Ararat

389

De mooiste blik die ik ooit op de Ararat geworpen heb was achterom, vanaf de Iraanse grens. Die grens lag in een zadelpunt tussen twee heuvels en ik zag de machtige witte top langzaam achter de horizon zakken, terwijl ik afdaalde vanaf het douaneterrein naar de taxistandplaats. Het was militair terrein, dus ik durfde geen foto te maken.

In het eerder dit jaar verschenen boek ‘Ararat’ van Frank Westerman komt de berg juist steeds dichterbij. Wat dit boek precies is, valt moeilijk te omschrijven. Jeugdherinneringen, historische beschouwingen, levensvragen en bergbeklimmersavontuur, allemaal komen ze voorbij. Een beetje rommelig lijkt het, met af en toe koddige typo’s (Urbanus in plaats van Uranus), maar toch grijpt alles wonderwel ineen.

Mij zal vooral de enige goede grap van het boek bijblijven, die komt als Westerman en een Oostenrijker erin slagen alle militaire posten te omzeilen en een verboden stukje Ararat aan een nadere inspectie te onderwerpen. Wanneer ze ‘s avonds terug zijn, spreekt de campingbaas hen bestraffend toe. Het leger heeft gebeld of het tweetal ‘van hem’ was. De arkzoekers, kleine kinderen zijn het in de ogen van de lokalo’s, onschuldige maar rijke kinderen met een levendige fantasie.