Het dilemma van Higgs

000a14

De Atlasdetector is een enorm vacuümvat met supergeleidende magneten erin. Hij gaat een plaatsje krijgen in de Large Hadron Collider bij het CERN in Genève. Mooi staaltje ingenieurswerk. Atlas gaat helpen in de speurtocht naar het Higgs deeltje, dat verklaart hoe alle natuurkundige krachten met elkaar samenhangen. Het Higgs deeltje! De heilige graal van de fysica. Het mysterieuze zware boson. Het Higgs deeltje is de sleutel tot het universum. Het Higgs deeltje is de capo di tutti capi onder de elementaire deeltjes. Het Higgs deeltje is sinds het in 1964 bedacht werd volstrekt onvindbaar. Maar daar gaat de Atlasdetector nu voor enkele miljarden euro’s een eind aan maken.

Het is natuurlijk gevaarlijk om in het openbaar te doen, maar ik voorspel bij deze dat de Atlasdetector jammerlijk zal falen. Het Higgs deeltje is namelijk nog niet af. Ergens bij Gods ontwerpbureau zit een stagiaire te zwoegen op de tekeningen. Alle elementaire deeltjes zijn al van de productielijn gekomen, maar de laatste ontbreekt nog. De stagiaire doet zijn best, maar afdelingshoofd Gabriël heeft gezegd dat hij zich vooral niet over de kop moet werken. De natuurkundigen op aarde moeten maar even wachten op dat deeltje dat zo hoog op hun verlanglijstje staat. Voor het functioneren van het heelal zijn al die deeltjes immers helemaal niet nodig. Gods almacht volstaat.

Dit is een heerlijke hypothese om natuurkundigen en andere verstokte empirici mee op de kast te jagen. Er is namelijk geen speld tussen te krijgen. Wanneer ik het verwijt krijg deze hypothese niet te kunnen bewijzen, sla ik als geoefend logicus hard terug: ‘Ik hoef helemaal niks te bewijzen, want ik geloof in God. Daarmee is mijn redenering rond. Jij bent de degene die alles zonodig moet bewijzen of weerleggen. Als ik met een hypothese kom waar jij volgens je eigen redeneerregels moeite mee hebt, dan is jouw denksysteem in gevaar, niet het mijne.’

Dit levert altijd heerlijke discussies op – ik kan het iedereen aanbevelen. Wel vooraf even de Tractatus Logico-Philosophicus van Ludwig Wittgenstein lezen om de geest te scherpen. Dan begin je het gesprek in de overtuiging dat de volledige natuurkunde aan elkaar hangt van hypotheses, die geen enkele waarheidsclaim kunnen doen gelden. Dat wil zeggen, als je gelooft in mathematische logica.

En als we over een jaar of tien toch de triomfantelijke aankondiging van het Higgs deeltje meemaken? Dan zeg ik dat ze liegen, uit angst dat de geldkraan wordt dichtgedraaid. Miljarden euro’s opgesoupeerd en nog dat deeltje niet gevonden? De politiek zal wel gek zijn om er nog een cent extra in te steken.
Zeker sinds de recente affaire rond de prominente nanowetenschapper Hendrik-Jan Schön, die zijn spectaculaire resultaten uit zijn duim gezogen bleek te hebben in wat de grootste onderzoeksfraude ooit genoemd wordt, ben ik uiterst wantrouwig geworden. Schön viel uiteindelijk door de mand, omdat anderen er niet in slaagden zijn experimenten te reproduceren. Er is maar één Atlasdetector, dus onafhankelijk reproduceren is er niet bij. Wie garandeert mij dat ik niet voor het lapje word gehouden? Ik houd niet van grootschalige complottheorieën, maar een paar frauderende wetenschappers, daar geloof ik wel in, zeker als ze om de een of andere reden in het nauw gebracht zijn.

In gesprek met die wetenschappers zelf zal ik over fraude natuurlijk niet beginnen. Dan vertel ik over die stagiaire, die in de tussentijd zijn klusje kennelijk afgemaakt heeft. Het Higgs deeltje kwam pas in 2010 van Gods lopende band en kon daarom voor die tijd niet ontdekt worden. Dat de eigenschappen precies kloppen met wat Peter Higgs in 1964 voorspelde, betekent voor mij alleen maar dat God zijn ploeterende fysici niet teleur wilde stellen.

Het levert natuurlijk weer een vloed van minachtende blikken op, maar dat is het waard. Want laten we eerlijk zijn: de vondst van de sleutel tot het universum zou een ramp vanjewelste betekenen. Onzekerheid is een van de mooiste dingen die er is. Zij verdient het met hand en tand verdedigd te worden.

Eerder verschenen in De Ingenieur nr 20, 2002