Aantekeningen uit het ondergrondse

1763

“Hiermee eindigen de aantekeningen van deze liefhebber van paradoxen overigens nog niet. Hij kon het niet laten en ging maar door. Maar ook wij vinden dat we hier wel kunnen ophouden.”

Zijn dodelijkste zinnen bewaart Dostojevski voor de laatste pagina’s van Aantekeningen uit het ondergrondse, een duistere satire op zelfbelang als drijfveer voor sociale veranderingen. Dostojevski is nooit te beroerd om het laagste in de mens te accentueren en dat doet hij in deze korte roman dan ook met verve.

Een naamloze, verloederde ambtenaar vertelt over zijn bestaan, dat lijkt te bestaan uit een reeks van gênante situaties, die hij over zichzelf afroept. Hij misdraagt zich, neemt zich voor het goed te maken, maar misdraagt zich dan uit een impuls nog erger – om zich vervolgens te wentelen in het zelfmedelijden dat bij zijn leven als paria hoort.

Na afloop heb je als lezer niet alleen een prachtig boek gelezen, maar ben je ook genezen van de gedachte dat het optimistische mensbeeld achter het communisme tot een ideale samenleving kan leiden (al dacht Lenin daar anders over).