Chan Koonchung: De vette jaren

Dit is een van de raarste boeken die ik de laatste jaren gelezen heb. De vette jaren van Chan Koonchung is een roman. Maar het bevat ook lange sociaal-economische verhandelingen over het huidige China en politieke beschouwingen. Het verhaal is daaromheen gebouwd. Normaal zou je zeggen: mislukt als roman. Maar dat is dan ook weer niet het geval.

De hoofdpersoon is Lao Chen, een succesvolle schrijver van Taiwanese afkomt die al jaren in Beijing woont. Hij krijgt bezoek van zijn vriend Fang Caodi, die hem vertelt dat er een hele maand verdwenen is. Direct na de wereldwijde economische crisis van 2008, die voor China juist vette jaren inleidde, zijn 28 dagen verdwenen uit de boeken. Niemand weet meer wat er toen gebeurd is, zelfs als hij die dagen zelf heeft meegemaakt. Fang wil dat zijn vriend hem helpt de verloren maand terug te vinden.

Tijdens de ongerichte zoektocht die volgt, passeren verschillende andere karakters de revue, die ieder hun levensverhaal mogen vertellen. Er zit een half uitgewerkte liefdesgeschiedenis bij, maar vooral veel dialogen over de recente Chinese geschiedenis. Chan Koonchung hanteert daarbij een droge, feitelijke stijl zonder beeldspraak of andere poespas. Er moet een deus ex machina aan te pas komen om op de laatste pagina’s die verdwenen maand uit te leggen.

Ondanks de literaire tekortkomingen is De vette jaren echter een intrigerende roman, die op het Chinese vasteland niet officieel verkrijgbaar is. Dat komt door het omineuze beeld dat het van China schetst als een land met een falend geheugen, met een bevolking die zich met materiële welvaart laat ringeloren door een elite die voorgeeft met iedereen het beste voor te hebben. Wie dit leest begrijpt een beetje beter waarom de inwoners van Hong Kong zo tegenstribbelen, soms hoopvol, soms met de moed der wanhoop.