Morse op je mobiel

037a

Sms is een belachelijke uitvinding. Daar verandert het commerciële succes helemaal niks aan. De hoela-hoep was tenslotte ook een commercieel succes. Laten we wel wezen: met sms gebruik je een telefoon om op heel omslachtige wijze een bericht door te geven dat je in twee seconden zou kunnen doorbellen. Per verzonden bit is het nog duurder ook.

Zoals dat gaat met belachelijke uitvindingen, bedenkt iemand vervolgens een wedstrijd ermee, waarin ook nog eens records te vestigen zijn, die vervolgens voor de eeuwigheid geboekstaafd worden in een boek van een bierbrouwer. Niemand komt op het idee wedstrijden te houden in het zo snel mogelijk doorbellen van een boodschap of intikken van een mailtje. Maar snel sms’en is een kunst waar Guinness zelfs een standaard testzin voor heeft bedacht: ‘The razor-toothed piranhas of the genera Serrasalmus and Pygocentrus are the most ferocious freshwater fish in the world. In reality they seldom attack a human.’ Het record is met krap 44 seconden in handen van Kimberly Yeo uit Singapore. Applaus.

Groot was dus mijn genoegen toen een Australisch museum eerder dit jaar een wedstrijdje uitschreef, waarbij het ook de 93-jarige Gordon Hill en de 82-jarige Jack Gibson uitnodigde. Terwijl enkele tieners zich aan het sms’en zetten, ratelde meneer Hill hetzelfde bericht door in morse. Meneer Gibson schreef het bericht aan de andere kant van de lijn met de hand uit. De twee telegraafveteranen versloegen met bijna twintig seconden de jeugd, die ook nog eens vals gespeeld had door allerlei afko’s de txt in te smkkln.

Kortom, het wordt tijd om mobiele telefoons uit te rusten met een telegraafsleutel. Retro is tenslotte in. Allerlei spelletjes die in de jaren tachtig hip waren op de Commodore 64, komen op het minuscule schermpje terug, dus waarom zou je de knopjes niet geschikt maken voor morse, met de code op het schermpje bij wijze van geheugensteuntje? Ik verheug me nu al op de reclametekst: ‘This phone is morse ready’.

Het zal er wel niet van komen. Waarschijnlijker is dat mobieltjes uitgerust gaan worden met uitgebreide spraakherkenning. Dan kun je je boodschap inspreken. Die wordt omgezet in tekst, doorgepiept en dan uitgesproken door de gepersonaliseerde spraaksynthesesoftware aan de andere kant. Handig!
U begrijpt dat ik dit allemaal alleen maar zeg, omdat ik een rancuneuze technofoob ben, die het niet kan hebben dat jonge generaties massaal vallen voor een technologie waar hij zelf met de pet niet bij kan. Maar nu komt het: ik ben bezig van gedachten te veranderen.

Ik dacht altijd dat de enige reden om sms te gebruiken, lag in de lage prijs. Sms zijn de kruimels die je in een zakje bij de stroopwafelkraam kunt kopen, een licht sadistische vondst van telefoonmaatschappijen die zichzelf aanpraten dat ze met hun goedkope dienst arme bijstandsmoeders het gevoel geven ook tot het mobiele tijdperk te zijn toegetreden. Geen wonder dat sms in de Verenigde Staten, waar niemand kruimels wil hebben, zo slecht van de grond komt.
Ook dacht ik dat sms per definitie een methode was om emotionele confrontaties te vermijden. Niet voor niets is het in Maleisië verboden via sms van je vrouw te scheiden (door haar naar islamitische traditie drie keer het bericht ‘ik dump je’ te sturen). Door de noodzaak om zo min mogelijk tekens te gebruiken heeft sms nog minder emotionele lading dan mail.

Ik ken nu iemand die haar mail niet leest en bijna altijd haar voicemail heeft aanstaan. Als ik een sms’je stuur, weet ik zeker dat ze het leest. Uiteraard stuurde ik, als ik thuis was, het sms’je via een website, zodat ik mijn gewone toetsenbord kon gebruiken, maar merkwaardig genoeg gaf dat toch een heel ander gevoel dan het prutsen met die telefoontoetsjes. Als ik een sms’je stuurde met mijn mobiel, had ik het idee een prestatie geleverd te hebben. Daardoor kreeg ik ook meer waardering voor een ontvangen sms’je dan voor een binnenkomend mailtje.

Sms is dus een vorm van sadomasochisme (als je goed kijkt, is het daar ook een afkorting van). Wanneer het ingewikkelder wordt doet het teveel pijn en duikelen de gebruikscijfers. Maar als het, door bijvoorbeeld over te schakelen op morse, te makkelijk wordt, verliest het zijn aantrekkingskracht. Dat inzicht laat ik me niet meer afpakken.

Eerder verschenen in De Ingenieur nr 22/23, 2005.