
Zestig pagina’s noten en registers zijn de belangrijkste aanwijzing dat ‘Newton and the counterfeiter’ geen roman is maar een populair wetenschappelijk boek. De schrijfstijl van Thomas Levenson, in het dagelijks leven hoogleraar wetenschapsjournalistiek aan MIT, leunt namelijk zo zwaar op literaire technieken dat de lezers nauwelijks doorheeft dat hij een doorwrochte studie in handen heeft over een minder bekende verdiensten van natuurkundereus Isaac Newton: zijn jaren aan het hoofd van de Britse Munt.
Levenson begint het verhaal met de jonge Newton, die als student uit de middenklasse aan Cambridge de kost verdient in de kantine en de restjes van zijn studiegenoten eet. Ambitie en werklust, uiteraard in combinatie met een excellent stel hersenen, wijzen hem de weg naar de wetenschappelijke top. Een aangenaam mens is hij niet, maar zijn brille begint wel op te vallen in Londen.
William Chaloner was van nog nederiger komaf dan Newton. Universiteit zat er voor hem niet in, maar leergierig was hij evengoed. Hij begon zijn carrière als spijkermaker, zwaar handwerk. Zo leerde hij een en ander over metalen. Hij werd niet onthaald in Londen, maar kroop omhoog, als verkoper van seksspeeltjes, kwakzalver en allround sjacheraar. Toen ontmoette hij een man die gespecialiseerd was in het verkoopbaar maken van oud leer door er een laagje kleurstof op aan te brengen. Vergulden, zeg maar.

Morgen gaan de inwoners van de welvarende eilandstaat Mauritius naar de stembus. Ze kunnen kiezen tussen twee blokken, allebei van nominaal socialistische snit. Aan de macht zijn momenteel de liberale socialisten, terwijl de wat meer orthodoxe socialisten in de oppositie zitten. Beide blokken beloven hetzelfde: doorgaan met de economische liberalisering, maar wel zorgen dat de welvaart alle lagen van de bevolking bereikt.
Business is namelijk booming op het eiland, dat het gelukt is zich te positioneren als een groot zakenknooppunt tussen China, India en Afrika. Voorheen steunde het vooral op toeristen en suikerriet. De economie groeide in 2009 door, ondanks de wereldwijde crisis. Het doel is nog meer investeerders lokken, zonder teveel in de gaten te lopen als belastingparadijs. Kortom, het gaat lekker op Mauritius en de oppositie heeft weinig te winnen door te claimen dat ze het totaal anders gaat doen dan de zittende regering.
Is er dan helemaal geen gedoe? Jawel, oppositieleider Paul Bérenger, die vijf jaar geleden nog premier was, klaagt over partijdige reportages op de staatstelevisie. Interessanter is een relletje binnen het regerende blok. Minister van financiën Ramakrishna Sithanen staat niet op de kieslijst van de grootste partij in het blok, vermoedelijk omdat de leider van een kleinere partij zijn baan wil hebben. Als het geld binnen blijft rollen, is dat immers een leuke plek in de schijnwerper. (gc)

Griekenland krijgt een pakket van 110 miljard euro van de broeders in Europa om de economie te redden. In ruil daarvoor moeten de Grieken op ongekende wijze de broekriem aanhalen. Terecht, want ze hebben op veel te grote voet geleefd. Onduidelijk blijft echter nog steeds wat de crediteuren van Griekenland gaan doen om zichzelf aan banden te leggen.
Er zit namelijk ook een andere kant aan het Griekse verhaal. Ja, de Grieken zijn absoluut onverantwoorde leningen aangegaan, maar er waren ook volop banken in cash-rijke economieën die bereid waren het te lenen, tegen steeds hogere rentes, die alleen maar de voorbode konden zijn van een crash. Vergelijk het met de praktijken van Dirk Scheringa’s Bank. Je kunt zijn klanten absoluut verwijten op te grote voet te willen hebben leven, maar het werd ze ook wel erg makkelijk gemaakt. Het ultieme gevolg van al die mensen met uitgerekte portemonnee was voor DSB het faillissement: meegezogen door de eigen klanten.
Dit kon ook met Griekenland gebeuren: een failliete klant die zijn crediteuren dreigde mee te sleuren. Alleen al de Duitse en Franse banken hebben 119 miljard euro uitstaan in Griekenland en nog eens 900 miljard bij Ierland, Portugal en Spanje. De Nederlandse banken staan voor dik drie miljard op de Griekse rol en achttien miljard bij de andere drie. Als je dat voor vijf miljard kunt redden, moet je het doen.
Het noodkrediet voor Griekenland is dus een rationele beslissing: het verlies bij niks doen is groter. Niemand wil de oude DSB-leningen overnemen, en hetzelfde zou gelden voor Griekse staatsobligaties. We mogen boos zijn op de Grieken, maar we mogen ook boos zijn op onszelf dat we het zo ver hebben laten komen. (gc)

Het bedienen van een mobieltje of mp3-speler staat garant voor priegelen met kleine knopjes of een stylus op een gevoelig scherm. Een alternatief daarvoor is bedacht door Chris Harrison, promovendus aan het Human-Computer Interaction Institute van Carnegie Mellon University.

John Hersey’s Hiroshima leest als een roman, maar het is een reportage. Hersey was al in 1945 in Japan. Zijn verslag over de gebeurtenissen in Hiroshima op 6 augustus 1945 verscheen een jaar later in The New Yorker. Het besloeg de complete editie.
Hersey had in Tokyo kennis gemaakt met een Duitse priester, die in Hiroshima was toen de bom viel. Hij toog met hem naar de verwoeste stad en sprak met nog vijf andere overlevenden.
In kaal proza dat doet denken aan John Coetzee en Cormac McCarthy, beschrijft Hersey wat de zes mannen en vrouwen overkwam: eerst de lichtflits, toen het vuur, de totale chaos en een geleidelijke terugkeer naar onmogelijk normaal leven. Een opvallend detail dat hij noteert: niemand herinnert zich de enorme knal, die er ook was, vlak na de lichtflits.
Door zich te concentreren op het lot van zes mensen brengt Hersey het leed van Hiroshima, waar een paar dagen na de bom ook nog een orkaan doorheen joeg, terug tot voor mensen begrijpelijke proporties. En nog laten die proporties een diepe indruk achter.

Rotterdam heeft een nieuw college, met bijbehorend coalitieprogramma. Het programma biedt veel continuïteit, niet zo gek aangezien drie van de vier partijen ook in het vorige college zaten en het inwisselen van GroenLinks voor D66 ook niet tot een ruk aan het stuur leidt.
Het Rotterdam Climate Initiative, waar GroenLinks hard aan getrokken heeft, blijft behouden, zij het op iets bescheidener niveau. Waar GroenLinks een lichte verhoging van de ozb voorstond, wordt die juist licht verlaagd, ongetwijfeld een geste naar de VVD. De coalitie is terughoudend met nieuw beleid, omdat dit geld kost, maar ook omdat je niet kunt bezuinigen op het ambtenarenapparaat, wanneer je tegelijkertijd verwacht dat er allerlei nieuwe initiatieven ontplooid worden.
Cultuur – ja, dat heeft mijn warme belangstelling – komt goed weg. De tien miljoen euro die GroenLinks er twee jaar geleden bij pingelde om te voorkomen dat de toen net aangetreden nieuwe wethouder Rik Grashoff meteen lastige keuzes moest maken, gaan er weer af. Maar verder bezuinigd wordt er niet. Natuurlijk zullen de lastige keuzes alsnog komen, maar per saldo krijgt cultuur vanaf 2012 evenveel geld als in de hoogconjunctuur van vier jaar geleden.

Gerrit Zalm, de naar verhouding karig betaalde topman van ABN-Amro, krijgt een vier van zijn personeel. In een eerste reflex ben je geneigd te denken: dat is beroerd. Tot je gaat kijken waar de werknemers over klagen: in de cao-onderhandelingen dreigen behaalde resultaten uit het verleden niet gegarandeerd te zijn. De werknemers willen het beste uit de cao’s van ABN Amro en Fortis omsmeden tot een nieuwe cao. Zalm wil dat niet.
De goudomrande tijden van de bankiers zijn namelijk voorbij. Zelfs in 2008 kregen de bankiers nog een cao met prima loonsverhoging en verhoogde bonus. In 2009 kwam er weer 3,5 procent bij (.pdf, pagina 34), iets onder het gemiddelde – maar wel bij een veel hoger startniveau. Kortom, objectief gesproken hebben de bankiers onder Zalm geen reden tot klagen.
Dat ze dat toch doen is vooral een teken dat Zalm serieus de bezem door het bedrijf aan het halen is. Het kostenniveau moet omlaag. Pas als er niet geklaagd werd, had de Nederlandse belastingbetaler reden om zich zorgen te maken.

Het Californische bedrijf Invisage heeft een nieuw type lichtgevoelige elementen ontwikkeld, waarmee digitale camera’s tot vier keer meer licht kunnen absorberen, met betere beelden tot gevolg. Invisage noemt het materiaal kwantumfilm.

Pas toen ik het boek in handen had, besefte ik dat ‘Dood in Venetië’ van Thomas Mann geen roman is, maar een verhaal, een long short story, zoals de Amerikanen zeggen. Het is doorgaans gebundeld met een aantal andere semi-autobiografische verhalen van Mann.
Er wordt in de verhalen nogal geworsteld met de liefde door adolescenten, jongemannen en heren van gevorderde leeftijd. Wanhopig verliefd zijn ze, maar de vrouwen en enkele man in kwestie geeft geen sjoege, hoe graag de hoofdpersoon dat ook zou willen. ‘Dood in Venetië’ is in twee opzichten het eindpunt van de ontwikkeling in de verhalen. Ten eerste omdat het object van liefde een jongen van veertien is, dus per definitie onbereikbaar, en ten tweede omdat de liefde een vrijwel volledig geabstraheerd duister verlangen is geworden, een broertje van de dood.
Mann etaleert zijn hoofdpersonen expliciet met al hun twijfels, zoals ook Dostojevski dat doet. Maar waar de morele dilemma’s die de laatste schetst meer dan een eeuw later nog staan als een huis, doet de romantiek van Mann gedateerd aan. Een moderne redacteur zou van ‘Dood in Venetië’ een nog veel korter verhaal gemaakt hebben.

Het blijft natuurlijk linke soep, jezelf voor een hoge plek kandideren op de GroenLinkse lijst. Al heb je nog zo’n dikke aanbeveling van de kandidatencommissie, als je presentatie een beetje hapert, zoals bij Bert van Boggelen en Jaap Dirkmaat gisteren, ben je zo weg. Het congres heeft namelijk maar een beperkte boodschap aan het werk van de commissie. Het oordeelt voor een belangrijk deel op basis van een babbeltje van twee minuten.
Toen het congres de lijst door de gehaktmolen begon te halen, deed Marijke Vos nog een wanhopige poging om haar advies te redden, maar ze werd op boegeroep onthaald. Begrijpelijk: een ontketend congres wenst niet tot de orde geroepen te worden. Met de resulterende lijst is niet zoveel mis, maar het zal in de toekomst wel lastiger worden om prominenten voor een topplek te interesseren, gezien het vergrote afbreukrisico.
In de gelederen der officials zal nu wel weer nagedacht worden over veranderen van de procedures. Dat is niet nodig. Met een betere invulling van de huidige kun je ook al een heel eind komen.