U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Naar Tomohon (7): Luang Nam Tha

In 2004 trok ik vier maanden uit om over land te reizen van mijn huidige woonplaats Rotterdam naar Tomohon, het dorp in Indonesië waar ik opgroeide. Alles bij elkaar schat ik het op zo’n 25.000 kilometer, afgelegd met de trein en bussen van alle formaten, per taxi, jeep, op boten en veerpontjes, en natuurlijk te voet. De thuisblijvers stuurde ik af en toe een nieuwsbrief.

In Kathmandu was me de nadering van Zuidoost Azië al opgevallen door de broekloze peuters op straat. Daar is het in Tibet natuurlijk veel te koud voor en daarom heeft men een fantastische uitvinding gedaan: de kruisloze kleuterbroek. De standaarduitvoering ziet eruit als een gewatteerde pyama, maar er zijn ook luxe spijkeruitvoeringen, zo is mij in hippe Chinese steden opgevallen. Het grote voordeel van de kruisloze kleuterbroek is uiteraard dat je slechts de beentjes van je kind uit elkaar hoeft te duwen indien het aangeeft aandrang te hebben. De broek laat zich ook combineren met luier (zeldzaam). Laat niemand dus meer beweren dat Chinezen alleen maar naapen en niks zelf uitvinden.

Een ander vooroordeel ten opzichte van Chinezen is dat ze goed zouden kunnen organiseren. Verschillende incidenten hebben mij tot de overtuiging doen komen dat dit niet klopt. Chinezen zijn bereid te improviseren en hard te werken, waardoor het lijkt alsof ze kunnen organiseren. Laat ik een voorbeeld geven.

Voorafgaand aan mijn reis had ik een Chinees visum geregeld. Toen ik een inreisvergunning voor Tibet wilde, heeft de Chinese ambassade in Kathmandu dit visum nietig verklaard, want je mag niet als individu door Tibet reizen. Daarom kreeg ik een groepsvisum, met als enig groepslid mijzelf. Toen we in een busje met tien eenmansgroepen bij de grens aankwamen, kregen we te horen dat de regels gisteren veranderd waren en dat eenmansgroepen niet meer waren toegestaan. Daarom werden onze paspoorten ingenomen. De volgende ochtend bleken de regels toch niet veranderd en mochten we op weg. Alleen lagen de paspoorten in de kluis en de combinatie was zoek. Na twee uur kwam iemand met een snijbrander opdraven en konden we alsnog op weg. Met zo’n binnenkomer komt het natuurlijk niet echt goed meer met je vertrouwen in het Chinese organisatievermogen.

Nog een mythe: Chinezen zijn massaal aan internet. Niks van gemerkt. Zelfs in een miljoenenstad als Chengdu heb ik me wild gezocht naar een internetcafé en dat was leeg, op een paar locals na die spelletjes aan het spelen waren. De verklaring is dat een ander cliché wel degelijk klopt: Chinezen spreken geen Engels. Noppes, nada. Ik sprak twee leraressen engels, die me vertelden dat ze hun pubers dagelijks een uur les geven (in klassen van zeventig), maar daar blijft niks van hangen. Vraag de weg en mensen lopen schouderophalend door. Loop een restaurant binnen en je enige optie is naar de keuken te lopen en wat ingrediënten aan te wijzen. Vraag bij McDonald’s om een milkshake en men kijkt je glazig aan (plaatje van een milkshake aanwijzen en dan iets roods om aardbei te krijgen).

In Tibet (moessontijd, dus geen berg gezien) ligt het iets genuanceerder, omdat de Tibetanen vaak dubbeltalige menu’s hebben laten maken, zodat je kunt aanwijzen wat je wilt hebben. Maar de twee grote Chinese steden die ik heb aangedaan, Chengdu en Kunming, waren absolute woestenijen waar het interesse in het buitenlandse betreft. Allebei overigens best aangename steden, met verbazingwekkende winkelmogelijkheden.

Wat mij eraan doet denken dat Chinezen sommige dingen weer wel goed kunnen organiseren. Omdat mijn scheerapparaat kapot was gegaan, ben ik het hypermodernste warenhuis van Chengdu binnengestapt. Nadat ik middels gebarentaal mijn keuze had duidelijk gemaakt, vulde het meisje achter de balie een formulier in viervoud in. Hiermee moest ik naar de kassa om te betalen. Toen had ik nog drie kopietjes. Terug naar het baliemeisje. Zij nam ook een kopietje, pakte alles uit om te laten zien dat het compleet was, en pakte het weer in. Tot zover de standaard oostblokprocedure.

Toen moest ik mee naar een derde balie, waar een jongen nog een kopietje pakte en de info nauwkeurig invulde op een nieuw formulier (in tweevoud), waarvan ik er een meekreeg. Toen pas mocht ik mijn scheerapparaat meenemen. Dat jullie niet denken dat ze in de Volksrepubliek helemaal van het communisme los zijn.

Sinds een paar uur heb ik China verlaten voor Laos. De kleuters zijn hier weer gewoon broekloos. Er staan houten huizen, de geuren doen vertrouwd aan, je kunt een willekeurig iemand op straat aanschieten om de weg te vragen. Kortom, ik voel me weer een beetje dichter bij huis.

Lees verder


×