
In zijn eigen film, Ides of March, mag George Clooney eindelijk eens een onaangenaam personage neerzetten, een gouverneur die president wil worden. Op het eerste gezicht lijkt hij hetzelfde sympathieke karakter dat hij vrijwel altijd speelt, maar helemaal aan het begin van de film legt Clooney al een waarschuwing in de mond van een journaliste: die kerel lijkt aardig, maar hij is een politicus, dus eens zal hij je teleur stellen.
Die waarschuwing slaat hoofdpersoon Stephen, tweede campagnemanager van de gouverneur, in de wind. Hij gelooft werkelijk in de kandidaat, die volgens de peilingen aan kop staat in de voorverkiezingen van zijn partij. Het plot begint te rollen als hij een telefoontje krijgt van de eerste campagnemanager van de tegenpartij. Die geeft cruciale informatie over zijn baas prijs, maar doet ook een voorstel dat Stephen in verwarring brengt.
Wie bedriegt wie en waarom? Ides of march slaagt erin een spannende film te zijn zonder lijken, schietpartij of wat voor actie dan ook, behalve een ongeloofwaardige zelfmoord tegen het eind. Als kijker ben je geneigd mee te leven met Stephen, maar je ziet ook net iets meer manipulatie dan hij. Puntje van de stoelwerk met een ijzersterk acterende cast.

Dertig miljard euro – dat is het totaal aan (speculatieve) beleggingsposities dat de Nederlandse energiebedrijven vermoedelijk hebben uitstaan (dat is vergelijkbaar met een middelgrote bank). Voor een deel moeten zij op de kolen-, olie- en gasmarkten posities innemen om de toevoer van brandstoffen voor hun centrales veilig te stellen, maar in de loop der jaren is deze handel zo gegroeid dat het een business op zich geworden is voor de energiebedrijven.
Als het in Nederland al om zo’n groot bedrag gaat, dan is het elders nog meer. Geen wonder dat overheden nerveus zijn. Vandaag kwam de Europese Commissie met nieuwe voorstellen (codenaam: Mifid II) om de handel in grondstoffen en derivaten aan vergelijkbare regels te binden als puur financiële transacties. Energiebedrijven zullen dan net als banken onder verscherpt toezicht komen te staan. Dat vinden ze niet leuk.

John Stewart is al meer dan dertig jaar actievoerder, met name tegen verkeersoverlast. Hij zag kans een extra landingsbaan voor Heathrow te blokkeren en werd in 2008 door de Independent on Sunday uitgeroepen tot de meest effectieve milieuactivist van het Verenigd Koninkrijk. Wanneer je aan zijn boek ‘Why noise matters’ begint, weet je dus dat zijn doel is een alarmbel te luiden, niet een evenwichtig betoog te houden.
Wat het boek niettemin waardevol maakt, is dat het een breed overzicht schetst over een veld dat nauwelijks als een eenheid gezien wordt. Bovendien maakt hij vanuit zijn oogpunt gehakt van twee ontwikkelingen die andere delen van de milieubeweging nou juist sterk propageren, namelijk zeetransport en windenergie.

In Iran bestaat speciale politie die je als vrouw kan beboeten wegens bad hijab, het op onjuiste wijze dragen van hoofdbedekking. Europa krijgt de smaak op dat vlak ook te pakken. Na Frankrijk, waar de eerste boetes zijn uitgedeeld, en België krijgt ook Nederland een bad hijab wet, in de vorm van het burkaverbod, dat ook nikabs, integraalhelmen en bivakmutsen meepikt om de schijn van een aanval op de islam zoveel mogelijk te vermijden.
In Frankrijk is de weg naar het Europese Hof ingezet, dus de vraag of het verbod door de mensenrechtenbeugel kan, wordt vanzelf beantwoord. Het is toch vooral symboolpolitiek over de rug van onderdrukte moslimvrouwen, die meer geholpen zouden zijn bij een actievere emancipatiepolitiek.
Dit alles laat onverlet dat het dragen van een burka inderdaad onbehoorlijk is. Het kabinet stelt terecht dat het bedekken van je gezicht “fundamenteel in strijd [is] met het karakter van het publiek verkeer, waarin wij elkaar met herkenbaar gelaat gelijkelijk tegemoet treden”. Maar als je via de wet de fatsoensrakker wilt uithangen, doe het dan goed.
Een veel groter probleem dan het handjevol burkadraagsters vormen namelijk lieden met donkere of glimmende zonnebrillen, die menen dat ze die niet hoeven af te zetten als ze je aanspreken. Toegegeven, Beatrijs Ritsema vindt het geen probleem, maar die vindt dat je ook van een burkadraagster maar hebt te accepteren dat ze zich verschuilt. Dat is voor haar van dezelfde orde. Het blauwe boekje is helderder: “Een zonnebril houdt u nooit op bij een tweegesprek. Ook niet als u een celebrity bent.”
De toenemende boertigheid in de omgangsvormen is een breed maatschappelijk verschijnsel. Half Nederland doet eraan mee, iedereen op zijn eigen wijze. Zo bezien doen de burkadraagsters gewoon mee aan een maatschappelijke middelvingertrend, die de afgelopen week ook in het parlement opgeld deed. In Iran kost het op onjuiste wijze dragen van een zonnebril je vijftien dollar. Dan kan Nederland toch niet achterblijven? (sg)

Met ingang van vandaag is GeenCommentaar, het politieke weblog van linkse signatuur waar ik de nodige stukjes voor geschreven heb, gefuseerd met grote broer Sargasso. Ook ik ben meeverhuisd, dus blijf me vooral daar volgen.

Eergisteren kreeg ik een cd’tje in handen gedruk van Tinymusic, een jonge Rotterdamse organisatie die op kleine schaal concerten organiseert. De cd, vol mooie liedjes waarin ik opvallend vaak Leonard Cohen vond doorklinken, wordt gratis uitgedeeld aan bezoekers van de concerten.
Tinymusic is een van de tekenen dat de Rotterdamse popcultuur ondanks tegenwerking vanuit het stadhuis niet stuk te krijgen is. De kleine concerten van onbekende bands passen in de traditie van het Cantina Sidekick programma van WaterFront. Met Heidegger is er ook al een nieuwe zaal voor het alternatievere aanbod.
Kortom, terwijl ik me voorbereid op de rechtszaak rondom Watt (eerste akte vermoedelijk nog dit najaar), draait de jonge stad op volle toeren om de schade te repareren.

Op dit moment staat op mijn diploma een uitstervende titel, ingenieur. De TU’s geven tegenwoordig immers MSc’s af. En het zou zomaar kunnen gebeuren dat mijn diploma straks is verstrekt door een instituut dat niet meer bestaat. De universiteiten van Delft, Leiden en Rotterdam praten namelijk over fusie, aldus een artikel waarmee de NRC in de komkommertijd uitpakte. De nieuwe universiteit zou de naam dragen van de oudste onder hen, Universiteit Leiden.
Nou doen dergelijke fusiegeruchten eens in de ongeveer tien jaar de rondte, dus zo’n vaart zal het niet lopen – en de betrokkenen ontkennen met klem dat er over meer gesproken wordt dan intensieve samenwerking – maar anderzijds is het niet voor niets dat het idee steeds terugkeert. Een alfa-, beta- en gamma-universiteit op een half uur reizen van elkaar, in iedere wereldstad zouden dat drie filialen van hetzelfde instituut zijn. Kortom, zo’n gek idee is die fusie niet.
Een van de voornaamste motieven om te fuseren, zo opperde de krant, was dat de combi-universiteit hoger zou eindigen op internationale ranglijstjes van academische toppers, omdat ze samen meer citaten in toptijdschriften scoren dan afzonderlijk. Toen ik dat las, rook ik lont. Het is immers een illusiestrategie. Je suggereert dat de universiteit beter wordt, maar in werkelijkheid wordt ze alleen maar groter.

Prinsjesdag in crisistijd, een mooi moment om je druk te maken over een afbeelding op een dik honderd jaar oude koets. Daarop te zien: een jonge koningin Wilhelmina aanvaardt geschenken van haar Surinaamse en Indonesische onderdanen. Inzet van de discussie: hoe we ons het beste schuldig kunnen voelen over die periode, door de afbeelding weg te moffelen of door er juist nadrukkelijk naar te kijken.
Pramoedya Ananta Toer, guerillastrijder tegen de Nederlanders, later politiek gevangene onder het regime van Suharto en Indonesiës belangrijkste schrijver en intellectueel van de twintigste eeuw, zou er vermoedelijk wat genuanceerder tegenaan kijken. In zijn romancyclus rond de jonge nationalist Minke laat hij zijn hoofdpersoon verliefd zijn op de jonge koningin. Een mooi ambivalent beeld. Uiteraard veroordeelt Toer het kolonialisme, maar de eigen machtsstructuren van de Javanen (waar de Nederlanders dankbaar gebruik van maakten) waren ook niet fraai. Zijn eindoordeel is dat de Nederlandse koloniale overheersing veel slechts, maar ook veel goeds gebracht heeft voor Indonesië.

Ik heb hier al vaker mijn liefde voor het werk van de Italiaan Hugo Pratt uitgesproken. Zijn uitgever is bezig met een heruitgave van de Corto Maltese verhalen rond de Maltezer zeeman, die altijd pas op het laatste moment de kant van het goede lijkt te kiezen. Albums die al jaren niet meer leverbaar worden, komen in een fraaie band beschikbaar.
Zo ook De ballade van de zilte zee, een van de eerste verhalen. Het tekenwerk oogt minder zeker dan in latere albums, maar de karakteristieke combinatie van dikke penseel- en dunne penlijnen is er al. Ook in karakterstudies toont Pratt zich al vroeg een meester. Iedereen leert in de loop van het verhaal zijn noodlot aanvaarden, in het spoor van Corto, die doelloos over de wereld zwerft.

Duizel in het Park heeft de Gouden Grasspriet 2011 gewonnen, de prijs van Rotterdam Festivals en uitgaansmagazine NL10 voor het leukste kleinschalige zomerfestival. Vierduizend bezoekers brachten hun stem uit op de site. En die kunnen het natuurlijk onmogelijk mis hebben.