Hardnekkig menselijk

935

In de roman ‘The reluctant fundamentalist’ van Mohsin Hamid krijgt de jonge Pakistaan Changez een business case voorgelegd als hij solliciteert bij Underwood Samson, een prestigieuze consultancyfirma. Een bedrijf heeft een teletransporter uitgevonden, waarmee je in een ogenblik van New York naar Londen reist. De vraag ten behoeve van investeerders is: hoeveel is dit bedrijf waard?

Changez haalt al zijn kennis over business modellen van stal, berekent de waarde van de tijdwinst, maakt een schatting van de opbrengsten en komt uiteindelijk op een bedrag: 2,3 miljard dollar. Zijn beoordelaar Jim zwijgt een poosje en schudt dan zijn hoofd. Veel te optimistisch. Wie laat zich nou desintegreren in een machine en dan een oceaan verderop weer in elkaar zetten? ‘This is exactly the the kind of hyped-up bullshit our clients pay Underwood Samson to see through’, zegt Jim.

Het Jim-gevoel overviel mij, toen ik een poos geleden Ian Pearson aan het woord hoorde op een bijeenkomst van Stichting Toekomstbeeld der Techniek. Pearson is zestien jaar futuroloog geweest bij British Telecom, dat niet altijd even gelukkig was met zijn wilde voorspellingen. In 2020, denkt Pearson bijvoorbeeld, zal een kunstmatig intelligente entiteit een Nobelprijs winnen. Een vrij boude gedachte, als je bedenkt dat er al gauw tien jaar voorbijgaat tussen het moment van de vondst en de toekening van een Nobelprijs eraan. Als het om ICT gaat zie ik 2020 eerder als het jaar waarin het oude internetprotocol IPv4 in de westerse wereld eindelijk uitgefaseerd zal zijn ten gunste van IPv6. Ook nog een pittige uitdaging.

Pearson verkondigde wel meer hyped-up bullshit. Bijvoorbeeld over bacteria met chips erin die zowel in de fysieke wereld bestaan als op internet, en die over een jaar of honderd met mensen en robots gaan evolueren tot een nieuwe intelligente levensvorm. De menselijke geest zal heen en weer switchen tussen biologische en elektronische gastheren. Wie nu 35 jaar is, hoeft nooit meer dood te gaan, want ook dat zal binnen afzienbare tijd een optie worden.

Niettemin zou de mensheid in 2085 wel eens uitgestorven kunnen zijn, want we snappen niet meer wat we creëren en dus zullen onze creaties het van ons overnemen. Persoonlijk vind ik het streven van robotvoetbal-geleerden om in 2050 de menselijke wereldkampioen te onttronen al behoorlijk optimistisch. Na tien jaar ontwikkelen is het immers nog altijd vrij lastig voor een robot om überhaupt de bal te vinden, zeker als-ie niet fel oranje contrasteert tegen de achtergrond.

Het jammere van al die wilde speculaties (en tussendoor nog een tirade tegen biobrandstoffen) was dat de zinnige dingen die Pearson te berde bracht, niet opvielen. Naarmate computers meer intellectuele taken overnemen van mensen, stelde hij, zal de economische betekenis van mensen steeds meer liggen in de menselijke interactie – die kunnen computers per definitie niet overnemen. Dat betekent een feminisering van de arbeidsmarkt, want interacteren is een sterk punt van vrouwen, stelde Pearson. Mannelijke kwaliteiten als fysiek werk en analytisch denken zijn machinevoer.

Het bracht me terug bij dat geweldige boek van Mohsin Hamid, die zelf overigens bij McKinsey werkte voor hij besloot schrijver te worden. Changez had het probleem op een typisch mannelijke manier aangepakt, de data geanalyseerd, vergeleken, gerekend. Ik kon me goed voorstellen dat een computer dit trucje over een jaar of twintig ook kende. Maar daar zat niet de crux van de opdracht. Die zat erin empatisch vermogen te tonen, te weten hoe mensen ergens tegenover zullen staan. Daar begint de waarde van een stuk technologie, de rest is een afgeleide.

Zo werd het toch nog een wel bestede middag – als ik één zinnig idee aan een lezing overhoud, ben ik dik tevreden. In het boek krijgt Changez ondanks de miskleun overigens toch de baan, om daarna alsnog zwaar in de knoop te komen met zijn niet-analytische kanten. Die zijn toch het hardnekkigst menselijk.

Eerder verschenen in De Ingenieur nr 12, 2008.