U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Milena Jesenská is vooral bekend vanwege haar correspondentie met Franz Kafka, wiens werk ze in het Tsjechisch vertaalde. En dat terwijl ze zelf veel meer geschreven en gepubliceerd heeft dan haar platonische vriend, die zijn werk liever bij zich hield. Gelukkig heeft Jesenská inmiddels zelf ook biografieën gekregen. Als activistische journaliste en schrijfster ging ze onmiddellijk het verzet in, toen Tjeschoslowakije in 1939 onder de voet gelopen werd door de nazi’s. Datzelfde jaar al werd ze gearresteerd. Ze overleed in 1944 in Ravensbrück.

‘De weg naar eenvoud’ is een deeltje uit de serie Moldaviet van uitgeverij Voetnoot. Het bevat zes filosofische columns en een korte necrologie van Kafka. Daaraan valt vooral op hoe tijdloos ze zijn, in hun beschouwing over de menselijke aard. Citaat:

Je hebt mensen met een gloeiende hekel aan gedrang. Niet omdat ze niet van dringen houden, maar omdat ze er een hekel aan hebben als een hele hoop mensen hetzelfde doen als zijzelf. Ze zijn weliswaar dol op de natuur, maar die moet wel ‘ongerept’ zijn. Ze graan graag zwemmen, maar dan ergens waar niemand te bekennen is. Ze reizen graag per trein, maar alleen als ze de coupé voor zichzelf hebben.

Nuchter, observerend en soms een tikkeltje vilein. Columns zoals ze je ook vandaag nog in de krant zou kunnen aantreffen.

Een vriend van mij is ooit jaren bezig geweest om van de Turkse nationaliteit af te komen. Dat was nog voor Erdogan. Het was een tocht door bureaucratieën waar achter ieder bureau een ambtenaar zat die het verzoek als een belediging opvatte. Zelfs toen hij op het vliegveld zijn paspoort definitief wilde inleveren, ondervond hij nog tegenwerking.

Onder Erdogan is er recentelijk een tweede optie bijgekomen. Ik las in de krant dat je maar naar het Turkse consulaat in Rotterdam hoeft te gaan en drie keer ‘Gülen’ te roepen om voor eeuwig van de Turkse nationaliteit gescheiden te zijn. Ideaal is het niet, maar de alternatieve weg is ook weinig aanlokkelijk. (sg)

Er is een genre films dat alleen maar lief te noemen is. Denk Nebraska, denk The straight story, denk de Paul Auster films Smoke en Blue in the Face. Films waarin aardige mensen door het leven sukkelen, een droom achterna jagen zonder dat die werkelijk in zicht komt. Films waarin doorgaans helemaal niks gebeurt, maar zich aan het eind toch een minuscule climax voordoet. Paterson is zo’n film.

Paterson is buschauffeur. ’s Avonds en in de lunchpauze schrijft hij niet zo heel sterke gedichten in de stijl van William Carlos Williams. Hij houdt heel veel van zijn vriendin Laura, en zij van hem. Laura hoopt rijk te worden met cupcakes die prachtig ogen, maar niet erg eetbaar zijn. Ze hebben een chagrijnige buldog genaamd Marvin. Als hij Marvin ’s avond uitlaat, neemt Paterson een biertje in de plaatselijke bar, waar het stikt van de aardige mensen die niet altijd even handig zijn in de omgang. Af en toe is er in de bar sprake van enige consternatie.

Dat is het wel zo’n beetje. De film volgt Paterson gedurende zeven min of meer identieke dagen. Niet afgeleid door een plot krijg je als kijker van regisseur Jim Jarmusch (die nog een rol speelde in Blue in the Face) alle tijd om de details in je op te nemen. Op de eerste dag, bijvoorbeeld, vertelt Laura dat ze gedroomd heeft over een tweeling die ze zullen krijgen. De daaropvolgende dagen komt Paterson telkens tweelingen tegen. Opwindend is het allemaal niet. Maar je gaat wel met een fijne glimlach naar huis.

Zo’n vijfentwintig jaar geleden ontdekte ik Paul Auster, indertijd een onbekende Amerikaanse auteur die een paar intrigerende romans geschreven had. Zijn boeken gaan eigenlijk altijd over een zoektocht, meestal in een wereld die wel aan de realiteit raakt maar daar niet echt aan verknocht is. Ik heb er regelmatig over geschreven op dit blog. Ik ben net bezig in zijn nieuwe boek, 4 3 2 1, dat opnieuw intrigerend en prachtig geschreven is.

Paul Auster komt naar Rotterdam op 20 maart. In het programma Boek & Meester van Rotown Magic. Ernest van der Kwast interviewt hem en ik bereid het mede voor. Vandaag overlegden we over de lijn die we door het gesprek gaan trekken. KOOP NU KAARTJES, want het gaat vast bommetje vol worden in Arminius.

PS: Reserveer ook alvast 12 april in je agenda. Dan halen we een andere Amerikaanse grootheid van de niet-zo-doorsnee-roman naar Rotterdam.

Zo langzamerhand beginnen de contouren duidelijk te worden van een tsunami aan steenmarters die als zelfmoordcommando’s over Europa uitzwermen. Twee keer al legden deze fascistische roofdieren de deeltjesversneller in Genève plat en vandaag was Groningen het slachtoffer. Het noorden van het land was al gewaarschuwd voor de plaag, maar linkse types wisten met drogredeneringen als ‘beschermde diersoort’ effectieve maatregelen te frustreren.

Er bestaat – echt waar – anti-marterspray. Die spuit je onder je motorkap om te voorkomen dat je er bij 130 kilometer per uur achter komt dat zo’n knuffelterrorist je remkabel heeft doorgeknaagd. Dit spul zou in spuitbussen uitgedeeld moeten worden onder de bevolking. De steenmarter werd al gesignaleerd in Rotterdam-Zuid. Het kan niet lang meer duren of hij bereikt de poorten van Spijkenisse. (sg)

Elsevier had een reportage uit alt-rightkringen hier te lande. De meesten van hen verwachten binnen afzienbare tijd een burgeroorlog, noteerde de journalist. Een bloederige opstand van het volk tegen de vreemdelingen en vaderlandse landverraders. Ik vond dat nogal onheilspellend klinken. Zelfs hardcore salafisten spreken zich doorgaans voorzichtiger uit over hun intenties.

Maar het meest curieus vond ik de passage waarin een van de zelfbenoemde nazi’s volstrekt serieus uitlegde dat de Eskimo’s het toch ook niet zouden pikken als er vreemdelingen naar hun land kwamen en gelijke rechten opeisten. Canada bestaat niet in de alt-right werkelijkheid. Helaas bestaat hun bloeddorst wel in de mijne. (sg)

Niet lang na het verschijnen van Schlump, de anti-oorlogsroman van Hans Herbert Grimm, volgde Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque. Schlump was gezien. De nazi’s hadden hem nog wel in het vizier, de roman verdween op de brandstapel. De bange Grimm metselde het manuscript in. Pas onlangs werd het herontdekt en onthaald als meesterwerk.

Schlump is een zestienjarige scholier die als vrijwilliger voor een romantische oorlog kiest. Omdat hij wat Frans spreekt, wordt hij aangesteld om een veroverd dorp te besturen. Er is genoeg te eten, hij mag de baas spelen en de meisjes vinden hem interessant. Kortom, alle reden om de oorlog gezellig te vinden. Grimms boek begint als een schelmenroman.

Lees meerHans Herbert Grimm &?8211; Schlump

Barack Obama werkt aan zijn bucket list. Hij leert kitesurfen van Richard Branson. Dan ben je de machtigste man ter wereld, maar een beetje achter een vlieger over het water zeilen mag je niet van je eigen onderknuppels met hun ‘veiligheidsoverwegingen’. Ik vraag me af of Michelle er blij mee is.

Barack zelf wel. Er verschenen foto’s van hem met een grijns op zijn facie zo breed als ik in jaren niet meer gezien had. Het is niet de grijns van een man die de rest van zijn leven wil golfen of schilderijen van hondjes maken. De wereld komt er nog wel achter wat er verder op die lijst staat. (sg)

Ieder jaar probeer ik tijdens het IFFR tenminste de Indonesische films te zien. Dit jaar waren het er twee, met een totaal verschillend karakter, maar wel allebei met sociaal onrecht als thema.

A woman from Jawa speelt zich af tegen het eind van de koloniale tijd. Asih, de nyai (bijvrouw) van planter Willem van Erk, weet dat ze bij zijn aanstaande dood er alleen voor zal staan. Al diens bezittingen vallen toe aan zijn vrouw in Nederland en zij is door haar eigen verwanten uitgestoten. Ze runt al jaren de plantage, maar zal er niets van terugzien. Zonder Willem is ze niemand.

Een mooi gegeven voor een drama, maar helaas wordt het plot te schematisch uitgewerkt. Dat komt mede door de keuze van regisseur Garin Nugroho om het te verfilmen als een toneelvoorstelling: één mise-en-scène, één nauwelijks bewegende camera. De acteurs doen mee met grootse gebaren en dictie, alsof ze een zaal van een paar honderd man moeten bereiken in plaats van een kijker die pal voor hun neus staat. Er wordt veel aangekaart door de bonte stoet aan politiek activisten, advocaten, moslimleiders, schreeuwende passanten en wat dies meer zij, maar uiteindelijk komt de hoofdpersoon daardoor niet uit de verf.

Lees meerTwee Indonesische films op het IFFR

Zo, vrienden op links, nog anderhalve maand tot de verkiezingen. Als Gutmensch heeft u daar natuurlijk zin in. Fijn! U gaat van mij wat peptalk krijgen. Links zit namelijk in het defensief en dat ligt aan u. U bent te aardig. Houd daar NU mee op.

Ja, u zet natuurlijk steevast een keel op als die blonde of een van zijn laven weer een lelijke babbel heeft opgehoest. Ongehoord, niet acceptabel, roept u dan, of u bezigt in uw boosheid steviger woorden, iets met racisme of de jongste oorlog. Maar zo krijgt u het initiatief niet terug. Wie steeds in het defensief zit, kan wel terrein verliezen, maar niet winnen.

Daar gaan we wat aan doen. U gaat zich afvragen: hoe zou John “Hannibal” Smith dit aanpakken? Zitten afwachten? Eg nie. Hij zou erop afgaan, desnoods vermomd als Godzilla, maar toeslaan zou hij, nog voordat de boosaardige nitwits het doorhadden. Dat gaat u ook doen. Geniet van het spel, maar houd uw ogen strak op de knikkers.

Lees meerHey, Gutmensch, hier zijn je instructies



×