U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Een groepje Britse soldaten banjert door de straten van Duinkerken. Ineens wordt er geschoten. Een voor een gaan ze neer. Eentje weet te ontsnappen. Vanaf dat moment, ongeveer een minuut na het begin van Dunkirk, laat regisseur Christopher Nolan de adrenalinepomp aanstaan. Net als Gravity heeft Dunkirk eigenlijk geen plot: er is één dwingende omstandigheid die alle actie drijft. Er staan 400.000 mannen op het strand en die moeten daar weg voor de Duitsers ze allemaal doden.

Om het behapbaar te maken volgt Dunkirk drie groepjes mensen: de ontsnapte soldaat en een paar even wanhopige maten, de bemanning van een scheepje in de vloot die naar Frankrijk vaart voor de evacuatie en een squadron spitfires dat de bombardementen op schepen en het strand probeert tegen te houden. Typisch Nolan is dat die drie verhaallijnen asynchroon lopen, waardoor het verhaal terug springt in de tijd als het perspectief wisselt van de ene naar de andere groep. Uiteindelijk komt alles uiteraard netjes bij elkaar.

Ook het camerawerk van Hoyte van Hoytema is weer fantastisch. Je zit als kijker bovenop de huid van de hoofdpersonen en krijgt de angst voordurend in je gezicht geduwd. In vele opzichten een sterke film dus, maar geen hoogtepunt in Nolans oeuvre, dat met Memento, The Dark Knight en Inception films kent met doordachtere plots en personages.

Vier Hongaarse militairen zitten in een cel, ergens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opgesloten door hun eigen regering vanwege hun aandeel in een moordpartij dat het leger in januari 1942 heeft aangericht in de stad Újvidék (Novi Sad, in het noorden van Servië, waar een groot deel van de bevolking etnisch Hongaars is omdat het gebied tot 1918 bij Hongarije hoorde). Zo begint de novelle Cold Days van Tibor Cseres, die als soldaat de stad bezocht in de maanden na de ‘zuiveringen’, die bijna 4000 mensen het leven kostten. Pas twintig jaar later durfde hij erover te publiceren. Hij kreeg er veel kritiek om te verstouwen.

Wat precies de verhoudingen zijn tussen de vier wordt pas in de loop van het verhaal duidelijk, als ze stukje bij beetje vertellen waarom ze gedaan hebben wat ze deden. De officieren onder hen waren bezig met het vinden van comfortabel onderkomen en het regelen van amoureuze zaken. De recruut had honger en leed onder de kou. De bevolking, in elk geval de Joden en Serviërs onder hen, was vijandig. Er waren doden gevallen, als er geen maatregelen genomen werden, zou dat een vrijbrief voor een opstand zijn. De orders waren niet expliciet, maar duidelijk was dat er bloed moest vloeien om een voorbeeld te stellen.

Lees meerTibor Cseres: Cold Days

In een stad die we niet Aleppo of Damascus mogen noemen ontmoet een vrijgevochten jonge vrouw een behoedzame jongeman. Hij vindt haar spannend, zij krijgt van hem ruimte. De twee krijgen iets met elkaar, terwijl een enkele aanslag uitgroeit tot een burgeroorlog en daarna onderworpenheid aan een onberekenbaar, kwaadaardig regime. Dan doet het gerucht de ronde dat in de stad deuren bestaan waardoor je naar het westen kunt stappen – en begint het verhaal van Mohsin Hamid in Exit West pas echt.

De deuren zijn uiteraard een metafoor voor mensensmokkelaars. Je betaalt hen en stapt een onbekende schaduwwereld in waarin je niks meer te zeggen hebt en maar moet zien waar je belandt. In het geval van Nadia en Saeed is dat een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Mykonos, vervolgens een door vluchtelingen gedomineerde wijk in Londen en tot slot Californië. Maar anders dan bij Rodaan al Galidi is het vluchtelingencircus niet het onderwerp van Exit West. Het gaat om de relatie tussen de twee geliefden die verandert onder de omstandigheden.

Lees meerMohsin Hamid: Exit West

Ontdekt op vakantie in Oostenrijk: het werk van Michael Köhlmeier. Gevierd in eigen land, met ruim dertig werken op zijn naam, maar in Nederland niet bekend. Eén vertaling heb ik kunnen vinden. Ik las Sunrise en Der Unfisch. Met name de laatste is een fraaie parabel over liefde en hebzucht.

Het begint zo. Op weg naar een bergdorp overlijdt de artiest Roberto. Hij laat een opgezette walvis na, die tijdelijk op het dorpsplein geparkeerd wordt. Bijna een jaar later arriveert Sophie in het dorp om het graf van haar oom te zien en haar erfenis te claimen. Ze neemt haar intrek in de walvis. Wanneer ze de liefde bedrijft met de treurende Carl, verschijnt plotseling diens verloofde Maria op de stoep, die hem bij het altaar had laten staan. Een vrijpartij met Sophie blijkt wensen in vervulling te laten gaan. Zodra het dorp daar achter komt, zijn de rapen gaar.

Lees meerMichael Köhlmeier: Der Unfisch &?038; Sunrise

Als het niet met zoveel gevoel voor humor geschreven zou zijn, was Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi een schrijnend boek geweest. En eigenlijk is het dat nog steeds, als je bedenkt dat het de weerslag is van negen jaar wachten in een AZC. Nog altijd beter dan in een Iraakse cel, natuurlijk, maar dezelfde uitzichtloosheid: zal ik ooit weer een vrij mens zijn?

De verteller van de roman is Semmier. Geen alter ego van hemzelf, bezweert Al Galidi, maar een alter ego van vele asielzoekers die er wat van proberen te maken. Een bonte stoet aan karakters trekt voorbij. Fettah die voor alle Nederlanders bang is, Sikri die iedereen bespioneert, Kristi die van Semmier een vader voor haar zoontje probeert te maken, Abdoelwahid die probeert een verblijfsvergunning te bemachtigen door zich als christen voor te doen, Jelena van wie iedereen zich afvraagt waarom ze nog niet door een pooier geronseld is. En er zijn de Nederlandse medewerkers van het AZC, bijna allemaal van goede wil, maar net zozeer gevangen in de regels van de bureaucratie als de mensen die ze moeten bewaken.

Lees meerRodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg

Nog geen half jaar geleden is het dat publicist Hans van Willigenburg en dichter Daniël Dee de Rotterdamse uitgeverij Douane nieuw leven inbliezen met de belofte het traditionele lezerspubliek van vrouwen tussen de 35 en 65 te gaan schofferen. En nu al ligt er een mooie najaarsfolder met daarin onder andere aangekondigd de (eindelijk!) debuutroman van Michelle van Dijk, die net de schofferingsleeftijd bereikt heeft.

Ons voornaamste motief om literair uitgever te willen zijn, is uitgerekend de belofte zelf verrast te worden: iets lezen (het liefst als eerste, natuurlijk) dat ons volkomen van de kaart veegt.

Aldus het voorwoord van de folder. Lijkt me een goed voornemen. Voor de stad Rotterdam valt het te hopen dat Douane slaagt in zijn opzet om een stevige voet aan de grond te krijgen als middelgrote uitgeverij. Met Rotown Magic doen we ons best om een literaire infrastructuur van Rotterdam te versterken met een festival en (internationale) talkshows. Een uitgeverij met landelijke impact mag eigenlijk niet ontbreken.

Omvolken, kent u dat woord? Bangmalloten op rechts gebruiken het om een complot aan te duiden dat tot doel heeft de superieure genen van het blanke klootjesvolk te vermengen met negerbloed om te zorgen dat ze nooit in opstand komen tegen de Soros-Rothschild-elite. De vluchtelingenstroom wordt georkestreerd om genocide te plegen op het arische ras.

Omvolken is, met andere woorden, Darwin aan het werk. Er komen allerlei rassen samen en degenen die niet zijn opgewassen tegen de eisen van de tijd, leggen het loodje. Kennelijk denken de witte supremacisten dat zij dat zijn. Ik waag het te betwijfelen, maar het vooruitzicht vind ik niet vanzelf onaantrekkelijk. (sg)

I am the laugh of a kookaburra. I am a currawong. I am a galah. I am a lyre because I am a lyrebird. I am a performer and I am superb.

Puur op die ene zin kocht ik de verhalenbundel Second Hand Rain van de Welshe schrijfster Georgia Carys Williams. Het zinnetje duidde op een kleurrijk personage. Maar het hoofdkarakter bleek daadwerkelijk een liervogel te zijn, een performer van jewelste, die in de dierentuin van Adelaide belandt nadat haar bos aan de kettingzaag ten prooi gevallen is.

Vogels, kinderen, een zeemeermin – geen van de karakters in Williams’ verhalen zijn standaard. De gebeurtenissen zijn niet uitzonderlijk, maar je krijgt ze wel vanuit een onverwachte invalshoek beschreven. Zo’n perspectief is knap, maar een verhaal gaat er niet van meeleven. Af en toe smokkelt Williams ook, kruipt ze bijvoorbeeld even in de rol van alwetend verteller om iets duidelijk te maken dat het kind niet zou opmerken.

Eén verhaal springt eruit, My sister the conductor. Over een jonge vrouw die haar dove zus, die ze altijd gehaat heeft, in huis neemt na de dood van hun moeder. Ze ontdekt dat ze intiem met haar kan communiceren door de trillingen die haar orgel produceert. Het zal geen toeval zijn dat dit het meest conventionele verhaal in de bundel is. Je voelt de kracht van Williams als schrijfster, maar ook dat die nog tot wasdom moet komen.

De samenleving valt uiteen in kleine groepjes die in hun eigen informatiebubbels leven, met elk hun eigen politieke partij, constateert Paul Depla, de dappere PvdA-dodo die een rapport moest opstellen over de oorwassing van zijn partij bij de afgelopen verkiezingen. Heldere maatschappelijke analyse, zou je zeggen, sluit daar met je partij op aan. Kies een niche. Maar ho ho, dat gaat zomaar niet. Volgens Depla moet de PvdA een brede volksbeweging worden.

Ha, zo kennen we onze sociaal-democratische vrienden weer! Als de PvdA een eigen zuiltje wordt kunnen we beter ophouden te bestaan, zegt Depla in Trouw. En dat kan natuurlijk niet. Dus moet de samenleving veranderen, opdat er weer plek is voor een brede volksbeweging. Bijvoorbeeld de PvdA. Weg met de informatiebubbels! Beweegt u als één man in het kielzog van Lodewijk Ascher. (sg)

De onderhandelronde tussen de drie vrienden van ‘het motorblok’ en GroenLinks is stukgelopen op migratie. De aanhakende partij (de meest linkse en kleinste, dus underdog en meeste te verliezen) kon zich niet vinden in de compromistekst van informateur Tjeenk-Willink, die betoogt dat de Turkijedeal goed werkt en dus uitgebreid kan worden naar andere landen. Daaronder ligt een verschil van mening over wat ‘werkelijkheid’ is.

Even ter opfrissing van het geheugen: de Turkije-deal kent ruwweg drie afspraken over vluchtelingen. Eén: Turkije houdt bootjes met migranten naar Griekenland tegen, zodat ze niet verdrinken en Europa niet bereiken. Twee: Turkije behandelt de migranten fatsoenlijk en stuurt ze niet terug naar oorlogsgebieden. Drie: Europa regelt een deugdelijke asielprocedure voor degenen die alsnog Griekenland bereiken en degenen die in Turkije wachten (wat niet betekent dat ze allemaal worden toegelaten).

Lees meerEen geforceerde breuk over nieuwe Turkijedeals



×