U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Het is al een kleurrijk gezelschap dat de naamloze notaris/verteller bijeen heeft op zijn kantoor aan Wall Street. Twee klerken die om beurten humeurig zijn en een loopjongen wiens voornaaste taak is bitterkoekjes te kopen voor de andere twee. Dan neemt hij Bartleby aan. Het begint goed, maar daarna stapelen de eigenaardigheden zich op.

Bartleby doet zijn kopieerwerk trouw, maar weigert mee te doen aan controlesessies. Gaandeweg doet hij steeds minder en uiteindelijk helemaal niets meer. Hij neemt zijn intrek in het kantoor en leeft van wat spaargeld. Op smeekbeden om zijn biezen te pakken reageert hij met zijn standaardzin: ‘Liever niet’. Uiteindelijk trekken de anderen uit het kantoor, maar daarmee zijn ze nog niet van hem af.

Lees meerHerman Melville &?8211; Bartleby de klerk

Wanneer u toevallig een weldenkende blanke ongelovige bent, is het logisch dat u meent dat een blanke, niet zichtbaar gelovige agent neutraliteit uitstraalt. Hij ziet er immers uit als u en u bent de meerderheid in dit land, dus veel neutraler kan het niet. Een agent die zichtbaar moslima is, wijkt daarvan af en is dus niet neutraal. Begrijpelijk dat u dat denkt.

Maar iedere straatmarokkaan hier in Rotterdam West weet: de politie is helemaal niet neutraal. Die heeft de pik op hem. Dat los je niet op door een moslima in een afwijkend uniform te hijsen. Evenmin als je een kaaskop aanpraat dat een wout met een tulband gewoon een wout is. Het probleem zit niet om de oren maar ertussen. (sg)

Over een paar weken komt de tweede roman van Arundhati Roy uit. Twintig jaar geleden verkocht ze zes miljoen exemplaren van haar eerste, The God of Small Things. Daarna verlegde ze haar aandacht naar links activisme. Tegen het kapitalisme en de vernietiging van het milieu. Vóór rechten van minderheden. En straks is er dus The Ministry of Utmost Happiness (vertaald als Het ministerie van Opperst Geluk).

Omdat ik het interview met Roy bij Boek & Meester (vrijdagavond 16 juni in De Doelen te Rotterdam, koop kaartjes!) moet voorbereiden heb ik hem alvast in huis. Geheim, natuurlijk, niet verder vertellen, maar hier is alvast een tipje van de sluier.

Lees meerDe nieuwe Arundhati Roy &?8211; ik heb &?8216;m al

Bram Fischer is een van de grote helden van de apartheidsstrijd, een Afrikaner advocaat die een luxe bestaan op het spel zette als clandestiene leider van de communistische partij en die zichzelf ook nog eens in de kijker speelde als verdediger van Nelson Mandela in het Rivonia Proces. Na diens veroordeling ging Fischer ondergronds, werd uiteindelijk gearresteerd en veroordeeld. Toen hij stervende was aan onbehandelde kanker, werd hij nog snel even vrijgelaten. Zijn as werd na de crematie in beslag genomen en is nooit meer gelocaliseerd.

De film die zijn naam draagt is vooral een rechtbankdrama rond het Rivonia Proces. Je weet natuurlijk hoe het gaat aflopen en toch is het spannend of Mandela en de zijnen de doodstraf gaan krijgen of niet. Dat is te danken aan de empathische regie van Jean van de Velde, die geen bijzondere trucs uithaalt maar zich helemaal dienstbaar maakt aan het verhaal. Meer is niet nodig om onder de indruk de bioscoop te verlaten, met op je netvlies het (verzonnen) schokkende beeld van wat er met Fischers as gebeurd is.

In september protesteerden actievoerders bij het Van Gogh tegen sponsoring van het museum door Shell. Het interesseerde geen hond. Afgelopen weekend deden ze het over. Nu in het museum. Dat vond het museum niet leuk. Het museum verzocht hen op te zouten. Ze weigerden. Het museum belde de politie. De politie kwam en nam de actievoerders mee. Ze kwamen al snel vrij. Behalve de vier die weigerden hun naam te zeggen, een beproefde methode om voor het maximale effect je detentie te rekken.

Om het nog even lekker aan te zetten, marcheerden de actievoerders van Fossil Free Culture met afgeplakte monden langs het museum. Hun vrijheid van meningsuiting is aangetast. Next level dramaqueens, zeg maar. Toch vraag ik me af hoe ze zouden reageren als Pegida ongevraagd een performance in hun repetitieruimte komt houden. (sg)

Seynabou, de vertelster in Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten van Dimitri Verhulst, is een hoertje zonder gezondheidsverklaring in een niet bij naam genoemde Senegalese stad. Dus mag ze niet mee naar het sjieke hotel van de blanke man die ze in nachtclub Le Loft gestrikt heeft. Ze moeten genoegen nemen met een vuil kot. Van sex komt het niet. De man is nukkig en ziek. Seynabou ruimt nog een keer zijn kots op en gaat ervandoor met de inhoud van zijn portemonnee, geld dat ze gewoon verdiend heeft. De volgende dag blijkt de man dood, en bovendien een beroemde wielerbelg. Seynabou heeft iets uit te leggen.

Dimitri Verhulst weet zijn personage aanvankelijk precies de juiste mate van treurigheid en psychologisch inzicht mee te geven. Dat hij een woord als ‘hineininterpretierungen’ in haar mond legt, vooruit. Maar op het moment dat het woord ‘Shakespeare’ valt, begint het verhaal aan geloofwaardigheid in te boeten. Steeds minder spreekt een Senegalees hoertje, steeds meer een Vlaamse schrijver die niet goed in haar vel past. Jammer, want Seynabou had haar eigen stem verdiend.

Stripblad Eppo heeft de laatste maanden regelmatig door anderen getekende verhalen van ’s lands populairste geheim agent, Hendrik “327” IJzerbroot. Tekenaar/scenarist Martin Lodewijk is alive and kicking, maar stiekem hoop je toch dat 327 hem gaat overleven. In een eerdere aflevering kandideerde Gerben Valkena zich nadrukkelijk als tekenaar. Deze week schrijft Wilfred Ottenheim een mooi gelaagd Agent 327 scenario, dat leuk is voor kinderen én belezen volwassenen.

Er wordt een neo-existentialistisch complot ontdekt om de zinloosheid van het bestaan te propageren. Dat is een aanslag op onze manier van leven, dus worden Agent 327 en zijn vaste sidekick Olga Lawina vermomd in coltrui naar een doorrookt café in Parijs gestuurd om de wereld te redden van het grote Niets. Volgt de strook hierboven. Hoe het afloopt kunt u in Eppo van deze week lezen.

Het was afgelopen maand bommetje vol op Schiphol. Dat komt, zoals u weet, omdat de prijs van vliegtickets niet de werkelijke kosten van de vlucht dekt. Daardoor ontstaat op de vaderlandse luchthaven een permanente Dolle Dwaze Dagen situatie. Onder normale omstandigheden zou je dan martkwerking krijgen: prijzen omhoog, capaciteitsprobleem opgelost.

Maar nee, zo zit de luchtvaartindustrie niet in elkaar. Die meent een soort ingebakken recht te hebben op gratis capaciteit en overlast. Overheden leggen zich erbij neer, want de eerste die protesteert ziet zijn mainportdroom vervluchtigen. Zo zitten niet alleen reizigers maar ook de belastingbetalers klem. De een in de rij bij de paspoorten, de ander in een prisoner’s dilemma. (sg)

‘Toen ik in 1975 voor het eerst van mijn leven in Leningrad verbleef, was het nog maar negen jaar geleden dat Anna Achmatova de laatste adem had uitgeblazen’, begint Jan Brokken zijn reisverslag De gloed van Sint-Petersburg. Fragmenten uit de zinnen erop: ‘Haar invloed was nog altijd merkbaar … Echt verboden was haar werk niet langer … toch riep haar naam nog altijd … Anna Achmatova zat nog half in het verdomhoekje.’

Na die eerste alinea vermoed je als lezer drie dingen:

  • Het zou wel eens heel veel over Anna Achmatova kunnen gaan
  • De auteur gaat koketteren met herinneringen
  • De auteur is geen begenadigd stilist

De gloed van Sint-Petersburg heeft de gedaante van een serie wandelingen door de Russische stad, waarbij Jan Brokken dan (toevallig) moet denken aan een grootheid uit de Russische kunst, over wie hij vervolgens een of twee pagina’s uitwijdt op een vrij oppervlakkige, Wikipedia-achtige wijze. Hij bezoekt musea, spreekt eens een voorbijganger. Laat merken dat hij welzeker een belezen en bereisd mens is.

Enfin, wanneer je weinig tot niets weet van de Russische kunstscene onder de Sovjets, dan steek je er het nodige van op, maar over Sint-Petersburg als stad kom je niks te weten. Al met al geen beroerd boek (en beter geschreven dan de eerste alinea doet vermoeden), maar het verwaait voor je er erg in hebt.

Zoals ieder jaar is er een dodenherdenking op de Hooidrift, ter hoogte van nummer 138 (voormalig woonadres van de verzetsstrijder Jan Kwak). Gewoon privé-initiatief. De bewoner hangt de vlag op. Iemand heeft een site gebouwd. Ik verspreid wat flyers in de buurt. Er is een koor dat zingt. Vorig jaar waren er ineens kinderen van de nabije basisschool met een krans.

Ik wil maar zeggen: het hoeft niet allemaal door comités tot stand te komen. Er zijn genoeg burgers in dit land die de lessen van de oorlog levend willen houden. Herdenken, maar ook beseffen welke opdracht het in deze tijd neerlegt.

Het programma:

  • 19.40 Optreden koor “Onderste Boven”
  • 19.55 Keimpe De Jong speelt
  • 20.00 Twee minuten stilte
  • 20.02 Muziek
  • 20.03 Gelegenheid tot het leggen van bloemen. (Dat mag iedereen doen zonder zich aan te melden. We beginnen met de kransen van de scholen)

Uiteraard is iedereen welkom.



×