Capra over Leonardo

785
Fritjof Capra geeft een draai aan het werk van Leonardo da Vinci, die volgens hem door ingenieurs verkeerd begrepen wordt. Ook als je het niet met hem eens bent, zet hij je aan het denken over de fundamenten van het wetenschappelijke denken.

Fritjof Capra is, voorzichtig uitgedrukt, een controversieel wetenschapper. Alweer dertig jaar geleden schreef hij ‘The tao of physics’, waarin hij een metafoor van Niels Bohr uitwerkte, die stelt dat er een verband is tussen de interpretatie van de kwantummechanica en de oosterse manier van denken. Capra trok de lijnen zo enthousiast door dat hij nogal ver afdreef van de wetenschappelijke mainstream, maar wel met open armen binnengehaald werd in het New Age wereldje. Sindsdien schreef hij een aantal boeken met op zijn zachtst gezegd vage stellingen over harmonieus samenleven.

Met ‘The science of Leonardo’ keert Capra terug naar een harder onderwerp, namelijk de wetenschappelijke inzichten van Leonardo da Vinci. Zijn uitgangspunt is dat Leonardo altijd verkeerd begrepen wordt, omdat naar hem teruggekeken wordt met een Newtoniaanse blik. De talloze apparaten in Leonardo’s schetsboeken lijken een mechanische geest te verraden, maar dat is een misverstand aldus Capra. Leonardo was veel meer een organisch denker. Zijn machines zijn een holistisch geheel, geen stappenplan van mechanische oorzaken en gevolgen.

Vanaf het begin is duidelijk dat Capra, tegenwoordig directeur van het door hemzelf opgerichte Center for Ecoliteracy in het Californische Berkeley, Leonardo in zijn eigen straatje gaat passen. Daar doet hij ook niet geheimzinnig over. Bovendien heeft hij wel een punt dat Leonardo ver voor Newton leefde en het daarom nogal onwaarschijnlijk is dat hij dacht in termen van actie en reactie. Het maakt de lezer toch nieuwsgierig: hoe gaat Capra dit aanpakken?

Dat blijkt niet zo moeilijk. Leonardo was nu eenmaal meer artiest dan ingenieur. Zijn boeken met aantekeningen en schetsen zijn losse observaties, gevoed door een diepe nieuwsgierigheid, geen systematische verkenningen. Dat maakt het voor Capra mogelijk om te beweren dat Leonardo het lichaam niet zag als een machine, zoals na hem Descartes zou doen, maar eerder de machine als een lichaam. Voor Leonardo had alles met alles te maken en die gedachtengang leidt tot een systemisch wereldbeeld.

Het boek heeft het karakter van een biografie. Capra laat duidelijk merken alles wat los en vast zit over zijn onderwerp gelezen te hebben. Zo kan hij uit verschillende bronnen een schets van de jonge Leonardo neerzetten, over wie niet zoveel bekend is. De chronologie is sowieso lastig, omdat Leonardo zijn aantekeningen niet dateerde en er weinig andere bronnen zijn waarin hij genoemd wordt. Pas in de afgelopen decennia is een min of meer betrouwbare datering vastgesteld.

In de tweede helft van het boek concentreert Capra zich op Leonardo’s wetenschappelijke inzichten. Die stoelden noodzakelijkerwijs op Aristoteles, maar aangevuld met empirisch onderzoek van het soort dat Galileo Galilei een dikke eeuw later opnieuw zou uitvinden. Capra leidt deze instelling terug op Leonardo’s opleiding als schilder: eerst observeren en dan iets op doek zetten. Toen zijn aandacht naar wetenschappelijke onderwerpen verschoof, bleef de observatie voor Leonardo het uitgangspunt. Dit uit zich vooral op het terrein waar hij zich het meest mee bezig heeft gehouden, de anatomie.

De aantekenboek staan vol met schetsen van analogieën: een mensenbeen naast een paardenbeen, een haarvlecht en een turbulente waterstroom, de menselijke huid en een sinaasappelschil, een vogel en een vliegmachine. Voor Capra is het duidelijk dat Leonardo met zijn vliegmachine de vogel probeerde te immiteren, niet te verklaren. Dat wil zeggen, hij probeerde niet de complexe vliegbeweging van een vogel in voor mensen begrijpelijke, mechanische termen te beschrijven, maar juist die complexiteit te benaderen. Helaas, omdat Leonardo’s aantekeningen eeuwen hebben liggen verstoffen in bibliotheken, heeft niet zijn kijk op de wetenschap de overhand gekregen, maar die van Galileo en Newton.

Het lijdt geen twijfel dat Capra’s inzichten zullen kraken onder een strenge wetenschappelijke toets, want hij heeft zich opnieuw door zijn onderwerp laten meeslepen. Toch is ‘The science of Leonardo’ een lezenswaardig boek. Het is goed onderbouwd, dus de lezer steekt sowieso het nodige op over Leonardo’s leven, maar bovenal prikkelen fantasievolle auteurs als Capra de verbeelding. Ook als je het niet met hem eens bent, heeft hij je aan het denken gezet over de fundamenten van het wetenschappelijke denken.

Fritjof Capra, ‘The science of Leonardo; inside the mind of the great genius of the Renaissance’. Doubleday, 2007.