunnen bewegen (dit soort dingen). Je kunt dus gezellig door de ruimte heen en weer bewegen en crashen met je buren. Dat gaat nog leuk worden als de eerste dronken bezoekers zich erover ontfermen. Hoe dan ook, let aanstaande vrijdag vooral ook op de gerecyclede T-shirts van het personeel.