De Kafka van Murakami

1248

De twee hoofdpersonen van Haruki Murakami’s Kafka on the shore ontmoeten elkaar niet, maar zijn wel onlosmakelijk met elkaar verbonden, door dezelfde mysterieuze krachten die vissen uit de lucht laten vallen en zich manifesteren als Cononel Sanders om een onwetende vrachtwagenchauffeur een geheimzinnige steen te laten ontvreemden. Gooi er wat ufo’s bij en de indruk is compleet dat het hier om een alien story gaat.

Maar eigenlijk gaat de roman van Murakami over iets heel anders, namelijk een moderne hervertelling van de Oedipus mythe. De vijftienjarige Kafka Tamura loopt weg van huis, van zijn tyrannieke vader, op zoek naar zijn moeder en zuster. Hij vindt rust in een bibliotheek en een hut in de bergen, waar hij niet alleen nadenkt over zijn leven, maar ook fantaseert over twee vrouwen die hij tegenkwam en die zijn moeder en zuster zouden kunnen zijn.

In de tweede verhaallijn wordt Kafka’s vader vermoord door Nakata, een oude man die simpel is geworden na een incident met een ufo in zijn jeugd (maar daar wel het vermogen aan heeft overgehouden om met katten te praten). Nakata wordt gedreven door een onzichtbare macht en gaat op een missie die hem in de voetsporen van Kafka doet belanden.

Veel van de bizarre verhaallijnen zijn een symbolische weergave van de persoonlijke crisis die Kafka doormaakt. Murakami is een briljante auteur die deze complexe vertelling tot een goed einde weet te brengen: spannend, erudiet en met een diep psychologisch inzicht – zo lees je ze niet iedere dag. Vijf sterren.