Het multitalent van Desmond Bernal

1133
Wanneer je, zoals John Desmond Bernal, je aandacht uitsmeert over de wetenschap, de communistische heilsstaat en een heleboel vrouwen, heb je een goed kans de Nobelprijs mis te lopen. Maar een goede biografie verdien je wel.

Eén dag na D-day leidde een burger die voor de gelegenheid de rang van commandant gekregen had, een schip naar de Normandische kust. De bemanning nam hem niet helemaal serieus, want hij zei links en rechts in plaats van bakboord en stuurboord. Deze burger was John Desmond Bernal, pionier van de röntgenkristallografie, en hij was deels verantwoordelijk voor het slagveld op het strand. Bernal had namelijk een centrale rol gespeeld bij de operationele planning van D-day.

Als een bezetene had hij in de maanden ervoor alles gelezen wat er over de Normandische kust te lezen viel, tot de notulen van het Linnaeusgenootschap van Caen uit 1840 aan toe. Kronieken uit de twaalfde en veertiende eeuw haalde hij erbij – en niet voor niets. Zo ontdekte hij een drie eeuwen eerder verzilt haventje, waar de grond te zwak zou zijn om met een tank overheen te rijden. Al die informatie vond zijn weg naar de kaarten die hij voor de invasie maakte. Bernal bleef maar kort in Normandië om de juistheid van zijn kaarten te verifiëren – hij moest afreizen naar Azië, om de oorlog daar te plannen.

Zijn obsessie voor details en bovenal zijn vermogen ze allemaal te onthouden hadden Desmond Bernal (1901-1971) al vroeg in zijn carrière de bijnaam Sage (Wijsneus) opgeleverd. Die carrière speelde zich grotendeels af in Cambridge, waar hij wiskunde en natuurkunde studeerde. Op 23-jarige leeftijd bepaalde hij de kristalstructuur van grafiet. Samen met Dorothy Hodgkin nam hij in 1934 de röntgenfoto’s van eiwitkristallen, die een heel nieuw wetenschapsgebied blootlegden.

Dat de nieuwe biografie die Andrew Brown over Bernal schreef, slechts in beperkte mate over wetenschap gaat, geeft al aan dat Sage wellicht niet monomaan genoeg was om de Nobelprijs binnen te slepen. Maar het kan ook zijn dat een van zijn nevenactiviteiten hem de das heeft omgedaan. Bernal was een fervent communist en dat werd hem in de hoogtijdagen van de koude oorlog niet in dank afgenomen.

In 1939 publiceerde hij ‘The social function of science’, dat vermoedelijk mag gelden als het eerste boek over wetenschapssociologie. Wetenschap zou de plaats van het geloof innemen, meende Bernal, die zelf joods-katholieke roots had, en het communisme zou dit heil tot stand brengen. Dat was nogal een contrast met de ‘Brave new world’ van zijn vriend Aldous Huxley.

Dit was verre van een onschuldige flirt met het communisme waar veel linkse intellectuelen in de jaren twintig en dertig zich schuldig aan maakten. Bernal ontkende de misdaden van Stalin en schreef zelfs nog een lofzang bij diens dood. Dan zit je echt goed fout. Ook na Stalins dood bleef Bernal een geziene gast in Moskou, als lid van velerlei delegaties van wetenschappers die de vrede najoegen. Ondertussen bleef hij gewoon op de loonlijst staan in Cambridge en later de University of London, al was hij als briljant kristallograaf ingehaald door een jongere generatie. Als hem iets gevraagd werd, droeg hij consequent Hodgkin voor de Nobelprijs voor, al vond zij zelf dat ze hem moesten delen. Ze kreeg hem in haar eentje, in 1964.

Hodgkin is een van de weinige vrouwen in de biografie met wie Bernal niet de koffer in duikt (al moet je natuurlijk niks uitsluiten). Sage had in totaal vier kinderen bij drie verschillende vrouwen. Daarnaast hield hij er tientallen vriendinnen op na, vaak meerdere tegelijk, die hij ook niet per se een voor een mee naar bed nam. Ook hier maakte hij geen geheim van. John Desmond Bernal was nu eenmaal een man van vele passies, met het hart op de tong.

Andrew Browns vlotjes geschreven biografie is eigenlijk geen portret van een wetenschapper. Het is het portret van een avonturier, een bohèmien, die toevallig ook erg goed was in wiskunde. Daarvan zijn er niet zoveel, dus verdienen ze het gekoesterd te worden, zonder te proberen de zwarte kanten weg te poetsen. Daar slaagt Brown goed in.

Andrew Brown, ‘J.D. Bernal; the sage of science’. Oxford University Press, 2007.