Oude techniek beklijft

524b

We spraken af dat ik voor de rit twintig dollar zou betalen en dat ik even weg zou duiken als er politie in zicht kwam, want het mocht natuurlijk niet, zonder vergunning een buitenlander in je auto meenemen en hem daarvoor laten betalen. Het was tweehonderd kilometer van Cienfuegos naar Havana.

De snelweg was zo goed als leeg, dus het was een koud kunstje voor mijn chauffeur af en toe met lichtsignalen een tegenligger tot stoppen te bewegen, om te informeren naar eventuele politiecontroles. Beiden zetten dan op hun linkerbaan even de auto stil. Een paar keer zag ik een fietser tegen het verkeer in rijden. Onder viaducten was de weg soms bijna geblokkeerd door mensen die probeerden een lift te krijgen, want het openbaar vervoer in Cuba lag op zijn gat.

We reden in een witte Moskvitch. Anders dan de Lada is de Moskvitch niet de grootste parel die de sovjet-autoindustrie ooit heeft voortgebracht. Dit is een aardige manier om te zeggen dat het een oude rammelbak was. Dat geldt eigenlijk voor alle auto’s op Cuba, ook de Amerikaanse sleeën uit de jaren vijftig die je altijd op foto’s ziet. Moskvitchen vormen een meerderheid.

Twee keer zette de chauffeur zijn wagen stil, omdat het geluid van de motor hem niet beviel. Dan pakte hij een Engelse sleutel, dook even onder de motorkap, kwam daar dan weer met een grijns onder vandaan en kroop weer achter het stuur.

In zijn boek ‘The shock of the old; technology and global history since 1900’ houdt David Edgerton, hoogleraar aan Imperial College in Londen, een prachtig pleidooi voor de basistechniek die mijn chauffeur tentoon spreidde. De auto-industrie vernieuwt zich voortdurend, maar in een land als Cuba betekent dat weinig. Zelfs als er nieuwe auto’s geïmporteerd zouden worden, zouden deze bij gebrek aan onderdelen en kennis binnen de kortste keren vervallen tot basisauto’s zoals de Moskvitch.

In Ghana, om maar eens een willekeurig nader land te noemen, bestaan zogeheten magazines, reusachtige werkplaatsen, waar soms wel duizenden mensen werken. Alle benodigde onderdelen worden ter plekke gemaakt uit wat toevallig aan metaal voorradig is. Iedere nieuwe auto wordt door de Ghanese wegen in zo’n hoog tempo gesloopt dat hij al gauw binnen het bereik van de magazines valt. Al het nieuwe slijt eraf, maar de basisauto blijft intact. Een magazine kan een auto vrijwel eeuwig aan de praat houden.

Edgerton beziet de techniekgeschiedenis niet aan de hand van de vernieuwing, maar aan de hand van het stabiele. Oude technologie is namelijk uiterst hardnekkig en robuust. De magazines laten zien dat alle vernieuwing in de auto-industrie slechts franje is, een luxe toevoeging aan de functionaliteit. De basistechnologie, honderd jaar oud, is waar het om draait. Een motor, een versnellingsbak, vier wielen, een stuur en een rem. Monteer het op een carrosserie en je bent klaar.

Hetzelfde zie je op veel andere terreinen, betoogt Edgerton. De atoombom, het vliegtuig en de radar bepalen het gezicht van de Tweede Wereldoorlog, maar de meeste doden vielen door aloude kanonnen en geweren. De nazi’s trokken Rusland binnen met meer paarden dan Napoleon. Niet de bombardementen veroverden Berlijn, maar Russische soldaten, straat voor straat. Ontnuchterend leesvoer voor ingenieurs die over techniek denken als een optocht van innovaties.

Op veel plekken, onder veel omstandigheden kan techniek slechts succesvol zijn wanneer zij binnen de menselijke maat blijft. De Moskvitch deed dat. Ze liet zich temmen met wat voor handen was. Mijn chauffeur bracht me met tegenzin naar het hart van Havana, omdat dat tjokvol agenten zat. Op een hoek bij het Capitool gooide hij me vliegensvlug uit de auto en ging er toen met ronkende motor vandoor.

Eerder verschenen in De Ingenieur nr 12, 2007.