
Aleksandr Skorobpgatov, de hoofdpersoon van Achter de donkere wouden door Aleksandr Skorobogatov, verkeert in diepe rouw. Zijn vijftienjarige zoon is door een gruwelijk misdrijf om het leven gekomen. De gebeurtenis confronteert hem met het verlies, maar ook met zijn eigen tekortkomingen: tien jaar ervoor heeft hij het huis verlaten om er nooit meer terug te komen, terwijl hij zijn zoon nog zo beloofd had dat hij er altijd zou zijn om hem te beschermen. Over peilloos verdriet gaat het, over onvermogen en de tevergeefse zoektocht naar troost.
Het boek is geschreven als een monoloog tegen de overleden zoon (dus eigenlijk tegen zichzelf). Plotmatig zit het sterk in elkaar, met steeds nieuwe invalshoeken over de achtergrond van de moord. De rouw staat echter centraal, los van het plot. Af en toe vond ik het zelfbeklag wat larmoyant worden, maar over het geheel vond ik het een krachtig verhaal, met veel ingehouden woede en uiteindelijk toch nog iets van een hoopvol slot.





