Portret van een groot zwijger

1104
Paul Dirac, een van de founding fathers van de kwantumtheorie, heeft eindelijk een fatsoenlijke biografie gekregen. Hij komt erin over als een gepantserd man, tot wie slechts weinigen doordrongen om er een loyale vriend te treffen.

Bristol aan het begin van de twintigste eeuw. De moeder, broer en zus van de jonge Paul Dirac (1902-1984) eten in de keuken. Paul zelf zit aan de dinertafel met zijn vader. Hij moet Frans spreken, de geboortetaal van zijn vader. Het lukt hem niet zo goed. Daarom krijgt hij straf. Hij mag niet van tafel, ook niet als hij moet overgeven – iets wat hem vanwege een maagziekte vaak overkomt. Dag in dag uit gaat het zo, jaar na jaar. Paul besluit dat hij het beste niets meer kan zeggen. Hij zwijgt.

En dat zou hij het grootste deel van zijn leven blijven doen, zwijgen, af en toe onderbroken door ‘ja’ of ‘nee’. Maar Graham Farmelo, die met ‘The strangest man’ de eerste fatsoenlijke biografie over de kwantumpionier schreef, ziet de tyrannieke vader niet als belangrijkste oorzaak van Diracs sociale handicap. Die lag in Dirac zelf. Farmelo, senior research fellow bij het Science Museum in Londen, vermoedt autisme.

Als dat al zo was, dan bleef Dirac een van die zeldzame gevallen waar autisme gepaard gaat met een extreem groot vermogen tot abstraheren en systematiseren. Hij studeerde op zijn negentiende af als elektrotechnisch ingenieur, ging verder in de wiskunde en belandde twee jaar later als onderzoeker in Cambridge, waar hij het grootste deel van zijn verdere leven zou blijven. Hij legde er de theoretische grondslagen voor de kwantumtheorie, waarvoor hij in 1933 de Nobelprijs voor de Natuurkunde kreeg.

Dat deel van Diracs verdiensten is keurig geboekstaafd in de natuurkundeboeken. Over zijn persoonlijkheid wordt doorgaans weinig meer opgemerkt dan dat hij een schuwe man van weinig woorden was, niet iemand die zich naar de voorgrond drong om zijn genialiteit te etaleren, zoals Heisenberg of Oppenheimer. Anekdotes over hem gingen altijd over zijn sociale onhandigheid.

In 1929, toen ze allebei al internationale beroemdheden waren, gingen Dirac en Heisenberg samen naar Japan, met de boot uit Amerika. Twee weken zaten ze op elkaars lip zonder tot iets van samenwerking te komen. Ter plekke aangekomen zocht een journalist het hele schip af naar Dirac, maar vond hem niet. Dus hield hij maar een interview met alleen Heisenberg, zonder zich af te vragen wie dat rare zwijgende mannetje was die maar niet van Heisenbergs zijde week.

Het was dus extreem moeilijk door Diracs pantser heen te breken, maar wie daarin slaagde, vond een uiterst loyale vriend (zij het nog steeds geen spraakwaterval). Dirac was zelfs in staat tot practical jokes. Zo stuurde hij ooit een levende baby alligator per post naar collega-theoreticus George Gamov. Het beest beet Gamovs vrouw bij het uitpakken in de hand en stierf een paar maanden later in de badkuip. Levenslang was zijn innige vriendschap met fysicus Pyotr Kapitsa, voor wie hij zelfs de enige politiek actie in zijn leven startte, om het reisverbod van zijn vriend uit de Sovjet-Unie opgeheven te krijgen.

Maar het meest verbazingwekkende is dat deze man gelukkig getrouwd was, met Margit Wigner, de zus van nog weer een andere kwantumpionier, Eugene Wigner. Margit was extravert, emotioneel en nog in allerlei opzichten zijn tegenpool. Als ze klaagde dat hij haar brieven niet volledig beantwoordde, kreeg ze een genummerde lijst met alle als zodanig herkenbare vragen (ook de retorische) en de antwoorden daarop. ‘Weet je wel hoe ik me voel?’ ‘Niet erg goed, je verandert zo snel’. ‘Heb je enige gevoelens voor me?’ ‘Ja, enige’. Enzovoort. Margit beet zich vast en bleef meer dan vijftig jaar bij hem. Ze kregen twee kinderen, naast die van Margit uit een eerder, minder gelukkig huwelijk.

Farmelo heeft van de familie volledige toegang tot de nagelaten papieren gekregen en hield talloze interviews, hetgeen tot honderd pagina’s aan noten leidt. Het resultaat is een gedegen, fascinerende biografie van een hulpeloze man in wie een groot genie school.

Graham Farmelo, ‘The strangest man, the hidden life of Paul Dirac, quantum genius’. Faber & Faber, 2009.