De wetenschap van het ongeluk

1029
Voor zo’n beetje alles wat fout kan gaan in een mensenleven bestaat een wetenschappelijke verklaring. Althans als je ‘undercover scientist’ Peter Bentley mag geloven.

De stapel boeken over de wetenschap van het dagelijkse leven is groot, dus je moet wel een fraaie nieuwe invalshoek bedenken, wil je als auteur er een nieuwe draai aan kunnen geven. Dat doet informaticus Peter Bentley, in het dagelijks leven werkzaam aan University College London. Hij schreef eerder ‘Why sh*t happens’ en herhaalt dat kunstje nu in ‘The undercover scientist’: kijk naar alles wat er mis kan gaan, want dat vinden mensen leuk.

Zo kun je natuurlijk gewoon uitleggen van hoe een magnetron werkt, maar de introductie wordt veel leuker als je een sc`ne beschrijft waarin iemand een pizza op een bordje legt, hem in de magnetron legt, even niet oplet en dan ziet dat er rook uit het apparaat komt, omdat het kartonnetje onder de pizza in brand is gevlogen. De verklaring is dat je een ouderwets bord met een gouden randje gebruikt hebt. Metaal in de magnetron is sowieso al een slecht idee, maar hele dunne draadjes gaan zich gedragen als een gloeilamp. Leg er iets ontvlambaars tegenaan, zoals papier, en de kans bestaat dat je vlammen krijgt.

In 39 korte hoofdstukken volgt Bentley een fictieve hoofdpersoon van zeven uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds. Het is niet een erg gelukkige dag. Het begint met verslapen, een glijpartij in de douche, een lelijke wond bij het scheren en een verbrande bagel in de toaster. Dit zijn de aanleidingen om het respectievelijk te hebben over slaap, zeep, huid en haar en elektriciteit.

Dit kwartet geeft al aan dat Bentley een breed repertoire aan wetenschap bestrijkt, van chemie en natuurkunde tot biologische en medische onderwerpen. Dat maakt het ook aantrekkelijk, want er zitten gegarandeerd onderwerpen tussen waar de lezer niets van weet. Voor een informaticus bijvoorbeeld zullen de hoofdstuk van half twaalf en half twee, over computervirussen en harddisks, weinig nieuws bieden, maar het hoofdstuk daartussenin weer wel.

Terwijl hij lijdzaam toekijkt hoe de nerd van dienst de computer weer aan de praat probeert te krijgen, speelt de hoofdpersoon wat met het lege flesje sap dat hij bij de lunch had en komt er wat te laat achter dat zijn vinger behoorlijk vast zit in de opening. Het is de opening van een fysiologisch hoofdstukje over bloedsomloop. Word niet boos, want de verhoogde bloeddruk maakt je vinger dikker, zodat hij nog vaster komt te zitten. Probeer ook niet de fles tussen je knie te klemmen en de vinger los te trekken, want de zwaartekracht stuurt juist meer bloed naar een omlaag gerichte vinger. Als je tijdens het trekken je vinger beschadigt, gaat hij opzwellen en ben je helemaal ver van huis. Afkoelen, zodat het bloed uit de vinger wegtrekt, is beter.

De komische noot in alle anekdotes werkt goed – er is immers geen mooier vermaak dan leedvermaak. Een minpuntje daarbij is de stijl van de inleidingen bij ieder hoofdstuk, waarin ‘je’ steeds weer een nieuwe ramp overkomt. ‘As you rise to your feet, you feel something strange on the back of your head. Your searching fingers find a blob of something warm and sticky in your hair. As you touch it, you smell a sugary, minty fragrance. Your nose wrinkles in disgust. It’s chewing gum!’

Dit is absoluut een leuk trucje, maar 39 keer achter elkaar wordt vermoeiend. Het beschrijven van fictionele taferelen is een heel andere kunst dan non-fictie, en Bentley beheerst die domweg niet zo goed. De erop volgende verhandeling over de chemische samenstelling van kauwgom en hoe je het weer uit je haar krijgt, is vele malen beter te pruimen.

Aan het eind van het boek laat Bentley zijn protagonist in bad glijden met een gebroken vinger en tand, een pijnlijke teen en oog, een verrekte armspier en algemene pijn in de ledematen door valpartijen. Het moet een behoorlijk groot bad zijn, want de ongelukkige kan erin drijven, met als gevolg dat het water over de rand gaat. Het laatste woord is aan Archimedes, die overigens een bloedhekel had aan nattigheid en door zijn slaven gedwongen moest worden om af en toe het badhuis te bezoeken.

Peter Bentley, ‘The undercover scientist, investigating the mishaps of everyday life’. Random House, 2008.