David Szalay: Flesh

István is een emotioneel onverschillige puber en later man wiens conversationele vaardigheden vooral bestaan uit ‘goh’, ‘is goed’ en ‘geen idee’. Niettemin willen alle vrouwen sex met hem in Flesh van David Szalay, tevens auteur van het prachtige All that man is. István verdient zijn geld als militair en later als bodyguard. Szalay beschrijft het allemaal in een afstandelijke, kort afgemeten stijl die past bij het vlakke karakter van zijn hoofdpersonage. Niet bijster interessant, wel goed geschreven.

Dan, op tweederde van het boek, bezit István ineens de motivatie, verstandelijke vermogens en sociale vaardigheden om een projectontwikkelaar in Londen te zijn (het geld komt van zijn miljardairsvrouw Helen, het enige niet-platte karakter in het verhaal, hoewel je als lezer wel begrijpt waarom ze haar bodyguard zou neuken, maar niet waarom ze met hem zou trouwen). Zodra István failliet gaat is hij deze karaktereigenschappen ook weer kwijt. In die passages verandert Szalays schrijfstijl mee: langere zinnen, psychologische beschouwingen, zelfs iets van empathie. De noodzaak van dit alles blijft in nevelen gehuld.

Misschien was ik bevooroordeeld omdat ik net Camus gelezen had, die dit soort karakters veel beter beschrijft. Misschien heb ik van alles over het hoofd gezien, want de hoeveelheid lof voor Szalay is overweldigend. Maar mij was het een raadsel hoe dit qua plot en karakterontwikkeling ongeloofwaardige en stilistisch onevenwichtige boek ooit de Booker Prize heeft kunnen winnen.