U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de zoekvraag paul auster

Zo’n vijfentwintig jaar geleden ontdekte ik Paul Auster, indertijd een onbekende Amerikaanse auteur die een paar intrigerende romans geschreven had. Zijn boeken gaan eigenlijk altijd over een zoektocht, meestal in een wereld die wel aan de realiteit raakt maar daar niet echt aan verknocht is. Ik heb er regelmatig over geschreven op dit blog. Ik ben net bezig in zijn nieuwe boek, 4 3 2 1, dat opnieuw intrigerend en prachtig geschreven is.

Paul Auster komt naar Rotterdam op 20 maart. In het programma Boek & Meester van Rotown Magic. Ernest van der Kwast interviewt hem en ik bereid het mede voor. Vandaag overlegden we over de lijn die we door het gesprek gaan trekken. KOOP NU KAARTJES, want het gaat vast bommetje vol worden in Arminius.

PS: Reserveer ook alvast 12 april in je agenda. Dan halen we een andere Amerikaanse grootheid van de niet-zo-doorsnee-roman naar Rotterdam.

Hector Mann is een succesvol acteur in de nadagen van de stomme slapstickfilm. Als hij van de ene dag op de andere in rook opgaat, leidt dat tot enige ophef in de schandaalpers van Hollywood, maar die gaat flux voorbij. Vijftig jaar later ziet de door verdriet overmande literatuurdocent David Zimmer bij toeval een oude film van Mann en besluit bij wijze van rouwverwerking een boek over hem te schrijven. Het laatste wat hij verwachtte was een brief te krijgen dat Mann hem graag wil spreken.

In The Book of Illusions keert Paul Auster terug naar een thema dat zijn werk domineert: de verdwijning. Ook in zijn (volgens mij) beste boek Leviathan gaat over de zoektocht naar een man die van de radar verdwenen is. Mensen die ernstig de weg kwijt zijn en daarom de afzondering zoeken zijn sowieso prominent aanwezig in Austers werk. In dit boek zijn het er zelfs twee, want de parallellen tussen Mann en Zimmer zijn opvallend.

Lees meerPaul Auster &?8211; The Book of Illusions

1853

Paul Auster is een auteur wiens beste romans een of ander mysterie verkennen (mijn favorieten: Leviathan en Mr Vertigo). Daarnaast schrijft hij op meer neutrale toon verhalen over zoekende mensen, die zich vaak afspelen in Austers woonplaats Brooklyn, New York.

Sunset Park hoort in de laatste categorie. Hoofdpersoon is de twintiger Miles Heller, die worstelt met schuldgevoelens over de dood van zijn stiefbroer en mede daarom het ouderlijke huis ontvlucht is. Noodgedwongen keert hij echter na enkele jaren terug naar New York, waar hij zijn intrek neemt in het kraakpand van een vriend. De roman volgt ook de andere bewoners van het pand en Miles’ vader en moeder. Achtergrond is de economische crisis van 2008, die iedereen dwingt om zijn bestaan bij elkaar te schrapen.

Auster is een begaafde stilist, die ieder verhaal tot een goed einde kan brengen. Zijn kale, afstandelijke schrijfstijl is echter meer geschikt voor vervreemdende verhalen dan voor intieme drama’s als Sunset Park. Het is zeker geen slechte roman, maar hij had ook door een ander geschreven kunnen zijn.

307

De ‘New York Trilogy’ van Paul Auster speelt zich af in Manhattan. De vervreemde sfeer, de radeloosheid van de hoofdpersonen op zoek naar identiteit, ze lijken perfect te passen bij het stadsdeel. Manhattan staat niet bekend om zijn compassie. Hetzelfde geldt in zekere zin voor Auster, in elk geval in zijn schrijven.

Ik was indertijd dus nogal verbaasd, toen hij de scenario’s schreef voor twee uiterst milde films, ‘Smoke’ en ‘Blue in the Face’. Die speelden zich af rond een sigarenzaak in Brooklyn, waar Auster tegenwoordig woont (hij studeerde in Manhattan). Zijn jongste roman, ‘Brooklyn Follies’ is ook daar gesitueerd en ademt dezelfde mildheid als de films: gewone mensen die zich zonder al teveel pretenties door het leven slaan.

Er zit dus geen verschil tussen de auteur Auster en de scenarist Auster, zoals ik eerst dacht. Het verschil zit in de locatie. In Manhattan ben je zoekende, in Brooklyn aanvaard je dat je bent wie je bent. Ik vraag me af hoeveel dat zegt over New York en hoeveel over Paul Auster.

Here and Now is een brievenbundel van Paul Auster en J.M. Coetzee, twee auteurs die ik zeer bewonder om hun vermogen veel te zeggen in een paar goedgekozen zinnen. Beiden zijn meesters in het opbouwen van spanning. Coetzees werk is meer maatschappelijk geladen, terwijl Austers verhalen meer om de karakters draaien.

De mannen zijn bevriend en wisselden drie jaar lang brieven uit. Op papier, dat was de spelregel. Het resultaat is een conversatie zoals je die van buddy’s kunt verwachten. Er wordt vrolijk op los gekeuveld, over sport, over kerstdiners met de schoonfamilie, over uitgevers en lezers, over wat er in de krant stond of op televisie te zien was. Er zijn anekdotes, wederzijdse felicitaties, kortom het gaat eigenlijk nooit over belangwekkende zaken die een bundeling zouden rechtvaardigen.

Lees meerCoetzee en Auster: twee keuvelende mannen

1720

Paul Auster is een meester in het mystificeren van zijn hoofdpersonen. Daarin slaagt hij ook in Invisible, het verhaal van de jonge dichter Adam Walker, die de raadselachtige Fransman Rudolf Born en diens vriendin Margot ontmoet, met gevolgen die voortdurend in de lucht blijven hangen.

Pas halverwege de roman begrijp je als lezer dat hij eigenlijk over iets heel anders gaat, namelijk de verhouding tussen Adam en zijn zuster Gwyn, maar dan schakelt Auster toch weer terug naar Rudolf en Margot, en komen er ook nog een derde en vierde vrouw in beeld.

Jammer is dat Auster het intrigerende verhaal ook nog opgezadeld heeft met een stuk metafictie, in de vorm van een verteller die zogenaamd een manuscript van Adam in handen heeft, wat de aandacht ontzettend van het verhaal afleidt. Nog steeds een fijn boek, maar lang niet zo goed als Austers vroegere werk.

De tweede keer (*) dat ik redacteur mag zijn Boek & Meester(**) en weer is het een van mijn favoriete schrijvers: Michael Chabon, winnaar van de Pulitzer Prize 2001 (dat is na de Nobelprijs toch wel de belangrijkste literaire onderscheiding ter wereld). Al zijn boeken zijn een explosie van fantastische verhalen en gedenkwaardige karakters, een beetje zoals bij Gabriel Garcia Marquez, maar dan met de Joodse diaspora als inspiratiebron.

In De Jiddische Politiebond onderzocht een hard boiled detective de moord op de messias (dat wil zeggen op de hoop) in de streek in Alaska waar de Joodse gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog naartoe gebracht was. De wonderlijke avonturen van Kavalier en Clay (waarvoor Chabon de Pulitzer kreeg) ging over twee neven die vlak voor de oorlog een comic-boek business opzetten in New York, maar eigenlijk ook over de behoefte aan superhelden onder de vervolgde Joden van Europa.

Maangloed, Chabons nieuwste boek, is intiemer dan zijn eerdere werk (zeg ik halverwege het lezen). Een kleinzoon tekent de verhalen van zijn grootvader op. Het lijkt een familiekroniek, totdat grootvader begint te vertellen over zijn race door Europa in de laatste dagen van de oorlog, op jacht naar raketgeleerde Wernher von Braun. Dan gaat het toch weer over pijnlijke herinneringen en de noodzaak toch nog iets van de toekomst te maken.

Lees meerMichael Chabon komt naar Rotterdam

Er is een genre films dat alleen maar lief te noemen is. Denk Nebraska, denk The straight story, denk de Paul Auster films Smoke en Blue in the Face. Films waarin aardige mensen door het leven sukkelen, een droom achterna jagen zonder dat die werkelijk in zicht komt. Films waarin doorgaans helemaal niks gebeurt, maar zich aan het eind toch een minuscule climax voordoet. Paterson is zo’n film.

Paterson is buschauffeur. ‘s Avonds en in de lunchpauze schrijft hij niet zo heel sterke gedichten in de stijl van William Carlos Williams. Hij houdt heel veel van zijn vriendin Laura, en zij van hem. Laura hoopt rijk te worden met cupcakes die prachtig ogen, maar niet erg eetbaar zijn. Ze hebben een chagrijnige buldog genaamd Marvin. Als hij Marvin ‘s avond uitlaat, neemt Paterson een biertje in de plaatselijke bar, waar het stikt van de aardige mensen die niet altijd even handig zijn in de omgang. Af en toe is er in de bar sprake van enige consternatie.

Dat is het wel zo’n beetje. De film volgt Paterson gedurende zeven min of meer identieke dagen. Niet afgeleid door een plot krijg je als kijker van regisseur Jim Jarmusch (die nog een rol speelde in Blue in the Face) alle tijd om de details in je op te nemen. Op de eerste dag, bijvoorbeeld, vertelt Laura dat ze gedroomd heeft over een tweeling die ze zullen krijgen. De daaropvolgende dagen komt Paterson telkens tweelingen tegen. Opwindend is het allemaal niet. Maar je gaat wel met een fijne glimlach naar huis.

Al op de eerste pagina van Robert Ankers De Vergever heb je als lezer door dat hoofdpersoon Sander Schwartz een totale lamlul is wiens zelfoverschatting geleid heeft tot een leven van miskenning waaraan uiteraard anderen dan hijzelf schuldig zijn. Zo iemand die het als vanzelfsprekend ervaart dat de vrouwen die hij interessant vindt alleen al om die reden voor hem vallen. Denkt dat twee geslaagde reportages een gevierd onderzoeksjournalist van hem maken die niet meer weersproken dient te worden. Kortom, een rancuneuze eikel die het ontzettend met zichzelf getroffen heeft.

Nou kan een roman over een loser natuurlijk hartstikke leuk zijn, maar Robert Anker is geen Malcolm Lowry, die zijn consul magnifiek naar de ondergang leidt. Sterker nog, Anker laat een kans voor open doel liggen. Het grootste deel van het boek gaat op aan fantasieën over een oudere schrijver met jongere vrouwen (een genant trekje dat ik ook in de jongste romans van Paul Auster en Philip Roth aantrof) en grappig bedoelde literaire boutades.

En dat terwijl Anker op de eerste pagina’s al een interessant personage introduceert, de vergever uit de titel, een onderzoeker wiens carrière door Schwartz verwoest is en die hem zijn vergeving komt aanbieden. In de confrontatie tussen die twee had een prachtig verhaal gezeten. Anker laat het helemaal liggen ten faveure van seksistisch en egocentrisch gebabbel dat tientallen pagina’s lang helemaal niets meer toevoegt aan Sander Schwartz, die allengs een flat character wordt. Aan het eind, als de vergever zich opdringt, wordt het nog even spannend, maar dan is het al te laat om de gemiste kans alsnog goed te maken.

1196

Paul Auster is een auteur die graag speelt met identiteiten, dus als de hoofpersoon van ‘Travels in the scriptorium’ Mr. Blank blijkt te heten, dan weet je waar het heen gaat: een puzzel om uit te zoeken wie deze man is, waarom hij zonder geheugen in deze schrijfkamer zit, wie al die mensen zijn die zich met hem bemoeien.

De aanwijzingen die Auster geeft zijn allemaal referenties naar zijn eerdere werk. Voor de kenners daarvan is dat des te leuker, maar als dit het eerste is wat je van hem leest, is het waarschijnlijk weinig bevredigend. Sowieso zijn ‘Leviathan’ en ‘Mr. Vertigo’ meer volwassen boeken die de lezer werkelijk bij de strot grijpen. Die eerste heeft een onvergetelijke beginzin, die een veel indringender zoektocht inluidt:

“Six days ago, a man blew himself up by the side of a road in Wisconsin. There were no witnesses, but it appears that he was sitting on the grass next to his parked car when the bomb he was building accidentally went off.”


×