Langzaam convergerende schaduwlijnen

1175

Het eerste deel van ‘The shadow lines’, het boek dat Amitav Ghosh schreef voor hij doorbrak met ‘The glass palace’ is een nogal rommelig geheel. Het gaat over een jongetje dat opgroeit in de upper class van Calcutta in de jaren vijftig. Hij kijkt op tegen zijn neef Tridib, wordt verliefd op zijn nichtje Lia, studeert in Londen. Op de achtergrond speelt de opsplitsing van Bengalen: het merendeels moslimdeel werd zelfstandig van India als Oost-Pakistan (later Bangladesh), met enorme volksverhuizingen tot gevolg. De familie van de hoofdpersoon is oorspronkelijk afkomstig uit Dhaka.

De roman schetst op deze manier een mooi beeld van de interactie van politiek met het leven van een individu, met als extra thema de (culturele) botsingen als hij kennis maakt met Engeland. Het voortdurend heen en weer springen in tijd en telkens weer focussen op andere personages, werkt echter enigszins op de zenuwen.

Dat verandert als de vele uitgezette lijnen in het tweede lijn langzaam bijeen beginnen te komen. Weliswaar blijft Ghosh versleten schrijverstrucjes gebruiken om de afzonderlijke scènes aan elkaar te praten, maar de urgentie van de vertelling neemt toe, naar mate duidelijk wordt dat een traumatische gebeurtenis drukt op al het voorgaande. Het leidt tot een apotheose in Dhaka en Londen, die ik niet verklappen zal.

‘The shadow lines’ is zo’n boek waar je in het begin even doorheen moet bijten, maar waar je daarna in blijft doorlezen. ‘The glass palace’ heeft dat eerste probleem niet: het grijpt je meteen. Daartegen legt ‘The shadow lines’ het af, maar het steekt nog altijd ver boven vele andere uit.