De loodgieter redde de beschaving

524d
Een lofdicht op de loodgieter, zo laat ‘Flushed’ van William Hodding Carter zich het beste lezen. En als een zeldzaam los geschreven stukje techniekgeschiedenis.

De eerste loodgieter was een Chinees. Of eigenlijk was hij geen loodgieter, want hij gebruikte pijpen van bamboe en sowieso weten we niet zoveel over zijn prestaties, omdat bamboe nogal vergankelijk is. Beter gedocumenteerd is de riolering van Mohenjo Daro, een goeddeels ongeschonden gevonden stad uit de Indus-civilisatie uit het derde millennium voor Christus.

Alle stenen huizen in de stad waren aangesloten op een riool, waarvan de hoofdaders manshoog waren, naar men vermoed om reparaties mogelijk te maken. Aardewerken pijpen leidden het (afval)water naar zijn plek. ‘Niets zoals dit bestond elders in de wereld’, noteert William Hodding Carter. ‘Sterker nog, zelfs vandaag bestaat niets zoals dit voor de helft van de wereldbevolking.’

‘Flushed; how the plumber saved civilization’ is een vrij uitzonderlijk boek voor een populair wetenschappelijk werk. Andere auteurs willen nog wel eens een persoonlijke anekdote in hun verhaal weven, maar voor Carter vormt het wc-element in zijn persoonlijke leven de rode draad. Die manier van werken is enigszins vergelijkbaar met die van Frank Westerman (van de bestsellers ‘Ingenieurs van de ziel’, ‘El negro en ik’ en ‘Ararat’), maar Carter is nog iets persoonlijker.

Carter maakt de lezer bijvoorbeeld deelgenoot van zijn eenjarige zoontje Angus, die graag hele rollen toiletpapier in de wc mikt, een aanslag waar alleen de Caroma dual-flush Caravelle, een porceleinen wonder uit Australië, tegenop gewassen is. Anekdotes te over: wat zijn vriend George vond in de verstopte pot van een kolonel, hoe hij per ongeluk een gat sloeg in de hoofdafvoer thuis en wat zijn vriend Russell zei toen hij plaats had genomen op een volautomatische billenpoetsmachine.

Tussendoor traceert Carter eerst de geschiedenis van de riolering. Lood kwam in beeld bij de Grieken. Zij realiseerden zich dat je geen aquaduct nodig had, wanneer je een pijp in een u-vorm door een dal liet lopen, mits de top van de bestemming lager lag dan de oorsprong. Daarvoor waren goed afgesloten pijpen nodig en aardewerk voldeed niet aan de eis. Lood wel. De Romeinen perfectioneerden het loodsysteem en waarschuwden al tegen de giftigheid van looddamp.

Je kunt je afvragen of Carters anekdote over de loodvergiftiging die hij opliep tijdens een poging zelf in Romeinse stijl loodpijpen te maken, waar is. Hetj zou ook verzonnen kunnen zijn, omdat het net iets te mooi in het verhaal past. Er zijn meer momenten waarop de persoonlijke voorvallen wel erg fraai zijn en de lezer het gevoel krijgt fictie in handen te hebben in plaats van non-fictie.

Die momenten doen zich gelukkig niet voor tijdens de historische episodes. Na de Romeinen viel de loodgieterij ver terug, om pas in de negentiende eeuw weer enige progressie te vertonen. Dat kwam omdat steden als Londen en Parijs zo uit hun voegen groeiden dat afvalwater een probleem werd. In Londen bijvoorbeeld stonden 200.000 tonnen die steeds vaker geleegd dienden te worden. Toen het nieuwe parlement langs de Thames gebouwd was en de heren machthebbers dagelijks geconfronteerd werden met de ondraaglijke stank, ontstond een plan om de zaak fatsoenlijk ondergronds te brengen.

Twee eeuwen verder is de techniek veel verder, maar in India lopen nog altijd onaanraakbaren met tonnen vol uitwerpselen te sjouwen. Carter wijdt er een heel hoofdstuk aan, net als aan een nieuwe generatie van waterloze toiletten, aan eufemismen voor poep en wat er zoal gebruikt werd voor de uitvinding van het toiletpapier. Kortom, er blijft geen onderwerp dat ook maar enigszins met de stoelgang te maken heeft, onbesproken. Ongetwijfeld zin er boeken die de geschiedenis en de werking van het toilet en de afvoerpijpen degelijker beschrijven, maar zo makkelijk weglezen als deze doen die niet.

William Hodding Carter, Flushed; how the plumber saved civilization. Atria Books, 2007.