Diana Evans – 26a

1815

De tweeling Georgia en Bessi, kinderen van een Engelse vader en een Nigeriaanse moeder, groeien op in een Londense buitenwijk. Ze hebben besloten onafscheidelijk te zijn, maar als ze de puberteit bereiken, blijken ze toch meer van elkaar te verschillen dan ze dachten of hoopten.

Met dit verhaal, vervat in haar debuutroman 26a, brak Diana Evans zeven jaar geleden meteen door als schrijfster. Het boek ontbeert de gekte van Zadie Smith’s White Teeth, maar doet daar verder wel aan denken. De toon is melancholiek zonder te overdrijven, dankzij de afstandelijke, observerende toon die toonaangevend is in de hedendaagse literatuur (en die Evans perfect beheerst).

Hoewel de tweeling centraal staat, is de stille Georgia de eigenlijke hoofdpersoon. Zij krijgt meer profiel dan Bessi, die levenslustiger maar ook vlakker overkomt. Of misschien moet je zeggen dat Bessi wat achterloopt bij Georgia, die ze tegen het eind van het verhaal bijhaalt. Al met al een mooi opgebouwd verhaal, dat echter net wat te weinig verrassend is om lang te blijven hangen.