Alfred Birney: De tolk van Java

Telkens wanneer ik een boek over Nederlands IndiĆ« lees, valt me op hoe weinig dat land te maken heeft met de plaats waar ik opgroeide – geografisch op dezelfde plek, maar er verder een wereld van verwijderd. De laatste keer dat ik er was, vertelde iemand me dat Nederland hier ooit de baas geweest was. Hij leek het een bizar weetje te vinden dat hij graag met me deelde voor het geval ik het niet wist.

Enfin, met die context begon ik dus (eindelijk) aan De tolk van Java van Alfred Birney. De hoofdmoot van deze autobiografische roman beslaat de memoires van Arto Noland, de vader van de ik-figuur, die tijdens de Japanse bezetting en de aansluitende Indonesische vrijheidsoorlog de ene na de andere tegenstander van de Nederlanders ombrengt met zwaarden, dolken en alles wat hij maar in handen heeft. Daaromheen vertelt Birney het verhaal hoe deze getraumatiseerde massamoordenaar eenmaal in Nederland een gezin sticht en dat vervolgens terroriseert.

Een vrolijk boek is het niet, wel dwingend en zakelijk geschreven over een deel van de Nederlandse geschiedenis dat er doorgaans bekaaid vanaf komt – ook in IndonesiĆ« zelf. In een artikel (in het Indonesisch) dat ik vond over de actie rond Bondowoso waar het in de roman over gaat, las ik niks over wreedheden van Nederlandse kant, alleen over het dappere verzet tegen de agresi militar Belanda. En ik vond een foto van Indonesische jongeren die het graf schoonmaken van Djemilah Birnie, een voorouder van de auteur. Het trauma van de geschiedenis, hoe gewelddadig ook, is aan het wegslijten.