
Mijn vroegste herinnering aan ‘Libanon’ is een ansichtkaart uit Beiroet die mijn ouders kregen toen ik een jaar of zes was. Het zal 1975 geweest zijn, 1976 misschien. Vrienden berichtten dat zij de stad gingen verlaten omdat er vlak bij hun huis een raket was neergekomen. Dat er een burgeroorlog was uitgebroken (en wat dat dan betekende) begreep ik niet. Ik vroeg mij vooral af wat er gebeurd was met de astronaut die in de raket gezeten moest hebben.
Later belandde Libanon in mijn blikveld als de Fenicische beschavingsbron en via het gewelddadige nieuws dat nog decennia zou aanhouden. In 2005 was ik een week in het land tijdens een rondreis door het Midden-Oosten. Jaarlijks word ik daaraan herinnerd doordat ik de reisliteratuur in mijn rugzak verpak in een tasje van Librairie Antoine, een grote boekhandel in Beirut, waar ik indertijd ‘Snow’ van Orhan Pamuk kocht. Kortom, mijn beeld van Libanon is nogal versnipperd.
Kosmopolitisch
Daarom is het goed dat Jona Lendering de geschiedenis van Libanon nu als continu verhaal heeft opgeschreven. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat de band van Maronitische christenen met Frankrijk, dat enige decennia de koloniale machthebber was, teruggaat tot de kruistochten. En waarom Beirut als de enige diepzeehaven in die hoek van de Middellandse Zee van nature een kosmopolitische stad is.
Wie in 270 pagina’s door 3.000 jaargeschiedenis marcheert, ontkomt er niet aan af en toe te generaliseren of hoekjes af te snijden, maar juist daardoor krijgt de lezer een algemeen inzicht in hoe het land in elkaar steekt. Lendering vertelt in een stijl die tegelijkertijd serieus en laconiek is, waardoor het soepel leest zonder dat je het gevoel krijgt dat de auteur gewoon wat WikiPedia-artikelen aan elkaar geplakt heeft.





