
Bij de opening van het culturele seizoen afgelopen zondag presenteerde Rotterdam Festivals een brochure met een analyse van cijfers en trends uit vijf jaar publieksonderzoek. Er staat veel in wat ik altijd al vermoedde, maar dat nu ook eens met feiten gestaafd wordt.
Deelname aan cultuur is vanzelfsprekend voor welgestelden, senioren in de hogere pensioensferen en lieden die bewust voor een stadse wooncarrière hebben gekozen. Voor mij verrassend was dat studenten matige cultuurconsumenten zijn. De “hardwerkende Rotterdammers” denken pas aan cultuur als ze erover struikelen. Heel bemoedigend is het vrijwel honderd procent draagvlak dat bestaat voor cultuur op school. Ook mensen die niks met cultuur hebben, vinden dat hun kinderen ermee in aanraking moeten komen en dat daarop niet bezuinigd mag worden.
Kortom, een mooi boekje met veel cijfers waar zowel beleids- als cultuurmakers iets mee kunnen. Online te lezen.

Dominic Schrijer zal wel in zijn vuistje lachen. Hij werd weggestuurd vanwege een groot tekort op zijn sociale portefeuille, waarvan hij zei dat het onoplosbaar was. Nu zit zijn opvolger er en wat blijkt: het tekort is nog steeds onoplosbaar.
Enfin, u begrijpt: hommeles in het college. Want de gedachte was dat als je nou een heel competente wethouder aantrok, die met gemak zeventig miljoen uit de sociale hoed zou toveren. Dat valt tegen, vooral voor wethouder Jantine Kriens van financiën, die ironisch genoeg in de vorige periode het sociale veld beheerde en toen ook niet doorhad dat de miljoenen oncontroleerbaar wegtuimelden, terwijl collega Hamit Karakus bezig was de reservekas dicht te metselen met enthousiast vastgoedbeleid, dat momenteel even wat minder oplevert dan gehoopt (ook een strop van zeventig miljoen, maar daar hoor je niemand over).
Kortom, het gaat in Rotterdam zoals in veel gemeenten. Het geld zit vast in de harde sector (gebouwen, haven) en dus moet de zachte sector bloeden, want daar zitten vooral mensen en die kun je wel makkelijk aan de dijk zetten. Sommige socialisten hebben het daar moeilijk mee. Begrijpelijk, maar de peren zijn toch echt gebakken door collega PvdA’ers. Het zijn mooie tijden om vanaf de zijlijn wat te roeptoeteren.
Poëzieweblog Krakatau, onderdeel van Rotown Magic, heeft een nieuwe vormgeving gekregen. Het bleek maar een paar avonden werk om de minimalistische voorganger in een glad jasje te steken. Vooral mooi op een breder scherm, al zeg ik het zelf.

“Hiermee eindigen de aantekeningen van deze liefhebber van paradoxen overigens nog niet. Hij kon het niet laten en ging maar door. Maar ook wij vinden dat we hier wel kunnen ophouden.”
Zijn dodelijkste zinnen bewaart Dostojevski voor de laatste pagina’s van Aantekeningen uit het ondergrondse, een duistere satire op zelfbelang als drijfveer voor sociale veranderingen. Dostojevski is nooit te beroerd om het laagste in de mens te accentueren en dat doet hij in deze korte roman dan ook met verve.
Een naamloze, verloederde ambtenaar vertelt over zijn bestaan, dat lijkt te bestaan uit een reeks van gênante situaties, die hij over zichzelf afroept. Hij misdraagt zich, neemt zich voor het goed te maken, maar misdraagt zich dan uit een impuls nog erger – om zich vervolgens te wentelen in het zelfmedelijden dat bij zijn leven als paria hoort.
Na afloop heb je als lezer niet alleen een prachtig boek gelezen, maar ben je ook genezen van de gedachte dat het optimistische mensbeeld achter het communisme tot een ideale samenleving kan leiden (al dacht Lenin daar anders over).

Voor de Nederlandse militaire missie in Kunduz creërde premier Rutte een papieren werkelijkheid om Jolande Sap over de streep te trekken. Dat was nodig omdat de PvdA, normaal gesproken een steunpilaar voor Atlantische realpolitik, het liet afweten. GroenLinks nam een fors risico om het Nederlandse imago bij de Amerikanen te redden (daar kun je van alles van vinden, maar het is een feit dat goede relaties met de Amerikanen handig zijn in de internationale politiek).
Zowel Rutte als Sap wist natuurlijk wat er komen zou: een stroom van berichten dat het daar in Kunduz minder pluis is dan gehoopt en dat de opgeleide politieagenten toch tegen de taliban gaan vechten. Dat is voor VVD en GroenLinks het sein om te vechten voor de instandhouding van de papieren werkelijkheid. Het kabinet ontkent dat er gevochten wordt en GroenLinks stelt kamervragen om het geloof nog eens goed te onderstrepen.
Dit is natuurlijk een poppenkast. De missie in Kunduz wordt gedoogd, niet alleen door GroenLinks, ook door de VVD (lees vooral de laatste zin van hun standpunt over Kunduz). We zijn ooit aan Afghanistan begonnen omdat we boos waren over 9/11 en nu zitten we er nog steeds, omdat we de boel een beetje netjes willen achterlaten en om onze eenzame Amerikaanse vrienden het gevoel te geven dat ze er niet alleen voor staan. Dat is wel een valide reden, maar niet eentje die je verkoopt aan de Nederlandse burgers. Dan maar een papieren werkelijkheid en de andere kant uitkijken als de realiteit toeslaat. De gedoognatie bij uitstek is er een meester in. (gc)

Een yup rijdt met zijn auto van het talud en komt terecht in een niemandsland tussen een aantal snelwegen. Hij denkt: ik klim naar boven en zoek een lift. Dat blijkt zo makkelijk nog niet. Het verkeer zoeft langs, niemand wil hem zien staan.
Zo eenvoudig is het gegeven van J.G. Ballards Concrete Island, een variant op het Robin Crusoe verhaal, geplaatst in de asfaltjungle. Er komen bijna-reddingen aan te pas, zoektochten naar eten en wilden die het betonnen eiland ook blijken te wonen. Maar bovenal gaat het verhaal over een man die langzaam begint te beseffen dat hij ook kan leven zonder de verworvenheden van het moderne leven.
Concrete Island is geschreven in Ballards eigen, afstandelijke stijl. Korte, beschrijvende zinnen. Geen beschouwende uitweidingen. Toch zit Ballard dicht op de huid van zijn hoofdpersoon. Psychologisch rammelt de roman, maar Concrete Island moet je dan ook vooral lezen als een parabel.

Nog nooit kostte goud zoveel: 1900 dollar per ounce. De 2000 is binnen bereik. Beleggers vluchten in het edele metaal uit angst voor dalende aandelenkoersen. Het is een irrationele vlucht. Wie nu op verdere stijging van de goudprijs speculeert en op het goede moment weer verkoopt, kan daar geld mee verdienen, maar uiteindelijk is goud een bubbel die alleen maar kan knappen.
De prijs van goud is nu bijna vertienvoudigd ten opzichte van tien jaar geleden. Dat komt in eerste instantie door een toenemende vraag, veroorzaakt door inkopen van centrale banken en consumenten in India en China, die meer geld hebben voor juwelen. Die groeiende vraag kun je stabiel noemen. Een prijs die extreem opgedreven wordt door dalende aandelenkoersen, is speculatief. Immers, zodra de economie aantrekt, worden aandelen weer aantrekkelijker en volgt een correctie op de goudprijs.

De hoofdpersoon van Haruki Murakami’s Dance Dance Dance, krijgt van de mysterieuze Schaapman het advies om vooral te blijven dansen. Hij moet het leven over zich heen laten komen en de mogelijkheden grijpen die zich voordoen.
Het heeft er alle schijn van dat Murakami zelf ook door de Schaapman bezocht is, maar dan met het advies vooral te blijven babbelen. De roman is een aangename reeks van ontmoetingen, met een vlotte hotelreceptioniste, een helderziende puber, een melancholische b-acteur, een over het paard getilde schrijver genaamd Makimura, een wereldvreemde fotografe, een eenarmige dichter, twee politie-agenten en zo nog wat kleurrijke karakters.
De diepere laag die ik in Murakami’s Kafka on the shore zo indrukwekkend vond, komt hier niet goed uit de verf. Dance Dance Dance leest als een trein, maar heeft verder niet veel om het lijf.

Een dikke maand was journaliste Lise Witteman bezig met het uitdiepen van een echtscheidingsvete tussen de partner van Mariko Peters en diens ex, waarbij ze en passant ook nog stuitte op een nogal marginale onzuiverheid in een subsidieprocedure. Anderhalve dag voor het blad naar de drukker zou gaan besloot Witteman ook nog even GroenLinks om commentaar te vragen.
Iedereen die wat van journalistieke planning weet, ziet onmiddellijk de luizenstreek die hier geleverd wordt. Anderhalve dag voor een weekblad naar de drukker gaat, is de eindredactie goeddeels voltooid en liggen teksten plus foto’s bij de vormgeving. Als onderwerp van een kritisch artikel kun je dan nog een paar regels krijgen om te ontkennen, maar het leeuwendeel van het verhaal staat vast. De boodschap wordt niet meer veranderd. Ook al heb je bergen feitenmateriaal om jouw versie te staven, daar is geen ruimte meer voor.
Kortom, HP was van plan om een vernietigend verhaal over Mariko te publiceren en wilde niet het risico lopen dat Mariko nog met materiaal zou komen dat een maand research onderuit schoffelde. Dus werd tot het allerlaatste moment gewacht met een plichtmatig wederhoortje. Voor deze manier van werken bestaat in de journalistiek een term: je moet een goed verhaal niet doodchecken.
Logisch dat Witteman een boze GroenLinks woordvoerder aan de lijn kreeg. Ze had zelfs de eer een boze Jolande Sap zelf aan de lijn te krijgen. En die zou haar geïntimideerd hebben. Aggut. Sap ontkent nu druk uitgeoefend te hebben, maar ik mag toch hopen dat ze wel degelijk het volledige register heeft opengetrokken tegen Witteman om de belangen van GroenLinks te verdedigen.
Journalisten zijn een politieke machtsfactor. Dat weten ze en daar maken ze gebruik van. Journalisten dealen met politici en andersom. Wederzijds druk uitoefenen om een primeur te scoren of je eigen boodschap zo gunstig mogelijk in de krant te krijgen, hoort bij het spel. Kortom, Lise Witteman, if you can’t stand the heat, stay away from the fire. (gc)

De kamer komt vandaag van reces terug om te debatteren over de Griekse noodsteun. Dat levert extra druk op de Nederlandse begroting, dus zal er extra hard bezuinigd moeten worden. Die druk is handig voor ministers die impopulaire maatregelen willen doordrukken, zoals de ontmanteling van het ov in de Randstad.
De ministers moeten wel opschieten, want tegen het eind van het jaar zou wel eens duidelijk kunnen worden dat er geen economische noodzaak is voor draconische bezuinigingen. De Nederlandse economie draait namelijk als een tierelier en het begrotingstekort smelt als sneeuw voor de zon. Kijkt u even mee naar de hoofdlijnen van de begroting voor 2011. In de eerste tabel staan de belangrijkste macro-economische aannames. Leg die voorspellingen naast de jongste cijfers van het cpb.
Er zijn eigenlijk alleen maar meevallers. Economische groei 2 procent in plaats van 1,5. Lange rente op staatsschuld een kwart procent lager, omdat Nederlandse staatsobligaties gewilder zijn door de crisis elders in Europa. Oliekoers meer dan vijftig procent hoger en dollarkoers fors lager, met een knoepert van een meevaller in de aardgasbaten als gevolg. Werkloosheid komt uit op 4 procent in plaats van 5,5, wat leidt tot een meevaller bij de sociale dienst (minder uitkeringen) en de belastingdienst (meer inkomsten). Inflatie is hoger, maar blijft binnen de perken – dat is goed voor de groei zonder dat consumenten gaan morren.
Dit alles leidt ertoe dat halverwege het jaar de doelstelling van een daling van het EMU-tekort naar 4 procent van het bbp al bijna gehaald is. Als dit zo doorgaat, zit Nederland tegen het eind van het jaar in de buurt van de 3 procent, het heilige getal dat ooit in Europees verband is afgesproken.
Dat is goed nieuws, natuurlijk, maar het kabinet zit daar momenteel niet op te wachten. Er zijn immers forse bezuinigingen aangekondigd, en als je over de meevallers struikelt, wordt het moeilijker die door het parlement te loodsen. Immers, wanneer de economische noodzaak wegvalt, moeten ministers inhoudelijke argumenten voor hun ombuigingen aandragen, en dat is altijd een stuk lastiger in een Tweede Kamer die zoveel mogelijk kiezers te vriend wil houden. (gc) (sg)